Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4603

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
01-10-2014
Zaaknummer
16/661169-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland spreekt een 36-jarige vrouw uit Amersfoort vrij van doodslag op haar twee pasgeboren kinderen. De rechtbank heeft niet vast kunnen stellen dat de kinderen levend ter wereld zijn gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661169-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 oktober 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in PPC Zwolle.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2014, 13 augustus 2014 en 17 september 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.C. Hesen, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zittingen van 20 mei 2014 en 13 augustus 2014 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijzigingen, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer:

feit 1: in de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002, ten aanzien van haar (pasgeboren) kind, later bekend onder de naam [kind 1] en/of sectienummer [nummer]:

feit 2: in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006, ten aanzien van haar (pasgeboren) kind, later bekend onder de naam [kind 2] en/of sectienummer [nummer]:

primair: kindermoord

subsidiair: kinderdoodslag

meer subsidiair: moord dan wel doodslag

meest subsidiair: het in hulpeloze toestand brengen/laten, de dood ten gevolge hebbende

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 subsidiair ten laste gelegde, - kort gezegd - kinderdoodslag gepleegd respectievelijk in de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002 en in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Amersfoort, wettig en overtuigend bewezen. Het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien hiervan vordert de officier van justitie vrijspraak.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen haar is ten laste gelegd. Op basis van de (forensische) bevindingen van de deskundigen en/of de verklaringen van verdachte, kan volgens de raadsman niet, althans niet met voldoende mate van zekerheid, worden vastgesteld dat de baby’s levend zijn geboren, dan wel hebben geleefd. Tevens kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte - actief of passief - een rol zou hebben gehad in de toedracht van het overlijden van de baby’s.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier is het volgende gebleken.

Op 13 februari 2014 meldt verdachte zich bij het politiebureau in Amersfoort en verklaart

- kort gezegd - dat zij in 2002 en vervolgens (waarschijnlijk) in 2004 zwanger is geweest en beide baby’s na de geboorte heeft laten versterven in haar toenmalige woning. Zij heeft de baby’s respectievelijk in een beautycase en in een blik gedaan. Bij een latere verhuizing heeft zij deze meeverhuisd en geplaatst op de vliering van haar huidige woning. De politie treft ter plaatse de beautycase en het blik aan. Beide blijken het stoffelijk overschot van een baby te bevatten.

Uit de resultaten van het verrichtte DNA-verwantschapsonderzoek, en de verklaringen van verdachte hieromtrent, kan worden geconcludeerd dat verdachte de moeder is van de twee baby’s.

Er is (forensisch) onderzoek verricht naar de twee stoffelijke overschotten, onder andere door een pathologisch deskundige, een radiologisch deskundige, twee forensisch antropologische deskundigen en een gynaecoloog-perinatoloog. Uit deze onderzoeken blijkt onder andere dat het niet meer is vast te stellen of de baby’s levend ter wereld zijn gekomen. Evenmin kan een doodsoorzaak worden vastgesteld.

Uit de verklaringen van verdachte, zoals afgelegd tegenover de politie en ter terechtzitting, komt het volgende naar voren.

Verdachte bemerkte pas in een laat stadium van beide zwangerschappen, dat zij zwanger was. Op enig moment bemerkte zij de zwangerschappen door de omvang van haar buik en doordat zij de baby’s voelde bewegen. Verdachte heeft de zwangerschappen, en de daaropvolgende bevallingen, verzwegen en geheim gehouden. Ze verklaart dat zij zich tijdens de zwangerschappen wanhopig en eenzaam voelde. Ze dacht dat ze het anders zou doen, om hulp zou vragen of het te vondeling zou leggen, maar hiernaar handelen heeft ze steeds uitgesteld. Ze dacht telkens ‘ik kan nog iets regelen’. Verdachte is van beide baby’s bevallen op het toilet van haar toenmalige woning te Amersfoort. Hierbij was verder niemand aanwezig. Zij heeft tijdens en na de bevalling beide keren de baby niet gehoord en niet zien dan wel voelen bewegen. Ten aanzien van de baby geboren in 2002, verklaart verdachte tevens dat deze koud aanvoelde toen zij deze uit het toilet haalde. Ze verklaart na de bevallingen in paniek te zijn geweest. Ze had hulp moeten vragen maar ze kon dit niet en heeft dit niet gedaan. Ze was bang voor de teleurstelling en de veroordeling van haar ouders. Verdachte heeft de baby’s respectievelijk in een beautycase en een groot blik gestopt, deze in een kast gezet en hier niet meer naar omgekeken.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder primair, subsidiair en meer subsidiair:

De rechtbank is van oordeel dat zij, om tot een bewezenverklaring van (kinder)moord of (kinder)doodslag te kunnen komen, moet kunnen vaststellen dat de baby’s levend ter wereld zijn gekomen. De rechtbank stelt vast dat geen van de bovengenoemde deskundigen concludeert dat de baby’s, bij of kort na de geboorte, geleefd moeten hebben. Tevens bevatten de verklaringen van verdachte geen aanwijzingen dat de baby’s levend ter wereld zijn gekomen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet met een voldoende mate van zekerheid is vast te stellen, dat een of beide baby’s geleefd hebben tijdens of kort na de bevalling. Dat betekent dat de rechtbank niet komt tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 en feit 2 telkens onder primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde, en zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder meest subsidiair:

De rechtbank stelt vast dat de artikelen 255 en 257 van het Wetboek van Strafrecht er onder meer toe strekken de lichamelijke gezondheid en het leven van hulpbehoevenden te beschermen. Er is sprake van het in hulpeloze toestand brengen van iemand, wanneer een hulpbehoevende in gevaar wordt gebracht. Hiervan is sprake wanneer er gevaar bestaat voor leven of gezondheid, terwijl de hulpbehoevende zichzelf niet redden kan.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat, om tot een bewezenverklaring van het in hulpeloze toestand brengen/laten (al dan niet de dood ten gevolge hebbende) te kunnen komen, vast moet staan dat de baby’s levend ter wereld zijn gekomen, waardoor op enig moment sprake zou kunnen zijn geweest van gevaar voor leven of gezondheid. Nu de rechtbank niet kan vaststellen of een of beide baby’s tijdens of na de bevalling leefden, kan evenmin worden vastgesteld of verdachte deze baby’s in hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. Verdachte zal daarom tevens worden vrijgesproken van het onder feit 1 en feit 2 telkens onder meest subsidiair ten laste gelegde.

5 Het beslag

De officier van justitie en de verdediging hebben ter terechtzitting respectievelijk gevorderd en verzocht, tot teruggave aan verdachte van alle inbeslaggenomen goederen, zoals weergegeven op de zich in het dossier bevindende beslaglijst.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, de inbeslaggenomen goederen, hierna nader te noemen in de beslissing, vatbaar voor teruggave aan verdachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

6 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak:

Verklaart het onder feit 1 en feit 2 telkens onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslag:

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals opgenomen in de aan dit vonnis gehechte kopie van de beslaglijst d.d. 17 september 2014, te weten:

  1. 2 STK Boek: notitie goednummer 1086956

  2. 1 STK Papier: div in roze map goednummer 1086962

  3. 4 STK Boek: aantekenboekjes in fotoalbum goednummer 1086969

  4. 1 DS Foto: div in groene bak goednummer 1086985

  5. 2 STK Fotolijst: 2 babyfoto’s in lijstje goednummer 1086918

  6. 1 STK Mobiel: Sony Ericsson 1t15 zonder batterij goednummer 1086839

  7. 1 STK Mobiel: Samsung goednummer 1086839

  8. 1 STK Batterij: Samsung, losse batterij goednummer 1086841

  9. 1 STK Mobiel Kl: grijs Motorola goednummer 1086856

  10. 1 STK Usb-stick Kl: zwart goednummer 1086867

  11. 1 STK Computer Kl: grijs Toshiba Equium 3200m goednummer 1086884

  12. 1 STK Computer Kl: grijs Vobis goednummer 1086891

  13. 1 STK Mobiel Kl: groen Samsung SGH-M110 goednummer 1086832

  14. 1 STK Boek Kl: zwart notitieboekje goednummer 1086922

  15. 1 STK Boek Kl: grijs notitie + agenda goednummer 1086917

  16. 7 STK Boek: schriftjes aant. boekjes e.d. goednummer 1087130

  17. 1 STK Dossier: klantendossier zorgverlening goednummer 1086926

  18. 1 STK Mobiel Kl: wit LG goednummer 1161409

Voorlopige hechtenis:

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter,

mrs. J. Ebbens en I.P.H.M. Severeijns, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt, na wijziging van de tenlastelegging, die hierna cursief is weergegeven, tenlastegelegd dat:

1.

Primair

zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, als moeder,

ter uitvoering van een onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar aanstaande bevalling genomen besluit, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 1] en/of sectienummer [nummer]), bij of kort na de geboorte van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind, bij of kort na de geboorte

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in een (plastic) bak/doos en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een beautycase, althans in een koffer of andere verpakking gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die beautycase, althans koffer of andere verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

tengevolge waarvan voornoemd (pasgeboren) kind is overleden;

art 291 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, als moeder,

onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar bevalling, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 1] en/of sectienummer [nummer]), bij of kort na de geboorte van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind, bij of kort na de geboorte

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in een (plastic) bak/doos en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een beautycase, althans in een koffer of andere verpakking gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die beautycase, althans koffer of andere verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

tengevolge waarvan voornoemd (pasgeboren) kind is overleden;

art 290 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade, haar (pasgeboren) kind (later bekend onder de naam [kind 1] en/of sectienummer [nummer]), van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, dat kind

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in (plastic) bak/doos en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- dat (pasgeboren) kind in een beautycase, althans in een koffer of andere verpakking gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die beautycase, althans koffer of andere verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

tengevolge waarvan dat (pasgeboren) kind is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

Meest subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 13 februari 2002 tot en met 31 december 2002 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 1] en/of sectienummer [nummer]), tot wiens verpleging en/of verzorging zij als moeder krachtens wet of overeenkomst verplicht was, in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind

- (na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- (adequate) medische zorg/hulp onthouden, althans geen (adequate) medische zorg/hulp ingeroepen, en/of

- (volledig) in een (plastic) bak/doos en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een beautycase, althans in een koffer of een andere verpakking gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die beautycase, althans koffer of andere verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

terwijl het feit de dood van dat (pasgeboren) kind ten gevolge heeft gehad;

art 255 juncto 257 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, als moeder,

ter uitvoering van een onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar aanstaande bevalling genomen besluit, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 2] en/of sectienummer [nummer]), bij of kort na de geboorte van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind, bij of kort na de geboorte

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in een vuilniszak, althans in plastic, en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een koektrommel/blik, althans een (metalen) verpakking, gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die/dat koektrommel/blik, althans (metalen) verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten

tengevolge waarvan voornoemd (pasgeboren) kind is overleden;

art 291 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, als moeder,

onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar bevalling, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 2] en/of sectienummer [nummer]), bij of kort na de geboorte van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind, bij of kort na de geboorte

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in een vuilniszak, althans in plastic, en/of een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een koektrommel/blik, althans een (metalen) verpakking, gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die/dat koektrommel/blik, althans (metalen) verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten

tengevolge waarvan voornoemd (pasgeboren) kind is overleden;

art 290 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade, haar (pasgeboren) kind (later bekend onder de naam [kind 2] en/of sectienummer [nummer]) van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk dat kind

- ( na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen, en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- ( volledig) in een vuilniszak, althans in plastic, en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een koektrommel/blik, althans een (metalen) verpakking, gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die/dat koektrommel/blik, althans (metalen) verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

tengevolge waarvan voornoemd (pasgeboren) kind is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

Meest subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk haar kind (later bekend onder de naam [kind 2] en/of sectienummer [nummer]), tot wiens verpleging en/of verzorging zij als moeder krachtens wet of overeenkomst verplicht was, in hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten,

immers heeft verdachte met dat opzet dat (pasgeboren) kind

- (na op het toilet te zijn bevallen) in het toilet laten liggen en/of

- geen voeding en/of andere zorg gegeven, en/of

- (adequate) medische zorg/hulp onthouden, althans geen (adequate) medische zorg/hulp ingeroepen, en/of

- (volledig) in een vuilniszak, althans in plastic, en/of in een doek gepakt/verpakt/gewikkeld, en/of

- in een koektrommel/blik, althans in een (metalen) verpakking, gelegd, althans gedaan, en/of (vervolgens) die/dat koektrommel/blik, althans (metalen) verpakking, dicht gedaan en/of (af)gesloten,

terwijl het feit de dood van dat (pasgeboren) kind ten gevolge heeft gehad;

art 255 juncto 257 Wetboek van Strafrecht