Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:412

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
16/600888-11 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drugslab Baarn. De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de tenlastegelegde feiten. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/600888-11 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 5 februari 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1] te [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 januari 2014, waarbij de officier van justitie en de raadsman, mr. A. van der Waal, advocaat te Amsterdam, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van materiaal bevattende MDMA en/of materiaal bevattende amfetamine en/of materiaal bevattende PMMA;

feit 2: samen met ander opzettelijk een (grote) hoeveelheid MDMA en/of PMMA aanwezig heeft gehad dan wel medeplichtig is geweest bij/tot het samen met een ander opzettelijk aanwezig hebben van een (grote) hoeveelheid MDMA en/of PMMA.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

3.1

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De rechtbank is van oordeel dat officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging.

De raadsman van verdachte heeft subsidiair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Nu het primair gevoerde verweer, strekkende tot vrijspraak van verdachte voor beide ten laste gelegde feiten, slaagt, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van het gevoerde verweer met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte van beide ten laste gelegde feiten vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van beide ten laste gelegde feiten bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is aangehouden op 7 september 2011 nadat in een door hem gehuurde garage aan [adres 2] te Baarn een productielocatie voor synthetische drugs (MDMA) werd aangetroffen. In een daarnaast gelegen, eveneens door verdachte gehuurde loods, is een droog- en tabletteerruimte aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij deze ruimten onderverhuurde aan zijn zoon [medeverdachte 1]de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) en dat hij niets met de productielocatie of de droog-/tabletteerruimte te maken heeft. Verdachte heeft ook verklaard dat hij ook niet van het bestaan van de productielocatie en de droog-/tabletteerruimte op de hoogte was.

Deze verklaring van verdachte vindt bevestiging in de verklaringen van de (inmiddels overleden) medeverdachte [medeverdachte 3].

Uit de verklaringen van diverse getuigen, de overige stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is evenmin gebleken dat bij verdachte enige (concrete) wetenschap bestond met betrekking tot de productielocatie en de droog-/ tabletteerruimte.

Hoewel uit het dossier kan worden afgeleid dat bij verdachte het vermoeden bestond dat zijn zoon en [medeverdachte 3] bezig waren om ‘iets’ op te zetten, waarbij verdachte dacht aan het maken van alcohol of alcoholconcentraat, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij (het verrichten van voorbereidingshandelingen ten behoeve van) de productielocatie en de droog-/tabletteerruimte noch dat er bij verdachte enige wetenschap ten aanzien van (de voorbereidingshandelingen ten behoeve van) de productielocatie en/of de

droog-/tabletteerruimte bestond. De rechtbank zal verdachte daarom van beide ten laste gelegde feiten vrijspreken.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. R.P. den Otter en

mr. G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2014.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart

2011 tot en met 7 september 2011 te Baarn en/of Amsterdam en/of Hilversum

en/of (elders) in Nederland om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende

MDMA en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende PMMA,

(telkens) zijnde (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende

lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- ( telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)

stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft

gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes mededaders (telkens)

opzettelijk daartoe:

- meerdere, althans een, vervoermiddel(en) gehuurd en/of geregeld en/of ter

beschikking gesteld en/of

- meerdere, althans een, garage(s) en/of garagebox(en) en/of loods(en) en/of

bedrijfsruimte(s) gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of

- chemicaliën (waaronder PMK (piperonylmethylketon) en/of safrol en/of

isosafrol en/of mierenzuur en/of piperonal en/of zoutzuur en/of aceton en/of

benzaldehyde besteld en/of vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad

en/of

- bindmiddelen en/of vulmiddelen en/of kleurstoffen besteld en/of vervoerd

en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of

- ( een) tabletteermachine(s)/tabletteerinrichting(en) en/of (een)

maalmachine(s) en/of (een) mengtrommel(s) en/of (een) stempel(s) en/of

- ( een) rondbodemkol(f)(ven) en/of (een) reactievat(en) en/of een roermotor

en/of andere apparatuur ten behoeve van de productie van synthetische drugs

besteld en/of laten maken en/of gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of

voorhanden gehad;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

Primair

hij op of omstreeks 7 september 2011 te Baarn en/of Amsterdam, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad 14.312,34 gram en/of 7, althans één of meer

tablet(ten) (totaal gewicht 2,02 gram),in elk geval een grote hoeveelheid van

een materiaal bevattende MDMA,

en/of 24, althans één of meer tablet(ten) (totaal gewicht 5,58 gram), in elk

geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of PMMA,

zijnde MDMA en/of PMMA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 10 lid 1 ahf/ond a alinea Opiumwet

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) ander(en)

op of omstreeks tot en met 7 september 2011 te Baarn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad

14.312,34 gram en/of 7, althans één of meer tablet(ten) (totaal gewicht 2,02

gram),in elk geval een grote hoeveelheid van

een materiaal bevattende MDMA, en/of 24, althans één of meer tablet(ten)

(totaal gewicht 5,58 gram), in elk

geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of PMMA,

zijnde MDMA en/of PMMA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode 1 maart 2011 tot en met 7 september 2011 te Baarn, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) ander(en)

- ruimte voor de opslag (en/of productie) hiervan en/of

- een (pomp)wagentje en/of pallets (beide voor vervoer van een zwaar apparaat)

ter beschikking te stellen;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht