Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:5518

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
3482674 MV EXPL 14-222
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding huurovereenkomst Spyker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civiel recht

kantonrechter

zitting houdend te Almere

Zaak- en rolnummer: 3482674 MV EXPL 14-222

Datum vonnis: 5 november 2014

Vonnis in kort geding in de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde mr. P. Jonkers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPYKER AUTOMOBIELEN B.V.,
gevestigd te Zeewolde,
gedaagde,
vertegenwoordigd door de heer V.R. Muller.

Partijen zullen hierna [eiser] en Spyker genoemd worden.

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot met producties van 20 oktober 2014 houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad.

1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2014 te Lelystad.

Verschenen zijn:

- [eiser], bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. Jonkers.

- Spyker, vertegenwoordigd door V.R. Muller en haar financieel directeur [A].

2 De feiten

2.1.

Tussen [eiser] en Spyker bestaat sinds 6 februari 2003 een huurovereenkomst met betrekking tot kantoorruimte, kantine en bedrijfsruimte van in totaal circa 2.190m2, gelegen aan de Edisonweg 2 (3899 AZ) te Zeewolde, hierna: het gehuurde. De huurprijs bedraagt € 53.001,27 inclusief btw per kwartaal.

2.2.

Spyker is sinds het eerste kwartaal van 2014 in gebreke met de betaling van de huur, waardoor een huurachterstand is ontstaan.

2.3.

[eiser] heeft de bij aanvang van de huurovereenkomst door Spyker gestelde bankgarantie van € 87.750,- aangesproken.

2.4.

Er is geen nieuwe bankgarantie gesteld door Spyker.

2.5.

De huurachterstand bedraagt thans € 124.255,08.

3 Het geschil

3.1.

De vordering van [eiser] strekt tot ontruiming van het door Spyker gehuurde en tot betaling van € 152.020,41 aan huurachterstand (inclusief contractuele boete en boeterente), te vermeerderen met 2% boeterente per maand vanaf 1 november 2014 tot de dag van betaling en te vermeerderen met de toepasselijke contractuele boete van € 226,89 per dag vanaf 7 oktober 2014 tot de dag dat Spyker een nieuwe bankgarantie heeft gesteld, met veroordeling van Spyker in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Aan zijn vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat sprake is van een huurovereenkomst en dat Spyker in gebreke is gebleven met de tijdige en volledige betaling van de huur. Gezien de lange termijn waarin Spyker in verzuim verkeert met het betalen van de huur en Spyker er geen blijk van geeft dat zij op korte termijn wel haar verplichtingen kan nakomen, heeft [eiser] het vertrouwen Spyker verloren en heeft hij, vooruitlopend op een in te stellen ontbindingsvordering, belang bij ontruiming van het gehuurde.

De aangesproken bankgarantie van € 87.750,- is in mindering gebracht op de openstaande huurschuld, die thans € 124.255,08 bedraagt. Ondanks sommaties daartoe is Spyker nog niet overgegaan tot het stellen van een nieuwe bankgarantie van 6 maanden. Om die reden is Spyker ook de contractuele boete van € 226,89 per dag verschuldigd.

3.3.

Spyker heeft zich ter zitting – op alle onderdelen – gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

4 De beoordeling

4.1.

In voldoende mate is gebleken van een spoedeisend belang van [eiser] bij het door hem gevorderde.

4.2.

In deze kort geding procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of het door [eiser] gevorderde in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop door toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is.

4.3.

Uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst vloeien over en weer verplichtingen voort, waaronder de verplichting voor Spyker tot tijdige en volledige betaling van de huur. Vaststaat dat Spyker daarmee in gebreke is gebleven en dat sprake is van een huurachterstand met een omvang als onder 2.5. is vermeld. De vordering tot betaling van dat bedrag van € 124.255,08 kan daarom worden toegewezen.

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op de omvang van de huurachterstand, die neerkomt op een achterstand van ruim 7 maanden, sprake van een dermate ernstig tekortschieten van Spyker in haar (betalings)verplichtingen, dat aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat niet van [eiser] kan worden gevergd de huurovereenkomst met Spyker voort te zetten. Gelet ook op het door [eiser] gestelde belang om zelf weer te beschikken over het gehuurde, teneinde te kunnen verhuren aan nieuwe (wel betalende) huurders, terwijl van de zijde van Spyker niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waarmee rekening dient te worden gehouden, dient de belangenafweging in het voordeel van [eiser] uit te vallen.

De kantonrechter acht de onderhavige vordering tot ontruiming van het gehuurde derhalve toewijsbaar.

4.5.

De door [eiser] gevorderde machtiging om de ontruiming zonodig met behulp van de sterke arm uit te voeren, zal worden afgewezen, omdat de bevoegdheid tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming reeds voortvloeit uit de artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4.6.

De door [eiser] gevorderde contractuele boeterente van € 12.790,59 in verband met het niet tijdig betalen van de huur is ook toewijsbaar alsmede de gevorderde contractuele boete vanaf 1 november 2014 tot de dag van algehele betaling, met dien verstande dat die boeterente alleen is verschuldigd over het bedrag aan achterstallige huurtermijnen. Ook is toewijsbaar de gevorderde contractuele boete van € 14.974,74 (over de periode van 1 augustus 2014 tot 6 oktober 2014) in verband met het niet opnieuw stellen van de bankgarantie en de verdere contractuele boete van € 226,89 per dag vanaf 7 oktober 2014 tot de dag dat Spyker een nieuwe bankgarantie heeft gesteld. Die verplichting eindigt echter op de dag de huurovereenkomst eindigt, zodat de boete verschuldigd zal zijn tot ten laatste de dag waarop de huurovereenkomst eindigt.

4.7.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Spyker in de proceskosten worden veroordeeld. De nakosten, waarvan [eiser] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De door [eiser] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zullen als volgt worden toegewezen.

5 De beslissing

- veroordeelt Spyker om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de Edisonweg 2 (3899 AZ) te Zeewolde leeg en ontruimd op te leveren aan [eiser], onder afgifte van alle sleutels;

- veroordeelt Spyker tot betaling aan [eiser] van € 152.020,41 aan huurachterstand, inclusief contractuele boete en boeterente, te vermeerderen met 2% boeterente per maand over de achterstallige huurtermijnen vanaf 1 november 2014 tot de dag van algehele betaling en met de contractuele boete van € 226,89 per dag vanaf 7 oktober 2014 tot de dag dat Spyker een nieuwe bankgarantie heeft gesteld, ten laatste tot de dag waarop de huurovereenkomst eindigt;

- veroordeelt Spyker in de kosten van geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

€ 100,80 voor explootkosten

€ 462,- voor griffierecht

€ 400,- voor salaris gemachtigde,

te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt Spyker, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.E. Mulder en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 5 november 2014.