Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4568

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-07-2014
Datum publicatie
30-09-2014
Zaaknummer
C/16/371263 / KG ZA 14-429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inschrijver heeft geen belang bij haar vordering, aangezien ook bij het wegvallen van de (voorlopige) winnaar, zij niet als eerste zal eindigen. Niet-ontvankelijk.

Geen kennelijke verschrijving of kennelijke omissie door geen garantie te bieden op 1 van de 3 eisen. Aanbestedende dienst hoefde geen navraag te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2014/161 met annotatie van mr. drs. T.H. Chen
Module Aanbesteding 2015/762

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/371263 / KG ZA 14-429

Vonnis in kort geding van 25 juli 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BWASTE INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Deventer,

eiseres,

advocaat mr. J.R. Beversluis,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE UTRECHT,

zetelend te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. S.C. Brackmann,

in welke zaak zijn tussengekomen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] B.V.,

gevestigd te [plaats],

tussenkomende partij,

advocaat mr. A.J. van de Wetering,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIC-O-DATA B.V.,

gevestigd te Hengelo,

tussenkomende partij,

advocaat mr. A. ter Mors.

Partijen zullen hierna BWaste, de gemeente Utrecht, [A] en MOD genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

[A] en MOD hebben bij incidentele conclusies primair verzocht te mogen tus-

senkomen en subsidiair te mogen voegen. Ter zitting van 10 juli 2014 hebben BWaste en de gemeente Utrecht geen verweer gevoerd tegen deze verzoeken, waarna de voorzieningen-rechter de incidentele vorderingen tot tussenkomst heeft toegewezen.

1.2.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van BWaste

  • -

    de pleitnota van de gemeente Utrecht

  • -

    de pleitnota van [A]

  • -

    de pleitnota van MOD.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente Utrecht heeft op 3 april 2014 een Europese openbare aanbesteding gedaan voor “Ondergrondse afval inzamelsystemen” met kenmerk 13.SW.064. In paragraaf 1.1 van de Inschrijvingsleidraad is als doel van de aanbesteding vermeld:

“De gemeente Utrecht is voornemens vier overeenkomsten af te sluiten met betrekking tot ondergrondse afvalinzamelsystemen. De gemeente Utrecht is voornemens om per perceel aan één inschrijver de opdracht te gunnen.

De aanbesteding bestaat uit de volgende vier percelen:

Perceel 1 Levering en plaatsing van ondergrondse afvalcontainers;

Perceel 2 Productie en transport van betonputten ten behoeve van ondergrondse afvalcontainers;

Perceel 3 Straat- en grondwerk ten behoeve van de plaatsing van betonputten en afwer-king van de locaties voor ondergrondse afvalcontainers;

Perceel 4 Toegangssystemen + passen ten behoeve van ondergrondse afvalcontainers.

De opdrachten worden gegund aan de inschrijvers met de economisch meest voordelige

inschrijvingen, waarbij naast de prijs ook kwalitatieve aspecten beoordeeld worden. In de

publicatie op www.TenderNed.nl (…) zijn de verschillende gunningscriteria en hun

weging opgenomen.”

2.2.

In paragraaf 1.3 van de Inschrijvingsleidraad zijn de vier percelen nader uitge-werkt. Voor zover hier van belang is het volgende vermeld:

Perceel 1: Levering en plaatsing van ondergrondse afvalcontainers;

Dit perceel bestaat uit de onderdelen:

a. Nieuwe ondergrondse containers voor restafval, papier, glas, textiel en kunststof verpakkingsafval;

- de levering, plaatsing en afmontage van ongeveer 1100 complete ondergrondse containers

(inclusief veiligheidsvoorziening) ten behoeve van de omschakeling van zakkeninzameling naar ondergrondse inzameling;

- de levering, plaatsing en afmontage van ongeveer 200 complete ondergrondse containers

(inclusief veiligheidsvoorziening) voor papier, glas, textiel en plastic verpakkingsafval ten

behoeve van afvalscheiding.

b. Vervanging bestaande ondergrondse containers.

- de levering, plaatsing en afmontage van ongeveer 886 ondergrondse afvalcontainers (in-clusief veiligheidsvoorziening) in bestaande betonnen putten (ongeveer 732 geschikt voor restafval en 154 voor de fracties papier, glas, textiel en plastic).

