Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:4053

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2014
Datum publicatie
10-09-2014
Zaaknummer
3219772 MV EXPL 14-148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Deelnameovereenkomst voor stand op een bazaar kwalificeert als huurovereenkomst terzake bedrijfsruimte. Algemene voorwaarden. Beding in algemene voorwaarden dat ziet op de kern van de huurovereenkomst. Eenzijdig wijzigen algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2014/124

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling civiel recht

kantonrechter

zitting houdend te Almere

Zaak- en rolnummer: 3219772 MV EXPL 14-148

Datum vonnis: 10 september 2014

Vonnis in kort geding in de zaak van

[eiser] ,
(mede) h.o.d.n. [naam],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde mr. drs. C.J.M. van der Steen, D.A.S. Rechtsbijstand te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTI BAZAAR ALMERE,
gevestigd te Amstelveen,
gedaagde,
gemachtigde mr. J.A.F. Stoel, advocaat te Weesp.

Partijen zullen hierna [naam] en MBA genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 8 producties

  • -

    de fax van 22 augustus 2014 MBA met producties 1 tot en met 5

  • -

    de fax van 22 augustus 2014 van MBA met productie 6

  • -

    de mondeling behandeling op 26 augustus 2014

  • -

    de pleitnota van MBA.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

MBA exploiteert een bazaar (overdekte markt) in Almere en stelt in dat verband grondoppervlak ter beschikking aan deelnemers aan de bazaar ten behoeve van de verkoop van producten. Als tegenprestatie betalen de deelnemers aan de bazaar MBA maandelijks een geldsom. [naam] gebruikt een stand op de bazaar van MBA waar hij een koffiecorner exploiteert. Hiertoe hebben [naam] en MBA een zogenaamde ‘deelname-overeenkomst’ gesloten (hierna: de overeenkomst). Aanvankelijk zijn partijen een prijs van € 400,00 per maand overeengekomen. Deze prijs is later aangepast naar € 250,00. De overeenkomst bepaalt onder meer het volgende, waarbij de op de overeenkomst handgeschreven tekst gecursiveerd is weergegeven:

Divers gebak/donuts/muffins/frisdrank/frozen yoghurt

Omschrijving artikelen: Koffie/saucijzen/milkshakes/panini’s/versfruit/smoothy/coffeeslush

Er mogen alleen producten verkocht worden die hier vermeld staan! Wijziging van producten dienen altijd opnieuw te worden aangemeld.

Alleenrecht [ktr: met daarbij een pijl van de opgesomde producten naar het woord ‘alleenrecht’ en daarbij een paraaf van MBA]

(…)

Bij ondertekening verklaart de standhouder akkoord te gaan met de Algemene Spelregels.

Datum : Zondag 7 juli 2013

Plaats : Almere

Handtekening: [handtekening [naam]]

ATTENTIE: Zie bijgaande Algemene Spelregels

De Multi Bazaar Almere gaat akkoord met deelname van deze standhouder voor onbepaalde tijd m.i.v. 20/7/13 en bevestigt betaling van bovengenoemde borg. Opzegtermijn 2 maanden.

Voor akkoord Multi Bazaar Almere d.d. 07-07-2013

[handtekening MBA]

2.2.

De Algemene Spelregels zijn sinds het sluiten van de overeenkomst enkele keren gewijzigd. De versie van 9 april 2014 bevat onder meer de volgende nieuwe bepalingen:

’15. MBA is gerechtigd noodzakelijke tussentijdse aanpassingen aan de spelregels te plegen. Bij elke aanpassing is MBA verplicht de spelregels, gedateerd en digitaal naar alle standhouders te versturen. Bij geen reclames binnen 4 dagen, is de standhouder akkoord gegaan met de laatste aanpassingen.

(…)

27. Bij overtreding door huurder van enige bepaling van de deelname-overeenkomst of deze algemene spelregels, is verhuurder gerechtigd huurder (mondeling) aan te (doen) zeggen onmiddellijk datgene te doen of te laten opdat huurder de bepalingen van de overeenkomst en deze voorwaarden alsnog naleeft.

(…)

32. Bij overtreding door huurder van de eerder genoemde artikelen, is verhuurder, na terzake een (mondelinge) waarschuwing aan huurder te hebben gegeven, tevens gerechtigd om aan huurder een marktverbod voor bepaalde tijd op te leggen voor de duur van twee tot vier weken naar het oordeel van MBA, afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding. Gedurende dit marktverbod blijft huurder wel verplicht tot betaling van de huurpenningen.’

2.3.

Tussen partijen is op enig moment onenigheid ontstaan over het alleenrecht van [naam], alsmede over de hygiëne in zijn stand. MBA heeft [naam] in mei 2014 aangesproken. Bij e-mail van 19 mei 2014 heeft MBA [naam] een marktverbod opgelegd voor de duur van vier weken, eindigend op 16 juni 2014. In deze periode stond MBA [naam] niet toe de koffiecorner te exploiteren. Bij een op 23 mei 2014 door MBA opgestelde verklaring heeft MBA [eiser] de toegang tot de bazaar ontzegd. Deze ontzegging is ingegaan op 18 mei 2014. De verklaring vermeldt dat een einddatum van de ontzegging nog niet bekend is.

