Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:5541

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
11-11-2014
Zaaknummer
3256056 MC EXPL 14-8862
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen doorlopende overeenkomst tot stand gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civiel recht

kantonrechter

zitting houdend te Almere

Zaak- en rolnummer: 3256056 MC EXPL 14-8862

Datum vonnis: 5 november 2014

Vonnis in de zaak van

[eiseres] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde LAVG Gerechtsdeurwaarders te Breda,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [naam] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 juli 2014;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 22 juni 2011 heeft [eiseres] [gedaagde] telefonisch benaderd voor het plaatsen van advertenties voor [gedaagde] in een puzzel- en kleurboek dat zij uitgeeft voor Medische Kinderdagverblijven.

2.2.

Van dat telefonische contact is een geluidsopname gemaakt.

2.3.

Op 11 december 2013 heeft [eiseres] een factuur gestuurd aan [gedaagde] van € 356,95. [gedaagde] heeft het bedrag niet betaald.

2.4.

Op 24 februari 2014 heeft [eiseres] per e-mail het volgende bericht, voor zover hier van belang, aan [gedaagde] gestuurd:

Het is bijna zo ver! Nog even en het KINDERPUZZEL- EN KLEURBOEK Paaseditie 2014 I voor Medische Kinderdagverblijven wordt gedrukt. Zoals afgesproken met onze vertegenwoordiger ontvangt u hierbij een drukproef.

Wilt u deze op eventuele fouten controleren? Let op! Met het reageren op deze drukproef, gaat u géén nieuwe overeenkomst aan. Wij geven u de gelegenheid uw wijzigingen en/of aanpassingen voor 12-3-2014 aan ons door te geven o.v.v. relatie (…)

2.5.

Op 7 maart 2014 heeft [eiseres] per e-mail het volgende bericht, voor zover hier van belang, aan [gedaagde] gestuurd:

Op uw verzoek heb ik uw doorlopende deelname in de maart en december editie stopgezet. De einddatum van deze overeenkomst is 31 december 2014. Na deze datum staan er geen deelnamen meer voor u gepland.

2.6.

Op 26 maart 2014 heeft [eiseres] [gedaagde] wederom een factuur gestuurd van € 356,95. [gedaagde] heeft ook dit bedrag niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 838,19, vermeerderd met de wettelijke rente over € 713,90 vanaf 4 juli 2014 en de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen op

22 juni 2011 een doorlopende overeenkomst hebben gesloten waarbij [gedaagde] opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van een advertentie in de edities van maart en december van het puzzel- en kleurboek. [eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot daarvoor verschuldigde bijdragen welke op op 11 december 2013 en 26 maart 2014 in rekening zijn gebracht, vermeerderd met rente en incassokosten.

4.2.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij stelt dat hij voor de plaatsingen in december 2013 en maart 2014 geen opdracht heeft gegeven. Hij heeft met [eiseres] afgesproken dat zij telefonisch contact met hem moet opnemen indien zij een advertentie voor hem wenst te plaatsen. Hij wijst voorts op de inhoud van de berichten van [eiseres] van 24 februari 2014 en 7 maart 2014.

4.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de stellingen van [eiseres] ligt besloten dat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt over het doorlopend plaatsen van advertenties voor [gedaagde] in de edities van maart en december van het door haar uitgegeven puzzel- en kleurboek. Dit wordt door [gedaagde] bestreden. [eiseres] heeft ter staving van haar stellingen de geluidsopname van het gesprek op 22 juni 2011 in het geding gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat de daarin door [gedaagde] afgelegde verklaring geen aanvaarding inhoudt van het door [eiseres] gestelde gedane aanbod. Daartoe acht hij het navolgende redengevend.

4.4.

Het gesprek kan als volgt worden samengevat. De medewerkster van [eiseres] opent het gesprek met een aanbod om ieder kwartaal een advertentie van [gedaagde] te plaatsen in het puzzel- en kleurboek en zegt dat wanneer [gedaagde] daar geen bezwaren tegen heeft, zij die gegevens met [gedaagde] wil doornemen. [gedaagde] deelt mee daar geen behoefte aan te hebben. De medewerkster reageert door te vragen of ze de plaatsingen dan per het volgende jaar zal laten ingaan. Vervolgens geeft [gedaagde] aan dat hij altijd één of twee keer per jaar meedeed, dat hij altijd van tevoren werd gebeld om te kijken of hij mee wilde doen en dat hij het volgende jaar één keer mee wil doen. De medewerkster biedt aan datzelfde jaar een gratis plaatsing voor [gedaagde] te verzorgen en het jaar daarna ééns per kwartaal een advertentie te plaatsen. [gedaagde] deelt daarop mee dat hij dit erg veel vindt. De medewerkster zegt toe het twee keer per jaar te doen, in de paas- en kersteditie. Vervolgens wordt over een staatslot voor [gedaagde] gesproken, snel de prijs van een advertentie doorgenomen en tot het vastleggen van de overeenkomst overgegaan. Daarbij noemt de medewerkster dat [gedaagde] toestemming geeft voor plaatsingen in de edities van maart 2012 en december 2012 en dat de overeenkomst kan worden opgezegd. [gedaagde] vraagt nadien of hij het jaar erop weer wordt gebeld. De medewerkster geeft aan dat de overeenkomst dient te worden opgezegd. [gedaagde] zegt vervolgens dat hij niet weet waar hij aan toe zal zijn, omdat hij in een scheiding zit. De medewerker eindigt het gesprek door te zeggen dat het allemaal wel goedkomt.

4.5.

De kantonrechter overweegt dat de medewerkster van [eiseres] in het gesprek snel praat, dat de verschillende aanbiedingen elkaar in hoog tempo opvolgen en dat zij onvoldoende aandacht besteedt aan de terughoudendheid en vragen van [gedaagde] . Uit het gesprek en de afronding ervan komt naar voren dat [gedaagde] niet weet waar hij zich op inlaat en dat [eiseres] onvoldoende duidelijk is doordat zij bij het vastleggen van de afspraken specifiek spreekt over plaatsingen in de edities van maart 2012 en december 2012. Uit de vragen van [gedaagde] blijkt ook dat hij haar aanbod niet heeft begrepen. [eiseres] heeft vervolgens nagelaten [gedaagde] een behoorlijke nadere toelichting te verschaffen. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat [gedaagde] akkoord is gegaan met een doorlopende overeenkomst of dat [eiseres] daarop mocht vertrouwen. [eiseres] heeft bovendien geen andere feiten en omstandigheden gesteld waaruit een doorlopende overeenkomst zou kunnen worden afgeleid. Zo is onduidelijk of er in maart 2013 een factuur aan [gedaagde] is gestuurd en zo ja, of [gedaagde] die ook heeft betaald. [eiseres] heeft wel aan [gedaagde] gerichte correspondentie overgelegd, maar zonder nadere toelichting - die ontbreekt - ontgaat de kantonrechter de strekking hiervan. Uit de tekst bij de drukproef, ervan uitgaande dat die ook voor een plaatsing in maart 2013 zou zijn verstuurd en dat [gedaagde] daartegen niet zou hebben geageerd, kan ook niet worden opgemaakt dat er sprake zou zijn van een doorlopende overeenkomst.

4.6.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat op 22 juni 2011 een overeenkomst tot stand is gekomen tot het doorlopend plaatsen van advertenties in de maart en december edities van het puzzel- en kleurboek. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.7.

[eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Nu aan de zijde van [gedaagde] niet is gebleken van kosten in de zin van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden die kosten op nihil begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, welke aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.P. de Ridder, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.