Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6441

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-12-2014
Datum publicatie
05-12-2014
Zaaknummer
UTR 14/6893
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak in een voorlopige voorziening. Verweerders (burgemeester en college van b&w) hebben een evenementenvergunning aan derde-partij verleend voor een tijdelijk ijsbaan. Omwonenden vrezen overlast door muziek en grote aantallen bezoekers. Verweerders hebben belangen van partijen afgewogen. Hierbij is rekening gehouden met de omwonenden door een vrij strenge geluidsnormering op te leggen, beperkte openingstijden in te stellen en het evenement te beperken tot de maand december. Onder deze condities mochten verweerders een vergunning aan derde-partij verlenen. Afwijzing verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 14/6893

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2014 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers

en

de burgemeester van de gemeente Hilversum, verweerder 1,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder 2

(gemachtigde: H.C. Bos).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Hilversum on Ice, te Hilversum (gemachtigde: S.C. van Altena).

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder 1 aan derde-partij een evenementenvergunning verleend voor het organiseren van het evenement Hilversum on Ice op de locatie bij Gooiland (parkeerplaats Langestraat/Kapelstraat) (locatie Gooiland). Dit evenement wordt gehouden van 6 december 2014 tot en met 4 januari 2015. Bij hetzelfde besluit heeft verweerder 2 een vergunning verleend voor het mogen plaatsen van voor het evenement bedoelde objecten, zoals onder andere de ijsbaan, overkappingen, tent(en) in overeenstemming met de bij het besluit behorende situatietekening.

Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2014. Verzoekers zijn verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Vooropgesteld wordt dat verweerders bij de besluitvorming over een evenement zoals dit zich moet richten naar de belangen, genoemd in de relevante artikelen van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Hilversum (Apv). Verweerders moeten voldoen aan de eisen die aan behoorlijke besluitvorming worden gesteld, zoals onder meer bepaald in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, en artikel 3:4, eerste lid, van de Awb waarin is bepaald dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt. Verder is in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb bepaald dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

3. De door verzoekers geuite bezwaren gaan vooral over de (uitkomst van de) door verweerders verrichte belangenafweging. Het is niet aan de bestuursrechter de betrokken belangen zelf af te wegen of zijn oordeel in de plaats te stellen van het oordeel van verweerders. De rechter moet zich bij de beoordeling van de belangenafweging in een geval als dit terughoudend opstellen en alleen toetsen of het besluit strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel sprake is van zo’n onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen dat verweerders niet in redelijkheid tot dat besluit hebben kunnen komen. Er is dus sprake van een terughoudende toetsing in deze situatie.

4. Zoals besproken ter zitting, liggen de grootste problemen wat verzoekers betreft in de geluidoverlast en overige overlast van de grote aantallen bezoekers. De overige bezwaren zijn ter zitting wel besproken, maar uit de bespreking daarvan maakt de voorzieningenrechter niet op dat het daar op “hangt”. De voorzieningenrechter ziet dan ook af van bespreking daarvan in deze uitspraak. Verder zijn ter zitting enige juridische aspecten besproken, maar ook die worden in deze uitspraak niet besproken en behoeven de aandacht van de beide verweerders in hun beslissingen op bezwaar. Dat wordt mede ingegeven door de zeer grote spoed die deze zaak heeft. Om recht te doen aan de zaak, is het nodig dat de voorzieningenrechter zich nu concentreert op de belangrijkste aspecten, want het verzoek om voorlopige voorziening is op 28 november 2014 binnengekomen bij de rechtbank, terwijl het evenement zijn opening heeft op 6 december 2014. Overigens is het zeker niet aan verzoekers te wijten dat zij pas op 28 november 2014 hun verzoek indienden; dat ligt aan de besluitvorming van verweerders.

5. Wat geluidoverlast betreft heeft verweerder 2 in zijn besluit, in voorschrift 24, een geluidgrens van 70 dB(A) (equivalent geluidsniveau) aan muziekgeluid op 5 m afstand van de boxen toegestaan. Ter zitting heeft derde-partij toegelicht dat de boxen zich in de buitenruimte alleen op het terras bevinden en op dat terras gericht zijn. De boxen zullen niet helemaal in de hoek, het dichtstbij de Langestraat waar verzoekers wonen, worden geplaatst. Verweerder 2 heeft ter zitting toegelicht dat volgens zijn milieudienst met deze geluidsnorm op een afstand van 5 m van de geluidsbronnen wordt bereikt dat in feite een geluidsbelasting van 45 tot 50 dB(A) op de relevante gevels zal worden gehaald. Voorafgaande aan de opening zal een controle plaatsvinden op het toegestane geluidsniveau van de geluidsinstallatie. Ook tijdens het evenement zal worden gecontroleerd. Ten slotte is toegezegd dat in geval van klachten de medewerkers van de milieudienst ter stond zullen komen controleren.

6. Het is de voorzieningenrechter duidelijk dat gedurende dertig dagen een evenement als dit voor je deur zeer bezwarend is voor verzoekers, maar wat de muziek betreft, zoals dat hier is genormeerd, kan niet worden geoordeeld dat het evenement tot een onaanvaardbaar woonklimaat zal leiden. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat het gaat om één maand en om eindtijden tot maximaal 21.00 uur, sommige dagen zoals met Kerst, vroeger. Ook betrekt hij hierbij dat het achtergrondgeluidsniveau al vrij hoog is: het is hier een drukke omgeving, ook door verkeersgeluid. In dat licht bezien zijn de geluidsgrenswaarden zoals bepaald voor het evenement relatief streng.

7. Voor verzoekers speelt naast het muziekniveau vooral het geluid van de bezoekers en deelnemers. Het geluid dat zij produceren is niet in voorschriften vastgelegd, maar wel moet derde-partij toezicht houden (voorschrift 4)en dus ook op excessief gedrag van bezoekers en deelnemers letten. Dat komt de voorzieningenrechter reëel over. De voorzieningenrechter begrijpt zeer goed dat verzoekers met dit evenement heel veel bezoekers voor hun deur krijgen, terwijl zij daarnaast al in een omgeving verkeren met veel horeca-activiteiten, waaronder een disco en een café-restaurant, maar zoals besproken ter zitting moeten verweerders in de eerste plaats en moet de voorzieningenrechter daarop volgend, vooral kijken naar de gevolgen van dit evenement, de ijsbaan. De gevolgen van die ijsbaan zijn wat bezoekersaantallen betreft op zichzelf fors voor de omwonenden.

8. Aanvankelijk verwachtten verzoekers geen horeca die zou behoren tot dit evenement zelf en daarom waren zij onaangenaam verrast dat er toch een winterbar met terras zou komen. Zoals besproken ter zitting, is dit echter meer een verwarring over wat derde-partij hierover heeft gezegd tijdens de voorlichtingsavond van 1 oktober 2014. Dat er geen externe exploitatie van de horeca zou plaatsvinden, betekent namelijk niet dat er helemaal geen horeca zou zijn. Hoe die verwarring ook is ontstaan, er is geen sprake van een ongeclausuleerde toezegging van de zijde van derde-partij (nog daargelaten wat de bestuursrechtelijke conclusie zou zijn als er wel zo’n toezegging zou zijn) waardoor nu zou moeten worden gezegd dat horeca daarom niet kan worden toegestaan. Er komt een bar van 5 bij 10 m en dat is beperkt te noemen. Er komen wel groepen, maar geen festiviteiten die als party’s zijn te kenmerken. Ook overigens valt niet te oordelen dat verweerders deze beperkte horeca onaanvaardbaar hadden moeten achten.

9. In de belangenafweging, waarbij verweerders het belang bij het kunnen laten plaatsvinden van dit evenement waarmee er een ijsbaan is voor mensen uit Hilversum en omstreken, de omstandigheid dat het altijd in een dichtbebouwde omgeving moeilijk is een geschikte locatie te vinden enerzijds en de belangen van de omwonenden bij rust in hun omgeving anderzijds, hebben verweerders in redelijkheid de doorslag kunnen geven aan de belangen die pleiten voor het evenement. Daarbij geldt dat de geluidsnormering relatief streng is, de openingstijden beperkt zijn en de duur van het evenement is beperkt tot vier weken.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.