2.4.

Bij e-mail van 14 juni 2014 heeft MBA [naam] meegedeeld dat de inventaris van zijn koffiecorner is verwijderd en elders is opgeslagen. Hem is meegedeeld dat hij deze zaken zal terugkrijgen nadat hij de huurachterstand voldoet.

2.5.

Bij e-mail van 4 juli 2014 heeft MBA het volgende aan (de gemachtigde van) [naam] het volgende meegedeeld:

‘(…) Ondanks dat ik nog steeds van mening ben, dat de heer [eiser] door zijn handelen meer dan terecht een schorsing van de bazaar kreeg opgelegd, ben ik bereid, om hem onder bepaalde voorwaarden, weer toegang tot de markt te verlenen en nieuwe afspraken met hem te maken.’

2.6.

Tot op heden heeft [naam] zijn koffiecorner niet meer geëxploiteerd.

3 Het geschil

3.1.

[naam] vordert dat de kantonrechter, bij – op de minuut en op alle dagen en uren – uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis

  1. MBA veroordeelt om binnen uiterlijk vierentwintig uur na betekening van het te wijzen vonnis [naam] voor onbepaalde tijd toegang te verschaffen tot de bazaar en de door hem gehuurde koffiecorner, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in gebreke is aan dit vonnis te voldoen;

  2. MBA veroordeelt om binnen uiterlijk 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de inventaris van [naam] weer terug te plaatsen in de door hem gehuurde koffiecorner, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in gebreke is aan dit vonnis te voldoen;

  3. MBA te verbieden om zelf of andere huurders van een ruimte in de bazaar divers gebak, donuts, muffins, frisdrank, frozen yoghurt, koffie, saucijzen, milkshakes, panini’s, vers fruit, smoothies en coffeeslush te (laten) verkopen, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in gebreke is aan dit vonnis te voldoen;

  4. MBA veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

MBA voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter is van oordeel dat van een spoedeisend belang genoegzaam is gebleken. MBA staat een terugkeer op de bazaar van [naam] enkel onder voorwaarden toe. [naam] stelt dat hij niet verplicht is om in te stemmen met door MBA gestelde voorwaarden.

4.2.

[naam] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat partijen een huurovereenkomst betreffende bedrijfsruimte hebben gesloten, en dat MBA tekortschiet in haar verplichtingen uit deze overeenkomst.

[naam] stelt dat MBA hem op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen het ongestoorde huurgenot dient te verschaffen. Daarom is het MBA niet toegestaan om [naam] de toegang tot de bazaar te ontzeggen. Ook de door MBA gehanteerde Algemene Spelregels bieden geen grond voor een dergelijke bevoegdheid. De eerste set van de Algemene Spelregels die MBA aan [naam] heeft overhandigd (volgens [naam] overigens niet bij het sluiten van de overeenkomst, maar enkele dagen later) bevat geen bevoegdheid van MBA om een marktverbod aan standhouders op te leggen. De latere versie van de Algemene Spelregels waarin die bevoegdheid wel is opgenomen, biedt volgens [naam] evenmin een grond voor het opleggen van een marktverbod. De bepaling waarin dat is vastgelegd is pas in de Algemene Spelregels opgenomen na een niet-toegestane tussentijdse eenzijdige wijziging daarvan. [naam] heeft met deze wijziging niet ingestemd. Ten slotte raakt de bevoegdheid tot het opleggen van een marktverbod de kern van de overeenkomst, zodat MBA ook op die grond geen recht toekomt het gebruiksrecht van [naam] via (een wijziging van) de Algemene Spelregels te beperken.

Terzake het verwijderen van de inventaris van de koffiecorner stelt [naam] dat voor de ontruiming van een bedrijfspand een ontruimingstitel noodzakelijk is. MBA beschikt niet over een titel, zodat MBA niet gerechtigd was de inventaris te verwijderen.

In de huurovereenkomst zijn [naam] en MBA overeengekomen dat [naam] het alleenrecht heeft op de verkoop van de opgesomde producten. MBA en andere huurders verkopen deze producten ook, zodat MBA ook op dit punt tekortschiet. [naam] stelt dat hij hierdoor schade lijdt.

4.3.

MBA stelt dat (de laatste versie van) de Algemene Spelregels wel van toepassing zijn op de overeenkomst, zodat het haar op grond van de Algemene Spelregels is toegestaan [naam] de toegang tot de bazaar te ontzeggen. [naam] heeft een versie van de Algemene Spelregels bij het tekenen van de deelnameovereenkomst ontvangen en ook de latere vernieuwde exemplaren heeft hij ontvangen, al dan niet via zijn personeel. De deelnemers aan de bazaar hebben allen ingestemd met de wijzigingen van de Algemene Spelregels. Bovendien zijn dergelijke regels noodzakelijk om een bazaar goed te laten functioneren. Het is MBA toegestaan om de Algemene Spelregels te wijzigen, omdat een verfijning daarvan na verloop van tijd noodzakelijk bleek voor het goed functioneren van de bazaar. Overigens, zo stelt MBA, is het marktverbod inmiddels afgelopen, zodat [naam] al in juni de exploitatie van zijn koffiecorner had kunnen hervatten.

