Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4125

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
16/661762-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man tot vier jaar gevangenisstraf voor een gewelddadige woningoverval in Utrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661762-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 september 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Curaçao (Nederlandse Antillen) op [1973],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Jansen, advocaat te Spijkenisse.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

op 21 juli 2012 in Utrecht, tezamen en in verenging met anderen, met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], goederen

heeft gestolen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

Feit 2:

op 21 juli 2012 heeft geprobeerd tezamen en in vereniging met anderen, met

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], goederen te stelen van [slachtoffer 2].

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.3

Waardering van het bewijs

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen ten aanzien van feiten 1 en 2 van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen

Aangiftes

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Vandaag, 21 juli 2012, omstreeks 23:15 uur was ik thuis op de[adres].2 Er werd aangebeld. [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 3]) deed de deur open. Ik zag dat er drie mannen binnen kwamen stormen. Ik zag dat de mannen alle drie een bivakmuts op hadden. [slachtoffer 3] heeft gevochten met een grote neger.3 Ik zag dat [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 1]) begon te vechten met één van de mannen. Hierdoor viel de bivakmuts van één van de mannen af. Ik zag dat[medeverdachte] in de woonkamer stond.[medeverdachte]’s bijnaam is [medeverdachte]. Ik zag dat[medeverdachte] een pistool in zijn hand had. Ik zag dat[medeverdachte] dit pistool op het hoofd van [slachtoffer 1] zette.4 [slachtoffer 1] kreeg een klap op zijn hoofd met dat wapen.5 Ik zag dat [slachtoffer 1] werd gestoken door[medeverdachte]. Ik zag dat dit met een keukenmes gebeurde. Ik zag dat [slachtoffer 1] in zijn hoofd en in zijn nek werd gestoken.6 Ik zag dat de portemonnee van [slachtoffer 1] werd gepakt. Ik voelde dat ik ook door [medeverdachte] ([medeverdachte]) werd gestoken. Dit was twee keer. Ik voelde dat dit in mijn buik was.7 Mijn ribben rechts doen pijn en mijn linkeroor. Ik heb een paar klappen op mijn oor gekregen.8 [medeverdachte] (de Rechtbank begrijpt dat hiermee dezelfde persoon wordt bedoeld als [medeverdachte]/[medeverdachte]) probeerde mijn ring van mijn vinger af te trekken.9 Ik lag op de grond voorover. Ik draag een heuptasje bij mij. Ik voelde dat er aan de riem op mijn rug werd getrokken.10 Ik hoorde dat [medeverdachte] tegen [slachtoffer 1] zei: “Blijf liggen”.11

Aangever [slachtoffer 1] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 21 juli 2012, omstreeks 23:00 uur, was ik in mijn woning aan de[adres]. Mijn vrouw [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en een jongen waren ook in de woonkamer aanwezig. Er werd op een gegeven moment geklopt. Ik zag dat [slachtoffer 3] de voordeur opendeed. Ik hoorde vervolgens een hoop lawaai vanuit de gang komen. Ik ben daarop opgestaan en naar de voordeur gelopen. Ik zag twee personen voor mij staan. Ik werd gelijk door beide personen geslagen, meerdere keren. Ik viel vervolgens naar achter en pakte een mes dat op de verwarming lag. Het mes werd door één van de personen van mij afgepakt. Ik werd vervolgens door deze persoon meerdere keren in mijn lichaam gestoken. Nadat ik op de grond terecht was gekomen voelde ik dat ik meerdere trappen tegen mijn lichaam kreeg. Achteraf merkte ik nog dat mijn portemonnee uit mijn kontzak is gestolen door één van beide personen.12 Mijn portemonnee met daarin twee bankpasjes, diverse kaartjes en een identiteitskaart hebben ze meegenomen.13 Nadat ik de trappen had gekregen, stond ik weer op en werd ik al vechtend in de keuken op de grond gegooid. Ik zag daarop dat één van de personen iets doorlaadde. Hij maakte een beweging alsof hij een shotgun doorlaadde. Deze persoon riep vervolgens hard tegen mij: “Blijven liggen”.14 Ik voelde vervolgens dat ik door deze persoon met de shotgun boven op mijn hoofd werd geslagen.15 De persoon die uit de slaapkamer kwam, was de langste persoon.16 Ik heb in de gang, op het moment dat de mannen de woning uitrenden, nog de man die uit de slaapkamer kwam geprobeerd te steken. Het was de lange man. Ik richtte het mes op zijn benen. Het zou best kunnen dat ik hem geraakt heb.17

