Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:5702

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-11-2014
Datum publicatie
12-11-2014
Zaaknummer
16/710923-11 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 55-jarige vrouw uit Kockengen tot een gevangenisstraf van 141 dagen voor het in hulpeloze toestand achterlaten van een man in hotel Breukelen en het bereiden en voorhanden hebben van ibogaïne. Een 44-jarige medeverdachte wordt door de rechtbank vrijgesproken.

De vrouw behandelde de afgelopen jaren naar eigen zeggen honderden mensen met ibogaïne om hen onder andere van hun verslaving af te kunnen helpen. Ibogaïne is geen erkende, reguliere behandeling. De rechtbank stelt vast dat de inname van ibogaïne ernstige gezondheidsrisico’s kan veroorzaken. Hoewel de informatie van deskundigen aanleiding moet zijn tot zorg, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte wist dat er een aanmerkelijke kans is dat de behandeling schade aan de gezondheid zou toebrengen. De rechtbank spreekt de vrouw hiervan vrij.

Voor de behandelingen bereidde de vrouwelijke verdachte zelf capsules met ibogaïne. Ze had een grote hoeveelheid in voorraad. De rechtbank veroordeelt de vrouw voor het bereiden en het bezit van ibogaïne. De rechtbank stelt vast dat ibogaïne onder de Geneesmiddelenwet valt. Dit betekent echter niet dat ibogaïne een toegestaan geneesmiddel is. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld voor het bezit van medicinale zuurstof, hennep en MDMA, morfine en methadon.

In maart 2011 behandelde de natuurgenezers een man uit Zwitserland voor zijn verslaving. De behandeling liep volgens de verdachte goed, tot de man op 18 maart agressief werd en dacht dat hij achtervolgd werd. Hij wilde weg uit de woning van verdachte. De vrouw bracht hem naar hotel Breukelen. Die nacht liep de man de A2 op. Hij werd dodelijk aangereden door een vrachtwagen.

De rechtbank vindt dat de verdachte de hulpbehoevende man niet zonder toezicht in het hotel had mogen achterlaten, terwijl hij paranoïde gedrag vertoonde. De man was aan de zorg van de verdachte toevertrouwd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij geen professionele hulp heeft ingeschakeld toen de situatie onhoudbaar leek te worden.

De rechtbank heeft echter niet vast kunnen stellen dat het overlijden van de man is veroorzaakt door verdachte. Het is niet bekend of de man ten tijde van het ongeluk nog steeds hallucineerde. Er kan hierdoor geen causaal verband tussen het achterlaten van de man in hulpeloze toestand en zijn dood worden vastgesteld.

Een 44-jarige medeverdachte uit Baarn hielp de natuurgenezeres af en toe als vrijwilliger met de verzorging van mensen die bij haar in behandeling waren. Op 18 maart is de medeverdachte uit bezorgdheid bij de Zwitser in het hotel gaan kijken. De rechtbank kan niet vaststellen dat hij de man in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.

Op 25 augustus 2011 vond er een ander incident plaats. De verdachte behandelde een man uit België om van zijn verlegenheid af te komen. Voorafgaand aan de behandeling heeft de man zich door een cardioloog laten onderzoeken. Na (vrijwillige) inname van de ibogaïne werd de man onwel en kreeg een hartstilstand. De verdachte heeft meteen 112 gebeld en is met reanimeren begonnen. De rechtbank acht niet bewezen dat de vrouw de Belg in hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten door de inname van ibogaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/710923-11 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 november 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2014 en 29 oktober 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. van Stratum, advocaat te Den Haag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

A: In de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 maart 2011, al dan niet samen met een ander, opzettelijk [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden.

B primair: In de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 maart 2011, al dan niet samen met een ander, [slachtoffer] heeft mishandeld dan wel zijn gezondheid heeft benadeeld als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden.

