Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:6139

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-08-2014
Datum publicatie
27-11-2014
Zaaknummer
3210137 MV EXPL 14-146
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 668a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-1010
JAR 2014/285
AR 2014/894
JAR 2014/285

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civiel recht

kantonrechter

zitting houdend te Almere

Zaak- en rolnummer: 3210137 MV EXPL 14-146

Datum vonnis: 27 augustus 2014

Vonnis in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde mr. A.A. Camonier,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOOD FOR MAGAZINES B.V.,
gevestigd te Naarden,
gedaagde,
gemachtigde J.A. Tersteeg en mr. N.A. de Leeuw.

Partijen zullen hierna [eiseres] en MFM genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 juli 2014 met producties 1 tot en met 11 zijdens [eiseres];

  • -

    de brief van 5 augustus 2014 van mr. N.A. de Leeuw met producties 1 tot en met 12 zijdens MFM;

  • -

    de brief van 6 augustus 2014 van mr. A.A. Camonier met aanvullende producties 12 tot en met 25 zijdens [eiseres];

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van mr. Camonier;

  • -

    de pleitnota van mr. Tersteeg.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2014. Ter zitting zijn verschenen [eiseres], vergezeld van haar echtgenoot en bijgestaan door haar advocaat. Namens MFM is verschenen mevrouw [A] (Managing Director bij MFM), vergezeld van mevrouw [B] (HR Manager bij Sanoma Media), bijgestaan door haar advocaten.

1.3.

Bij aanvang van de zitting heeft mr. Tersteeg namens MFM bezwaar gemaakt tegen het laattijdig indienen door mr. Camonier van de producties 12 tot en met 25. De kantonrechter stelt vast dat mr. Camonier de aanvullende producties niet conform artikel 6.2. van het Landelijk Procesreglement kort gedingen en rechtbanken / kantonzaken is ingediend. Mr. Camonier heeft (kort weergegeven) betoogd dat de door hem in het geding gebrachte aanvullende producties niet op de dagvaarding zien, maar dat deze dienen als reactie op de door MFM daags daarvoor in het geding gebracht producties. Volgens mr. Camonier heeft hij deze producties, mede gelet op het feit dat MFM niet eerder inhoudelijk verweer heeft gevoerd, niet eerder kunnen indienen dan op 7 augustus 2014. Mr. Tersteeg heeft op dit betoog van mr. Camonier nadien niet meer gereageerd, zodat de kantonrechter dit zal volgen. De producties zullen daarom, voor zover deze relevant zijn, worden betrokken in de verdere beoordeling.

2 De feiten

2.1.

MFM is een 100% dochtervennootschap van Sanoma Media Netherlands B.V. De aan Sanoma Media Netherlands B.V. gelieerde entiteiten zijn als volgt schematisch weergegeven:

2.2.

MFM is met name de uitgever van het glossyblad Linda.

2.3.

[eiseres] is op 20 september 2010 in dienst getreden van P/flex T&L B.V. Dit is een payroll organisatie die [eiseres] heeft geplaatst bij Sanoma Uitgevers B.V. (niet opgenomen in de registers van de Kamer van Koophandel en niet geduid in bovenstaand organigram) in de functie van Accountmanager Dialoog Marketing Home Deco, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden. Deze arbeidsovereenkomst is op 21 mei 2011 verlengd voor de duur van zes maanden, tot 31 december 2011. [eiseres] is toen geplaatst bij Sanoma Media B.V. Haar werkzaamheden en haar werkplek bleven onveranderd.

2.4.

[eiseres] is op 10 oktober 2011 rechtstreeks bij Sanoma Digital The Nederlands B.V. in dienst getreden in de functie van Accountmanagers op de afdeling Sales / Team News op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van twaalf maanden. Als Accountmanager was [eiseres] verantwoordelijk voor de Sales van het digitaal platform van NU.nl. Deze arbeidsovereenkomst is op 2 oktober 2012 verlengd voor de duur van twaalf maanden, tot en met 9 oktober 2013.

