Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4662

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-10-2014
Datum publicatie
03-10-2014
Zaaknummer
16-661569-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 6 juni 2014 in Amersfoort schuldig gemaakt aan het hebben van seksuele gemeenschap met aangeefster, terwijl zij buiten bewustzijn was als gevolg van een toediening van GHB door verdachte. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en een verbod om contact met aangeefster op te nemen passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16-661569-14 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 oktober 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in PI Nieuwegein - HvB locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 en 18 september 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. R.D.A. van Boom, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 6 juni tot en met 7 juni 2014 te Amersfoort [slachtoffer] heeft gedrogeerd met GHB en vervolgens seks met haar heeft gehad, hetgeen ten laste wordt gelegd als:

verkrachting van [slachtoffer]

en/of

handelingen plegen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van [slachtoffer] terwijl hij wist dat zij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen1

[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) heeft op 7 juni 2014 omstreeks 15.00 uur verklaard dat zij op 6 juni 2014 omstreeks 20.00 uur naar het bedrijf van [naam] is gegaan. Zij zou ergens iets met hem gaan eten. [naam] zei dat hij een leuke plek wist waar ze konden gaan eten. Ze hoorde ineens van hem dat ze niet meer uit eten gingen.2 Op 6 juni 2014 omstreeks 21.30 uur is [slachtoffer] gaan koken in de woning van [naam]. Hij vroeg haar of ze iets wilde drinken. Hij schonk een cola light in voor haar. Ze nam een slok van de cola en vond het raar smaken. Ze heeft het glas leeg gedronken. Ze wilde met haar tweede glas beginnen. Ze voelde zich hierop gelijk niet goed. Ze kon niet verder met koken. [slachtoffer] werd door [naam] naar boven gebracht naar een bed. Ze wilde dit niet. Dit heeft ze ook tegen hem gezegd. Ze weet niet meer wat er daarna is gebeurd.

[slachtoffer] werd wakker in het ziekenhuis. [slachtoffer] hoorde dat de verplegers een urineonderzoek bij haar gingen doen. Ze heeft van de verplegers gehoord dat een grote hoeveelheid GHB in haar urine was aangetroffen. Ze gebruikt nooit drugs.3

Op 7 juni 2014 omstreeks 17.19 uur heeft [slachtoffer] verklaard dat zij hem heeft gevraagd of er niet méér in haar drinken zat. Ze voelde zich niet lekker en begon zwart te zien. Ze voelde zich niet goed. Ze ging in de keuken op de grond zitten. Ze kon niet overeind komen. Ze wist niet wat haar overkwam. Toen heeft hij haar de trap opgetild. [slachtoffer] dacht: “wat gebeurt er nou, wat doe je, laat me rustig, ik kom zo wel weer bij”. Hij bracht haar naar boven en heeft haar op bed gelegd. Ze probeerde er snel van af te komen. Ze werd raar en naar en kon niet reageren. Haar lichaam deed raar.

In het ziekenhuis zouden ze onderzoek naar haar bloed en urine doen. Die vriend kwam nog langs in het ziekenhuis en hij kwam aan haar bed zitten. Hij moest om 12.00 uur zijn winkel openen dus [slachtoffer] zei dat hij wel kon gaan. Daarna zei men dat er een hoge dosis GHB bij haar was aangetroffen. Ze wist dat nog niet toen hij er bij was in de ochtend. De psychiater zei dat GHB ook wel voor seks gebruikt wordt, dat het als vloeibaar middel in een drankje gedaan werd. Toen schrok [slachtoffer].

Ze kent hem als [naam] en hij woont in Amersfoort.4 [slachtoffer] heeft gezien dat hij de eerste cola light inschonk. Ze was rond 01.00 uur in het ziekenhuis.5

Op 9 juni 2014 omstreeks 10.30 uur heeft [slachtoffer] aangifte gedaan dat er GHB in haar drankje is gestopt. Ze is tijdens het koken buiten westen geraakt en weet dat ze om zich heen heeft geslagen. Dat hij de trap op liep met haar en dat ze zei: “Blijf van me af ik wil alleen maar rustig zitten”. Ze voelde zich heel raar en naar. Ze wilde rustig worden. Ze wilde helemaal niet dat hij haar boven op bed zou leggen. Ze is bang dat hij dingen op seksueel gebied gedaan heeft met haar. Ze weet dat niet door de GHB.

[slachtoffer] doet aangifte tegen [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) maar op Facebook heet hij [naam] (de rechtbank begrijpt: [naam]).6

In de auto naar de woning van [verdachte] kwam hij nerveus over. Ze vroeg hem waar ze heen zouden gaan en waar hij gereserveerd had. Hij zei toen een beetje zenuwachting “nou ja ik ga voor je koken in mijn nieuwe huis”.7

Hij heeft cola light bij een tafeltje ingeschonken. [slachtoffer] kon dat niet goed zien. Het duurde even voor hij het kwam brengen. [slachtoffer] kon niet zien wat hij verder deed maar ze hoorde dat hij bezig was met glazen. Na het drinken van de cola light begon ze ineens heel erg te praten en wist ze dat het niet goed ging. Ze snapte er helemaal niets van en probeerde rustig te blijven. Ze zei tegen [verdachte] dat ze zich echt niet goed voelde. Hij kwam meteen aan met een rollende bureaustoel. Hij zat erop en wilde dat ze op zijn schoot kwam zitten. Ze wilde dat helemaal niet. Hij trok haar op zijn schoot maar ze wilde dat helemaal niet. Hij zoende haar op haar mond. Hij draaide haar hoofd naar zich toe. Ze is toen weer opgestaan. Vervolgens is ze op de grond gaan zitten. Ze merkte dat ze zich niet meer kon bewegen en dat ze niet kon opstaan. Ze kon ook niet meer terug reageren. [verdachte] zei “je moet even gaan liggen”. [slachtoffer] wilde dat niet.8 Ze heeft dat ook gezegd. Vervolgens greep hij haar vast en wilde hij haar de trap op tillen. Ze wilde dat niet maar voelde zich net een marionettenpop. Ze sloeg om zich heen en sloeg hem. [verdachte] tilde haar naar de eerste verdieping en legde haar op het bed. Ze wilde dat niet en is op de grond gaan zitten. [verdachte] wilde dat ze op het bed ging liggen maar ze wilde dat niet. [verdachte] kreeg haar op het bed. Ze lag toen dwars over het bed heen. Het lukte haar om naar beneden te glijden en op de grond terecht te komen. Ze bleef maar zeggen dat hij haar met rust moest laten. Dat ze zelf wilde zitten om rustig te worden. Ze bleef zich verzetten tegen [verdachte] die haar op het bed wilde leggen. Ze lag tegen de muur en zag [verdachte] de kamer in komen lopen en dat hij geen shirt aan had. Ze zakte telkens weg en alles was zwart. Ze kon niet meer normaal reageren. Ze weet niet wat er daarna gebeurd is.9

In het ziekenhuis wilden ze bloed en urine afnemen om te zien of daar wat in te vinden was dat haar gedrag kon verklaren en omdat ze ook zo diep buiten bewustzijn geweest was.

[verdachte] is ’s nachts in het ziekenhuis geweest en de volgende ochtend, voordat ze haar verteld hadden wat er in haar bloed en urine te zien was. Nadat hij was weggegaan kwam een arts naar haar toe die vertelde dat een ernstige dosis GHB in haar bloed was gevonden. De arts vertelde dat ze een hele hoge dosis hadden gevonden. Later kreeg [slachtoffer] een gesprek met de psychiater. Zij vertelde dat GHB ook gebruikt wordt voor seksmisdrijven.10 [slachtoffer] heeft pijn in haar onderbuik, een nare druk. Het voelt beurs bij haar vagina.11

