Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6502

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
09-12-2014
Zaaknummer
16/705120-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft aangeefster een lift aangeboden op 14 juni 2014 in de vroege ochtend en heeft haar, toen zij de auto uit wilde vluchten, wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd, om haar daarna zowel oraal, als ook vaginaal en anaal te verkrachten. De rechtbank legt aan verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/705120-14

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1978] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2014. Verdachte is verschenen met zijn raadsman mr. W. Vahl, advocaat te Barneveld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 14 juni 2014

feit 1: [slachtoffer] heeft verkracht;

feit 2: voornoemde [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen dienen te worden verklaard en zij baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij gebrek aan steunbewijs bij de verklaring van aangeefster, er sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten, waardoor verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen1

Aangeefster heeft verklaard dat op 14 juni 2014 omstreeks 05.30 uur een auto stopte en dat de bestuurder, verdachte, vroeg of aangeefster wilde dat hij haar naar huis zou brengen. Verdachte begon direct te rijden toen zij instapte. Verdachte wist toen nog niet waar aangeefster naar toe moest en heeft meerdere keren gezegd dat dit niet de goede weg was. Op het moment dat aangeefster het niet vertrouwde, omdat ze op dat moment buiten de stad reden en zij borden zag met Hilversum, Groningen en Amersfoort erop, belde zij een vriend van haar, [getuige] (de rechtbank begrijpt [getuige]). Aangeefster vertelde hem in het Engels dat zij bij een man in de auto zat waarvan ze niet wist waar hij haar heen ging brengen, maar dat zij beschreef dat zij de autodealers Volkswagen en Mini en waarschijnlijk Ford zag en een bord met ‘Utrecht 9’ er op.2 De man zei vervolgens tegen aangeefster: “ja, ja, wij rijden naar Utrecht”. Vervolgens heeft aangeefster tegen [getuige] gezegd dat zij hem zou bellen als zij thuis was en ze heeft opgehangen. Aangeefster zag ook dat de man weer richting Utrecht reed. Even later wilde aangeefster haar telefoon weer pakken om [getuige] nogmaals te bellen, omdat ze bang begon te worden. Toen begon alles. De man pakte haar telefoon af en gooide het naast hem. Aangeefster opende de deur van de auto en probeerde uit de auto te springen. Daarop pakte de man haar bij haar arm vast, zo hard dat ze niet los kon maken, en trok aan haar haar.3 Aangeefster zei vervolgens dat zij haar creditcard bij zich had en dat zij naar een geldautomaat konden gaan. De man stopte de auto, pakte haar hoofd en zei: “suck it”. Hij zei tegen haar dat hij haar geen pijn zou doen, als zij zou doen wat hij wilde.4 De man had zijn broek opengemaakt en zijn penis eruit gehaald, pakte haar hoofd en duwde dat er naartoe. Ze deed de penis in haar mond en hij begon bewegingen met haar hoofd te maken. Vervolgens zei de man dat zij haar broek uit moest doen. Aangeefster deed dit.5 Vervolgens zei de man tegen aangeefster “outside, outside”.6 Aangeefster stapte uit de auto. De man trok de onderbroek van aangeefster naar beneden en deed zijn penis in haar vagina. Hij pakte haar haren vast, zodat hij haar hoofd naar achteren trok en hij begon haar gezicht te likken en deed zijn tong in haar mond. Hij deed dit terwijl hij achter haar stond. De penis ging erin en eruit. Hij deed haar shirt omhoog en raakte haar borsten en buik aan en sloeg op haar billen. Hij likte en penetreerde aangeefster weer, maar toen in haar anus.7 Dit deed pijn en dus ging aangeefster schreeuwen. De man zei: “wrong hole, mistake”. Toen heeft hij zijn penis weer in haar vagina gedaan.8 Daarna moest zij hem pijpen en zijn testikels likken. Hij duwde haar toen naar beneden, waardoor aangeefster met haar knie op de grond terecht kwam en een wond op haar knie heeft. Terwijl ze zijn ballen likte, trok hij zichzelf af. Vervolgens moest aangeefster op haar rug op de achterbank van de auto gaan liggen en daar penetreerde de man aangeefster nogmaals. Vervolgens stopte de man en deed zijn broek dicht.9

Aangeefster heeft verder nog verklaard dat haar telefoon is gaan rinkelen toen zij buiten de auto stond. Zij vroeg aan de man of zij haar telefoon mocht pakken, maar hij zei toen dat ze nog wel terug zouden bellen.10

Verbalisanten hebben verklaard dat zij met aangeefster de route reden waarover aangeefster heeft verklaard dat verdachte deze route met haar heeft gereden op 14 juni 2014. De verbalisanten reden via de Waterlinieweg de A28 richting Amersfoort op en namen de afslag Zeist-Oost. Aangeefster heeft onderweg verklaard dat zij het ANWB bord herkende boven de A28 richting Amersfoort waarop de steden Hilversum, Groningen en Amersfoort stonden. Ook heeft zij de autodealers Volvo, Ford en Mini in Huis ter Heide herkend en het ANWB bord met daarop “Utrecht 9”, welke bij de oprit naar de A28 staat.11

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij die nacht door aangeefster werd gebeld terwijl hij bij vrienden was. Aangeefster zei tegen hem dat ze met ‘a guy’ was en dat die haar thuis zou brengen, maar dat dat niet thuis was. De getuige heeft verder verklaard dat hij aan haar stem hoorde dat zij ontdaan was.12 Ook heeft hij verklaard dat aangeefster zei dat ze niet kon zien waar ze was en dat ze zou terugbellen met haar locatie zodat hij haar kon komen ophalen. Ze zei: ‘hij zou me naar huis brengen, maar heeft me ergens naartoe gebracht waar ik niet thuis hoor’.13

Uit de telefoongegevens van aangeefster blijkt dat de telefoon van aangeefster op 14 juni 2014 om 05.51 uur voor het laatst uitbelt naar [getuige]. Dit telefoongesprek duurt 159 seconden. Verder blijkt uit de telefoongegevens dat er op 14 juni 2014 te 06.19 uur drie maal is ingebeld door het mobiele nummer dat eindigt op *[telefoonnummer], maar dat er geen contact tot stand is gekomen.14 Dit blijkt het mobiele nummer van [A] te zijn. Zij heeft aan verbalisanten verklaard dat [getuige] haar telefoon had geleend omdat hij een vriendin wilde bellen, omdat hij zich zorgen maakte.15

Verdachte heeft ter zitting bekend op de in de tenlastelegging genoemde plaats en tijd zowel orale als vaginale seks met aangeefster te hebben gehad.16

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Bewijsoverweging

In deze zaak staat vast dat er op 14 juni 2014 seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen aangeefster en verdachte, waarbij verdachte meerdere keren het lichaam van aangeefster is binnengedrongen. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden met wederzijds goedvinden of dat er sprake is geweest van verkrachting van aangeefster.

De kern van het bewijs in deze zaak is de verklaring van aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat haar verklaring op een aantal belangrijke punten wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo heeft aangeefster verklaard [getuige] te hebben gebeld vanuit de auto van verdachte. De historische telefoongegevens van aangeefster bevestigen dat aangeefster (2,5 minuten) met [getuige] heeft gebeld. Vervolgens wordt aangeefster nog drie keer teruggebeld door [getuige], die kennelijk ongerust is geworden door het eerdere telefoongesprek, maar wordt er door aangeefster niet opgenomen, en dit past bij de verklaring van aangeefster dat zij, als zij buiten de auto staat, haar telefoon hoort overgaan.

Van belang is verder dat aangeefster aan [getuige] de route heeft verteld die gereden werd en dat zij daarom de autodealers buiten de stad benoemde. Ze heeft hierover verder verklaard dat [getuige] haar niet begreep. Uit de verklaring van [getuige] blijkt dat hij haar inderdaad niet helemaal begreep. Ze probeerde een straatnaam te noemen maar dat kwam er verhaspeld uit. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte wél begreep wat ze door de telefoon tegen [getuige] zei. Verdachte zei, ja, ja we rijden naar Utrecht en wees haar de het bord met “Utrecht 9” bij de oprit van de A28. Nu door het narijden van de route o.a. langs de autodealers, is vastgesteld dat dit buiten Utrecht heeft plaatsgevonden, is de verklaring van verdachte, dat hij de stad niet uit is geweest, althans niet verder dan de Uithof, ongeloofwaardig. Ook is het hoogst ongeloofwaardig dat verdachte, zoals hij heeft verklaard, niet gemerkt heeft dat aangeefster 2,5 minuten naar iemand heeft gebeld terwijl zij naast verdachte in de auto zat en ontdaan of gestrest zoals [getuige] zegt, een gesprek voert. Bovengenoemde bewijsmiddelen zijn strijdig met het alternatieve scenario dat door verdachte is geschetst, namelijk dat aangeefster in de auto is gestapt, ondanks vragen niet heeft gezegd waar zij heen moest en dat zij onder het rijden, in de stad al, zelf is begonnen met de seksuele handelingen, terwijl hij met een sigaretje en een muziekje een ontspannen sfeer creëerde in de auto.