2.5.

In 2011 is Sanoma Digital The Netherlands gefuseerd met Sanoma Media Netherlands B.V., waarbij op enig moment het kantoor van Sanoma Digital The Netherlands B.V., waar [eiseres] gewoonlijk haar werkzaamheden verrichtte, is verhuisd van Amsterdam naar Hoofddorp.

2.6.

In of omstreeks medio maart 2013 heeft MFM op het intranet van het Sanoma-concern een vacature geplaatst met onder meer de volgende beschrijving:

“Mood for Magazines / Linda. is per direct op zoek naar een digitale salesspecialist. […] Er komt een nieuwe functie bij: Accountmanager Digital Sales voor 32-36 uur per week. Functieomschrijving: Wij zoeken een digitale salesspecialist met aantoonbare saleservaring, die ons merk wil omarmen en het met grote vaart verder wil brengen in de digitale markt. Hij/zij is verantwoordelijk voor zowel new business als voor onze bestaande relaties, heeft een breed (digitaal) netwerk en is gewend zelfstandig te werken en het voortouw te nemen. Jouw taken: De werkzaamheden zullen bestaan uit het ontwikkelen en verkopen van digitale advertentieproposities en het ontwikkelen van marketing partnerships en samenwerkingen met onze relaties, zowel mediabureaus als adverteerders zelf. Ook van belang is het goed kunnen samenwerken met verschillende mensen buiten (digitale redactie, marketing) en binnen de salesafdeling (sales support, collega accountmanagers). […]”

2.7.

[eiseres] is op 1 juli 2013 bij MFM in dienst getreden in de functie van Digital Salesmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van twaalf maanden, tegen een salaris van € 3.768,75 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag. Op deze arbeidsovereenkomst is de CAO voor het Boeken- en Tijdschriftenuitgeversbedrijf van toepassing. Het dienstverband tussen [eiseres] en Sanoma Digital The Netherlands B.V., althans Sanoma Media the Netherlands B.V. is in dat verband met wederzijds goedvinden beëindigd.

2.8.

[eiseres] heeft zich per 6 mei 2014 ziek gemeld in verband met burn-out klachten.

2.9.

Per e-mail van 27 mei 2014 heeft [C], direct leidinggevende van [eiseres], aan [eiseres] onder meer het volgende bericht:

“Ik heb helaas geconstateerd dat ik met de kijk op de toekomst toch onvoldoende vertrouwen heb in jouw functioneren binnen Mood for Magazines. Dit betekent helaas dat van rechtswege jouw contract per 1 juli a.s. niet zal worden verlengd. […] Of als je liever contact met een onafhankelijk persoon wilt hebben kan je eventueel bellen met [B] van de afdeling HR van Sanoma […]”.

2.10.

Dit bericht is later bij aangetekende brief van 30 mei 2014 aan [eiseres] bevestigd.

2.11.

Bij brief van 6 juni 2014 van (de gemachtigde van) [eiseres] aan MFM heeft [eiseres] tegen de beëindiging van haar dienstverband geprotesteerd (samengevat) stellende dat er gelet op de arbeidshistorie sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zodat van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst van rechtswege, geen sprake kan zijn. Zij heeft zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van arbeid, voor zover haar arbeidsongeschiktheid zulks toelaat, en aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon.

2.12.

Op de brief van 6 juni 2014 heeft [eiseres] een reactie ontvangen van Sanoma Media Netherlands B.V., een week later gevolgd door een reactie van de gemachtigde van MFM.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – na eisvermindering – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. MFM veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiseres] te betalen:

- het loon over de periode vanaf 1 juli 2014 tot de datum dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente,

- het achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW,

- een bedrag van € 952,-- aan buitengerechtelijke kosten, rechtstreeks te voldoen aan de gemachtigde van [eiseres];

2. MFM gebiedt om de reguliere salarisbetalingen en vakantieopbouw te hervatten tot de dag waarop de verplichting tot salarisbetaling van MFM jegens [eiseres] zal zijn geëindigd;

3. dit alles met veroordeling van MFM in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat Sanoma Media Netherlands B.V. en MFM ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze moeten worden geacht elkaars opvolger te zijn. Dat betekent dat [eiseres] inmiddels vijf, althans drie opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd heeft gehad. Op basis van artikel 7:668a BW heeft [eiseres] derhalve een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met MFM. Op grond van de CAO geldt, in afwijking van het wettelijke tijdvak van 36 maanden, zelfs een tijdvak van 24 maanden, waardoor de facto nog eerder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. De arbeidsovereenkomst met MFM eindigt derhalve niet van rechtswege, doch zal rechtsgeldig moeten worden opgezegd.

3.3.

MFM heeft gemotiveerd verweer gevoerd als volgt. Het blad Linda. is een joint venture van Sanoma Media Netherlands B.V. en [D]. MFM is 100% dochter van Sanoma Media Netherlands B.V. MFM is een zelfstandig bedrijf, heeft een eigen zelfstandige directie, voert een eigen (aanstellings- en ontslag)beleid en is gevestigd in een andere stad. De interne band tussen Sanoma Media Netherlands B.V. en MFM bestaat slechts uit aandeelhouderschap. Voor het overige neemt MFM van Sanoma Media Netherlands B.V. diensten af op financieel en administratief gebied. MFM zocht daarom iemand met technische sales-expertise, omdat zij die zelf niet in huis had. [eiseres] heeft op eigen initiatief gesolliciteerd naar de functie van Digital Sales Manager bij MFM. Nadat [eiseres] een sollicitatieprocedure heeft doorlopen, heeft MFM de functie aangeboden, die [eiseres] heeft aanvaard. [eiseres] heeft zelfstandig haar dienstverband bij Sanoma Media Netherlands B.V. opgezegd. De functie bij MFM heeft een wezenlijk andere inhoud, en is aangegaan onder andere arbeidsvoorwaarden, dan de functie van [eiseres] bij Sanoma Media Netherlands B.V. De situatie als bedoeld in artikel 7:668a BW doet zich niet voor en van opvolgend werkgeverschap is geen sprake. MFM betwist dat [eiseres] buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met de aard van de vordering, doorbetaling van loon, is het spoedeisend belang van [eiseres] bij de vordering gegeven.

4.2.

In deze kort geding procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zo grote kans van slagen heeft dat daarop reeds nu door toewijzing kan worden vooruitgelopen. Beoordeeld moet dus worden of het dienstverband van [eiseres] bij MFM per 1 juli 2014 van rechtswege is geëindigd, of dat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd.

4.3.

De grondslag van de vordering van [eiseres] rust op de stelling dat sprake is van een keten van vijf opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in een aaneengesloten periode van bijna vier jaar en dat MFM ten aanzien van de door [eiseres] verrichte arbeid moet worden beschouwd als de opvolger van Sanoma Media Netherlands B.V. Volgens [eiseres] is daarmee op grond van artikel 7:668a lid 1 en 2 een dienstverband tussen [eiseres] en MFM voor onbepaalde tijd ontstaan.

4.4.

Het verweer van MFM verzet zich in de kern tegen de stelling van [eiseres] dat MFM als opvolger van Sanoma Media Netherlands B.V. in de zin van artikel 7:668 lid 2 moet worden beschouwd. MFM heeft geen verweer gevoerd tegen de stelling van [eiseres] dat voor het overige, voor wat betreft het aantal elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, aan het bepaalde in artikel 7:668a lid 1 is voldaan, zodat de kantonrechter bij de verdere beoordeling uitgaat van de juistheid van die stelling van [eiseres]. De kantonrechter heeft aldus slechts te beoordelen of aan het bepaalde in artikel 7:668a lid 2 is voldaan.

4.5.