B subsidiair: In de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 maart 2011, al dan niet samen met een ander, roekeloos en/of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gehandeld ten aanzien van [slachtoffer] als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem onder A en B primair ten laste gelegde feiten heeft begaan. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de officier van justitie onder andere het volgende aangevoerd:

Tussen verdachte en diens medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) bestond een nauwe en bewuste samenwerking. Zij handelden in gelijke gezindheid volgens een gezamenlijk plan ter verwezenlijking van hetzelfde doel, te weten de behandeling van [slachtoffer] met ibogaïne. Tussen [slachtoffer] en medeverdachte [medeverdachte] bestond een behandelovereenkomst waarbij gebruik werd gemaakt van het middel ibogaïne. Op grond van de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (hierna: WGBO) was medeverdachte [medeverdachte] gehouden [slachtoffer] te verpleging en te verzorgen. Door [slachtoffer] naar het hotel in Breukelen te brengen heeft medeverdachte [medeverdachte] hem in hulpeloze toestand gebracht en gelaten als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden.

Verdachte werkte bij medeverdachte [medeverdachte] en verzorgde de patiënten. Hij begeleidde [slachtoffer] en had aan het begin van de behandeling gesprekken met [slachtoffer] over zijn behandeling. In de avond van 18 maart 2011 is verdachte op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] naar het hotel in Breukelen gegaan om te kijken hoe het met [slachtoffer] ging.

De rollen van medeverdachte [medeverdachte] en verdachte ten aanzien van [slachtoffer] waren inwisselbaar, zodat medeplegen wettig en overtuigend bewezen dient te worden. Alles aldus de officier van justitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsman -onder meer- het volgende aangevoerd:

Verdachte was geen partij bij de behandelovereenkomst tussen medeverdachte [medeverdachte] en [slachtoffer]. Evenmin had hij zelf een behandelovereenkomst met [slachtoffer]. Verdachte was niet in dienst bij medeverdachte [medeverdachte]. Hij verrichtte enkel hand- en spandiensten voor haar. Zijn betrokkenheid bij [slachtoffer] bestond er enkel uit dat verdachte de Duitse taal goed beheerste. Hij fungeerde als vertaler, maar had geen significante rol in het gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] voorafgaand aan de behandeling met ibogaïne.

Op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] is verdachte naar het hotel in Breukelen gegaan om te kijken of het goed ging met [slachtoffer]. [slachtoffer] gedroeg zich niet buitengewoon vreemd toen verdachte daar met hem sprak. Er was geen sprake van een ogenschijnlijke hulpeloze toestand waarin [slachtoffer] verkeerde. Daarbij wist verdachte niet welke middelen [slachtoffer] die dag tot zich had genomen. Verdachte heeft geen opzet gehad op of schuld aan het in hulpeloze toestand brengen en/of laten van [slachtoffer] waardoor zijn gezondheid bedreigd zou worden. Voorts bestaat er onvoldoende causaal verband tussen het innemen van ibogaïne en het overlijden van [slachtoffer].

Nu verdachte geen significante betrokkenheid had bij de behandeling van [slachtoffer], kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat sprake is geweest van medeplegen. Evenmin kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood van [slachtoffer] zou intreden, dan wel dat diens dood redelijkerwijs als gevolg van gedragingen van verdachte is ingetreden. Verdachte dient van het aan hem ten laste gelegde te worden vrijgesproken, alles aldus de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Allereerst dient de rechtbank vast te stellen of verdachte en/of zijn medeverdachte een behandelovereenkomst had(den) met [slachtoffer] op grond van de WGBO.

In de WGBO (Burgerlijk Wetboek 7, titel 7, afdeling 5) is de geneeskundige behandelrelatie geregeld als overeenkomst tussen de hulpverlener en de patiënt. De bepalingen van deze regeling zijn niet alleen van toepassing op artsen maar op een ieder die geneeskundige handelingen verricht in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf.

