Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4888

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2014
Datum publicatie
14-10-2014
Zaaknummer
C/16/376745 / HA RK 14-211
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Wrakingskamer

Zittingslocatie Lelystad

zaaknummer / rekestnummer: C/16/376745 / HA RK 14-211

Beslissing van 10 oktober 2014 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken,

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

verzoeker.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit

  • -

    het verzoek tot wraking van 9 september 2014

  • -

    het verweerschrift van 17 september 2014

  • -

    de fax van 15 september 2014 van de gemeente Nieuwegein afdeling Grondbedrijf en vastgoedzaken, tegenpartij in de hoofdzaak

  • -

    de fax van 16 september 2014 van mr. S.I. Elsinga, de advocaat van de tegenpartij in de hoofdzaak

  • -

    de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen verzoeker, mr. Wachter en de heer [A] van Gemeente Nieuwegein, afdeling Grondbedrijf en Vastgoedzaken (hierna: de gemeente).

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. Wachter als voorzieningenrechter in het kort geding met zaaknummer 375129 / HA ZA 14-598 tussen de gemeente en verzoeker.

2.2.

Verzoeker heeft aangevoerd dat hij mr. Wachter heeft gewraakt omdat deze zich naar de mening van verzoeker tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding niet onafhankelijk en onpartijdig heeft opgesteld. Verzoeker grondt zijn standpunt op het gedrag van mr. Wachter tijdens de zitting, waaruit verzoeker afleidt dat tussen mr. Wachter en de advocaat van de tegenpartij, mevrouw mr. S.I. Elsinga (hierna mr. Elsinga) een meer dan professionele relatie bestaat. Verder stelt verzoeker dat mr. Wachter hem niet serieus nam en de zaak onvoldoende in de vingers had, en ten slotte dat mr. Wachter geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Als gevolg van deze omstandigheden stelt verzoeker dat zijn rechtvaardigheidsgevoel is geknakt.

2.3.

Mr. Wachter heeft de wrakingskamer bericht dat hij niet in de wraking berust. Mr. Wachter heeft betwist zich te hebben gedragen en uitspraken richting mr. Elsinga te hebben gedaan zoals in het wrakingsverzoek omschreven. Voorts stelt mr. Wachter dat omdat verzoeker in persoon heeft geprocedeerd, hij verzoeker meerdere keren heeft moeten wijzen op de regels van het procesreglement voor kort gedingen, waaronder de wijze van indienen van stukken alsook de spreektijd van partijen. Als gevolg van het procederen in persoon, zo stelt mr. Wachter, diende hij uitdrukkelijk te zorgen voor een ordentelijk verloop van de zitting. Ten slotte betwist mr. Wachter dat hij vooringenomen is ten aanzien van het geschil tussen verzoeker en de gemeente en stelt hij dat verzoeker ook geen inhoudelijke argumenten heeft aangevoerd waaruit dit zou blijken.

2.4.

In haar fax als hierboven vermeld heeft mr. Elsinga bericht zich niet te herkennen in de stellingen van verzoeker. Volgens mr. Elsinga heeft mr. Wachter zich uitsluitend bezig gehouden met de behandeling van de (inhoud van) de zaak. Mr. Elsinga bevestigt dat mr. Wachter verzoeker heeft moeten wijzen op de regels van het procesreglement ter zake het indienen van stukken en de spreektijd van partijen ter zitting, alsook dat mr. Wachter verzoeker heeft gewezen op de mogelijkheid tot het voeren van een bodemprocedure. De door verzoeker gestelde niet-professionele relatie tussen mr. Wachter en mr. Elsinga, alsook de door verzoeker gestelde gedragingen van mr. Wachter waaruit die niet-professionele relatie zou blijken, zijn door mr. Elsinga uitdrukkelijk betwist.

2.5.

De gemeente heeft in haar fax als hierboven vermeld verklaard dat mr. Wachter verzoeker ter zitting veel ruimte heeft gegeven om zijn standpunt toe te lichten, waarbij verzoeker door mr. Wachter meerdere keren op de spelregels ter zitting is gewezen. Daarnaast heeft mr. Wachter verzoeker toegestaan enkele stukken in het geding te brengen en toe te lichten, terwijl dit formeel al te laat was, gelet op het procesreglement. Volgens de gemeente heeft mr. Wachter wel degelijk hoor en wederhoor toegepast. De opmerkingen van verzoeker over het gedrag van mr. Wachter jegens mr. Elsinga ter zitting waaruit een meer dan professionele relatie zou blijken zijn volgens de gemeente bezijden de waarheid.

3 De beoordeling

3.1.

Voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek is de toepasselijke norm gegeven in artikel 36 Rv. Daarin is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Voor de beoordeling van het wrakingsverzoek wordt de toepasselijke norm voorts gegeven door artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien objectief bepaalde feiten of omstandigheden grond vormen te vrezen dat het de rechter in de gegeven omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

3.2.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv en artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

3.3.

De wrakingskamer is van oordeel dat van uitzonderlijke omstandigheden als hiervoor bedoeld niet is gebleken. De verwijten die verzoeker aan mr. Wachter heeft gemaakt zijn door mr. Wachter gemotiveerd weersproken. Zijn weerspreking van de verwijten wordt verder gesteund door de verklaringen die door mr. Elsinga en de gemeente zijn ingezonden. Daartegenover is verzoeker er niet in geslaagd om (in voldoende mate) aannemelijk te maken dat zijn verwijten niettemin wel terecht zijn. Met betrekking tot het verwijt dat mr. Wachter geen hoor- en wederhoor zou hebben toegepast overweegt de wrakingskamer nog dat uit het enkele feit dat een rechter een partij niet (nogmaals) over een bepaald standpunt aan het woord laat, nog niet kan worden afgeleid dat de rechter deze partij niet heeft gehoord, noch dat hij diens argumenten ter onderbouwing van het betreffende standpunt niet bij zijn beslissing zal betrekken. De wrakingskamer merkt op dat het de taak van een rechter is om zorg te dragen voor een ordentelijk verloop van een terechtzitting en dat hij de bevoegdheid heeft om in te grijpen in het debat tussen partijen indien hij dat in verband met een goed verloop van de behandeling nodig acht. Dat mr. Wachter heeft ingegrepen op een wijze die er blijk van geeft dat het hem ontbreekt aan onpartijdigheid is de wrakingskamer niet gebleken. Integendeel, uit de stellingen van partijen komt naar voren dat mr. Wachter op de zitting nog een stuk van verzoeker heeft toegelaten dat formeel gesproken te laat was ingediend.

Gelet op het voorgaande komt de wrakingskamer tot de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren van vooringenomenheid van mr. Wachter. Het wrakingsverzoek wordt derhalve afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst het verzoek tot wraking af,

4.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker en aan mr. Wachter, alsmede aan de voorzitter van de afdeling civiel recht en de president van deze rechtbank,

4.3.

draagt de griffier van de wrakingskamer voorts op deze beslissing te zenden aan de belanghebbende mr. S.I. Elsinga en de Gemeente Nieuwegein, afdeling Grondbedrijf en Vastgoedzaken,

4.4.

bepaalt dat de hoofdzaak dient te worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. O.E. Mulder, voorzitter, en mr. M.C.P. de Ridder en mr. J.M. van Jaarsveld als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. I.S.J. Goeman-Bruijn, griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.