Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:381

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
04-02-2014
Zaaknummer
16/997025-12 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontnemingszaak.

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 20.650,00.

De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 20.650,00, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Zie ook vonnis 16/997025-12; 16/119446-12 (tul) en 16/441472-11 (tul) (P) ECLI:NL:RBMNE:2014:380.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/997025-12 (ontneming)

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [1992] te [geboorteplaats]

wonende aan de [adres], [woonplaats]

hierna: de veroordeelde.

1 Deprocedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/997025-12 waaruit blijkt dat de veroordeelde op

31 januari 2014 door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, is veroordeeld voor -kort gezegd- handel in professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, tot de in die uitspraak vermelde straf;

- het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

en uit de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

Tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 17 januari 2014 zijn de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman, mr. J.J.C. van Haren, advocaat te Utrecht, gehoord.

2 De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 20.650,00.

Bovengenoemd wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict1.

Op grond van de aangetroffen foto’s met bestellingen aangetroffen op de telefoon van veroordeelde, is herleid wat de geleverde bestellingen van professioneel vuurwerk zijn geweest. Dit is ook gebleken uit de verklaringen van veroordeelde, de aangetroffen Whats’s-App gesprekken tussen veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde], de gesprekken tussen veroordeelde en getuige [getuige 1], de gesprekken tussen veroordeelde en getuige [getuige 2]en de verklaringen van een aantal afnemers.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel is als volgt berekend: hetgeen aan vuurwerk is ingekocht -/- het in beslag genomen vuurwerk = het totaal aan verkocht vuurwerk. Uit de bovengenoemde bestellijsten en de geselecteerde What’s-App gesprekken zijn de hoeveelheden en prijzen herleid en is de totale inkoop en totale verkoop berekend.

De totale verkoopprijs -/- de totale inkoopprijs is de opbrengst uit de handel in professioneel vuurwerk geweest. Ten slotte zijn op de opbrengst de kosten in mindering gebracht hetgeen het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde oplevert.

3 Het standpunt van de verdediging

Als reactie op de vordering van de officier van justitie heeft de verdediging - samengevat - het volgende aangevoerd.

De veroordeelde heeft aangevoerd dat hij zijn aandeel niet uitbetaald heeft gekregen van medeveroordeelde [medeveroordeelde]. Hij heeft slechts een vergoeding ontvangen voor het uitlenen van zijn bus.

Voorts is aansluiting gezocht bij het verweer in de zaak van de medeveroordeelde [medeveroordeelde] dat in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel - kort gezegd - geen rekening is gehouden met dubbeltellingen door leveringen die niet zijn doorgegaan. Ten slotte is er nog verweer gevoerd ten aanzien van de gehanteerde inkoopprijs.

4 De beoordeling

ALGEMEEN

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie voldoende aannemelijk gemaakt dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten.

De stelling van veroordeelde dat hij zijn aandeel niet heeft ontvangen van medeveroordeelde [medeveroordeelde] acht de rechtbank niet aannemelijk nu hiervan niet blijkt uit de grote hoeveelheid chatgesprekken tussen veroordeelde en [medeveroordeelde]. Indien veroordeelde zijn aandeel niet zou hebben ontvangen zou het op de weg van veroordeelde liggen om [medeveroordeelde] hier op aan te spreken. Nu in chatgesprekken over werkelijk van alles wordt gesproken - behalve over het feit dat veroordeelde zijn geld niet zou hebben gekregen - acht de rechtbank dit verweer dan ook niet aannemelijk.

Op grond van hetgeen door de verdediging is aangevoerd is niet gebleken dat er sprake is van dubbeltellingen door leveringen die niet zouden zijn doorgegaan. Ook overigens is bij de berekening van het verkochte vuurwerk uitgegaan van minimale aantallen en waar twijfel bestond is in het voordeel van de veroordeelde gerekend. De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij. Ten slotte maakt het enkele feit dat er incidenteel een afwijkende inkoopprijs is betaald, niet dat de inkoopprijs die in de berekening wordt gehanteerd, moet worden aangepast nu dit wordt gecompenseerd doordat de berekening in het voordeel van veroordeelde is opgesteld.

De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de berekening in het rapport met inachtneming van het volgende.

In het rapport is bij de berekening van het totaal ingekocht vuurwerk gerekend met de hoeveelheden kartons die zijn verkocht in plaats van ingekocht (zie pagina 10 van het rapport). De rechtbank zal in haar berekening van de totale inkoopprijs uitgaan van de hoeveelheden ingekochte kartons.

DE BEREKENING

Het strafdossier, het rapport en bovengenoemde overwegingen in acht nemend, komt de rechtbank tot de navolgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel:

Het wederrechtelijk verkregen voordeel is als volgt berekend:

Inkoop -/- in beslag genomen vuurwerk = totaal verkocht vuurwerk

Aannemelijk is dat de aangetroffen foto’s met bestellingen aangetroffen op de telefoon van veroordeelde, geleverde bestellingen van professioneel vuurwerk zijn geweest.

Aan de hand van de aangetroffen bestellijsten is het aannemelijk dat er in ieder geval een omzet is geweest van € 191.920,00 en dat er 488 kartons Fenix en 103 kartons Cobra 6 zijn verkocht.