Aangever [slachtoffer 3] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 21 juli 2012 was ik aanwezig in de woning van [slachtoffer 1].18 Omstreeks 23:00 uur werd er geklopt. Ik heb vervolgens de voordeur geopend. Ik zag toen een man staan. Ik hoorde dat de man niets zei. Ik zag en voelde dat voornoemde man direct probeerde om mij naar binnen te duwen. Ik zag dat voornoemde man met twee handen tegen de voordeur begon te duwen. We raakten in gevecht. We zijn in de slaapkamer van de woning geraakt. Ik zag en voelde dat voornoemde man mij bij mijn keel pakte. Ik voelde dat de hand van voornoemde man mijn keel helemaal dicht begon te knijpen. Ik schat dat voornoemde man mij tussen de dertig en zestig seconden heeft getracht te wurgen. Ik zag en voelde dat de man mij een trap in mijn gezicht gaf.19 De man met wie ik in gevecht was, was ongeveer 2 meter lang en had een groot en breed postuur.20 Terwijl ik met voornoemde man in gevecht was, zag ik nog twee mannen de woning binnen lopen. Opeens zag ik dat de mannen weer naar buiten renden.21 De man met wie ik aan het vechten was wilde toen ook gaan. Ik heb toen zijn been beetgepakt. Ik zag dat mijn oom met een mes in het been van de overvaller stak. Hij stak in het rechter bovenbeen van de overvaller. Vervolgens liepen zij met zijn drieën weg. Ik zag die drie gasten in de vluchtauto springen en ik zag de deur dicht gaan.22

De verdediging heeft aangevoerd dat getwijfeld moet worden aan de juistheid van de verklaringen van aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Aangevers bevinden zich namelijk in een milieu van drugsgebruik en hebben ook op de avond van de woningoverval drugs en alcohol gebruikt. Hierdoor zijn de waarnemingsvermogens van de aangevers beïnvloed. Voorts is aangever [slachtoffer 1] visueel gehandicapt. Daarnaast is de inhoud van de verklaringen ingegeven door speculatie. De verklaringen zijn derhalve geen overtuigende bewijsmiddelen.

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, acht de rechtbank de verklaringen van aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] betrouwbaar en overweegt daartoe als volgt. De verklaringen van de verschillende aangevers komen in grote lijnen met elkaar overeen en worden bij verschillende gelegenheden herhaald. Ook de verklaringen die zeer kort na de woningoverval door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn afgelegd komen met elkaar overeen. Dat de aangevers mogelijk uit een drugsgebruikersmilieu komen, doet niet af aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Voorts geeft aangever [slachtoffer 1] in zijn verhoren steeds aan wanneer hij zaken niet goed heeft kunnen waarnemen door zijn beperkte gezichtsvermogen.

Getuigenverklaringen

Getuige [getuige 1]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 21 juli 2012 ben ik getuige geweest van een overval in de woning op de[adres]. Ik was samen in die woning met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] [slachtoffer 1]. Er was nog een man.23 Later waren er mensen aan de voordeur. Iemand deed de voordeur open. Ik hoorde toen gestommel. Het waren 3 gemaskerde mannen, die de woning binnen kwamen. Dader 3 was [medeverdachte]. [medeverdachte] heet eigenlijk [medeverdachte].24 Ik herken zijn stem uit miljoen. Ik ken hem al jaren. Hij had een mes. Ik zag dat [slachtoffer 1] in de woonkamer in gevecht raakte met een van de daders. Op een gegeven moment viel [slachtoffer 1] op de grond. Ik hoorde dat de dader met wie hij aan het vechten was, tegen hem zei: “Blijf liggen, blijf liggen”. Het was de stem van [medeverdachte]. Vervolgens zag ik dat [medeverdachte] naar [slachtoffer 2] liep. Ik zag dat [medeverdachte] [slachtoffer 2] in haar buik stak met dat mes. Met zijn vrije hand probeerde hij de ring van de vinger van [slachtoffer 2] af te trekken. Ook probeerde [medeverdachte] een heuptasje, dat [slachtoffer 2] om haar middel droeg, van haar af te pakken.25

