Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:452

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
13-02-2014
Zaaknummer
2033750
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

interpretatie van definitie van weidegang in Reglement Weidegang; bindend advies

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2014/90

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 2033750 AC EXPL 13-2088 GB/4333

Vonnis van 12 februari 2014

inzake

1. de maatschap

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiseres sub 3],

wonende te [woonplaats],

verder gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud ook te noemen [eiseres],

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.W. Helsdingen van ARAG Rechtsbijstand,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FrieslandCampina Nederland B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen FrieslandCampina,

gedaagde partij,

procesadvocaat: mr. J.P.M. Borsboom,

advocaat: mr. M.M. Tuijtel, advocaat te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 juli 2013, waarbij een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    het proces-verbaal van de op 27 september 2013 gehouden comparitie van partijen, waarvan mede aantekening is gehouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] levert als melkveehouder en lid van de Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A. (hierna: de coöperatie) melk aan FrieslandCampina.

2.2.

Leden van de coöperatie kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor het leveren van weidemelk aan FrieslandCampina. Die voorwaarden zijn vastgelegd in het per 1 januari 2012 van kracht zijnde Reglement Weidegang (hierna: het reglement), waarin onder meer het volgende is bepaald:

1. Begripsbepaling

Basis definitie Weidegang

Runderen krijgen weidegang op grasland met een voldoende grasaanbod, zodat de dieren voortdurend hun natuurlijk graasgedrag kunnen uitoefenen.

Bestuur

Het bestuur van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A.;, inclusief de van haar deel uitmakende ondernemingen zoals, maar niet beperkt tot, Koninklijke FrieslandCampina N.V. en haar andere dochtermaatschappijen, groepsmaatschappijen en deelnemingen.

(…)

Deelweidegang

Het gedurende ten minste honderdtwintig (120) dagen per kalenderjaar, toepassen van het weiden van minimaal 25% van het rundvee van een melkveehouderijbedrijf.

(…)

Verklaring deelweidegang

De door een veehouder aan FrieslandCampina in aanvulling op de Leveringsovereenkomst afgelegde verklaring dat hij voldoet aan alle criteria als gesteld in dit reglement, voor het toepassen van Weidegang. Deze verklaring bestaat uit een voorlopige verklaring en een definitieve verklaring.

Verklaring weidegang

De door een veehouder aan FrieslandCampina in aanvulling op de Leveringsovereenkomst afgelegde verklaring dat hij voldoet aan alle criteria als gesteld in dit reglement, voor het toepassen van Weidegang. Deze verklaring bestaat uit een voorlopige verklaring en een definitieve verklaring.

Weidegang

Het gedurende ten minste honderdtwintig (120) dagen per kalenderjaar, gedurende ten minste zes (6) uur per dag weiden van alle melkgevende koeien op een bedrijf, met uitzondering van de zieke melkgevende koeien van dat bedrijf.

Weidegangtoeslag

Het door FrieslandCampina jaarlijks te betalen bedrag boven de Melkprijs ten behoeve van melkveehouders die Weidegang toepassen.

Weidemelk

De melk als genoemd in dit reglement, afkomstig van koeien, gehouden door een bedrijf of bedrijven, dat/die Weidegang toepast/toepassen conform de definitie Weidegang.

(…)

5. Voorwaarden en controle op de toepassing

Melkveehouders kunnen in aanmerking komen voor een (deel)weidegangtoeslag, wanneer zij voldoen aan het volgende:

Voorwaarden

(…)

2. Het lid past in zijn melkveehouderijbedrijf Weidegang of Deelweidegang toe;

(…)

Controle

(…)

5. Aan het eind van het jaar wordt gecheckt of de deelnemers van weidegang, die een verklaring weidegang hebben getekend, hebben voldaan aan de volgende voorwaarden:

(…)

- Eventuele controles weidegang met positief resultaat

(…)

7. Overige bepalingen

Terzake onderwerpen waarin dit Reglement aanleiding zou kunnen geven tot een verschillende interpretatie, of voor gevallen waarin het Reglement niet voorziet, beslist het Bestuur.”

2.3.

In 2012 bedraagt de toeslag voor weidegang € 0,50 per 100 kilogram geleverde melk en voor deelweidegang € 0,125 per 100 kilogram geleverde melk.

2.4.

Bij brief van 17 september 2012 heeft FrieslandCampina onder meer het volgende aan [eiseres] laten weten:

“Tijdens het bedrijfsbezoek van vrijdag 7 september is er door uw adviseur (…) geconstateerd dat u voor het kalenderjaar 2012 niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de weidegangregeling.

