Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:5365

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-10-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
16-66156514
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling medeplegen woningonbraak, alle verdachten zwijgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16//661565-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 oktober 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1993] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 september 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 6 juni 2014 samen met anderen in een woning heeft ingebroken.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte betrokken was bij het ten laste gelegde feit.

Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het eind proces-verbaal nummer PL0900-2014146385. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Getuige [getuige 1] zag dat op 6 juni 2014 omstreeks 18.20 uur drie mannen de achtertuin van de woning aan de [adres] te [plaats] inliepen. De drie mannen stonden bij het keukenraam en twee mannen gingen via het raam de woning binnen. Een van hen bleef in de achtertuin staan. Getuige belde de politie en zag even later een politieauto voor de woning aan de [adres] stoppen. De man die buiten stond schreeuwde door het keukenraam naar binnen en de twee mannen die binnen waren verlieten de woning door het keukenraam. De drie mannen klommen de schutting op en stonden vervolgens in de tuin van de [adres]. Vervolgens zag hij de mannen in de tuin van nummer 3, waar zij wederom over de schutting klommen.

De man die buiten bleef staan was ongeveer 18 jaar oud, licht getint, had zwart kort haar en droeg en wit t-shirt en lichtere spijkerbroek. Een van de mannen die de woning inging was ongeveer 24 jaar, licht getint, zwart haar, een ringbaardje, had een stevig postuur en was donker gekleed. De derde man was donker gekleed.1

Getuige [getuige 2] zag op 6 juni 2014 twee personen door de achtertuin van zijn woning aan de [adres] te [plaats] rennen. Via een verhoging klommen twee van hen op zijn tuinhuis en renden in de richting van de woning aan de [adres]. Kort daarna rende een derde persoon door zijn tuin en klom eveneens op zijn tuinhuis.

In zijn achtertuin zag hij vervolgens twee schroevendraaiers en een breekijzer liggen. Deze gereedschappen lagen er 10 minuten voordat de personen door zijn tuin renden, niet.2

Op 6 juni 2014 omstreeks 18.30 uur kwamen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ter plaatse na een melding van een inbraak aan de [adres] te [plaats]. Op aanwijzing van de bewoner van de [adres] rende verbalisant [verbalisant 1] richting de [adres]. De bewoner van nummer 26 gaf aan dat ze alle drie de tuin van nummer 28 in gerend waren. Verbalisant ging naar de achtertuin van nummer 28 en zag daar een houten vlonder. Hij zag drie mannen de sloot inspringen. De mannen waren licht getint en tussen de 18 en 26 jaar. Twee van hen droegen donkere kleding en één van hen droeg een wit t-shirt. Even later zag verbalisant dat de mannen de sloot uitklommen en tussen de coniferen renden. Op de vlonder trof verbalisant een zwarte handschoen aan. De bewoner van nummer 28 gaf aan dat deze eerder niet op de vlonder lag. Achter de woning lagen diverse weilanden en sloten.

Omstreeks 19.50 uur kwam de melding dat een buurtbewoner in een van de weilanden een hoofd boven de buxusboompjes had gezien. Verbalisant ging ter plaatse en zag dat twee mannen tussen de boompjes vandaan kwamen. Eén van hen was in het zwart gekleed, de ander droeg een wit t-shirt. De kleding van beide mannen was nat en er zat modder op hun lichaam en gezicht. Tussen de boompjes lag een derde man, deze was in het zwart gekleed.3

Na de melding dat verdachten mogelijk tussen de buxusboompjes zouden liggen kwam verbalisant [verbalisant 3] ter plaatse. Tussen de boompjes zag hij twee Marokkaanse mannen liggen. Eén van hen droeg donkere kleding, de ander een wit t-shirt. De kleding en de gezichten van beide mannen waren besmeurd met modder en de kleding was vochtig. Even later werd tussen de boompjes een derde persoon ontdekt. Deze droeg donkere kleding, welke vochtig was en met modder besmeurd.

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 4] zagen dat op 6 juni 2014 omstreeks 19.45 uur collega’s, midden in een veld op een perceel op [adres], een drietal verdachten werden aangehouden: [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte].4

In de tuin van [adres] werden een breekijzer en twee schroevendraaiers aangetroffen.5 Uit onderzoek volgt dat een van de afdruksporen aangetroffen in de sluitnaad van het uitzetraam van de woning [adres], mogelijk afkomstig kan zijn van het aangetroffen breekijzer.6

Op 6 juni 2014 zag [benadeelde] dat er was ingebroken in zijn woning aan de [adres] te [plaats]. Het raam aan de achterzijde van de woning was opengebroken. De gehele woning was doorzocht. Weggenomen waren: vier horloges, waaronder een horloge van het merk Maurice Lacroix, een horloge van het merk Tusal met inscriptie “voor je doctoraal bul” en een nep Rolex. Tevens waren weggenomen: vier manchetknopen, alle met de initialen “[naam]”7 en een Swarovski armband, eigendom van de vriendin van [benadeelde].8