Getuige[getuige 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 21 juli 2012 was ik in mijn woning aan de [adres]. Ik keek rond 23:00 uur uit mijn raam. Ik zag twee mensen het pand binnen lopen. Kort daarna hoorde ik iemand op de deur kloppen van mijn bovenburen. In deze woning wonen [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Direct na het geklop hoorde ik geschreeuw. Ik hoorde hele harde bonken.26 Ik zie in mijn telefoon dat ik om 23:12 uur 112 heb gebeld. Toen ik de vrouw nog aan de lijn had, zag ik drie mannen de trap aflopen. Persoon 1 had iets van rood op zijn hoofd. Het leek op een muts. Persoon 3 was een kop groter dan de andere twee personen. Snel nadat de mannen het pand verlieten zag ik dat mijn buurman van de trap af kwam. Ook zag ik dat [slachtoffer 3] van de trap af kwam lopen. Ik hoorde toen piepende banden. Ik zag een donkere auto wegscheuren.27

Verbalisant [A] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Het viel mij op dat de verdachte [verdachte] een lang postuur had. Volgens zijn signalementsbeschrijving is hij 1.96m lang.28

Bewijsmiddelen ten aanzien van het letsel bij aangevers

Verbalisant [B] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Ik zag dat [slachtoffer 2] ter hoogte van haar onderste ribben aan de rechterzijde twee kleine ondiepe steekwondjes had.

Ik zag dat [slachtoffer 1] een steekwond in zijn nek had, net onder zijn linker kaak. Ik zag ook dat [slachtoffer 1] een steekwond op zijn hoofd had.29

Verbalisant[C] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Benadeelde: [slachtoffer 1] [slachtoffer 1].

Ik zag dat de man diverse huidbeschadigingen had op het hoofd en op de linkerarm.30

Bewijsmiddelen ten aanzien van het mes en het letsel bij verdachte

Verbalisant [D] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

In de woning aan de[adres] is onderzoek verricht.31 Op de eettafel zag ik een groot vleesmes liggen met bloed eraan. Dit mes werd door mij in beslaggenomen en veiliggesteld.32 Op het mes is het volgende spoor veiliggesteld: AAEO8660NL.33

Uit het NFI rapport van 6 februari 2013 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:

Het mes van het merk Schinken is op de volgende plaatsen bemonsterd:

- Lemmet nabij de punt (AAE8660NL#01) (bloedspoor).34

Deze bemonstering leverde een DNA mengprofiel van twee personen op. De DNA-profielen van slachtoffer [slachtoffer 1] en [verdachte] (databank match) matchen met het DNA-mengprofiel. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het afgeleide DNA-profiel of met het DNA-mengprofiel van het bloed/celmateriaal in de bemonstering AAEO8660NL#01 is kleiner dan één op één miljard.35

Verbalisanten [E] en [F] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 27 juli 2012 (de rechtbank begrijpt: zes dagen na de woningoverval) zagen wij de ons ambtshalve bekende [verdachte] onderuit gaan met zijn scooter. Wij zagen dat [verdachte] een flinke wond aan de binnenzijde van zijn rechterhand had, zijn linkerhand was al verbonden. Na onderzoek door een arts in het ziekenhuis bleek dat [verdachte] een diepe wond had in zijn rechterhand. Wij hoorden de arts zeggen dat er een pees in zijn hand doorgesneden was. [verdachte] vertelde aan de arts dat dit door de val kwam, echter de arts vertelde ons dat deze wond niet afkomstig kon zijn van een val met een scooter. De arts vertelde tegen ons dat dit mogelijk is gebeurd door het afweren van een stuk glas of een mes.36 Ik, verbalisant [F], had bloed aan mijn handen na het verplaatsen van de scooter. Ik had alleen de handvatten beet gehad. Het bloed aan de handvatten moet dus van vóór de val zijn.37

Overweging van de rechtbank ten aanzien van de alternatieve verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij op de dag van de overval samen met ene [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gereden om drugs te kopen. Verdachte kende het pand en de bewoners niet. Verdachte is vervolgens alleen naar de woning gegaan. [medeverdachte 2] is beneden blijven wachten, omdat zij schulden had bij de bewoners. Verdachte heeft bij de woning aangebeld. Toen de deur open werd gedaan vroeg de jongen die open deed wat hij kwam doen, waarna verdachte heeft gezegd dat hij drugs kwam kopen en heeft hij geld getoond. Op het moment dat verdachte naar binnen wilde lopen werd hij van achter geduwd en ontstond er een worsteling binnen. Toen verdachte zich omdraaide om weg te gaan werd hij gestoken in de muis van zijn hand en in zijn been. Verdachte is vervolgens alleen weggegaan. Hij was de eerste die de woning verliet. Verdachte heeft geen andere personen weg zien gaan. De medeverdachten kent hij niet. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte waarschijnlijk is aangezien voor een overvaller, terwijl hij alleen drugs kwam kopen. Hij heeft niet deelgenomen aan een overval.

Op grond van deze verklaring en de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte ten tijde van de overval in de woning aanwezig is geweest en dat hij met het in de woning aangetroffen vleesmes is gestoken. De alternatieve verklaring die verdachte voor de plaatsgevonden gebeurtenissen geeft acht de rechtbank niet geloofwaardig en overweegt daartoe als volgt. Verdachte verklaart dat hij bij de woning heeft aangebeld. Toen de deur werd geopend zou zijn gevraagd wat hij kwam doen en heeft hij gezegd dat hij drugs kwam kopen en heeft hij geld laten zien. Aangever [slachtoffer 3] verklaart over deze gang van zaken echter niets. Volgens de verklaring van [slachtoffer 3] zou er op de deur geklopt zijn, waarna hij de deur opende en hij een man zag staan. De deur werd vervolgens meteen open geduwd en [slachtoffer 3] raakte hierna in gevecht. [slachtoffer 3] verklaart dat de man aan de deur niets zei, terwijl verdachte heeft verklaard dat er een kort gesprek zou zijn geweest over het kopen van drugs. Ook aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 3] de deur opendeed en dat hij vervolgens meteen een hoop lawaai uit de gang hoorde komen. Voorts heeft getuige [getuige 2], de onderbuurman van aangevers, verklaard dat hij iemand op de deur van zijn bovenburen hoorde kloppen en dat hij direct hierna geschreeuw en harde bonken hoorde. Ook deze verklaringen passen niet in het verhaal van verdachte dat er eerst een kort gesprek zou hebben plaatsgevonden alvorens hij werd overlopen door de overvallers.

Dat verdachte niet “een bezoeker” was, maar één van de overvallers, wordt ondersteund door de bij [verdachte] aangetroffen verwondingen (onder meer een steekwond in zijn been) en de verklaringen die aangevers hierover hebben gegeven. Aangever [slachtoffer 1] heeft namelijk verklaard dat hij in de gang heeft geprobeerd om de man die uit de slaapkamer kwam, te steken met een mes. Dit was de lange man. [slachtoffer 1] heeft het mes op de benen van deze man gericht. Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij zag dat zijn oom (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) met een mes in het been van de overvaller stak.

De verdediging heeft verder aangevoerd dat op grond van het dossier niet vaststaat hoeveel personen de woning zijn binnengekomen. In het dossier zijn volgens de verdediging namelijk aanknopingspunten te vinden waaruit blijkt dat er vier personen de woning zijn binnengekomen. Deze vierde persoon kan verdachte zijn geweest, naast de drie overvallers. De rechtbank ziet in het dossier echter geen aanknopingspunten voor de stelling dat er vier personen de woning zijn binnengekomen. De drie aangevers en getuige [getuige 1] verklaren immers allen dat zij drie personen hebben gezien en ook buurman [getuige 2] heeft drie mannen naar beneden zien komen na de overval.

Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij de woning alleen heeft verlaten en niemand achter zich aan heeft zien komen. Ook deze verklaring vindt geen steun in de bewijsmiddelen. Getuige [getuige 2] heeft immers verklaard dat hij, nadat hij geschreeuw en bonken uit de woning van aangevers hoorde komen, 112 heeft gebeld en uit zijn keukenraam is gaan kijken. Hij zag vervolgens drie mannen van de trap af komen lopen. De getuige verklaart niet over één persoon die eerst afzonderlijk de trap af kwam lopen, zoals verdachte heeft verklaard. Ook aangevers verklaren niet dat een persoon de woning eerder heeft verlaten en zij verklaren maar over één auto die zij weg hebben zien rijden na de overval.

Verdachte heeft ook verklaard dat hij bij de woning was met een gebruikster, genaamd [medeverdachte 2]. De verdediging heeft tijdens een pro forma zitting op 10 april 2014 verzocht om de onbekende persoon met wie verdachte bij de woning was als getuige te horen. Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 3 juli 2014 blijkt dat de advocaat van verdachte de gegevens van de onbekende persoon niet heeft kunnen achterhalen, hoewel verdachte bij de rechter-commissaris op 19 juni 2014 heeft verklaard dat hij deze [medeverdachte 2] al jaren kende en haar een paar dagen voor de pro forma zitting van 10 april 2014 nog geprobeerd heeft te bellen.

De rechtbank vindt gelet op het voorgaande in geen van de verklaringen of anderszins steun voor de verklaring van verdachte dat hij afzonderlijk van de overvallers is gekomen en afzonderlijk van de overvallers weer is weggegaan. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij op de avond van de overval met voornoemde [medeverdachte 2] naar de woning is gereden om drugs te kopen, waarna hij door overvallers is overlopen, derhalve niet geloofwaardig en zal die verklaring om die reden passeren.

De ongeloofwaardigheid van de verklaring van verdachte wordt verder versterkt doordat hij, toen hij een jaar later op 12 maart 2013 werd aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de woningoverval op 21 juli 2012, niet direct verklaart dat hij juist slachtoffer is geweest. Pas op 19 juni 2014 verklaart verdachte voor het eerst dat hij als slachtoffer betrokken is geweest bij deze woningoverval.

De rechtbank vindt voorts ondersteuning voor betrokkenheid van verdachte als overvaller bij de woningoverval in het feit dat verschillende personen verklaren dat één van de overvallers opvallend groot was. Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard: “[slachtoffer 3] vocht met een grote neger”. Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard: “De persoon die uit de slaapkamer kwam was de langste persoon” en “[slachtoffer 3] [slachtoffer 3] was met de grootste overvaller op de slaapkamer”. Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard: “De man met wie ik in gevecht was, was ongeveer 2 meter lang”. Tot slot heeft ook buurman [getuige 2] verklaard dat hij drie mannen de trap af zag komen lopen en dat persoon 3 een kop groter was dan de andere twee personen. Uit het proces-verbaal van relaas blijkt dat verdachte 1.96 meter lang is. Het signalement van verdachte past derhalve in het door aangevers gegeven signalement van één van de overvallers.

Overweging van de rechtbank ten aanzien van de nauwe en bewuste samenwerking

De handelwijze van verdachte, zijn medeverdachte en de onbekend gebleven derde persoon duidt, gelet op de bewijsmiddelen, op een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders.

Overweging van de rechtbank ten aanzien van de diefstal van de glazen plaat

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten een glazen plaat, met daarop cocaïne, hebben weggenomen. Niet kan worden uitgesloten dat de glazen plaat in de woning is gesneuveld, gezien het glas dat in de woning op de grond is aangetroffen. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder feiten 1 en 2 heeft begaan.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 21 juli 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met toebehoren, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat dat verdachte en/of zijn mededaders:

-Deze [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het lichaam hebben geslagen en getrapt;

-Een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] hebben gezet, dan wel een (nep)vuurwapen op deze [slachtoffer 1] hebben gericht; en

-Deze [slachtoffer 1] op de grond hebben gegooid en

-Tegen deze [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Blijf/Blijven liggen" en

-Met een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] hebben geslagen

-Deze [slachtoffer 1] meerdere malen met een keukenmes in zijn gezicht/hoofd en nek en arm, hebben gestoken; en

-Deze [slachtoffer 2] meerdere malen met een keukenmes in haar buik hebben gestoken; en

-Meerdere malen tegen een oor van deze [slachtoffer 2] hebben geslagen; en

-Voornoemde [slachtoffer 3] bij zijn keel hebben gepakt en dicht geknepen en dicht geknepen gehouden; en

-Deze [slachtoffer 3] hebben getrapt in zijn gezicht;

2.

op 21 juli 2012 te Utrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen ring en heuptas, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] voornoemd en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren:

-Deze [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het lichaam hebben geslagen en getrapt;

-Een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] hebben gezet, dan wel een (nep)vuurwapen op deze [slachtoffer 1] hebben gericht; en

-Deze [slachtoffer 1] op de grond hebben gegooid en

-Tegen deze [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Blijf/Blijven liggen" en

-Met een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] hebben geslagen

-Deze [slachtoffer 1] meerdere malen met een keukenmes in zijn gezicht/hoofd en nek en arm hebben gestoken; en

-Deze [slachtoffer 2] meerdere malen met een keukenmes in haar buik hebben gestoken; en

-Meerdere malen tegen een oor van deze [slachtoffer 2] hebben geslagen; en

-Voornoemde [slachtoffer 3] bij zijn keel hebben gepakt en dicht geknepen en dicht geknepen gehouden; en

-Deze [slachtoffer 3] hebben getrapt in zijn gezicht; en

-Aan de heuptas van deze [slachtoffer 2] te trekken en vervolgens aan de riem van deze [slachtoffer 2] te trekken; en

-Aan de ring van deze [slachtoffer 2] te trekken;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

Ten aanzien van feit 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier (4) jaren.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd om bij uitspraak de gevangenhouding van verdachte te bevelen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feiten 1 en 2.