Artikel 7:446 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat onder handelingen op het gebied van de geneeskunst (mede) wordt verstaan alle verrichtingen, het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat tussen medeverdachte [medeverdachte] en [slachtoffer] een behandelovereenkomst bestond op basis van artikel 7:446 BW. Immers, [slachtoffer] liet zich onder behandeling stellen van medeverdachte [medeverdachte], welke behandeling ertoe diende te strekken dat hij van zijn ziekte (lees: verslaving aan codeïne in combinatie met alcohol) zou worden genezen. De behandeling zou bestaan uit het innemen van een bepaalde hoeveelheid ibogaïne.

Verdachte was, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting d.d. 18 juni 2014, niet in dienst bij medeverdachte [medeverdachte], maar hielp haar wel eens als vrijwilliger met de verzorging van de mensen die bij haar onder behandeling waren. Ter terechtzitting van 18 juni 2014 heeft verdachte voorts verklaard dat hij [slachtoffer] voor het eerst zag op woensdagmiddag (de rechtbank begrijpt op 16 maart 2011) toen [slachtoffer] aankwam bij de woning van medeverdachte [medeverdachte]. Nadat [slachtoffer] de eerste dosis ibogaïne had ingenomen is verdachte weggegaan. Op vrijdag (de rechtbank begrijpt op 18 maart 2011) is verdachte weer naar de woning van medeverdachte [medeverdachte] gegaan. Op dat moment ging het goed met [slachtoffer]. In de avond werd verdachte door medeverdachte [medeverdachte] gebeld. Hij ging naar haar woning en hoorde dat [medeverdachte] [slachtoffer] naar het hotel in Breukelen had gebracht. Vanuit bezorgdheid is verdachte samen met zijn vriendin naar het hotel toegereden om te zien hoe het met [slachtoffer] was. Dit deed hij, zo verklaarde verdachte ter terechtzitting d.d. 18 juni 2014, op eigen initiatief. In het hotel sprak verdachte met [slachtoffer]. [slachtoffer] maakte op verdachte een normale indruk. Verdachte had niet de indruk dat het niet goed ging met [slachtoffer]. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] zei dat het goed met hem ging en dat ze hem alleen moesten laten en dat [slachtoffer] hen bijna letterlijk naar de uitgang begeleidde.

Getuige [getuige 1], de stiefvader van [slachtoffer], heeft verklaard dat na aankomst bij medeverdachte [medeverdachte] met haar werd gesproken over de behandeling. Dit werd in het Engels gedaan. Als er iets niet duidelijk was, dan haalde medeverdachte [medeverdachte] verdachte erbij, omdat hij wel goed Duits sprak. Getuige [getuige 1] duidt verdachte in zijn verklaring aan als ‘verzorger’. Ook getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte steeds in het Duits vertaalde wat medeverdachte [medeverdachte] zei. De moeder van [slachtoffer], getuige [A], heeft in dit verband verklaard dat verdachte bij medeverdachte [medeverdachte] was omdat hij Duits spreekt. Ook deze getuige duidt verdachte aan als ‘verzorger’ van [slachtoffer]. Voorts heeft getuige [A] verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] tegen haar zei dat zijzelf of verdachte bij [slachtoffer] op de kamer zouden blijven om op hem te letten. Getuige [getuige 1] heeft op dit punt daarentegen verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] zei dat zij bij [slachtoffer] op de kamer zou slapen, zodat ze bij zijn reactie aanwezig kon zijn. Door getuige [getuige 3], dochter van medeverdachte [medeverdachte], is verklaard dat verdachte assistent/vrijwilliger van medeverdachte [medeverdachte] was.

Blijkens de verklaring van getuige [getuige 2] heeft [slachtoffer] vlak voor het ongeluk nog een gereduceerde dosis ibogaïne ingenomen. Getuige [getuige 2] had dit gehoord van medeverdachte [medeverdachte].