Het gaat bij dit perceel expliciet niet om de levering van perscontainers, half verzonken containers of bovengrondse containers.

(…)

Perceel 4: Toegangssystemen ten behoeve van ondergrondse afvalcontainers

Dit perceel bestaat uit de onderdelen:

a. Toegangssystemen ten behoeve van ondergrondse afvalcontainers;

Om een goede spreiding van het restafval aanbod te garanderen per afvalcontainer, zullen bewoners worden toegewezen op specifieke afvalcontainers.

- leveren, aanbrengen en onderhouden van een Identificatie-, Registratie- en Data-

Communicatie-systeem (toegangscontrole-systeem) voor nieuwe en bestaande onder-grondse containers voor restafval (ongeveer 732 voor te vervangen containers en 1100 voor nieuwe containers);

b. Het leveren van afvalpassen ten behoeve van de toegangssystemen.

levering van ongeveer 50.000 afvalpassen ten behoeve van de toegangssystemen op onder-grondse restafval containers.

Ten behoeve van het toegangssysteem zullen ook afvalpassen worden geleverd die bewo-ners kunnen gebruiken om toegang te krijgen tot de aan hun toegewezen afvalcontainers.”

2.3.

In paragraaf 2.1 van de Inschrijvingsleidraad (‘Informatiefase’) is onder meer ver-meld dat geïnteresseerde partijen in de gelegenheid worden gesteld om vragen en/of opmer-kingen over de aanbestedingsstukken en/of de beoordelingsprocedure te maken. Vragen en/

of opmerking kunnen doorlopend via de tab ‘vragen over de aanbesteding’ op TenderNed worden gesteld.

In paragraaf 2.3 van de Inschrijvingsleidraad (‘Wijze van indienen van de inschrijving’) is ter zake de inschrijving onder meer vermeld:

“U dient uw inschrijving in door de gestelde eisen en gunningscriteria in TenderNed te beantwoorden en de gevraagde documenten te uploaden. Inschrijvingen die op een andere wijze, bijvoorbeeld via e-mail, fax of persoonlijk overhandigd, worden niet geaccepteerd.”

2.4.

In paragraaf 3.2 van de Inschrijvingsleidraad (‘Procedure van verificatie, afstem-ming en contractsluiting’) is onder meer het volgende vermeld:

“Ingeval blijkt dat een inschrijving ongeldig verklaard had moeten worden in fase 1 of 2 van 3.1, maar dit niet gebeurd is, zal in dat geval besloten worden de procedure uit 3.1 van-af fase 3 opnieuw te doen (met de inschrijvers die niet reeds eerder af zijn gevallen in fase 1 of 2), waarbij de alsnog ongeldige verklaarde inschrijving in deze fase zal afvallen. Fase 3 zal dus in dit geval slechts uitgevoerd worden met inschrijvingen die na herbeoordeling van fase 1 en 2 nog geldig blijken.

Ook ingeval tijdens verificatie met de voorlopig winnaar blijkt dat deze niet de bewijsstuk-ken heeft dan wel kan aanleveren die de gemeente Utrecht verlangt ter controle van de ge-schiktheidseisen uit de publicatie, zal de inschrijver uitgesloten worden en zal besloten wor-den de procedure uit 3.1 vanaf fase 2 opnieuw te doen zonder deze inschrijver.

- in geval van het afvallen van een inschrijver wegens andere redenen dan ongeldigheid zal een bespreking met de als tweede geëindigde inschrijver belegd worden.”

2.5.

Op TenderNed is in het kader van perceel 1 ter zake de veiligheid van de onder-grondse afvalcontainers onder meer het volgende vermeld:

“Bij de eisen over de veiligheidsvoorziening van de ondergrondse afvalcontainer is aange-geven dat de twee kleppen zich maximaal 200 mm onder het bovenste niveau van de con-structierand dienen te bevinden (zie situatietekening Document 7). De gemeente Utrecht hecht er vanuit veiligheidsoogpunt echter waarde aan als deze afstand zo klein mogelijk is.