Op grond van al het voorgaande heeft de rechtbank geen reden te twijfelen aan het feit dat aangeefster door verdachte van haar vrijheid is beroofd en vervolgens is gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het binnendringen met de penis in de mond, vagina en anus van aangeefster. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 14 juni 2014 te Utrecht en/of Bunnik, door geweld en andere feitelijkheden

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben

bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal,

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden en

bewogen en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

bewogen en

- zijn penis in de anus van die [slachtoffer] geduwd en

- over het gezicht van die [slachtoffer] gelikt en

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en

- de ontblote billen en borsten en het ontblote lichaam van die

[slachtoffer] betast en

- de anus van die [slachtoffer] gelikt en

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, ballen laten likken, terwijl hij zich in

bijzijn van die [slachtoffer] aftrok

bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte

die [slachtoffer], terwijl zij samen in een auto zaten en die [slachtoffer]

probeerde uit die auto te komen,

- bij de arm heeft vastgepakt en vastgepakt heeft gehouden en

- aan de haren heeft getrokken en

- de telefoon van die [slachtoffer] uit haar handen heeft gegrist en buiten haar bereik naast zich neer heeft gegooid

en die [slachtoffer]

- heeft geduwd en

- bij de heupen en bovenbenen heeft vastgepakt en vastgepakt heeft gehouden en

- bij het hoofd heeft gepakt en telkens dat hoofd richting zijn penis heeft geduwd en bewogen en

- aan de haren heeft getrokken zodat hij haar kon zoenen en

- de onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en

- tegen de billen heeft geslagen

en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "suck it" en "outside, outside"

en dat ze haar broek uit moest doen.

2.

op 14 juni 2014 te Utrecht en/of Bunnik, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk

van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk terwijl [slachtoffer] bij hem, verdachte, in een rijdende auto zat en die [slachtoffer] probeerde uit die auto te komen, die [slachtoffer]

- bij de arm vastgepakt en vastgepakt gehouden en

- aan de haren getrokken.

Voor zover in de tenlasteleggingen, met uitzondering van de aangehaalde tekst van verdachte, taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

feit 1: verkrachting;

feit 2: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft aangeefster een lift aangeboden in de vroege ochtend en heeft haar, toen zij de auto uit wilde vluchten, wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd, om haar daarna zowel oraal, als ook vaginaal en anaal te verkrachten. Hij heeft op grove wijze misbruik gemaakt van zijn fysieke overmacht en van het gebrek aan sociale controle op het zeer vroege tijdstip van de dag en haar tegen haar wil in zijn auto meegenomen naar een afgelegen plek. Verdachte heeft door zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Dat is in dit geval niet anders, zo blijkt uit de door het slachtoffer voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring. Verdachte heeft hier kennelijk niet bij stilgestaan en heeft in ieder geval zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 24 juli 2014, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld, echter niet voor soortgelijke feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het Pro Justitia rapport betreffende verdachte d.d. 5 oktober 2014, opgemaakt door drs. T. ’t Hoen, psycholoog. Hieruit volgt dat er bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Het is voor de deskundige verder niet mogelijk om een uitspraak te doen over het recidiverisico gelet op de ontkennende houding van verdachte. Met name gezien het feit dat er geen sprake is van een stoornis in engere zin ziet de deskundige geen reden om verdachte vanuit een strafrechtelijk kader een behandeling dan wel een verplicht reclasseringstoezicht op te leggen.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport betreffende verdachte d.d. 16 september 2014 van Reclassering Nederland, opgemaakt door de heer

T. Goes. Hieruit volgt onder meer dat de reclassering geen meerwaarde ziet in het opleggen van reclasseringstoezicht en zij adviseert om, in geval van bewezenverklaring, een onvoorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat, met name gelet op de ernst van de feiten en gelet op de straf die bij vergelijkbare feiten wordt opgelegd,, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. Gelet op voornoemde deskundigenadviezen en de behandeling ter terechtzitting ziet de rechtbank geen aanleiding om te komen tot het oplegging van reclasseringstoezicht gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank legt aan verdachte, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest.

9 Het beslag

Onder verdachte is een personenauto Opel Corsa in beslag genomen die op de beslaglijst staat vermeld.

De officier van justitie heeft gevorderd tot teruggave van de auto aan verdachte na het onherroepelijk worden van het vonnis. De raadsman heeft verzocht om teruggave van de auto aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de auto dient te worden teruggegeven aan verdachte en beveelt derhalve de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen auto.