De verdediging heeft verzocht het bevel tot gevangenhouding van verdachte af te wijzen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval. Verdachte en zijn mededaders zijn hierbij de woning binnengedrongen en hebben de aanwezigen zwaar toegetakeld. De hoofdbewoner had meerdere steekwonden in zijn gezicht en is met het wapen op zijn hoofd geslagen. Een ander slachtoffer heeft verklaard dat hij dacht dat hij dood zou gaan toen zijn keel gedurende enkele seconden werd dichtgeknepen. Er is bij de woningoverval derhalve ernstig geweld gebruikt en bij dergelijk geweld mag van geluk gesproken worden dat het niet anders is afgelopen.

De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Eén van de aangevers heeft verklaard dat zij en haar partner enkele dagen na de overval een huisje hebben gehuurd, omdat zij zich niet meer veilig voelden in hun eigen huis. Dat aangevers zich niet langer veilig voelen in hun woning, rekent de rechtbank verdachte en zijn medeverdachten zwaar aan. Verdachte heeft geen oog gehad voor het gegeven dat een dergelijk feit bijdraagt aan gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. Het is een feit van algemene bekendheid dat woningovervallen ernstige en langdurige psychische schade aan kunnen richten bij de slachtoffers.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 10 juli 2014 blijkt dat verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Zijn eerste veroordeling dateert uit 1993 en meest recentelijk is verdachte op 10 september 2013 onherroepelijk veroordeeld voor tweemaal diefstal met braak tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 weken.

Uit het de verdachte betreffend reclasseringsrapport van 29 november 2013 blijkt dat verdachte jarenlang verslaafd is geweest aan harddrugs. Verdachte heeft de status van veelpleger. Na een opgelegde ISD maatregel in 2012 tot een goed einde te hebben gebracht, kende verdachte enige tijd stabiliteit. Echter, hij verviel in 2013 in delictgedrag. Er zijn problemen op diverse leefgebieden. Verdachte heeft op dit moment geen inkomen en geen zinvolle dagbesteding. Hij zou nu geen harddrugs meer gebruiken, maar gebruikt wel dagelijks softdrugs. Positief is dat verdachte wel een verblijfplaats heeft. Hij verblijft bij zijn vriendin met wie hij een dochter heeft. Verdachte wil zijn leven zonder justitiecontacten leiden en erkent dat hij ondersteuning kan gebruiken. Verdachte wordt momenteel begeleid door de reclassering en door Palier.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafoplegging acht geslagen op de zogenaamde LOVS-richtlijnen. In deze richtlijnen is voor diverse delicten een oriëntatiepunt voor de op te leggen straf geformuleerd. Voor een woningoverval met geweld, wordt in de oriëntatiepunten als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie tot vijf jaren gehanteerd, afhankelijk van de ernst van het geweld.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden geen aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend.

De officier van justitie heeft gevorderd om bij de uitspraak de gevangenhouding van verdachte te bevelen. De rechtbank ziet daartoe echter geen aanleiding, nu verdachte initieel, na zijn aanhouding op 12 maart 2013, ook niet in voorlopige hechtenis is gesteld door de officier van justitie. De rechtbank wijst deze vordering derhalve af.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 63, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

Ten aanzien van feit 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier (4) jaren.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis

Wijst af de vordering tot gevangenhouding.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.F. Haeck, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 september 2014.