Met andere woorden naarmate de afstand kleppen tot bovenste constructierand kleiner is dan 200mm scoort u punten. Het gunningscriterium wordt beoordeeld als een relatief kwan-titatief criterium. Indien de afstand kleppen tot bovenste constructierand 200mm bedraagt voldoet u aan de gestelde eis en ontvangt u geen punten.”

Op TenderNed is in het kader van perceel 4 ter zake de garantie het volgende vermeld:

“Bij de garantie-eisen wordt aangegeven dat u een garantietermijn verleent van tenminste 3 jaar op het elektronische slot, het elektronisch toegangssysteem en de krasvastheid/functio-neren van het display van het elektronisch toegangssysteem.

U ontvangt extra punten indien u de garantie op al deze onderdelen uitbreidt:

1 jaar extra garantie (4 jaar totaal): 33 punten

2 jaar extra garantie (5 jaar totaal): 66 punten

3 jaar extra garantie (6 jaar totaal): 100 punten”

2.6.

Bij e-mailbericht van 6 juni 2014 is aan BWaste meegedeeld dat zij vooralsnog niet in aanmerking komt voor gunning van perceel 1, aangezien haar inschrijving in vergelijking met de gegevens van andere inschrijvers als minder goed is beoordeeld. Hierbij is onder meer aangegeven dat BWaste op ‘Wens 2 Veiligheid ondergrondse containers’ nul punten heeft gescoord, hetgeen te maken heeft met het kleine aantal mm waarmee de voorlopig ge-gunde inschrijver heeft ingeschreven. Perceel 1 is voorlopig gegund aan [A].

In dit e-mailbericht is voorts vermeld dat BWaste vooralsnog niet in aanmerking komt voor gunning van perceel 4, aangezien haar inschrijving in vergelijking met de gegevens van an-dere inschrijvers als minder goed is beoordeeld. Hiertoe is overwogen dat BWaste drie jaar extra garantie heeft geboden op het elektronisch toegangssysteem en de krasvastheid/func-tioneren van het display van het elektronisch toegangssysteem, maar geen aanvullende ga-rantie van drie jaar op het elektronisch slot, reden waarom BWaste op dit gunningscriterium nul punten scoort. Perceel 4 is voorlopig gegund aan MOD.

2.7.

Bij brief van 11 juni 2014 heeft BWaste ter zake de percelen 1 en 4 een aantal vra-gen aan de gemeente Utrecht voorgelegd. Bij perceel 1 heeft BWaste gesteld dat de (voor-alsnog) winnende inschrijver, te weten: [A] die een score van 100 punten heeft behaald, kennelijk heeft ingeschreven met een afstand van 0 mm. of nagenoeg 0 mm., gelet op het gehanteerde relatief kwantitatieve criterium. BWaste heeft hierbij vermeld dat dit criterium ontoelaatbaar is en in strijd met het aanbestedingsrecht. Verder heeft BWaste in dit kader gesteld dat het technisch onmogelijk is om de afstand tussen de klep en de bovenzijde van de constructierand van de ondergrondse afvalcontainers 0,00625 mm. of minder te laten zijn.

Ten aanzien van perceel 4 heeft BWaste gesteld dat de formulering van het criterium kenne-lijk gericht is op het aantal jaren dat de garantie wordt uitgebreid. Het is niet vereist dat de inschrijver bij de beantwoording ook nog weer de onderdelen opnoemt, waarvoor de extra garantie wordt verstrekt. Gelet hierop is er bij de inschrijving van BWaste, waarbij zij is vergeten om ook het elektronische slot te noemen, sprake van een kennelijke omissie/ver-schrijving. BWaste heeft dan ook verzocht om een herbeoordeling van haar inschrijving, waarbij ervan uitgegaan moet worden dat de extra garantie ziet op alle onderdelen, zoals in

dit criterium vermeld.

2.8.

Bij brief van 16 juni 2014 heeft BWaste voorts aandacht gevraagd voor de ‘geruch-ten in de markt’, inhoudende dat [B], directeur/(mede)aandeelhouder van [naam] B.V. te [plaats], betrokken zijn geweest bij deze aanbesteding, terwijl er een nauwe verbinding bestaat tussen [B] en [A]. Naar de mening van BWaste is er sprake geweest van belangenverstrengeling en/of voorinformatie en/of favoritisme bij de keuze van de gunningscriteria, waardoor de mededinging ten gunste van [A] is vervalst.