Wel is het mogelijk om gebruik te maken van de deelweidegangregeling.

Dit kunt u doen door de bijgaande verklaring voor akkoord te tekenen en naar ons terug te sturen.

Vanaf het begin van de volgende maand zal uw melk niet meer worden opgehaald als weidemelk maar als reguliere melk.

Verder zal er contact met u opgenomen worden voor het maken van een afspraak voor een bedrijfsbezoek (…)”

2.5.

Bij brief van haar gemachtigde van 14 januari 2013 heeft [eiseres] bij FrieslandCampina bezwaar gemaakt tegen de afrekening van het melkgeld over 2012 volgens de deelweidegangregeling omdat al haar melkgevende koeien in 2012 ten minste 120 dagen weidegang hebben genoten. Zij maakt daarom aanspraak op een nabetaling van € 5.574,60 op grond van de weidegangregeling. Indien dit bedrag niet binnen veertien dagen is betaald, maakt zij tevens aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente.

2.6.

FrieslandCampina heeft dit verzoek bij brief van 6 februari 2013 afgewezen omdat aan de door haar gestelde criteria voor volledige weidegang door [eiseres] niet was voldaan.

2.7.

In reactie daarop heeft de gemachtigde van [eiseres] op 19 februari 2013 aan FrieslandCampina onder meer het volgende geschreven:

“Hoe kan uw adviseur (…) tijdens een bedrijfsbezoek op 7 september 2012 constateren dat niet aan de eis van de weidegangregeling is voldaan? Dit bezoek is immers een momentopname en kan dan ook nooit uitsluitsel geven over de vraag of de dieren minimaal 120 dagen weidegang hebben genoten. Ik verzoek u dan ook om dit standpunt nader te onderbouwen.”

2.8.

Bij brief aan de gemachtigde van [eiseres] van 26 februari 2013 heeft FrieslandCampina haar standpunt gehandhaafd dat [eiseres] niet heeft voldaan aan de voorwaarden zoals die voor volledige weidegang zijn gesteld in het Praktijkreglement en het reglement. Daaraan heeft zij toegevoegd dat de beoordeling hiervan heeft plaatsgevonden conform de ten aanzien hiervan in de reglementen gestelde eisen.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eiseres] vordert om FrieslandCampina bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan haar te betalen de hoofdsom van € 5.574,60, de buitengerechtelijke kosten van € 653,70, de wettelijke handelsrente over deze bedragen vanaf 28 januari 2013 en de kosten van de procedure. Ter zitting heeft [eiseres] haar vordering gewijzigd, in die zin dat zij in plaats van de wettelijke handelsrente vanaf 28 januari 2013 de wettelijke rente vanaf die datum vordert.

3.2.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt [eiseres] dat zij aan de voorwaarden van de weidegangregeling heeft voldaan. Al haar koeien hebben in 2012 ten minste 120 dagen, gedurende zes uren per dag, weidegang gehad. Zij heeft in 2012 in totaal 1.486.560 kilogram melk aan FrieslandCampina geleverd. FrieslandCampina heeft slechts de deelweidetoeslag van € 0,125 vergoed en niet de verschuldigde weidetoeslag van € 0,50. Het verschil van € 5.574,60 heeft zij dus van FrieslandCampina tegoed.

3.3.

FrieslandCampina voert daartegen aan dat alle melkgevende koeien van een bedrijf hun graasgedrag voortdurend moeten kunnen uitoefenen en op een weidegangdag de gang naar de wei moeten maken om daar te kunnen grazen. Koeien die worden opgestald, vertonen geen natuurlijk graasgedrag. Zij hanteert dezelfde definities en uitleg daarvan als de Stichting Weidegang, een stichting waarvan zij mede-initiatiefnemer is en waarbij zij is aangesloten. De Stichting wil stimuleren dat de melkveehouders al hun melkgevende koeien zoveel mogelijk in de wei laten grazen. FrieslandCampina vindt het belangrijk dat koeien naar de wei gaan en wil dat stimuleren. Daarom heeft zij in juni 2012 ook het Convenant Weidegedrag ondertekend. Zij communiceert met haar leden over de weidegangregeling via de brochure Belangrijkste regelingen 2012, op ledenvergaderingen, via melkweb, via melkmail en per brief. Vragen die ter controle of sprake is van (deel)weidegang gesteld worden, zijn: “Lopen alle melkgevende koeien in de weide?” en “Vertonen koeien graasgedrag en lopen alle koeien buiten?”. Ook in de controlelijst die de buitendienstmedewerkers bij de controle hanteren, luidt een vraag: “Lopen alle melkgevende koeien in de weide?”.