Hoewel uit de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte], [A], [B] en het personeel van hotel Breukelen volgt dat [slachtoffer] die bewuste vrijdag op verschillende momenten een verwarde indruk maakte, kan gelet op het bovenstaande niet worden gesteld dat verdachte [slachtoffer] opzettelijk, al dan niet in voorwaardelijke zin, in hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. Uit het voorgaande volgt dat verdachte zijn medeverdachte [medeverdachte] wel eens als vrijwilliger hielp en ook aanwezig is geweest in haar woning toen [slachtoffer] daar aankwam, maar niet meer dan dat. Uit het voorgaande kan niet worden afgeleid dat er een nauwe en bewuste samenwerking bestond met medeverdachte [medeverdachte]. Verdachte stond niet in een behandelrelatie tot [slachtoffer] en beschikte ook niet over enige vorm van deskundigheid ten aanzien van ibogaïne. Blijkens de stukken in het dossier was verdachte hoofdzakelijk bij [slachtoffer] betrokken omdat hij de Duitse taal machtig was. Uit het beschikbare bewijs volgt niet dat verdachte ervan op de hoogte was dat [slachtoffer] die betreffende avond nog een dosis ibogaïne tot zich had genomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat verdachte, door niet bij [slachtoffer] in het hotel te blijven (of op andere wijze voor begeleiding te zorgen), [slachtoffer] verwijtbaar in een hulpbehoevende situatie heeft achtergelaten.

De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het hem onder A ten laste gelegde. Op dezelfde gronden spreekt de rechtbank vrij van het hem onder B primair en subsidiair ten laste gelegde.

5 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

5.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [A] wordt toegewezen tot een bedrag van € 8.724,13, zijnde de kosten voor de begrafenis van [slachtoffer] met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat deze vordering hoofdelijk wordt toegewezen, gelet op de gevorderde veroordeling van medeverdachte [medeverdachte]. Voor het overige dient de vordering van [A] niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [C] heeft de officier van justitie gevorderd deze vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de door hem bepleite vrijspraak.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van benadeelde partij [A]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de ten laste gelegde feiten, te weten een totaalbedrag van CHF 19.931,70, ter zake ‘kosten therapie’ en ‘kosten begrafenis’. Ook heeft de benadeelde partij [A] opgevoerd een jaar arbeidsongeschikt te zijn geweest.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schadebedragen niet voor toewijzing vatbaar zijn. Verdachte wordt, zoals in paragraaf 4.3 verwoord, vrijgesproken van de feiten waarop de gevorderde schadebedragen zien. Om voor toewijzing in aanmerking te komen dient -kort gezegd- vastgesteld te worden dat de geleden schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken, kan niet worden vastgesteld dat de gevorderde schadebedragen een rechtstreeks gevolg zijn van de door de rechtbank bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [A] dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

De vordering van benadeelde partij [C]

De heer [C] heeft zich overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De vordering heeft betrekking op de ten laste gelegde feiten. In het Schadeopgaveformulier Misdrijven zijn echter geen schadeposten opgevoerd. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [C] volgt dat hij het aan het oordeel van de rechtbank laat om te bepalen of hem enige financiële vergoeding toekomt. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [C] geen schade vordert, zodat de rechtbank afziet van een inhoudelijke beoordeling van de niet gespecificeerde vordering van deze benadeelde partij.

Ten overvloede merkt de rechtbank overigens op dat – in het geval er wel enige schade gevorderd zou zijn- deze schade niet voor toewijzing vatbaar zou zijn. Verdachte wordt, zoals in paragraaf 4.3 verwoord, vrijgesproken. Om voor toewijzing in aanmerking te komen dient -kort gezegd- vastgesteld te worden dat geleden schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken, zou een dergelijke toets geleid hebben tot niet-ontvankelijk verklaring van benadeelde partij [C].

6 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder A, B primair en B subsidiair ten laste gelegde feiten.

