Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4529

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2014
Datum publicatie
22-10-2014
Zaaknummer
C-16-346972 - JE RK 13-1726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Draaglast van moeder overstijgt de draagkracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

locatie Utrecht

Verlenging machtiging uithuisplaatsing

Zaak-/rolnummer: C/16/346972 / JE RK 13-1726

Beschikking van de kinderrechter van 12 februari 2014 met betrekking tot de minderjarigen:

[minderjarige sub 1], geboren op [2004] te[geboorteplaats]

nader te noemen: [minderjarige sub 1].

[minderjarige sub 2], geboren op [2007] te [geboorteplaats],

nader te noemen: [minderjarige sub 2].

De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:

- [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

- [de moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder.

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door beide ouders.

1 Verloop van de procedure

1.1.

[minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] zijn onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna te noemen: BJZ). De ondertoezichtstelling loopt tot 11 augustus 2014.

1.2.

BJZ heeft op 19 juni 2013 een verzoekschrift met bijlagen ingediend, strekkende tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] voor de periode van één jaar.

1.3.

Het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling, het daarbij behorende hulpverleningsplan alsmede het indicatiebesluit zijn bij het verzoekschrift overgelegd.

1.4.

Bij (tussen)beschikking van 9 augustus 2013 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] in een voorziening voor verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uurs verlengd met ingang van 11 augustus 2013 tot 11 februari 2014. Daarbij is de beslissing voor het overige deel aangehouden in afwachting van nadere informatie van BJZ.

1.5.

BJZ heeft op 30 januari 2014 nadere schriftelijke rapportage overgelegd.

1.6.

Bij (tussen)beschikking van 3 februari 2014 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] ambtshalve verlengd tot 14 februari 2014, teneinde de behandeling van het aangehouden deel van het verzoek ter zitting van 12 februari 2014 mogelijk te maken.

1.7.

Op 12 februari 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:

  • -

    de moeder, met haar advocate, mevrouw mr. S. Makhloufi,

  • -

    mevrouw H.B. Bounaija, tolk voor de moeder,

  • -

    de vader,

  • -

    de heer [A], gezinsvoogd en vertegenwoordiger namens BJZ.

2 Vaststellingen en overwegingen

2.1.

Op grond van de verkregen informatie van de zijde van BJZ en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de termijn van machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] noodzakelijk is.

2.2.

De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] wonen sinds februari 2012 in een gezinshuis van het Leger des Heils. In juni 2013 is door BJZ een (verlenging van de) machtiging tot uithuisplaatsing gevraagd voor de duur van één jaar. De kinderrechter heeft destijds de machtiging uithuisplaatsing verlengd voor de duur van zes maanden en de beslissing op het verzoek voor het overige deel aangehouden in afwachting van een onderzoek van Zonnehuizen naar het toekomstperspectief van [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2]. Het voornaamste advies dat uit dit onderzoek naar voren is gekomen is dat wekelijkse behandeling bij de Zonnehuizen zo snel mogelijk dient te starten. Dit geldt voor zowel [minderjarige sub 1] als ook voor [minderjarige sub 2]. Ook moeder zal aan de slag moeten met begeleiding. De behandelingsduur voor de kinderen wordt geschat op circa één jaar. Voorts volgt uit het onderzoek dat het perspectief met betrekking tot de woon- of verblijfplaats van de kinderen voor de gehele periode duidelijk dient te zijn. De kinderen zullen wekelijks naar hun behandeling gebracht moeten worden en er moet veel geregeld worden. De verwachting is, gelet op de eerdere ervaringen met de moeder, dat zij niet in staat zal zijn om hierin continuïteit te bieden. In essentie overstijgt de draaglast haar draagkracht.

De kinderrechter acht het van belang dat [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] behandeld worden vanuit een veilige, rustige en stabiele omgeving. In het gezinshuis waar de kinderen momenteel verblijven wordt hieraan tegemoet gekomen. De kinderrechter zal derhalve ook het resterende deel van het verzoek toewijzen.

3 Beslissing

De kinderrechter

3.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige sub 1] in een voorziening voor verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uurs, zoals bedoeld in het indicatiebesluit van 9 augustus 2013 met kenmerk [kenmerk], met ingang van 14 februari 2014 tot 11 augustus 2014;

3.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige sub 2] in een voorziening voor verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uurs, zoals bedoeld in het indicatiebesluit van 9 augustus 2013 met kenmerk [kenmerk] met ingang van 14 februari 2014 tot 11 augustus 2014;

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.P. de Beij, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 12 februari 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van J.T. Maalderink, griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.