Op 7 september 2012 heeft haar buitendienstmedewerker een bezoek gebracht aan het bedrijf van [eiseres]. Geconstateerd is dat het bedrijf de koeien heeft verdeeld over twee koppels. Een koppel koeien (1/3 van het totale aantal), bestaande uit koeien die recent gekalfd hebben, gaat niet naar de weide om te grazen maar blijft de eerste drie maanden na het kalven binnen. Deze koeien worden met een melkrobot in de stal gemolken. De omvang van deze groep is constant. Een ander koppel koeien (2/3 van het totale aantal) gaat wel naar de weide om te grazen en wordt gemolken in een doorloopmelksysteem. Nu 1/3 van de koeien binnen wordt gehouden, is niet voldaan aan de voorwaarde dat alle koeien naar buiten gaan.

[eiseres] tracht de regels uit te leggen in de zin van “als elke koe individueel op jaarbasis maar aan de 120 dagen met 6 uur per dag komt”. Dat is volgens FrieslandCampina een onjuiste uitleg omdat die niet strookt met de principiële gedachte van weidegang. Waar het om gaat is dat alle koeien naar buiten moeten gaan op een dag die geregistreerd wordt in de zin van de weidegangregeling. Eerst indien op 120 dagen en wel 6 uur per dag alle melkgevende koeien buiten hebben gegraasd, kan van weidegang worden gesproken. Daarvan is in het geval van [eiseres] geen sprake en dat wordt ook niet betwist door [eiseres]. Controle is essentieel om tot borging van de normen die gelden voor weidemelk te komen. Een uitleg zoals [eiseres] voorstaat, staat haaks op de regels. Die uitleg zou overigens ook leiden tot het illusoir worden van controlemogelijkheden. De controleurs kunnen enkel vaststellen of het gehele koppel buiten loopt of niet. Het is voor haar van groot belang dat de weidegangregeling op die manier wordt uitgelegd en toegepast. [eiseres] wil de interpretatie en handhaving van FrieslandCampina van de weidegangregeling niet accepteren. Bij interpretatieverschillen beslist ingevolge artikel 7 van het reglement het bestuur van FrieslandCampina. Het bestuur heeft haar beslissing op dit interpretatieverschil gegeven en die is doorslaggevend. Dat is een bindend advies voor partijen waaraan [eiseres] als lid van de coöperatie is gebonden, aldus FrieslandCampina.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil spitst zich toe op de vraag hoe de definitie van weidegang in het van toepassing zijnde reglement moet worden uitgelegd: [eiseres] is van mening dat aan die definitie is voldaan als elke individuele melkgevende koe op een bedrijf gedurende ten minste 120 dagen per kalenderjaar gedurende ten minste 6 uur per dag is geweid, FrieslandCampina is van mening dat pas aan de definitie is voldaan als álle melkgevende koeien op een bedrijf gedurende ten minste 120 dagen per kalenderjaar gedurende ten minste 6 uur per weidegangdag zijn geweid (de uitzondering van zieke koeien daargelaten). Bij de eerste interpretatie zou [eiseres] aan de vereisten voor weidegang kunnen hebben voldaan, bij de tweede staat vast dat zij daaraan niet heeft voldaan.

4.2.

In geval van interpretatieverschillen is in artikel 7 van het reglement vastgelegd dat het bestuur van de coöperatie beslist. [eiseres] heeft ter zitting naar voren gebracht dat die bepaling als een algemene voorwaarde is te beschouwen die onredelijk bezwarend is omdat het bestuur puur alleen beslist, er geen sprake is van een bepaalde procedure en zij een kleine veehouder is. De kantonrechter constateert dat in artikel 2 van het reglement is vastgelegd dat leden van de coöperatie onder de verder in dat reglement vermelde voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor het leveren van weidemelk aan FrieslandCampina. Als lid van de coöperatie heeft [eiseres] dus door het leveren van weidemelk aan FrieslandCampina die voorwaarden aanvaard, met inbegrip van artikel 7 van het reglement. De kantonrechter is van oordeel dat geen van de door [eiseres] aangevoerde gronden tot de conclusie leidt dat in de omstandigheden van dit geval sprake is van een onredelijk bezwarend beding. Dat het bestuur alleen beslist, is niet onredelijk bezwarend, noch dat geen bepaalde procedure is vastgelegd. Ook de omstandigheid dat [eiseres] een kleine veehouder is, maakt niet dat het beding onredelijk bezwarend is.

