Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6472

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-12-2014
Datum publicatie
08-12-2014
Zaaknummer
16/659524-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met anderen het toen 15-jarige slachtoffer op straat met geweld en onder bedreiging van een mes beroofd van zijn telefoon. Het betreft een geplande actie waarbij de daders niet hebben stilgestaan bij de gevolgen van deze gebeurtenis voor het slachtoffer. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte dient te worden opgelegd een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (53 dagen) met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank opleggen een werkstraf van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarbij de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich aan de aanwijzingen zal houden van reclassering, ook als dat inhoudt meewerken aan een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659524-14

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

Geboren op [1994] in [geboorteplaats],

Wonende (volgens eigen opgave) aan [adres] [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De onderzoeken ter terechtzitting hebben plaatsgevonden op 1 augustus 2014, 23 september 2014 en 18 november 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. G.J. van der Meer, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Feit 1: op 9 mei 2014 samen met anderen [slachtoffer 1] met geweld dan wel bedreiging met geweld heeft beroofd van zijn telefoon

Feit 2: tussen 15 maart 2014 en 9 mei 2014 [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat beide ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden en verwijst daarvoor naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet kunnen worden gebruikt als bewijs omdat zij inconsistent verklaren. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben er alle belang bij om verdachte de schuld te geven en hun eigen rol zo klein mogelijk te houden. Subsidiair verzoekt de verdediging om in ieder geval vrij te spreken van het geweldselement nu dit niet duidelijk het uit dossier blijkt. Daarbij is de raadsman van mening dat het enkel vasthouden en stilhouden van een mes geen bedreiging kan opleveren. Hij verzoekt dan ook om verdachte vrij te spreken.

Ten aanzien van feit 2 is de verdediging van mening dat aan de waarde van het verhoor van verdachte bij de politie moet worden getwijfeld, nu het proces-verbaal niet door verdachte is ondertekend en hij wellicht niet eens begrijpt wat er staat. Daarnaast is de raadsman van mening dat de rechercheurs tijdens het verhoren van medeverdachten te sturend zijn geweest in hun vraagstelling ten aanzien van de verdenking tegen verdachte. De medeverdachten waren minderjarigen en daarom kwetsbaar en ontvankelijk voor een dergelijke suggestieve en sturende vraagstellen. Er zijn dan ook vraagtekens te plaatsen bij de waardering van de verklaringen die zij hebben afgelegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 11

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er op 9 mei 2014 in Houten drie jongens naar hem toekwamen. Dat waren [medeverdachte 1], een jongen bekend als [bijnaam] en een Marokkaanse jongen.2 [slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem zei ‘jij hebt een nieuwe telefoon’.3 Vervolgens heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij zag dat de Marokkaanse jongen een mes uit zijn jaszak haalde, dit mes openklapte en zei ‘als je een gil geeft dan steek ik je’.4 [slachtoffer 1] verklaart dat hij werd tegengehouden en vastgehouden door verdachte en ‘[bijnaam]’ en dat de Marokkaanse jongen zijn zakken doorzocht.5 [medeverdachte 1] schopte hem tegen zijn benen. Vervolgens heeft de Marokkaanse jongen volgens [slachtoffer 1] zijn telefoon, een zwarte Samsung Galaxy S5, in zijn borstzakje gevonden, de zak opengetrokken en de telefoon eruit gepakt. Hierna zijn de drie jongens weggerend.6

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat was afgesproken dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] zouden afpakken.7 [slachtoffer 2] heeft vervolgens verklaard dat zij met zijn drieën om [slachtoffer 1] heen gingen staan.8 Vervolgens hoorde [slachtoffer 2] verdachte zeggen ‘geef me je telefoon’ en [slachtoffer 2] zag dat hij daarbij een mes in zijn handen had en dat in de maag van [slachtoffer 1] duwde.9 Vervolgens heeft [slachtoffer 2] verklaard dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] om [slachtoffer 1] heen gingen staan en [slachtoffer 1] gingen fouilleren.10 Op een gegeven moment zag [slachtoffer 2] dat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] wegrenden.11

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat verdachte en [medeverdachte 2] het plan hadden om [slachtoffer 1] van zijn nieuwe telefoon te beroven.12 Hij verklaart dat verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd ‘geef die telefoon’ en daarbij heel dicht op hem stond.13 Verdachte heeft in de borstzak van [slachtoffer 1] gekeken en na een worsteling zei verdachte dat hij de telefoon had.14 Vervolgens zijn [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en verdachte weggerend.15

Getuige [getuige 1] hoort iemand op straat schreeuwen dat zijn telefoon is gestolen en ziet vervolgens drie personen wegrennen, die zich opsplitsen.16 Hij gaat achter de licht getinte jongen aan en vat hem op een gegeven moment met hulp van getuige [getuige 2] in zijn kraag.17 Zowel getuige [getuige 1]18 als getuige [getuige 2]19 verklaren dat de jongen die zij hebben overgedragen aan de politie, de jongen is die zij eerder zagen wegrennen. Deze jongen blijkt [verdachte] te zijn.20

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] op 9 mei 2014 naar een bepaalde plek heeft moeten lokken onder bedreiging van verdachte.21 Hij verklaart dat verdachte hem vaker dreigberichten stuurde via whatsapp. Bij de aanhouding van verdachte wordt zijn telefoon in beslag genomen. Hierin worden berichten aangetroffen die zijn verstuurd vanaf het telefoonnummer [verdachte], het nummer waarvan verdachte heeft verklaard dat het zijn nummer is,22 aan het telefoonnummer [verdachte], waarvan [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het zijn nummer is.23 Het gaat om de volgende whatsapp berichten:

Verstuurd op 9-5-2014 om 9:41 uur: ‘en nie my flessen want Ik sla je egt dat je niemeer opstaat’24

Verstuurd op 9-5-2014 om 17:18 uur: ‘ik zweer maak je egt dood25

Verstuurd op 5-5-2014 om 11:11 uur: ‘ik maak je egt kapot’26

Bewijsoverweging

De verdachte heeft verklaard dat hij wel aanwezig is geweest bij de beroving maar daar geen aandeel in heeft gehad. De raadsman heeft in zijn pleidooi aangevoerd dat hierdoor geen sprake kan zijn van medeplegen. Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] inconsistent zijn en daarom als onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en ook [slachtoffer 2] hebben afgelegd, op essentiële punten overeen komen met de verklaring die aangever heeft afgelegd. Al deze verklaringen wijzen erop dat verdachte juist de belangrijkste rol heeft gespeeld in de straatroof en degene is geweest die het geweld heeft toegepast. Dit wordt ondersteund door de dreigende berichten die zijn aangetroffen in de telefoon van verdachte, welke bedreiging de rechtbank bewezen heeft verklaard onder feit 2.

De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en het versturen van dreigende whatsapp berichten.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1:

op 9 mei 2014 te Houten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk: Samsung, type: Galaxy S5, kleur: zwart/koper) toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en zijn mededaders:

  • -

    Een mes heeft geeft getoond aan en gericht op die [slachtoffer 1] en

  • -

    Daarbij die [slachtoffer 1] de woorden ‘als je een gil geeft dan steek ik je’ heeft toegevoegd, althans woorden van gelijke strekking en

  • -

    Het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben vastgegrepen en vastgehouden en

  • -

    De kleding en zakken van die [slachtoffer 1] hebben afgetast en doorzocht;

  • -

    Die [slachtoffer 1] hebben geschopt tegen het been.

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 15 maart 2014 tot en met 9 mei 2014 te Houten, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (schriftelijk, althans via whatsapp berichten) de woorden toegevoegd: ‘mij niet flessen want ik sla je egt dat je niemeer opstaat’ en ‘ik zeer maak je egt dood’ en ‘ik maak je egt kapot’.

Voor zover in de tenlasteleggingen, met uitzondering van de aangehaalde tekst van verdachte, taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2 : bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van verdachte

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten wordt opgelegd een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 67 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geformuleerd door de reclassering en daarbij een werkstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en te volstaan met een werkstraf waarvan een groot deel voorwaardelijk.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met anderen het toen 15-jarige slachtoffer [slachtoffer 1] op straat met geweld en onder bedreiging van een mes beroofd van zijn telefoon. Verdachte en zijn mededaders hadden van tevoren het plan voor de beroving gemaakt. Om hun plan te kunnen uitvoeren, hebben ze aangever naar een afgelegen plek gelokt en hem daarna beroofd. Om [slachtoffer 1] door [slachtoffer 2] naar die plek te laten lokken heeft verdachte door middel van whatsapp berichten aangever [slachtoffer 2] bedreigd met de dood. Het betreft een geplande actie waarbij de daders niet hebben stilgestaan bij de gevolgen van deze gebeurtenis voor het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat straatroven langdurige psychische schade bij de slachtoffers aan kunnen richten en de gevoelens van onveiligheid in de samenleving vergroten.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 oktober 2014 van verdachte, waaruit blijkt dat hij meermalen voor soortgelijke feiten is veroordeeld, hetgeen verdachte er niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsrapportage d.d. 27 oktober 2014 en de aanvulling daarop per e-mail van 17 november 2014. Uit de rapportage blijkt onder meer dat verdachte functioneert op licht zwakzinnig niveau en dat mogelijk sprake is van een post-traumatische stress stoornis. Daarnaast is zijn cannabisgebruik een belangrijk punt van aandacht. Verdachte, 20 jaar jong, is gedurende de schorsing begeleid door het ACT van Altrecht en komt zijn afspraken bij de (volwassen) reclassering na en is goed begeleidbaar. Om die reden adviseert de reclassering, die de wenselijkheid van toepassing van jeugdstrafrecht heeft overwogen, om begeleiding door de (volwassen)reclassering te continueren. Het is volgens de reclassering belangrijk dat verdachte wordt begeleid naar een zinvolle dagbesteding en het op termijn zelfstandig wonen met begeleiding van het ACT-team van Altrecht. De reclassering adviseert om verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij Victas, meewerken aan urinecontroles, meewerken aan een dagbestedingstraject en het meewerken aan een ambulante forensische behandeling, ook als dat inhoudt een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke omvang en een kortdurende klinische crisisopname van maximaal zeven weken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte dient te worden opgelegd een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (53 dagen) met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank opleggen een werkstraf van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarbij de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich aan de aanwijzingen zal houden van reclassering Victas, ook als dat inhoudt meewerken aan een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang indien het ACT-team van Altrecht dat nodig acht.

De rechtbank is op grond van het voorgaande voorts van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen indien er geen behandeling of begeleiding van verdachte plaatsvindt. De rechtbank acht het om die reden geboden om de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde te bevelen.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 2.556,23, in verband met door het bij feit 1 tenlastegelegde geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

9.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.410,19.

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de vordering benadeelde partij primair niet-ontvankelijk te verklaren nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit 1 rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert deze op € 1.410,19 (zegge: veertienhonderdentien euro en negentien eurocent), te weten € 910,19 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 1.410,19 toewijzen, inclusief de wettelijke rente berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 9 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal het bevel tot betaling van een bedrag van € 1.410,19 hoofdelijk opleggen nu ook (een) andere(n) dan verdachte heeft bijgedragen aan het ontstaan van deze schade.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zal zij de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente.

10 Beslag

10.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de telefoon verbeurd te verklaren, het mes te onttrekken aan het verkeer en de OV-chipkaart op naam van [medeverdachte 2] aan de rechthebbende terug te geven.

10.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om de telefoon niet verbeurd te verklaren. Voor het overige heeft de verdediging geen opmerkingen.

10.3.

Het oordeel van de rechtbank

Onder verdachte is een telefoon in beslag genomen. De rechtbank kan niet vaststellen dat dit de telefoon van verdachte was. Daarom zal de telefoon worden onttrokken aan het verkeer. Het inbeslaggenomen mes is naar oordeel van de rechtbank gebruikt om het strafbare feit mee te plegen en zal verbeurd worden verklaard. Ten aanzien van de OV-chipkaart op naam van [medeverdachte 2] oordeelt de rechtbank dat deze aan de rechthebbende zal worden teruggegeven.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 285, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 53 dagen;

- Bepaalt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 200 uur;

- Beveelt dat een gedeelte, groot 100 uur, van deze werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;

- Beveelt dat indien de verdachte de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, de vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

- Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt;

- Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

o Zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit;

o Ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o Medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde

o Zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem worden gegeven namens of door Victas of een soortgelijke instelling, ook als dat inhoudt dat veroordeelde zich onder begeleiding van het ACT team van Altrecht of een soortgelijke instelling, zal stellen en zijn medewerking moet verlenen aan opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

- Draagt de reclasseringsinstelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

- Beveelt dat de hierboven gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

- Wijst de vordering van [slachtoffer 1], toe tot een bedrag van € 1.410,19 (zegge: veertienhonderdentien euro en negentien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd;

- Bepaalt dat voor zover een bedrag van € 1.410,19 door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.410,19 (zegge: veertienhonderdentien euro en negentien eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 24 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

- Bepaalt dat voor zover een bedrag van € 1.410,19 door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- Bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- Verklaart het mes onttrokken aan het verkeer;

- Verklaart verbeurd de telefoon;

- Gelast teruggave aan rechthebbende van de OV-chipkaart op naam van [medeverdachte 2];

Voorlopige hechtenis

- Heft op het -reeds geschorste- bevel voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. H.A. Gerritse en J.M.L. van Mulbregt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 december 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 09 mei 2014 te Houten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk:Samsung, type: Galaxy S5, kleur: zwart/koper), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en of zijn mededader(s):

- een mes, althans een (steek)wapen heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer 1] de woorden "Als je een gil geeft dan steek ik je" heeft/hebben toegevoegd, althans woorden van gelijkende (dreigende) aard en/of strekking en/of

- het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgegrepen en/of vastgehouden en/of

- de kleding en/of zakken van die [slachtoffer 1] heeft/hebben afgetast en/of doorzocht en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal heeft/hebben geschopt/geslagen tegen het been en/of het lichaam;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2014 tot en met 9 mei 2014 te Houten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] (schriftelijk, althans via sms-berichten en/of whatsapp berichten) de woorden toegevoegd: "mij niet flessen want ik sla je egt dat je niemeer opstaat" en/of "ik zweer maak je egt dood" en/of "als ik zo kom en je hebtel stomp ik je dood" en/of "ik maak je egt kapot" althans woorden van gelijkende (dreigende) aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0900-2014117290 Z, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina’s 16 en 17

3 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 17.

4 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 17.

5 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 17.

6 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 17.

7 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 160.

8 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 160.

9 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 160.

10 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 160.

11 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 160.

12 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 141.

13 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 141.

14 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 141.

15 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 141.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde pagina 42.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde pagina 44.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde pagina 44.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde pagina 49.

20 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 24.

21 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 159.

22 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 73.

23 Proces-verbaal van verhoor, doorgenummerde pagina 156.

24 Proces-verbaal bijlage van bevindingen, doorgenummerde pagina 183.

25 Proces-verbaal bijlage van bevindingen, doorgenummerde pagina 183.

26 Proces-verbaal bijlage van bevindingen, doorgenummerde pagina 183.