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 4] kwamen na de melding van een inbraak van de woning aan de [adres] te [plaats] ter plaatse. In de weilanden gelegen achter het perceel werden, op aanwijzing van een speurhond, tussen de coniferen een drietal horloges en twee paar handschoenen aangetroffen. Verbalisanten zagen dat de horloges en handschoenen nat waren.9 Bij de horloges en handschoenen werd ook een armbandje aangetroffen. Het armbandje was over de gehele lengte gezet met kristallen.10

Het betroffen 2 goudkleurige horloges (nep Rolex en een Tusal met inscriptie “voor je doctoraal bul”), een zilverkleurig horloge (Union met gevlochten nylon band) en een zilverkleurige armband (Swarovski).11

[benadeelde] herkende de drie aangetroffen horloges en het armbandje als zijnde zijn eigendom, dan wel het eigendom van zijn vriendin.12

Bewijs overwegingen

Verdachte en zijn medeverdachten hebben op geen enkel moment een verklaring afgelegd over het hen ten laste gelegde feit en de omstandigheden waaronder zij zijn aangetroffen, terwijl dit laatste wel vraagt om een uitleg. Het dossier bevat geen aanknopingspunten waaruit afgeleid zou kunnen worden dat anderen dan verdachte en zijn medeverdachten betrokken zouden kunnen zijn bij het ten laste gelegde feit.

De rechtbank acht op grond van voornoemde feiten en omstandigheden het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 06 juni 2014 te [plaats], gemeente [plaats], tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres], heeft weggenomen 4 horloges (onder andere Maurice Lacroix en Tusal) en 4 manchetknopen en een armband (Swarovski), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf van 7 maanden, met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit.

Subsidiair heeft de verdediging bepleit rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de eis van de officier van justitie te matigen en aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, dan wel een werkstraf op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft samen met anderen ingebroken in een woning en heeft uit die woning goederen weggenomen. Aan het plegen van woninginbraken tilt de rechtbank zwaar. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht en bezittingen heeft meegenomen.

Verdachte heeft daarbij kennelijk alleen aan zijn eigen belang gedacht en heeft geen enkel respect gehad voor de eigendommen van de benadeelden.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij reeds meerdere malen voor soortgelijke feiten als het onderhavige is veroordeeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij studeert en daarnaast stage loopt en heeft daarvan ter terechtzitting stukken overgelegd.

Een woninginbraak rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank acht het, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, in het belang van verdachte en de maatschappij niet wenselijk dat verdachte opnieuw gedetineerd komt te zitten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, dat kan worden volstaan met een lagere straf dan die door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank zal verdachte derhalve een gevangenisstraf van 120 dagen opleggen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 54 dagen voorwaardelijk. De voorwaardelijke straf dient voor verdachte als stok achter de deur teneinde hem in de toekomst er van te weerhouden zich opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte een werkstraf van 60 uur opleggen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 6.274,00.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, met uitzondering van het deel dat ziet op herstel van de schade, met daarbij de wettelijke rente en toepassing van de maatregel tot schadevergoeding.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd en te ingewikkeld is en derhalve niet toegewezen kan worden. Niet duidelijk is, nu de benadeelde partij een verzekeringsmaatschappij heeft gemachtigd, of de schade (deels) is vergoed. Tevens is niet duidelijk om welke horloges het gaat en wat de exacte braakschade was.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het onduidelijk is om welke horloges het gaat, nu de als gestolen opgegeven horloges, de teruggegeven horloges en de in de vordering genoemde horloges, niet overeenkomen. Daarnaast acht de rechtbank de overige kosten genoemd in de vordering onvoldoende onderbouwd.

De benadeelde partij zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, omdat de behandeling in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 Het beslag

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de teruggave van de onder verdachte in beslaggenomen schoenen gevraagd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de onder verdachte in beslaggenomen schoenen terug te geven aan verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave gelasten van een paar zwarte schoenen aan verdachte, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot:

- een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 54 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- een werkstraf van 60 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 paar schoenen, merk Royaums, kleur zwart.

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

-verwijst de benadeelde partij in de tot op heden door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakte kosten, vastgesteld op nihil.

Voorlopige hechtenis

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mr. G.V.M. Veldhoen en mr. A.M. Verhoef, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 oktober 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 06 juni 2014 te [plaats], gemeente [plaats],, althans

in het arrondissement Midden-Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen 4, althans een of meer horloges

(onder andere Maurice lacroix en/of Tusal) en/of 4, althans een of meer manchetknopen en/of een armband (Swarovski), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], pagina 84 en 85.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pagina 93 en 94.

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 35 tot en met 37.

4 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 44; loop proces-verbaal, pagina 8.

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 39.

6 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek, pagina 77 en 78.

7 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde], met bijlage, pagina 95 98.

8 Proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde], pagina 101.

9 proces-verbaal van bevindingen, pagina 43 en 44.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 50.

11 Kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door [verbalisant 4] d.d. 6 juni 2014; loop proces-verbaal. pagina 9.

12 Bewijs van ontvangst d.d. 8 juni 2014, pagina 125.