4.3.

Zoals hiervoor vermeld, is in artikel 7 van het reglement vastgelegd dat het bestuur van de coöperatie in geval van interpretatieverschillen beslist. Ingevolge de definitiebepaling van bestuur in artikel 1 van het reglement worden tot dit bestuur ook de van de coöperatie deel uitmakende ondernemingen gerekend, waaronder FrieslandCampina. FrieslandCampina heeft bij haar brieven van 17 september 2012 en 6 en 26 februari 2013 in dit geval als bestuur in de zin van artikel 7 van het reglement beslist en de definitie van weidemelk zoals hiervoor weergegeven geïnterpreteerd. Zij heeft gesteld dat [eiseres] aan die beslissing als bindend advies van partijen gebonden is. [eiseres] heeft dat ter zitting betwist omdat zij van mening is dat zij wel aan de eisen heeft voldaan, die beslissing onredelijk bezwarend is en er geen sprake is geweest van hoor en wederhoor.

4.4.

De kantonrechter is van oordeel dat de beslissing van FrieslandCampina kan worden gezien als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In het eerste lid van dat artikel is immers onder meer bepaald dat partijen zich bij een vaststellingsovereenkomst jegens elkaar binden ter beëindiging van een geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, aan een vaststelling daarvan. In het tweede lid is bepaald dat die vaststelling ook krachtens een aan één van hen opgedragen beslissing tot stand kan komen. Op grond van artikel 7:904 lid 1 BW is een beslissing vernietigbaar indien gebondenheid aan die beslissing in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

4.5.

Ten aanzien van de vraag of de beslissing van FrieslandCampina in verband met de inhoud onaanvaardbaar is, overweegt de kantonrechter het volgende. Gelet op het belang dat de consument en de melkveehouderijbranche er tegenwoordig aan hechten dat melkgevende koeien zoveel mogelijk in de wei grazen, heeft het bestuur de definitie van weidegang naar het oordeel van de kantonrechter aldus kunnen interpreteren dat die ziet op het weiden van álle melkgevende koeien van een bedrijf gedurende ten minste 120 dagen per jaar gedurende ten minste 6 uur op een weidegangdag. Doorslaggevend acht de kantonrechter daarvoor dat, zoals in de stellingen van FrieslandCampina ligt besloten, bij deze interpretatie beter is te controleren of aan de vereisten van weidegang is voldaan. Naar haar inhoud is de beslissing van FrieslandCampina in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dus niet onaanvaardbaar.

4.6.

Ten aanzien van de vraag of de beslissing van FrieslandCampina in verband met de wijze van totstandkoming daarvan onaanvaardbaar is, overweegt de kantonrechter het volgende. In haar correspondentie en in alle overige uitingen van FrieslandCampina, zoals melkmail en webmail, is haar interpretatie gehanteerd en gecommuniceerd. Op 7 september 2012 is geconstateerd dat niet alle melkgevende koeien van [eiseres] in de wei liepen. Gebleken is dat dit op haar bedrijf nooit het geval is: 1/3 van het totale aantal melkgevende koeien staat op stal. Na de brief van FrieslandCampina van 17 september 2012 heeft er op 8 oktober 2012 een gesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] en FrieslandCampina, waarin FrieslandCampina haar interpretatie van de regels en de beslissing heeft toegelicht. Bij brief van 14 januari 2013 is van de zijde van [eiseres] schriftelijk bezwaar gemaakt tegen deze interpretatie, waarop FrieslandCampina bij brief van 6 februari 2013 heeft gereageerd. Bij brieven van 19 februari 2013 en 26 februari 2013 hebben [eiseres] en FrieslandCampina hun respectievelijke standpunten gehandhaafd. De beslissing van FrieslandCampina is dus in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ook niet onaanvaardbaar in verband met de wijze van totstandkoming daarvan. Het verweer van FrieslandCampina slaagt derhalve.

4.7.

Het voorgaande betekent dat de vordering moet worden afgewezen. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van FrieslandCampina worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op:

- salaris gemachtigde: € 500,00 (2 punten x tarief € 250,00).

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van FrieslandCampina, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 500,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. van Binsbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2014.