Ze hadden niet afgesproken om GHB te gebruiken.12

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] in de periode van 6 juni 2014 tot en met 7 juni 2014 in zijn woning in Amersfoort is geweest. Hij heeft haar cola light gegeven. [slachtoffer] werd niet goed.13 Verdachte gebruikt de naam [naam] voor Facebook.14

Op 7 juni 2014 presenteerde [slachtoffer] zich op de spoedeisende hulp van het Meander Medisch Centrum te Amersfoort.15 Uit aanvullend onderzoek tox.screen bleek dat in de aangeboden urine- en serummonsters GHB aantoonbaar was.16 Er was sprake van GHB-intoxicatie.17 In de urine is 668 mg/l GHB aangetoond.18

Op 7 juni 2014 omstreeks 20.00 uur is de slip van [slachtoffer] veiliggesteld en werd haar lichaam vaginaal bemonsterd.19

Onderzoekset zedendelicten ZAAC3060NL van aangeefster [slachtoffer].

Van het Y-chromosomaal DNA in de bemonstering ZAAC3060NL#06 met opschrift ‘diep vaginaal (nat)’ en de bemonstering ZAAC3060NL#08 met opschrift ‘diep vaginaal (droog)’ zijn onvolledige Y-chromosomale DNA-profielen verkregen. Deze Y-chromosomale DNA-profielen matchen met elkaar en met het Y-chromosomaal DNA-profiel van [verdachte] RHN585. Dit betekent dat het mannelijk celmateriaal in de bemonsteringen ZAAC3060NL#06 en #08 afkomstig kan zijn van [verdachte], of van een in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante man. Dit y-chromosomale DNA-profiel is wereldwijd zeldzaam. Het kan regionaal vaker voorkomen.

Hypothese 1: het mannelijke celmateriaal in bemonstering is afkomstig van [verdachte]

Hypothese 2: het mannelijke celmateriaal in bemonstering is afkomstig van een onbekend, niet in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante man.

De resultaten van het vergelijkend Y-chromosomaal DNA-onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer het mannelijke celmateriaal in de bemonsteringen ZAAC3060NL#06 en #08 afkomstig is van [verdachte] dan wanneer het mannelijke celmateriaal in de bemonsteringen ZAAC3060NL#06 en #08 afkomstig is van een onbekende, niet in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante man.

Slip AAHE3796NL van aangeefster [slachtoffer].

Van het sperma in de bemonstering van de slip van [slachtoffer], buitenzijde kruis (AAHE3796#09) is een DNA-profiel verkregen van een man. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] (RHN585). Dit betekent dat het sperma in deze bemonstering afkomstig kan zijn van [verdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met die DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.20

4.3.2

De bewijsoverweging

Toedienen GHB

[slachtoffer] heeft uitdrukkelijk verklaard dat zij geen GHB heeft gebruikt en dat zij niet met verdachte had afgesproken om dit te gebruiken. Verdachte en [slachtoffer] waren de enige personen in de woning van verdachte op het moment dat verdachte haar het drankje inschonk waarvan zij heeft gedronken. Volgens [slachtoffer] smaakte dit drankje raar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die GHB in het drankje van [slachtoffer] heeft gedaan.

4.3.3

De te bespreken verweren

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen die [slachtoffer] heeft afgelegd niet betrouwbaar zijn. Zij heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd waarvan de inhoud niet past bij haar gedrag ten opzichte van verdachte in het ziekenhuis en in het whatsapp contact met hem.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

[slachtoffer] heeft na verloop van tijd en naarmate zij zich meer herinnert na haar GHB-intoxicatie steeds uitgebreider verklaard over wat er in de woning van verdachte is gebeurd. Anders dan de verdediging neemt de rechtbank in deze verklaringen geen inconsistenties waar. Zij heeft telkens verklaard dat zij in de woning van verdachte een drankje kreeg dat raar smaakte, dat zij zich vervolgens naar en raar voelde en geen controle meer over haar lichaam had en dat verdachte haar naar boven heeft gebracht en op bed heeft gelegd. Boven is zij buiten bewustzijn geraakt. Ze kan zich niet herinneren of zij seks met verdachte heeft gehad. Uit haar verklaringen blijkt dat zij in ieder geval niet uit vrije wil seks met hem heeft gehad.