Volgens MBA was een ontruiming van de koffiecorner noodzakelijk omdat deze schoongemaakt moest worden in verband met de hygiëne.

MBA erkent dat zij met [naam] een alleenrecht is overeengekomen. Tegen de vordering sub 3 van [naam] heeft MBA aangevoerd dat (een deel van) deze producten ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met [naam] al door andere standhouders werd verkocht. Met het sluiten van de overeenkomst tussen [naam] en MBA is hier geen verandering in gekomen en tot voor kort vormde dit ook geen probleem voor [naam]. MBA koopt koffie voor de deelnemersvergaderingen in bij [naam]. Omdat [naam] op Tweede Paasdag niet op de bazaar aanwezig was, was MBA genoodzaakt zelf koffie te verkopen.

4.4.

De deelname-overeenkomst kwalificeert als een huurovereenkomst terzake bedrijfsruimte. De door MBA gehanteerde Algemene Spelregels kwalificeren als algemene voorwaarden. De Algemene Spelregels zoals [naam] deze de eerste keer van MBA heeft ontvangen zijn op de overeenkomst van toepassing, nu [naam] daarvoor getekend heeft en tussen partijen vaststaat dat [naam] deze ook daadwerkelijk van MBA heeft ontvangen. Vast staat dat in de eerste versie van de Algemene Spelregels die MBA aan [naam] heeft overhandigd, geen bevoegdheid van MBA tot het opleggen van een marktverbod is opgenomen. Nu dit verbod de kern van de overeenkomst betreft, namelijk het verschaffen van het ongestoord gebruik van de gehuurde ruimte, is een beperking op dat recht bij algemene voorwaarden niet toegestaan. MBA heeft nog gesteld dat de gewijzigde Algemene Spelregels op de overeenkomst met [naam] van toepassing zijn omdat alle deelnemers tijdens een deelnemersvergadering daarmee hebben ingestemd. Deze instemming wordt evenwel door [naam] betwist, en ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft MBA erkend dat [naam] niet bij alle deelnemersvergaderingen aanwezig is geweest. Zodoende heeft MBA niet aannemelijk gemaakt dat [naam] heeft ingestemd met de wijziging van de Algemene Spelregels, zodat de bepaling waarin de bevoegdheid van MBA tot het opleggen van een marktverbod is vastgelegd geen onderdeel is gaan uitmaken van de overeenkomst tussen [naam] en MBA. Dat tussentijdse aanpassing van de Algemene Spelregels noodzakelijk blijkt te zijn als gevolg van de ervaring die MBA in de loop van de tijd opdoet, is geen rechtsgrond voor de toepasselijkheid van de gewijzigde Algemene Spelregels op de overeenkomst met [naam].

4.5.

De vordering sub 2 wordt toegewezen omdat vast staat dat MBA niet over een geldige titel voor de ontruiming van het gehuurde beschikt.

4.6.

Vast staat dat partijen een alleenrecht van [naam] zijn overeengekomen op de verkoop van de volgende producten: divers gebak, donuts, muffins, frisdrank, frozen yoghurt, koffie, saucijzen, milkshakes, panini’s, vers fruit, smoothies en coffeeslush. MBA heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling erkend dat MBA dit alleenrecht niet respecteert. Uit de verklaringen van MBA volgt bovendien dat MBA ook niet toeziet op inachtneming door de overige standhouders van het alleenrecht van [naam]. Gelet hierop wordt vordering sub 3 toegewezen.

4.7.

Omdat de bazaar niet alle dagen van de week voor de standhouders (en het publiek) geopend is, zal de gevorderde dwangsom zal worden beperkt als in het dictum vermeld.

4.8.

MBA zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [naam] worden begroot op:

- dagvaarding € 81,29

- griffierecht 77,00

- salaris gemachtigde 400,00 (2 punten × tarief € 200,00)

Totaal € 558,29

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt MBA om binnen uiterlijk vierentwintig uur na betekening van dit vonnis [naam] voor onbepaalde tijd toegang te verschaffen tot de bazaar en de door hem gehuurde koffiecorner,

5.2.

veroordeelt MBA om binnen uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis de inventaris van [naam] weer terug te plaatsen in de door hem gehuurde koffiecorner,

5.3.

verbiedt MBA om zelf of andere huurders van een ruimte in de bazaar de producten divers gebak, donuts, muffins, frisdrank, frozen yoghurt, koffie, saucijzen, milkshakes, panini’s, vers fruit, smoothies en coffeeslush te (laten) verkopen,

5.4.

veroordeelt MBA om aan [naam] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de bazaar voor de deelnemers geopend is en waarop MBA niet aan de in overwegingen 5.1. tot en met 5.3. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

5.5.

veroordeelt MBA in de proceskosten, aan de zijde van [naam] tot op heden begroot op € 558,29,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2014.