Benadeelde partijen

- verklaart [A] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. R.P. den Otter en G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 november 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2011 tot en met 19 maart 2011 te

Kockengen en/of Breukelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer], althans een

persoon, tot wiens verpleging en/of verzorging hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) krachtens overeenkomst verplicht was, in een hulpeloze toestand

heeft gebracht en/of gelaten,

- door die [slachtoffer] te behandelen met iboga(ïne) zijnde een middel dat na

toediening of inname van (vooral hoger(e) dosering(en) iboga(ïne) een of meer

klinische bijwerkingen kan veroorzaken waaronder (ernstige en/of

levensbedreigende en/of risicovolle) bijwerkingen zoals cardiotoxiteit en/of

neurotoxiteit, door deze een of meer capsule(s) iboga(ïne) te verstrekken

en/of toe te dienen en/of laten innemen,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]

- voorafgaand aan de behandeling met iboga(ïne) niet lichamelijk onderzocht

en/of heeft laten onderzoeken door een regulier zorgverlener en/of bij die

[slachtoffer] niet (voldoende) geïnformeerd naar diens medische en/of psychische

problematiek teneinde pre-existente en/of actuele medische en/of fysieke en/of

psychische aandoeningen die als contra-indicatie voor het gebruik van

iboga(ïne) hebben te gelden, uit te sluiten en/of

- behandeld met iboga(ïne) zonder (constante) (para-)medische zorg en/of

- niet, althans niet adequaat, begeleid vóór en/of tijdens en/of na de inname

van iboga(ïne) en/of

- nadat die [slachtoffer] een (nadere) dosis iboga(ïne) had ingenomen en

hallucineerde en/of in een verwarde toestand verkeerde naar een hotel gebracht

en/of die [slachtoffer] daar in een hallucinerende/verwarde toestand alleen

gelaten/achtergelaten zonder te voorzien in adequate (para-)medische zorg,

waarna die [slachtoffer] in een hallucinerende en/of verwarde toestand de A2 is

opgelopen en/of overgestoken en/of vervolgens daarbij door een (vracht)auto is

aangereden/overgereden,

welk(e) feit(en) en/of gedraging(en) van hem, verdachte en/of zijn

mededader(s) de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, althans zwaar

lichamelijk letsel (te weten ernstige bijwerkingen als gevolg van inname na

iboga(ïne)) ten gevolge heeft gehad;

art 255 Wetboek van Strafrecht

art 257 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

B

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2011 tot en met 19 maart 2011 te

Kockengen en/of Breukelen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

opzettelijk een persoon te weten [slachtoffer], heeft mishandeld, althans de

gezondheid van die [slachtoffer] heeft benadeeld, immers

heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] (telkens) opzettelijk

een of meer capsule(s) iboga(ïne) -zijnde een middel dat na toediening of

inname van (vooral (hoge)re dosering(en) iboga(ïne) een of meer klinische

bijwerking(en) kan veroorzaken waaronder (ernstige en/of levensbedreigende

en/of risicovolle) bijwerkingen zoals cardiotoxiteit en/of neurotoxiteit en

(dus/tevens) zijnde een stof die schadelijk is voor het leven of de

gezondheid- verstrekt en/of toegediend en/of laten innemen,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] (voorafgaand aan de behandeling met iboga(ïne)) niet lichamelijk

heeft onderzocht en/of laten onderzoek door een regulier hulpverlener en/of

bij die [slachtoffer] niet (voldoende) heeft geïnformeerd naar diens medische en/of

psychische problematiek (teneinde pre-existente en/of actuele medische en/of

fysieke en/of psychische aandoeningen die als contra-indicatie voor het

gebruik van iboga(ïne) hebben te gelden, uit te sluiten en/of

- behandeld met iboga(ïne) zonder de (constante) (para-)medische zorg en/of

- niet, althans niet adequaat, begeleid vóór en/of tijdens en/of na de inname

van iboga(ïne)