Mr. Helmonds en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 21 juli 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met toebehoren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en/of een glazen plaat (met hierop - onder meer - cocaïne), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal (telkens) werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat dat verdachte en/of zijn/haar mededader(s):

- deze [slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt/getrapt, en/of

- een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet, danwel een (nep)vuurwapen op deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, en/of

- deze [slachtoffer 1] op de grond heeft/hebben gegooid, en/of

- tegen deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Blijf/Blijven liggen", en/of

- met een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, en/of

- deze [slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) met een (keuken)mes in zijn gezicht/hoofd en/of nek en/of arm en/of hand, althans in ieder geval in zijn lichaam, heeft/hebben gestoken, althans (een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de richting van deze [slachtoffer 1], en/of - deze [slachtoffer 2] een of meerdere ma(a)l(en) met een (keuken)mes in haar buik, althans haar lichaam, heeft/hebben gestoken, althans (een) stekende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van deze [slachtoffer 2], en/of

- een of meerdere ma(a)len tegen een oor en/of het hoofd van deze [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] bij zijn keel heeft/hebben gepakt en/of dicht geknepen en/of dicht geknepen gehouden, en/of

- deze [slachtoffer 3] heeft/hebben getrapt/geschopt in/tegen zijn gezicht/hoofd, althans in ieder geval zijn lichaam;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 21 juli 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een ring en/of een (heup)tas, toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander(en) dan verdachte en/of haar mededader(s) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] voornoemd en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn/haar mededader(s):

- deze [slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt/getrapt, en/of

- een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet, danwel een (nep)vuurwapen op deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, en/of

- deze [slachtoffer 1] op de grond heeft/hebben gegooid, en/of

- tegen deze [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Blijf/Blijven liggen", en/of

- met een (nep)vuurwapen tegen het hoofd van deze [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, en/of

- deze [slachtoffer 1] een of meerdere ma(a)l(en) met een (keuken)mes in zijn gezicht/hoofd en/of nek en/of arm en/of hand, althans in ieder geval in zijn lichaam, heeft/hebben gestoken, althans (een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de richting van deze [slachtoffer 1], en/of

- deze [slachtoffer 2] een of meerdere ma(a)l(en) met een (keuken)mes in haar buik, althans haar lichaam, heeft/hebben gestoken, althans (een) stekende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van deze [slachtoffer 2], en/of

- een of meerdere ma(a)len tegen een oor en/of het hoofd van deze [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] bij zijn keel heeft/hebben gepakt en/of dicht geknepen en/of dicht geknepen gehouden, en/of

- deze [slachtoffer 3] heeft/hebben getrapt/geschopt in/tegen zijn gezicht/hoofd, althans in ieder geval zijn lichaam, en/of

- aan de (heup)tas van deze [slachtoffer 2] te voelen en /of te trekken en/of vervolgens aan de riem van deze [slachtoffer 2] te trekken en/of te voelen, en/of - aan de ring van deze [slachtoffer 2] (proberen) te trekken;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL091A 2012162549 (09Wallis12) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 21 juli 2012, p. 130.

3 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 31 juli 2012, p. 140.

4 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 21 juli 2012, p. 131.

5 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 31 juli 2012, p. 141.

6 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 21 juli 2012, p. 131.

7 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 21 juli 2012, p. 132.

8 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 31 juli 2012, p. 142.

9 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 31 juli 2012, p. 141.

10 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 31 juli 2012, p. 140.

11 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], d.d. 22 juli 2012, p. 135.

12 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], d.d. 22 juli 2012, p. 155.

13 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], d.d. 22 juli 2012, p. 157.

14 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], d.d. 22 juli 2012, p. 155.

15 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], d.d. 22 juli 2012, p. 156.

16 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], d.d. 22 juli 2012, p. 157.

17 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], d.d. 26 juli 2012, p. 162.

18 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3], d.d. 22 juli 2012, p. 165.

19 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], d.d. 22 juli 2012, p. 166.

20 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3], d.d. 13 december 2012, p. 321.

21 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], d.d. 22 juli 2012, p. 166.

22 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3], d.d. 13 december 2012, p. 321.

23 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 20 augustus 2012, p. 177.

24 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 20 augustus 2012, p. 178.

25 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 20 augustus 2012, p. 179.

26 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 2], d.d. 22 juli 2012, p. 169.

27 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 2], d.d. 22 juli 2012, p. 170.

28 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van relaas, d.d. 12 juli 2013, p. 338.

29 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 22 juli 2012, p. 92.

30 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juli 2012, p. 273.

31 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juli 2012, p. 254.

32 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juli 2012, p. 255.

33 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van sporenonderzoek, d.d. 22 juli 2012, p. 271.

34 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI rapport, d.d. 6 februari 2013, p. 344.

35 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI rapport, d.d. 6 februari 2013, p. 346 en 347.

36 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 juni 2013, p. 361.

37 Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 juni 2013, p. 362.