10 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering benadeelde partij ingediend van € 11.163,63 , bestaande uit € 163,63 aan materiële schade en € 11.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft verzocht om de gevorderde materiële schade toe te wijzen. Voor de hoogte van het immateriële schadebedrag heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht aan te sluiten bij hetgeen gebruikelijk is in vergelijkbare zaken. Daarbij is ook verzocht om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en de wettelijke rente toe te kennen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van deze vordering benadeelde partij primair op het standpunt gesteld dat de vordering afgewezen dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is de verdediging van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en niet eenvoudig van aard is. De raadsman heeft verder nog opgemerkt dat rekening dient te worden gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van benadeelde voldoende is onderbouwd en de behandeling daarvan geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is verder komen vast te staan, op grond van voornoemde gebezigde bewijsmiddelen, dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade toewijzen. De immateriële schade begroot de rechtbank, mede gelet op de hoogte van toegekende vergoedingen in aan de bewezenverklaarde soortgelijke zaken, op

€ 5.000,00. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen, berekend vanaf 14 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering wordt voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verder de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu draagkracht in beginsel geen rol speelt bij het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel en alleen zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen leiden tot het afzien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hetgeen in onderhavige zaak naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde is.

Voorts veroordeelt de rechtbank verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 24c, 36f, 57, 242 en 282 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

- Bepaalt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beslag

- De rechtbank beveelt de teruggave aan verdachte van de in beslaggenomen personenauto.

Vordering benadeelde partij (feiten 1 en 2)

- Wijst de vordering van [slachtoffer], gedeeltelijk toe tot een bedrag van

€ 5.163,63, bestaande uit € 163,63 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2014 tot aan de dag van algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer].

  • -

    Bepaalt dat het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard en dat de benadeelde partij dit bedrag kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

  • -

    Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

  • -

    Legt aan verdachte op de verplichting om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 5.163,63 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 61 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

  • -

    Bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Voorlopige hechtenis

- Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.R. Creutzberg, voorzitter,

mrs. P.J.M. Mol en M.A.E. Somsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 december 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2014 te Utrecht en/of Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, door geweld en / of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en / of door bedreiging met geweld en / of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben

bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal,

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of

bewogen en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

bewogen en/of

- zijn penis tegen en/of in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of

geduwd en/of bewogen en/of

- over de mond en/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer]

gelikt en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of

bewogen en/of

- de ontblote bil(len) en/of borst(en) en/of het ontblote lichaam van die

[slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of

- de anus van die [slachtoffer] gelikt en/of

- zijn tong in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of

bewogen en/of

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, ballen laten likken, terwijl hij zich in

bijzijn van die [slachtoffer] aftrok

bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

die [slachtoffer], terwijl zij samen in een auto zaten en/of die [slachtoffer]

probeerde uit die auto te komen,

- bij de arm heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden en/of

- bij de haren heeft gepakt en/of aan de haren heeft getrokken en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] (uit haar handen) heeft gepakt/gegrist

en/of (buiten haar bereik) naast zich neer heeft gegooid/gelegd

en/of die [slachtoffer]

- heeft geduwd en/of

- bij de heupen en/of (boven)benen en/of het lichaam heeft vastgepakt en/of

vastgepakt heeft gehouden en/of

- bij het hoofd heeft gepakt en/of (telkens) dat hoofd richting zijn penis

heeft geduwd en/of bewogen en/of

- aan de haren en/of het hoofd heeft getrokken (zodat hij haar kon zoenen)

en/of

- de onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en/of

- tegen de bil(len) heeft geslagen

en/of tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "suck it" en/of "outside, outside"

en/of dat ze haar broek uit moest doen, althans woorden van gelijke aard

en/of strekking;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2014 te Utrecht en/of Bunnik, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk

van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, immers heeft hij,

verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

terwijl [slachtoffer] bij hem, verdachte, in een rijdende auto zat en/of die

[slachtoffer] probeerde uit die auto te komen,

die [slachtoffer]

- bij de arm vastgepakt en/of vastgepakt gehouden en/of

- bij de haren gepakt en/of aan de haren getrokken;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0981 2014155420, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 28 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 29/30 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 30 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 31 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 32 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 33 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 34 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 35 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], opgenomen op pagina 38 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

11 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 123 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

12 Proces-verbaal van verhoor [getuige], opgenomen op pagina 74 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

13 Proces-verbaal van verhoor [getuige], opgenomen op pagina 75 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

14 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, opgenomen op pagina 254 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

15 Proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 256 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

16 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 november 2014.