[slachtoffer] heeft op 7 juni 2014 te 06.58 uur een whatsapp bericht naar verdachte gestuurd met de tekst “Dankjewel schat”. Zij wist op het tijdstip van versturen van dit bericht nog niet dat bij haar sprake was van GHB-intoxicatie. De rechtbank ziet dit bericht in de context dat [slachtoffer] er dankbaar voor was dat verdachte 112 had gebeld waardoor zij in een ziekenhuis terecht is gekomen. Volgens [slachtoffer] deed verdachte in het ziekenhuis heel lief tegen haar. Ook dit vond plaats voordat zij op de hoogte werd gesteld van de hoeveelheid GHB in haar lichaam.

Alternatief scenario

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] eerst heeft rondgeleid in zijn nieuwe woning voordat zij ging koken. Tijdens de rondleiding zouden zij boven in zijn slaapkamer met elkaar hebben gekust en gespeeld. Verdachte zou met zijn penis twee tot vijf keer in haar vagina op en neer hebben bewogen, waarna zij weer naar beneden zijn gegaan om te koken omdat [slachtoffer] honger had.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Hoewel de verklaringen van [slachtoffer] en de vastgestelde hoeveelheid GHB in haar lichaam schreeuwen om een verklaring van verdachte, heeft hij op advies van zijn raadsman zich beroepen op het zwijgrecht tegenover de politie en de rechter-commissaris, met dien verstande dat hij op enig moment heeft verklaard dat hij en [slachtoffer] een intieme relatie hadden. Ter terechtzitting van 17 september 2014 heeft verdachte voor het eerst over het hiervoor geschetste alternatieve scenario gesproken. Hiermee heeft verdachte vorm en inhoud aan zijn verklaring kunnen geven nadat hij bekend is geworden met het bewijsmateriaal dat tegen hem is verzameld.

Gelet op het voorgaande en de omstandigheid dat de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar acht, zoals eerder overwogen, acht de rechtbank het onaannemelijk dat verdachte met instemming van [slachtoffer] kortdurend seksueel contact met haar heeft alvorens zij is gaan koken.

4.3.4

De voorwaardelijke verzoeken

De raadsman heeft de rechtbank verzocht een onderzoek naar de betrouwbaarheid van [slachtoffer] te laten verrichten indien de rechtbank niet tot vrijspraak van verdachte komt.

Daarnaast heeft hij verzocht om [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen te horen indien de rechtbank verdachte niet vrij zal spreken. Deze getuigen kunnen verklaren over de relatie tussen verdachte en aangeefster voorafgaand aan het ten laste gelegde.

De rechtbank wijst deze voorwaardelijke verzoeken af nu de rechtbank het laten verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van [slachtoffer] en het horen van voornoemde twee getuigen niet noodzakelijk acht.

4.3.5

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.1 genoemde bewijsmiddelen en de onder 4.3.2 opgenomen bewijsoverweging bewezen dat verdachte

omstreeks 6 juni 2014 te Amersfoort [slachtoffer] door een feitelijkheid, bestaande uit het drogeren van die [slachtoffer] met GHB, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij die [slachtoffer] op haar mond gezoend en zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht

en

omstreeks 6 juni 2014 te Amersfoort, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] op haar mond gezoend en zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Eendaadse samenloop van:

Verkrachting

en

Met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren met als bijzondere voorwaarde een verbod om contact op te nemen met [slachtoffer]. De aangeefster heeft om oplegging van deze bijzondere voorwaarde verzocht, aldus de officier van justitie.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft meegedeeld de door de officier van justitie gevorderde straf te hoog te vinden.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het hebben van seksuele gemeenschap met aangeefster, terwijl zij buiten bewustzijn was als gevolg van een toediening van GHB door verdachte. Aangeefster was een goede vriendin van verdachte. Hij heeft zonder haar toestemming en medeweten GHB in haar drankje gedaan en haar dit laten opdrinken. Dergelijk handelen getuigt van een totale respectloosheid aan de zijde van verdachte. Ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens heeft hij een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van aangeefster en heeft hij het zelfbeschikkingsrecht op haar lichaam op grove wijze geschonden. De kans is reëel dat aangeefster door dit handelen nog gedurende lange tijd psychische schade zal ondervinden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij planmatig heeft gehandeld. Hij heeft zich immers voorafgaand aan het feit moeten voorzien van GHB. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard geen drugs te gebruiken dus hij had dit middel niet voor eigen gebruik tot zijn beschikking.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 augustus 2014, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden strafrechtelijk is veroordeeld, doch niet wegens soortgelijke feiten. Voorts heeft de rechtbank gelet op een reclasseringsadvies 2.0, de verdachte betreffende, van 14 juli 2014 van Reclassering Nederland, opgemaakt door S. Dijkslag, reclasseringswerker. In dit advies wordt als

contra-indicatie voor het opleggen van een werkstraf vermeld dat het om een verdenking van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf gaat.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en een verbod om contact met aangeefster op te nemen passend en geboden. De rechtbank acht deze lange proeftijd passend en geboden, gelet op de aard van het bewezenverklaarde, in combinatie met het feit dat verdachte in geen enkel opzicht enige verantwoording neemt voor zijn daden, zodat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen..

Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet betwist. De rechtbank waardeert de schade op € 4.173,60 (vierduizend honderddrieënzeventig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2014, te weten € 923,60 aan materiële schade en € 3.250,- aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 55, 242 en 243 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.3.5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van:

Verkrachting

en

Met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 5 (vijf) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

3. gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met [slachtoffer].

Wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot € 4.173,60 (zegge vierduizend honderddrieënzeventig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2014.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 4.173,60 (zegge vierduizend honderddrieënzeventig euro en zestig cent) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 51 dagen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2014. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter,

mrs. G.A. Bos en R.L.M. van Opstal, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 oktober 2014.

Mr. R.L.M. van Opstal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

hij op of omstreeks 06 juni 2014 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld en / of een andere feitelijkheid bestaande uit het drogeren van die [slachtoffer] (met GHB), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij die [slachtoffer] op haar mond gezoend en/of zijn penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer] gebracht;

en/of

op of omstreeks 06 juni 2014 te Amersfoort, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] op haar mond gezoend en/of zijn penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht.

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar een bijlage bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Midden-Nederland, genummerd PL0900-2014147347, 4 augustus 2014, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 307.

2 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 16.

3 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 17.

4 Proces-verbaal informatief gesprek zeden, doorgenummerde pagina 19.

5 Proces-verbaal informatief gesprek zeden, doorgenummerde pagina 20.

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 26.

7 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 29.

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 30.

9 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 31.

10 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 32.

11 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 33.

12 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], doorgenummerde pagina 34.

13 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 september 2014.

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde pagina 278.

15 Een geschrift, inhoudende een schrijven van7 juni 2014, opgemaakt door [A], arts-assistent interne geneeskunde bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, doorgenummerde pagina 46.

16 Een geschrift, inhoudende een schrijven van7 juni 2014, opgemaakt door [A], arts-assistent interne geneeskunde bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, doorgenummerde pagina 47.

17 Een geschrift, inhoudende een schrijven van7 juni 2014, opgemaakt door [A], arts-assistent interne geneeskunde bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, doorgenummerde pagina 48.

18 Een geschrift, inhoudende een uitslag van een laboratorium, doorgenummerde pagina 51.

19 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 23.

20 Een geschrift, inhoudende een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van de aangifte van een zedenmisdrijf in Amersfoort op 7 juni 2014.