Tevens is aannemelijk dat de aangetroffen bestellijsten maar een deel zijn van het totaal verkochte professionele vuurwerk. Er wordt in de Whats’s-App gesprekken tussen veroordeelde en getuige [getuige 2]gesproken over een omzet van € 250.000,00 per jaar en dat er 830 dozen nitraat en 140 dozen Cobra zijn verkocht.

Voor de berekening is aannemelijk dat de volgende hoeveelheden kartons aan professioneel vuurwerk zijn ingekocht:

- 835 kartons Nitraten

- 135 kartons Cobra 6

- 15 kartons Shell (4)

- 15 kartons Vlinders.

- Rasta traat onbekend.

Op 12 december 2012 is tijdens de aanhouding van veroordeelde het volgende professionele vuurwerk aangetroffen in de bestelbus en de aanhangwagen en in beslag genomen:

- 72 stuks Shell 4 : 2 karton

- 500 stuks Nitraten FP3 : halve karton

- 3496 stuks Super Cobra 6 : 11,65 karton

- 480 stuks Rasta traat

Uit bovenstaande gegevens is aannemelijk dat in ieder geval zijn verkocht:

Nitraten/Fenix : 834,5 karton

Cobra 6 : 123,35 karton

Shell 4 : 13 karton

Vlinders : 15 karton

Rasta traat : onbekend

Verkoopprijzen

Aan de hand van de aangetroffen afbeeldingen met lijsten van afnemers, prijzen, ontmoetingsplaatsen, bestelde vuurwerkartikelen en de verklaringen van veroordeelde is het aannemelijk dat er sprake is van variabele verkoopprijzen, al naar gelang de hoeveelheden die worden afgenomen.

Aannemelijk is dat als verkoopprijs voor de volgende producten aangehouden kan worden:

Fenix : minimaal € 180,00 per karton

Cobra 6 : minimaal € 830,00 per karton

Shell 4 : minimaal € 300,00 per karton

Vlinders : minimaal € 230,00.

Dit maakt een totaalbedrag aan verkoop:

Fenix : € 180,00 x 834,5 = € 150.210,00

Cobra 6 : € 830,00 x 123,5 = € 102.380,50

Shell 4 : € 300,00 x 13 = € 3.900,00

Vlinders : € 230,00 x 15 = € 3.450,00

€ 259.940,50

Inkoopprijzen

Uit de geselecteerde Whats-app gesprekken is het aannemelijk dat

- Fenix voor minimaal € 105,00 per karton werd ingekocht

- Cobra 6 voor minimaal € 700,00 per karton werd ingekocht

- Shell 4 voor minimaal € 250,00 per karton werd ingekocht.

In het onderzoek is de inkoopprijs voor Vlinder niet naar voren gekomen en is aansluiting gezocht bij de prijzen op internet. Voor een karton Vlinders wordt minimaal € 39,00 betaald.

Dit maakt een totaalbedrag aan inkoop:

Fenix : € 105,00 x 835 = € 87.675,00

Cobra 6 : € 700,00 x 135 = € 94.500,00

Shell 4 : € 250,00 x 15 = € 3.750,00

Vlinders : € 39,00 x 15 = € 585,00

€ 186.510,00

Opbrengst

Verkoopprijs -/- inkoopprijs = opbrengst

Fenix : € 150.210,00 -/- € 87.675,00 = € 62.535,00

Cobra 6 : € 102.380,50 -/- € 94.500,00 = € 7.880,50

Shell 4 : € 3.900,00 -/- € 3.750,00 = € 150,00

Vlinders : € 3.450,00 -/- € 585,00 = € 2.865,00

€ 259.940,50 -/- € 186.510,00 = € 73.430,05

Uit de Whatt’s-App gesprekken die veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde] samen voerden is informatie gevonden waaruit het volgende is af te leiden:

- [medeveroordeelde] een regeling voorstelde van 75% - 25%

- op 23 november 2012 is het aannemelijk dat veroordeelde al € 15.000,00 heeft verdiend aan handel in vuurwerk

- dat daar op 10 december 2012 een bedrag van € 5.650,00 aan verdiensten is bijgekomen.

De totale opbrengst van veroordeelde bedraagt derhalve € 15.000 + € 5.650,00 =

€ 20.650,00

Kosten

Uit de afgelegde verklaringen van veroordeelde is naar voren gekomen dat hij geen kosten heeft gemaakt met betrekking tot de inkoop van professioneel vuurwerk, de brandstofkosten voor het vervoer en de opslag van het vuurwerk.

Op grond van het voorgaande bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde :

Opbrengst € 20.650,00

Kosten € 0,00

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 20.650,00.

5 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 20.650,00.

- legt [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 20.650,00, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze beslissing is genomen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes en mr. J.A. Schuman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van

31 januari 2014.

Mr. Kranenbroek is niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.

1 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e 2e lid Sr d.d. 14 juni 2013, opgemaakt door politie Utrecht, Interregionaal Vuurwerkteam Midden-Nederland, met bijlagen, (hierna: het rapport) opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek 09IVT2012, vastgelegd in het proces-verbaal met nummer PL0987 201227899 (hierna: het strafdossier). Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers in het rapport betreffen dit de paginanummers van het bovengenoemde rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, genummerd van pagina 1 tot en met 13 met bijlagen. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers in het strafdossier betreffen dit de paginanummers in het proces-verbaal met nummer PL0987 201227899.