Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4456

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2014
Datum publicatie
26-09-2014
Zaaknummer
96-117905-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak samenscholing FC Utrecht Willem II.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Utrecht

Parketnummer: 96-117905-14

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de kantonrechter in bovengenoemde rechtbank op 10 september 2014.

Aanwezig:

mr. E.F. Bueno, kantonrechter,

mr. H.J. Starrenburg, officier van justitie,

en M. Bloem als griffier.

De kantonrechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de kantonrechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1992],

wonende te [woonplaats], [adres].

Voorts is verschenen [getuige], geboren te [geboorteplaats] op [1968], die door verdachte is meegenomen naar de terechtzitting teneinde als getuige te worden gehoord.

De kantonrechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.



De kantonrechter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken, zoals deze zich in het dossier in deze strafzaak bevinden.

De verdachte verklaart, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik ben een Willem II supporter en ik had een toegangskaart voor die middag in Utrecht te spelen wedstrijd van mijn club. Ik was in de kroeg, maar er is geen rotzooi getrapt. Er is niets gebeurd. Wij mochten daar zijn en wij hadden ook een kaartje om de wedstrijd bij te wonen. Er is tegen mij nooit verteld waarom ik ben aangehouden. De kroegeigenaar zei zelfs dat wij mochten komen. Dit stond ook in een artikel in de krant. Er is niets gebeurd. Ik zit nog op school. Ik volg de opleiding Detailhandel.

De getuige: [getuige], geboren te [geboorteplaats] op [1968], legt de belofte af. De getuige verklaart- kort en zakelijk weergegeven- het navolgende:
[verdachte] is een vriend van mij. Ik was samen met hem. We waren met de auto vertrokken naar Utrecht. We hebben een biertje gedronken in de kroeg. Ik drink zelf niet. Ik ben uiterst verbaasd dat wij zijn aangehouden. Ik heb ook een strafbeschikking ontvangen. Ik ben in verzet gegaan en ik heb er daarna niets meer van gehoord. Ik heb wel een hoorzitting gehad.

Volgens mij herken ik u daarvan. [verdachte] is de eerste die voor de rechter moet verschijnen. Er zijn nog 42 anderen. Degene die een strafbeschikking hebben gekregen zijn in verzet gegaan en drie zaken zijn geseponeerd. Dit heb ik van mr. W.J.M. van der Putten gehoord.

De kantonrechter deelt hierop mede, dat hij als voorzitter van de politieklachtencommissie voor de eenheid Midden Nederland de getuige heeft gesproken. Hij deelt voorts mede, dat in de beslissing op de klacht expliciet is vermeld, dat over geen enkele strafvorderlijke kwestie een standpunt is ingenomen.

De officier van justitie voert het woord:
Ik vorder vrijspraak, omdat niet bewezen kan worden, dat verdachte heeft deelgenomen aan een samenscholing.

De officier van justitie leest zijn vordering voor en legt die aan de kantonrechter over. De vordering houdt in:
- vrijspraak.

Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.

De kantonrechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven. De kantonrechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

Inhoud van de tenlastelegging.

Bij oproeping (na gedaan verzet) is aan de verdachte ten laste gelegde dat

hij, op of omstreeks 27 januari 2013, in de gemeente Utrecht, op of

aan een openbare plaats (als bedoeld in artikel 1:1 van de

Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010), te weten Achter

Clarenburg, heeft deelgenomen aan een samenscholing, immers

maakte hij deel uit van een groep van vijftig personen, althans een

aantal, personen (jongeren), (terwijl hij behoorde tot de

aangemerkte en aangeschreven personen, zoals bedoeld in het

handhavingsbesluit van de burgemeester van de gemeente Utrecht

van 9 juni 2010);( art 2:2 lid 1 onder e Algemene Plaatselijke

Verordening gemeente Utrecht )

Beschouwing omtrent het telastegelegde.

Met betrekking tot de vraag of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deelnemen aan een samenscholing overweegt de kantonrechter als volgt.

Van strafbare samenscholing is – mede gezien de plaatsing van het artikel 10 APV Utrecht in het hoofdstuk “openbare orde”, onderafdeling 1 “orde en veiligheid op de weg”, paragraaf 1 “Bestrijding van ongeregeldheden” - pas sprake als op een openbare plaats groepsgewijs mensen bij elkaar drommen of klitten en daarbij een dreigende houding aannemen of anderszins kenbaar maken dat zij kwade bedoelingen hebben. Maar het enkele zich bevinden in zo’n groep(je) wettigt op zich niet de conclusie dat deel is genomen aan een “samenscholing”. Daarvan kan pas worden gesproken als een voldoende significante bijdrage wordt geleverd aan de (dreigende) ordeverstoring.


Ten overvloede overweegt de kantonrechter, dat de in de tenlastelegging voorkomende zinsnede “terwijl hij behoorde tot de aangemerkte en aangewezen personen, zoals bedoeld in het handhavingsbesluit van de burgemeester van de gemeente Utrecht van 9 juni 2010”, welke woorden, ook al staan deze tussen haakjes, kennelijk een nadere aanduiding bevatten van het deelnemen aan een samenscholing, evenmin bewezen kan worden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is daaromtrent immers in het geheel niets gebleken.

Uit dat onderzoek is slechts komen vast te staan, dat verdachte (naar eigen opgave supporter van Willem II en in het bezit van een toegangskaart voor een in de middag van 27 januari 2013 te spelen wedstrijd in Utrecht) zich– met andere supporters - in een café aldaar bevond, toen hij werd gearresteerd. Van enige groepsgewijze (dreigende) ordeverstoring is niet gebleken. Laat staan, dat is waargenomen, dat verdachte daaraan enige voldoende significante bijdrage heeft geleverd.

Het vorenstaande betekent dat moet worden beslist als volgt:

BESLISSENDE

Vernietigt de bestreden beschikking;

Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de kantonrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.