In dat verband heeft [eiseres] gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 11 mei 2012 (LJN BV 9603, RvdW 2012/725) waarin is geoordeeld dat aan artikel 7:668a lid 2 BW in de regel is voldaan wanneer (i) de nieuwe arbeidsovereenkomst wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eist als de vorige arbeidsovereenkomst en (ii) tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgever zodanige banden bestaan dat het door de laatste op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever.

4.6.

Bij de boordeling van het eerste vereiste is bepalend de mate van overeenstemming van de door [eiseres] bij enerzijds Sanoma Media Netherlands B.V. en anderzijds MFM verrichte werkzaamheden. Partijen twisten daarover.

4.7.

[eiseres] heeft met name gewezen op de door haar in beide functies uitgeoefende werkzaamheden zoals contentintegratie, display verkoop, marketingpartnerships, mobile en het invoeren en aanvragen van de display campagnes en het monitoren en trafficen hiervan. Deze werkzaamheden stemmen volgens [eiseres] in hoge mate overeen en zij is volgens haar ook speciaal voor deze werkzaamheden bij MFM aangenomen. In beide functies hanteerde [eiseres] eenzelfde aanpak voor de digitale verkoop, waarbij zij ofwel met een adverteerder, een strateeg ofwel een online planner van een mediabureau om de tafel zat, aldus [eiseres]. MFM heeft op zichzelf niet bestreden dat [eiseres] deze activiteiten in beide functies verrichtte. In zoverre staat dan ook niet ter discussie dat [eiseres] in beide functies naar hun aard in de kern vrijwel identieke salesactiviteiten verrichtte. Integendeel, uit de stellingen van MFM volgt dat zij [eiseres] juist heeft aangenomen vanwege haar kennis over en ervaring met deze salesactiviteiten, nu MFM die kennis en ervaring zelf niet in huis had. Het verweer van MFM komt er in de kern op neer dat de functies wezenlijk verschillen op het gebied van: leidinggeven, samenwerken en opleiden, het type klanten en een andere doelgroep die volgens MFM ook een andere benadering vereist. Ter onderbouwing van haar verweer verwijst MFM onder meer naar de vacature voor de functie bij MFM waarop [eiseres] destijds heeft gereageerd. [eiseres] heeft op haar beurt bestreden dat zij een leidinggevende positie had en dat zij verantwoordelijk was voor de opleiding van (enkele van) haar collega’s. Volgens [eiseres] heeft zij ook niet op een leidinggevende positie gesolliciteerd nu de vacature uitdrukkelijk vermeldt dat het om de functie van accountmanager gaat, zoals zij die ook bij Sanoma Media Netherlands B.V. had. Wel was [eiseres] naar eigen zeggen verantwoordelijk voor de verkoop van het digitale platform, maar dat was vooral omdat zij de enige werknemer was die daarvoor over de benodigde expertise en ervaring beschikte. Om die reden keek [eiseres] wel mee naar de voorstellen van haar collega’s betreffende digital sales en kwamen collega’s met vragen over digital sales bij haar, maar zij stond niet boven hen, aldus [eiseres]. [eiseres] heeft voorts gemotiveerd bestreden dat het andere type klanten en de andere doelgroep wezenlijk andere vaardigheden en een andere aanpak vereisten.

4.8.

Anders dan MFM heeft betoogd, volgt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter uit de vacaturetekst niet dat de functie van MFM wezenlijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden van [eiseres] eist, dan haar oude functie bij Sanoma Media Netherlands B.V. Aan [eiseres] kan worden toegegeven dat in de vacaturetekst niet met zo veel woorden staat dat het een leidinggevende functie betreft en evenmin dat van de sollicitant wordt verwacht dat hij of zij collega’s gaat opleiden. Uit hetgeen partijen over en weer ter zitting hebben aangevoerd, is evenmin aannemelijk geworden dat sprake is van wezenlijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden, bovenop de salesactiviteiten waarvan niet bestreden is dat die in beide functies wel overeenkomen [zie ro. 4.7.]. Hoewel in het arbeidsvoorwaarden voorstel van MFM aan [eiseres] de functie van digital salesmanager staat vermeld, volgt daaruit naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter nog niet dat sprake was van een leidinggevende functie. Zulks volgt evenmin uit de verklaring van MFM ter zitting dat [eiseres] “met een assistent heeft gewerkt” en dat “er ook twee stagiairs waren”, te minder daar [eiseres] onweersproken ter zitting heeft verklaard dat zij haar directe collega slechts adviseerde en dat zij het aan haar leidinggevende voorlegde als zij merkte dat haar collega meer opleiding nodig had. Een leidinggevende positie impliceert dat de assistent en de stagiairs verantwoording aan [eiseres] moesten afleggen en dat zij orders van [eiseres] dienden op te volgen, terwijl op basis van het bovenstaande aannemelijker is dat [eiseres] de rol had van een collega die andere collega’s inwerkte. Ook het, overigens onweersproken, gegeven dat MFM een andere doelgroep heeft en een ander type klanten bedient, leidt voorshands nog niet tot de conclusie dat daarmee sprake is van wezenlijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden. De aard van de werkzaamheden is immers ongewijzigd gebleven.

4.9.

Het voorgaande overwegende acht de kantonrechter voorshands voldoende aannemelijk geworden dat de nieuwe arbeidsovereenkomst van [eiseres] bij MFM wezenlijk dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden eist dan de oude arbeidsovereenkomst. Dat [eiseres] haar werkzaamheden bij MFM heeft uitgevoerd onder (mogelijk) andere arbeidsvoorwaarden dan bij haar oude functie, zoals MFM heeft aangevoerd, doet daaraan niet af. De aard van de te verrichten arbeid stemt immers in grote mate overeen.

4.10.

Aldus komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van het tweede vereiste. Daarbij stelt de kantonrechter voorop dat het tweede lid van artikel 7:668a BW slechts aan de orde kan komen wanneer een werknemer achtereenvolgens in dienst treedt van juridisch verschillende werkgevers. Aan toepassing van die bepaling staat daarom niet in de weg dat, zoals MFM opwerpt, MFM en Sanoma Media Netherlands B.V. verschillende rechtspersonen zijn en dat [eiseres] de arbeidsrelatie met Sanoma Media Netherlands B.V. heeft beëindigd en met MFM een nieuwe overeenkomst heeft gesloten. Overigens acht de kantonrechter in dat verband nog van belang dat de directe aanleiding voor [eiseres] om naar de functie bij MFM te solliciteren was, naar zij ter zitting onweersproken heeft aangevoerd, dat zij door de verhuizing van haar oude werkgever een langere woon-werk-reistijd had gekregen. Anders dan MFM heeft betoogd, acht de kantonrechter dat een omstandigheid binnen de sfeer van de werkgever nu dit een besluit is waarop werknemers over het algemeen geen invloed kunnen uitoefenen. Of beide rechtspersonen zijn te vereenzelvigen of zijn verweven is niet van belang, omdat artikel 7:668a lid 2 BW die voorwaarde niet stelt. Evenmin is grond om, zoals MFM lijkt te betogen, artikel 7:668a lid 2 BW slechts van toepassing te achten wanneer de werknemer de werkzaamheden op dezelfde werkplek blijft verrichten. Ook die voorwaarde wordt in artikel 7:668a lid 2 BW niet gesteld en zulks volgt evenmin uit de bij het artikel behorende wetsgeschiedenis.

4.11.