BWaste heeft aan de gemeente Utrecht verzocht om een diepgaand onderzoek naar de betrokkenheid van [B] in de aanbesteding.

2.9.

Na onderzoek heeft de gemeente Utrecht hierin geen aanleiding gezien om tot een nadere gunning over te gaan.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis ter zitting vordert BWaste bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I.1 de gemeente Utrecht te verbieden om (a) perceel 1 definitief te gunnen aan [A] en

( b) de opdracht te verlenen aan [A] wat betreft perceel 1;

en

I.2 de gemeente Utrecht te gebieden, behoudens ingeval de aanbesteding wat betreft perceel 1 rechtsgeldig volledig wordt beëindigd vóór het hierna te noemen tijdstip, om binnen vier

werkdagen na het in deze te wijzen vonnis (a) de voorlopige gunning aan [A] van perceel 1 in te trekken en (b) de inschrijving van [A] op perceel 1 in de aanbesteding ongeldig te verklaren en/of [A] uit te sluiten in de aanbesteding wat betreft perceel 1;

en

I.3 de gemeente Utrecht te gebieden, behoudens ingeval de aanbesteding wat betreft perceel 1 rechtsgeldig volledig wordt beëindigd vóór het hierna te noemen tijdstip, om binnen acht

werkdagen na het in deze te wijzen vonnis over te gaan tot herbeoordeling van perceel 1 in de aanbesteding wat betreft gunningscriterium 4 op basis van de toepasselijke formule uit de inschrijvingsleidraad en vervolgens een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met inacht-neming van een standstillperiode;

I.4 en/althans

de gemeente Utrecht te gebieden, indien zij de opdracht wat betreft perceel 1 alsnog wil plaatsen, over te gaan tot heraanbesteding.

II.1 de gemeente Utrecht te verbieden om (a) perceel 4 definitief te gunnen aan MOD en (b) de opdracht te verlenen aan MOD wat betreft perceel 4;

en

II.2 de gemeente Utrecht te gebieden, behoudens ingeval de aanbesteding wat betreft perceel 4 rechtsgeldig volledig wordt beëindigd vóór het hierna te noemen tijdstip, om binnen vier werkdagen na het in deze te wijzen vonnis de voorlopige gunning aan MOD van perceel 1

in te trekken;

en

II.3 de gemeente Utrecht te gebieden, behoudens ingeval de aanbesteding wat betreft perceel 4 rechtsgeldig volledig wordt beëindigd vóór het hierna te noemen tijdstip, om

( a) binnen acht werkdagen na het in deze te wijzen vonnis een gunningsbeslissing te nemen waarin perceel 4 aan BWaste wordt gegund, althans voorlopig wordt gegund met inachtne-ming van een standstillperiode,

althans

( b) binnen acht werkdagen na het in deze te wijzen vonnis over te gaan tot herbeoordeling

van perceel 4 wat betreft gunningscriterium 6, uitgaande van een opgave van extra garantie door BWaste voor de duur van drie jaar op alle genoemde onderdelen, op basis van de toe-passelijke formule uit de inschrijvingsleidraad en vervolgens een nieuwe gunningsbeslissing te nemen met inachtneming van een standstillperiode;

II.4 en/althans

de gemeente Utrecht te gebieden, indien zij de opdracht wat betreft perceel 4 alsnog wil plaatsen, over te gaan tot heraanbesteding.

III. de gemeente Utrecht te veroordelen in de kosten van het geding en deze kosten, inclusief de nakosten, te voldoen aan BWaste binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, on-der de bepaling dat, indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn voldaan,

hierover vanaf de achtste dag wettelijke rente verschuldigd is.

3.2.

De gemeente Utrecht voert verweer.

3.3.

De vordering van [A] ziet erop om BWaste niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans die vorderingen af te wijzen. Voorts vordert [A] om de gemeente Utrecht te gebieden de beslissing om de opdracht aan haar te gunnen gestand te doen en de gemeente Utrecht te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan [A], een en ander voor zover de gemeente Utrecht tot gunning van het werk overgaat. Ten slotte vordert [A] om BWaste en/of de gemeente Utrecht te veroordelen in haar proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

De vordering van MOD ziet erop om BWaste niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans die vorderingen af te wijzen. Voorts vordert MOD om de gemeente Utrecht te verbieden perceel 4 van de opdracht te gunnen aan een ander dan MOD. Ten slotte vordert MOD om BWaste te veroordelen in haar proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Ten aanzien van perceel 1

4.1.

