Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3827

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-09-2014
Datum publicatie
01-09-2014
Zaaknummer
16/661807-13 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 4,5 jaar schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderporno. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde moet verdachte onder meer €5.000 overmaken aan Stichting Terre des Hommes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661807-13 [P]

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 18 augustus 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.M.E. Drykoningen, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 11 maart 2008 tot en met 22 november 2012 een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en/of openlijk tentoonstellen en/of in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal

en/of

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 november 2012 een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en/of aanbieden en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, in de periode van 11 maart 2008 tot en met 22 november 2012, 2132 foto’s en 667 films bevattende kinderpornografie in zijn bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft. Gelet op de lange periode en het grote aantal afbeeldingen acht de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte ten laste gelegde handelingen in de periode van 11 maart 2008 tot en met 22 november 2012.



4.3 Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen.1
De rechtbank acht het aan de verdachte in de periode van 11 maart 2008 tot en met
22 november 2012 ten laste gelegde verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen (2132 foto’s en 667 films) wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
18 augustus 2014;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 28 januari 2011, zoals opgenomen op pagina’s 35, 36 en 44 van het procesdossier;

- het proces-verbaal van onderzoek in beslag genomen goed van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 4 februari 2012, zoals opgenomen op pagina’s 77 tot en met 83 en pagina’s 87 tot en met 91 van het procesdossier;

- het proces-verbaal van onderzoek naar data met IEF van verbalisant [verbalisant 4] van 28 mei 2013, zoals opgenomen op pagina’s 100 en 101 van het procesdossier.



Gewoonte maken

Gelet op de lange periode en het grote aantal afbeeldingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben van de kinderpornografische afbeeldingen.



Partiële vrijspraak

Gelet op de wijze van tenlasteleggen (en de daaraan ten grondslag liggende wetswijziging) zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde verwerven, aanbieden en zich de toegang verschaffen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst van kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 november 2012.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

in de periode van 11 maart 2008 tot en met 22 november 2012 te Woerden, een groot aantal afbeeldingen, te weten 2132 foto's en 667 films en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een computer en een harddisk en een USB-stick

heeft verspreid en openlijk tentoongesteld (door het plaatsen in een openstaande P2Pmap en in chatgesprekken) en in bezit gehad

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of

in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling,

van welk misdrijf verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt,

en

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, openlijk tentoonstellen, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt,

en

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het pro justitia rapport van 20 juni 2014 van
drs. R.K.F. Lemmens, klinisch psycholoog. In dit rapport wordt – onder meer – geconstateerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een identiteitsprobleem, hyperseksualiteit en mogelijk een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Tevens is er sprake van verslavingsgevoeligheid.
Dit was actueel en aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde.

Geadviseerd wordt om verdachte voor het ten laste gelegde, indien bewezen, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt voornoemde conclusies over en maakt deze tot de hare. Overeenkomstig de inhoud van het rapport kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er zijn ook geen andere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
De officier van justitie heeft daarbij de navolgende – dadelijk uitvoerbare – bijzondere voorwaarden gevorderd:
- verplicht reclasseringstoezicht met een meldplicht;

- ook als dat een behandeling bij De Waag inhoudt;

- ook als dat inhoudt dat de veroordeelde tijdelijk geen kinderen mag trainen;

- ook als dat alcoholcontroles inhoudt.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte in 2011 uit eigen beweging is gestopt met het up- en downloaden van kinderpornografisch materiaal. Ook heeft hij nooit voor het kinderpornografische materiaal betaald en vanaf het begin van het strafrechtelijk onderzoek volledige openheid van zaken gegeven. Verdachte is in de kern niet op zoek geweest naar kinderpornografisch materiaal. Dit wordt onderstreept door de bezochte websites en gevoerde chatgesprekken, alsmede door het feit dat van alle aangetroffen afbeeldingen op de gegevensdragers van de verdachte slechts 10% kinderpornografisch was.

Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Verdachte is langzamerhand de ernst in gaan zien van het door hem gepleegde feit. Gelet op de vastgestelde ziekelijke stoornis zou een behandeling in de vorm van een bijzondere voorwaarde behorende bij een voorwaardelijke gevangenisstraf goed zijn voor de verdachte.

Indien aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou worden opgelegd komen de door de psycholoog in het pro justitia rapport genoemde beschermende factoren van zijn werk en daarmee zijn inkomen en huisvesting in gevaar.

Indien de rechtbank van oordeel is dat er naast een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een onvoorwaardelijke taakstraf een andere straf aan de verdachte zou moeten worden opgelegd, heeft de raadsman de rechtbank in overweging gegeven eenzelfde bijzondere voorwaarde op te leggen zoals de rechtbank Middelburg dat in een andere kinderpornozaak heeft gedaan. De betreffende verdachte diende als bijzondere voorwaarde een geldbedrag te storten op de bankrekening van Defence for Children.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 4,5 jaar schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het verspreiden, openlijk tentoonstellen en in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderporno. De 2132 kinderpornografische foto’s en 667 kinderpornografische films zijn door de verdachte op verschillende gegevensdragers opgeslagen, te weten op zijn computer, een harddisk en een USB-stick.

Kinderporno is uiterst verwerpelijk - hetgeen verdachte nu ook lijkt te beseffen - met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor dit seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderpornografisch materiaal te downloaden alsmede aan te bieden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk niet alleen diegenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno in bezit hebben, verspreiden en openlijk tentoonstellen, hetgeen de verdachte heeft gedaan.
De rechtbank heeft er ten gunste van de verdachte rekening mee gehouden dat hij uit eigen beweging lijkt te zijn gestopt met het up- en downloaden van kinderpornografisch materiaal.


Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 juli 2014, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor seksueel misbruik van kinderen dan wel de exploitatie daarvan (in de zin van kinderpornografie).

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met voornoemd pro justitia rapport, zoals dat op 20 juni 2014 is opgemaakt door drs. R.K.F. Lemmens, klinisch psycholoog.

Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een identiteitsprobleem, hyperseksualiteit, mogelijk een pervasieve ontwikkelingsstoornis en verslavingsgevoeligheid. Dit was actueel en aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde.
Voorts wordt door de deskundige geadviseerd om verdachte – in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf – een ambulante behandeling te laten volgen bij een forensische polikliniek zoals De Waag. Hierbij moet eerst verdiepende diagnostiek worden verricht om de diagnose(s) en het delict scenario duidelijker in kaart te krijgen en vervolgens de geslotenheid en de seksuele identiteit van de verdachte.

De rechtbank neemt voorts bij de strafoplegging in aanmerking dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland van 13 februari 2014, opgemaakt door B. Bakker, reclasseringswerker. De reclassering schat het risico op recidive in als laag tot gemiddeld. De achtergrond van verdachte kenmerkt zich door grensoverschrijdend gedrag op het gebied van alcohol en in de onderhavige zaak op het gebied van seksualiteit. Omdat verdachte zelf geen problemen ervaart en niet zelfstandig hulp zal zoeken heeft de reclassering de indruk dat er op termijn sprake zal zijn van een verhoogd recidiverisico. De reclassering adviseert daarom aan de verdachte, een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden:

- een meldplicht;

- de verplichting om mee te werken aan een intake bij De Waag en indien nodig ook ambulante behandeling;
- de verplichting om inzage te geven in zijn computer en andere apparaten voor mediaopslag;

- het toestaan dat de reclassering contact op zal nemen met relevante partijen, zoals bijvoorbeeld de vrijwilligersorganisatie waarvoor verdachte werkt en waarbij hij in aanraking komt met minderjarigen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, met name de ernst van het feit, een gevangenisstraf passend en geboden is. Slechts de bijzondere, in de persoon van de verdachte gelegen omstandigheden, maken dat de rechtbank – anders dan de officier van justitie – een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden acht.

Teneinde te voorkomen dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan het bezit, verspreiden en openlijk tentoonstellen van kinderporno en om mogelijk te maken dat verdachte zal worden behandeld zal de rechtbank daarbij in ieder geval de bijzondere voorwaarden opleggen, zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

Daarnaast zal de rechtbank, nu zij van oordeel is dat met slechts voornoemde voorwaardelijke straf en voorwaarden, niet kan worden volstaan, door het stellen van een extra bijzondere voorwaarde, verdachte bewegen tot het storten van een bedrag van €5.000,- op de rekening van Stichting Terre des Hommes Nederland te ‘s-Gravenhage, te betalen binnen een jaar. Bij het vaststellen van deze bijzondere voorwaarde heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de veroordeelde.

De rechtbank bepaalt de proeftijd op drie jaren en zal de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat aan de vereisten van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht niet is voldaan.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24, 57, 63 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:



Bewezenverklaring:

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid:

- het bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt, en

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, openlijk tentoonstellen, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt,

en

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl daarvan gewoonte wordt gemaakt;

- verklaart het bewezene strafbaar;

- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging:

- veroordeelt verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 12 maanden;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet aan de volgende voorwaarden houdt;

- stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Veroordeelde dient zich binnen een werkdag volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis te melden bij de Reclassering. Hierna moet hij zich blijven melden zo lang en zo frequent als de Reclassering dat noodzakelijk acht;

2. verplicht is mee te werken aan een intake bij De Waag, en eventueel daarop volgend verder (persoonlijkheids-)onderzoek alsmede behandeling, indien de Reclassering dat nodig acht, bij de (forensisch) psychiatrische kliniek De Waag, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering. De veroordeelde zal zich daarbij houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

3. verplicht is inzage te geven in zijn computer en aanverwanten zoals apparaten voor mediaopslag, indien en voor zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

4. toestaat dat de reclassering contact opneemt met relevante partijen indien zij dat nodig achten, zoals de vrijwilligersorganisatie waarvoor veroordeelde volleybaltrainingen aan minderjarigen geeft;

5. binnen één jaar na het ingaan van de proeftijd € 5.000,- dient te storten op IBAN-rekeningnummer NL10 INGB 0000252525, ten name van Stichting Terre des Hommes Nederland te ’s-Gravenhage, en het/de bewijsstuk(ken) van die storting binnen die termijn op dient te sturen naar de officier van justitie van het arrondissementsparket Midden-Nederland, onder vermelding van het parketnummer en de datum van onderhavig vonnis;

- geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.


Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam, voorzitter, mr. I.P.H.M. Severeijns en
mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Borg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 september 2014.

Mr. V. van Dam is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2008 tot en met 22 november 2012

te Woerden, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens)

een ((groot) aantal) afbeelding(en), te weten 2132 foto's en/of 667

video's/films en/of

(een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten één of meer

computer(s) en/of harddisk(s) en/of USB-stick(s) heeft

- verspreid en/of

- openlijk tentoongesteld (door het plaatsen in een openstaande P2Pmap en/of

in chatgesprekken) en/of

- in bezit gehad

en/of

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 november 2012 te

Woerden, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens)

een ((groot) aantal) afbeelding(en), te weten 2132 foto's en/of 667

video's/films en/of

(een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten één of meer

computer(s) en/of harddisk(s) en/of USB-stick(s) heeft

- verworven en/of

- aangeboden (door het plaatsen in een openstaande P2Pmap en/of in

chatgesprekken) en/of

- zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

seksuele gedraging(en) (zakelijk weergegeven) bestond(en) uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de

mond/tong oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt met de penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de

mond/tong betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of

de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet

heeft bereikt

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten

en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert

in een omgeving en/of

in een(erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/ haar leeftijd past/passen

en/of

waarbij door het camerastandpunt en/of

de (onnatuurlijke) pose en/of

de uitsnede van de afbeelding(en)

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld

gebracht worden

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt terwijl op dat

gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende opsomming telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om het proces-verbaal van de Politie Midden-Nederland, Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme, met nummer 2011049058 en betreffende het onderzoek: TBKK-SchoH64, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.