MFM heeft ter zitting verklaard dat zij een joint-venture is tussen de oorspronkelijke werkgever van [eiseres] en [D]. Hoewel daarbij niet vaak sprake is van dezelfde centrale leiding, zoals MFM ook heeft aangevoerd, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat bij een joint-venture, gezien de aard daarvan, nauwe economische en juridische banden bestaan tussen de (in dit geval) twee partijen daarbij. Het gegeven van een joint-venture, alsmede het feit dat Sanoma Media Netherlands B.V. 100% aandeelhouder van MFM is, impliceert aldus dat sprake is van een rechtstreekse betrokkenheid van Sanoma Media Netherlands B.V. bij MFM. Verder worden uit oogpunt van efficiency en effectiviteit kennelijk diverse diensten gedeeld, zoals bijvoorbeeld salarisuitbetaling en salarisadministratie, en kan MFM bij vragen bij de HR-afdeling van Sanoma Media Netherlands B.V. terecht. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter bestaat tussen MFM en Sanoma Media Netherlands B.V. dan ook een zodanige band dat is voldaan aan het tweede criterium dat in voormeld arrest van de Hoge Raad is geformuleerd. Door dit toerekeningsprincipe wordt het inzicht in de geschiktheid van [eiseres] voor de functie bij MFM (al dan niet bij wijze van fictie) verondersteld tevens bij MFM aanwezig te zijn, ondanks de verschillende locaties en ondanks het feit dat de directe leiding en het HR-management van de beide werkgevers bij geheel verschillende functionarissen liggen.

4.12.

De voorlopige conclusie in dit kort geding is dan ook dat MFM redelijkerwijze geacht moet worden de opvolger te zijn van Sanoma Media Netherlands B.V. en dat inmiddels sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

4.13.

Uit het voorgaande volgt dat het dienstverband niet van rechtswege op 1 juli 2014 is geëindigd. Ter beoordeling van de vraag of [eiseres] over de periode vanaf 1 juli 2014 aanspraak kan maken op betaling van loon is van belang of [eiseres] zich gedurende deze periode beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van arbeid. Daarbij is van belang dat [eiseres] zich bij brief van 6 juli 2014 [zie ro. 2.11.] beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van haar werkzaamheden, voor zover haar arbeidsongeschiktheid zulks toelaat. Dat het zover niet is gekomen, althans dat [eiseres] niet tot re-integratie is gekomen is het gevolg van de omstandigheid dat MFM [eiseres] niet heeft opgeroepen omdat MFM in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd. Dit is een omstandigheid die voor risico van MFM dient te komen.

4.14.

Het voorgaande betekent dat de vordering onder 1. [zie ro. 3.1.] tot (door)betaling van het loon vanaf 1 juli 2014 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd zal worden toegewezen. Het door [eiseres] onder 2. [zie ro. 3.1.] gevorderde gebod zal worden afgewezen, nu dit reeds ligt besloten in het onder 1. gevorderde. Over het achterstallige loon zal de gevorderde wettelijke verhoging worden toegewezen. In het kader van dit kort geding is echter geen plaats voor toewijzing van meer dan 10%. De wettelijke verhoging wordt toegekend over de periode van verschuldigdheid van het loon tot de datum van het wijzen van het onderhavige vonnis.

4.15.

De gevorderde wettelijke rente is bij gebreke van afzonderlijke betwisting eveneens toewijsbaar.

4.16.

[eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten dient te worden gesteld en onderbouwd op grond waarvan deze verschuldigd zijn en voorts dat genoemde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Niet gesteld is dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vordering is dan ook niet toewijsbaar.

4.17.

MFM zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 104,80

- griffierecht 462,--

- salaris advocaat 400,--

Totaal € 966,80

5 De beslissing

De kantonrechter

- veroordeelt MFM tot betaling aan [eiseres] van haar loon van € 3.768,75 bruto per maand vanaf 1 juli 2014 dan wel tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst eerder rechtsgeldig zal zijn geëindigd, het achterstallige salaris te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 10%, alsmede met de wettelijke rente ;

- veroordeelt MFM in de proceskosten, aan de kant van [eiseres] begroot op € 966,80, rechtstreeks te voldoen aan de gemachtigde van [eiseres];

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Manuel en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2014.