De gemeente Utrecht heeft primair als verweer aangevoerd dat BWaste geen be-lang heeft bij haar vordering aangezien BWaste ook wanneer [A] zou wegvallen niet als eerste zou eindigen. De gemeente Utrecht heeft hiertoe gewezen op het door haar als pro-ductie 1 overgelegde beoordelingsresultaat, waarbij blijkt dat BWaste alsdan als tweede eindigt.

4.2.

De voorzieningenrechter is dienaangaande van oordeel dat de gemeente Utrecht zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat BWaste geen belang heeft bij haar vorderingen. Hiertoe wordt overwogen dat genoegzaam is komen vast te staan dat BWaste, wier inschrijving niet ongeldig is verklaard en waarvan is gebleken dat deze ten volle is meegenomen bij de beoordeling van de inschrijvingen, ook bij een heroverweging, waarbij [A] buiten beschouwing wordt gelaten, niet als eerste zal eindigen. De voorzie-ningenrechter wijst er in dit verband op dat BWaste niets heeft aangevoerd, op grond waar-van geoordeeld zou kunnen worden dat haar inschrijving dan wel als eerste zal eindigen. Ook heeft zij niet gemotiveerd op grond waarvan zij in dat geval de gemeente Utrecht an-dermaal in rechte zou kunnen betrekken. De enkele stelling dat dit het geval zal (kunnen) zijn, is onvoldoende. Tevens wordt hierbij van belang geacht dat de gemeente Utrecht de in overweging 2.4 weergegeven bepaling nadrukkelijk in de Inschrijvingsleidraad heeft opge-nomen en dat (ook) BWaste daarmee bekend was, althans had kunnen zijn. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om BWaste te volgen in haar stelling dat er een nieuwe beslissing moet worden genomen, waartegen BWaste dan weer in rechte kan opkomen.

4.3.

Het voorgaande leidt er reeds toe dat BWaste niet-ontvankelijk zal worden ver-klaard in dit deel van haar vorderingen.

4.4.

De vordering van [A] behoeft derhalve geen verdere bespreking meer.

Ten aanzien van perceel 4

4.5.

BWaste heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat er sprake is van een ken-nelijke verschrijving / vergissing bij haar inschrijving, waar zij drie jaar extra garantie heeft geboden op het elektronisch toegangssysteem en de krasvastheid / het functioneren van het display van het elektronisch toegangssysteem. Bedoeld was om de aangeboden extra garan-tie ook te laten gelden voor het elektronische slot. BWaste heeft er hierbij op gewezen dat de formulering van het criterium ertoe strekt dat een antwoord wordt gegeven op de vraag hoeveel extra jaren garantie wordt gegeven en dat niet vereist is dat de inschrijver bij de be-antwoording de criteria zelf ook nog weer opnoemt. “BWaste noemt zonder noodzaak de onderdelen waarvoor de verlenging van de garantie van toepassing is, maar heeft daarbij één onderdeel vergeten te noemen. Uit de zinsbouw is ook af te leiden dat het BWaste erom ging de garantietermijn te noemen - zoals ook voldoende zou zijn geweest - en in de over-bodige opsomming van de onderdelen een element is weggelaten.”, aldus BWaste. Hieraan heeft BWaste nog toegevoegd dat het op de weg van de gemeente Utrecht had gelegen om hiernaar navraag te doen, alvorens haar inschrijving te beoordelen.

4.6.

De gemeente Utrecht heeft als verweer gevoerd dat BWaste had kunnen volstaan met het invullen van het aantal extra jaren garantie dat zij wilde bieden, door in TenderNed een getal (0, 1, 2 of 3) op dit onderdeel in te vullen. Nu BWaste ervoor gekozen heeft om een aparte verklaring bij te voegen, waarin geen melding wordt gemaakt van een extra ga-rantie op het elektronische slot, heeft de gemeente Utrecht deze verklaring als zodanig mo-gen opvatten. Van een vergissing is dan ook geen sprake, aldus de gemeente Utrecht, zodat terecht nul punten zijn toegekend voor dit onderdeel.

