Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6202

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-11-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
16-661930-14
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ivm diefstal. Deels voorwaardelijjke gevangenisstraf en voorts opname in FVK Basalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661930-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 18 november 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

verblijvende te FVK Basalt, [adres], [plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2014. De verdachte is behoorlijk opgeroepen maar niet ter terechtzitting verschenen. Hij heeft afstand gedaan van het recht ter terechtzitting aanwezig te zijn. Wel is verschenen mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, die heeft verklaard door verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn om namens hem het woord te voeren.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 16 oktober 2014 te [plaats] zich schuldig heeft gemaakt aan een winkeldiefstal.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Filiaalmanager [aangever] heeft namens [winkel], gevestigd aan de [adres] te [plaats], aangifte2 gedaan van diefstal van vijf pakken Douwe Egberts koffie met een totale waarde van € 48,30.

Verbalisanten hoorden over de portofoon dat de [winkel] een winkeldief had aangehouden en dat de winkeldief de [winkel] had verlaten en in de richting van het Kruidvat liep. Zij zagen meerdere personeelsleden van de [winkel] achter een man aanrennen met kort blond haar, een blauw/grijs trainingsbroek, en een blauw/grijs trainingsjack met achterop groot de tekst ADIDAS. Verbalisant hoorde van een beveiliger die mee rende dat de man een winkeldiefstal had gepleegd, zag dat de beveiliger een gele plastic tas van [winkel] in zijn hand had en zag dat er meerdere pakken koffie van het merk Douwe Egberts in de tas zaten. De man is aangehouden ter hoogte van het Kruidvat. Hij gaf op te zijn [verdachte], zijnde verdachte.3

Op de camerabeelden van de [winkel]-vestiging aan de [adres] is te zien dat een man met kort donkerblond haar, en met een grijs vest voorzien van de tekst ADIDAS op de rug, op de koffieafdeling loopt. Verbalisant zag dat de man zijn winkelmandje neerzette. Verbalisant zag dat de man een gele tas van de winkelketen [winkel] uit het winkelmandje pakte en deze opende. Verbalisant zag dat de man meerdere pakken koffie in de tas deed, dat de man met zijn tas en zijn winkelmandje wegliep en dat de man langs de kassa liep zonder enig goed aan te bieden.4

Verbalisant zag op de camerabeelden dat er meerdere medewerkers van de [winkel] achter de man aanliepen.5

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde misdrijf heeft begaan.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 16 oktober 2014 te [plaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een supermarkt gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen vijf, althans een of meer, verpakkingen (Douwe Egberts) koffie (van 500 gram met een totale waarde van 48.30 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

diefstal.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht en gelet op de justitiële documentatie van verdachte, alsmede de reclasseringsrapportages, alles in onderlinge samenhang bezien, gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD).

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd om verdachte een passende gevangenisstraf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden als genoemd in het reclasseringsrapport d.d. 3 november 2014. Daarbij heeft de officier van justitie de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 6 november 2014 gevorderd vanaf het moment dat verdachte wordt afgeleverd bij FVK Basalt te [plaats].

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit.

Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de rechtbank niet kan komen tot het opleggen van de maatregel ISD, aangezien er geen advies ligt over de wenselijkheid en de noodzakelijkheid van het opleggen van die maatregel.

De verdediging heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevraagd conform het voorarrest, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf, met de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport d.d. 3 november 2014. Daarnaast heeft de verdediging gevraagd de voorlopige hechtenis te schorsen met ingang van 6 november 2014 en wel het moment dat verdachte aankomt bij FVK Basalt te [plaats].

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Verdachte heeft door de jaren heen veel vermogensdelicten gepleegd en heeft veel overlast veroorzaakt.

Uit de rapportage van de reclassering van 3 november 2014 komt naar voren dat in het Justitieel Casusoverleg te [plaats] d.d. 21 oktober 2014 is afgesproken dat nogmaals geprobeerd moet worden om verdachte binnen het kader van een schorsing in FVK Basalt te plaatsen. Voor het opbouwen van een delictvrij leven is, aldus de reclassering, naast het behandelen van de verslaving, diagnostiek en behandeling van de psychische problematiek noodzakelijk alvorens andere leefgebieden kunnen worden gestabiliseerd. Verdachte kan op 6 november 2014 terecht bij FVK Basalt.

De reclassering heeft geadviseerd om verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij de volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: een meldplicht bij Victas en een opname in een zorginstelling - klinische behandeling (FVK Basalt of een soortgelijke intramurale instelling).

De rechtbank acht het opleggen van een ISD-maatregel, zoals door de officier van justitie is gevorderd, reeds vanwege het ontbreken van een advies over de wenselijkheid en de noodzakelijkheid van het opleggen van die maatregel, niet aan de orde.

De rechtbank acht alles overziende de volgende straf passend en geboden: een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden als genoemd in het reclasseringsrapport van 3 november 2014.

Bij separate beschikking van 4 november 2014 heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst met ingang van 6 november 2014 en wel vanaf het moment dat verdachte aankomt in FVK Basalt.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: diefstal;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) weken;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte, groot drie (3) weken, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast.

- stelt als algemene voorwaarden:

* de verdachte zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

* de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* de verdachte zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 14 d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* de verdachte zal tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering; daartoe moet hij zich binnen drie dagen volgend op zijn ontslag uit de penitentiaire inrichting, of drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis, melden bij de reclassering van Victas, centrum voor verslavingszorg (ABC-straat 5 te Utrecht). Hierna moet hij zich gedurende de proeftijd blijven melden conform de frequentie van het toezichtniveau;

* dat verdachte wordt verplicht om zich op 6 november 2014 te laten opnemen in FVK Basalt of een soortgelijke intramurale instelling, zoals is geïndiceerd door het NIFP-IFZ, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- draagt de reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

Voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. A.C. Schroten en M.P. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 november 2014.

De griffier is verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan W. Wernert is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 16 oktober 2014 te [plaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een supermarkt gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen vijf, althans een of meer, verpakkingen (Douwe Egberts) koffie (van 500 gram met een totale waarde van 48.30 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met dossiernummer PL0900-2014293618 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 1 tot en met 28. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Concept aangifte voor winkeliers d.d. 16 oktober 2014, opgenomen op pagina 4-7.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2014, opgenomen op pagina 10-11.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2014 met bijlagen, opgenomen op pagina 12-18.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2014, opgenomen op pagina 10-11, ihb pag 12.