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) in plaats daarvan

- nadat die [slachtoffer] een (nadere) dosis iboga(ïne) had ingenomen en

hallucineerde en/of in een verwarde toestand verkeerde naar een hotel gebracht

en/of die [slachtoffer] daar alleen gelaten/achter gelaten zonder te voorzien in

adequate (para-)medische zorg, waarna die [slachtoffer] in een hallucinerende en/of

verwarde toestand de A2 is opgelopen en/of overgestoken en/of (vervolgens)

daarbij door een (vracht)auto is aangereden/overgereden, welk(e) feit(en)

en/of gedragingen(en) van hem, verdachte en/of zijn mededader(s) de dood van

die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, althans die [slachtoffer] als gevolg van de

inname van iboga(ïne) zwaar lichamelijk lestel, althans enig lichamelijk

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden en/of verdachte opzettelijk

de gezondheid van die [slachtoffer] heeft benadeeld door die [slachtoffer] (ondanks de

bestaande contra-indicatie) te behandelen met iboga(ïne), ten gevolge waarvan

die [slachtoffer] ernstige bijwerkingen heeft bekomen;

art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf en onder 3 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

artikel 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 19 maart 2011 te

Kockengen en/of te Breukelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, roekeloos en/of aanmerkelijk

onvoorzichtig en/of onachtzaam, een persoon [slachtoffer] met iboga(ïne)

-zijnde een middel dat na toediening en/of inname van (vooral hoge(re)

dosering(en) iboga(ïne) een of meer klinische bijwerkingen kan veroorzaken

waaronder (ernstige en/of levensbedreigende en/of risicovolle) bijwerkingen

zoals cardiotoxiteit en/of neurotoxiteit- heeft behandeld en/of iboga(ïne)

heeft toegediend waarbij hij verdachte en/of zijn mededader(s)

-die [slachtoffer] (die Duitstalig was welke taal verdachte niet en/of onvoldoende

machtig was/sprak) heeft behandeld en/of een of meer capsule(s) bevattende

iboga(ïne) heeft toegediend en/of

-die [slachtoffer] (voorafgaand aan de behandeling met iboga(ïne) niet lichamelijk

heeft onderzocht en/of heeft laten onderzoeken door een regulier zorgverlener

en/of bij die [slachtoffer] niet (voldoende) heeft geïnformeerd naar diens medische

en/of psychische problematiek (teneinde pre-existente en/of actuele medische

en/of fysieke en/of psychische aandoeningen die als contra-indicatie voor het

gebruik van die iboga(ïne)/een behandeling met iboga(ïne) hebben te gelden,

uit te sluiten en/of de risico('s) welk(e) risico('s) inherent aan deze

behandeling/die toediening zijn, niet of onvoldoende met die [slachtoffer] heeft

besproken en/of

- behandeld met iboga(ïne) zonder de (constante) (para-)medische zorg

gedurende en/of na die behandeling/die inname en/of

- niet, althans niet adequaat begeleid vóór en/of tijdens en/of na de inname

van iboga(ïne) ( welke para-)medische adequaatheid bestond uit het vermijden

van externe prikkels tijdens en/of (kort) na die behandeling/die toediening

en/of

-nadat die [slachtoffer] een testdosis en/of een (nadere/vervolg) dosis iboga(ïne)

had ingenomenen daardoor hallucineerde en/of in verwarde toestand (welke

toestand werd veroorzaakt door die iboga(ïne) verkeerde televisie heeft laten

kijken en/of in een auto naar een hotel gereden en/of die [slachtoffer] daar in die

hallucinerende/verwarde toestand alleen gelaten/achtergelaten zonder te

voorzien in een adequate/permanente (para-)medische zorg, welk(e) feiten

en/of gedraging(en) aan hem, verdachte's en/of zijn mededader(s) roekeloosheid

en/of schuld te wijten is geweest, die [slachtoffer] na in die hallucinerende en/of

die verwarde toestand in dat hotel te zijn alleen gelaten/achtergelaten zonder

getroffen adequate/permanente (para-)medische zorg de A2 is opgelopen en/of

overgestoken en/of (vervolgens) daarbij door een (vracht)auto is

aangereden/overgedreden, ten gevolge van welke aanrijding en/of overrijding

die [slachtoffer] is overleden;

art 47 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 308 Wetboek van Strafrecht

art 257 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 255 Wetboek van Strafrecht