4.7.

MOD heeft er in dit kader nog op gewezen dat een aanbestedende dienst bij de be-oordeling van de inschrijvingen moet uitgaan van de inschrijvingen zoals die zijn ontvangen en dat het transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel zich ertegen verzetten dat een in-schrijver de inschrijving nadien nog wijzigt. Volgens vaste rechtspraak kan hierop in uitzon-derlijke gevallen een uitzondering worden gemaakt, maar daarvan is hier geen sprake, aldus MOD.

4.8.

De voorzieningenrechter is met de gemeente Utrecht en MOD van oordeel dat hier geen sprake is van een kennelijke verschrijving of een kennelijk omissie. In de eerste plaats wordt hiertoe overwogen dat BWaste zich bij haar inschrijving niet heeft beperkt tot het in-vullen van een getal, waarvan ter zitting genoegzaam is gebleken dat dit tot de mogelijk-heden behoorde, maar dat zij een afzonderlijke verklaring heeft opgesteld, waarin geen extra garantie is geboden voor het elektronische slot. Dat het overnemen van de (drie) onderdelen van dit perceel bij haar inschrijving niet noodzakelijk was, terwijl BWaste nadrukkelijk wel twee onderdelen heeft vermeld, maakt dat de gemeente Utrecht er vanuit mocht gaan dat BWaste bedoelde een afwijkende garantie aan te bieden. Verder wordt geoordeeld dat het alsnog toevoegen van de extra garantie voor het elektronische slot, zoals door BWaste wordt bepleit, niet kan worden aangemerkt als een eenvoudige precisering of als het rechtzetten van een voor eenieder aanstonds kenbare materiële fout, maar dat dit dient te worden aange-merkt als een - ontoelaatbare - aanvulling van de inschrijving. Hierbij wordt nog overwogen dat ook overigens, op andere plaatsen in haar inschrijving, niet is gebleken dat BWaste met haar inschrijving heeft bedoeld dat zij de extra garantie ook wilde verlenen voor het elektro-nische slot.

4.9.

De stelling van BWaste dat de gemeente Utrecht navraag had moeten doen, alvo-rens tot haar beoordeling over te gaan, wordt verworpen. Geoordeeld wordt dat van een aan-bestedende dienst niet verwacht mag worden dat zij alle inschrijvingen naloopt om te bezien of de inschrijvers wellicht iets zijn vergeten of iets anders hadden bedoeld dan wat in de in-schrijving is vermeld. Het is aan de inschrijvers om hun inschrijvingen met de nodige zorg-vuldigheid op te stellen en in te dienen.

4.10.

Voor de stelling van BWaste dat er een heraanbesteding dient te volgen, ziet de voorzieningenrechter geen gronden, zodat daaraan voorbij gegaan zal worden.

4.11.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van BWaste voor wat betreft perceel 4 afgewezen dienen te worden.

4.12.

De vorderingen van MOD behoeven derhalve geen verdere bespreking meer.

4.13.

BWaste zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroor-deeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Utrecht worden begroot op:

- vast recht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

De kosten aan de zijde van zowel [A] als MOD worden eveneens begroot op € 1.424,00 (€ 608,00 aan vast recht en € 816,00 aan salaris advocaat).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verklaart BWaste niet-ontvankelijk in haar vordering, voor zover die betrekking heeft op perceel 1;

5.2.

wijst de vorderingen voor zover die betrekking hebben op perceel 4, af;

5.3.

veroordeelt BWaste in de proceskosten aan de zijde van de gemeente Utrecht tot op heden begroot op € 1.424,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt BWaste, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aan-schrijving door de gemeente Utrecht volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

5.5.

veroordeelt BWaste in de proceskosten aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 1.424,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.6.

veroordeelt BWaste, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aan-schrijving door [A] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

5.7.

veroordeelt BWaste in de proceskosten aan de zijde van MOD tot op heden begroot op € 1.424,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.8.

veroordeelt BWaste, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aan-schrijving door MOD volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

5.9.

verklaart dit vonnis wat betreft de (proces)kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op

25 juli 2014.1

1 type: mc/4071 coll: