Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3807

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
16/661454-14, 16/659611-13 tul en 15/703181-13 tul (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelde een man tot drie jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De man maakte zich schuldig aan dertien vermogensdelicten. Zijn slachtoffers betroffen (hoog)bejaarden, allen wonend op een kamer of in een appartement in tehuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/661454-14, 16/659611-13 tul en 15/703181-13 tul (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 29 augustus 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [1979],

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in PI Nieuwegein, HvB Nieuwegein te Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. F.A. ten Berge, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. in de periode 28 februari 2014 tot en met 1 maart 2014 te Houten in een tweetal verzorgingstehuizen een aantal diefstallen heeft gepleegd;

2. op 15 maart 2014 te Soest in een verzorgingstehuis een aantal diefstallen heeft gepleegd;

3. op 30 maart 2014 te Baarn in een verzorgingstehuis een aantal diefstallen heeft gepleegd;

4. in de periode 7 april 2014 tot en met 10 april 2014 te Amersfoort in een verzorgingstehuis een tweetal diefstallen heeft gepleegd;

5. in de periode 7 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te Den Helder in een verzorgingstehuis een diefstal heeft gepleegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte de feiten heeft bekend en de raadsvrouw niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

Feit 1

- de aangifte door [aangever 1] d.d. 2 maart 20141;

- de aangifte door [aangever 2] d.d. 3 maart 20142;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 20143;

- de aangifte door [aangever 3] d.d. 5 maart 20144;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 20145.

Feit 2

- de aangifte door [aangever 4] d.d. 15 maart 20146;

- de aangifte door [aangever 5] d.d. 15 april 20147;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 april 20148;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 20149.

Feit 3

- de aangifte door [aangever 6] d.d. 3 april 201410;

- de aangifte door [aangever 7] d.d. 3 april 201411;

- de aangifte door [aangever 8] d.d. 24 april 201412;

- de aangifte door [aangever 9] d.d. 12 april 201413;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 201414.

Feit 4

- de aangifte door[aangever 10] d.d. 10 april 201415;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 201416;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 201417.

Feit 5

- de aangifte door [aangever 11] namens [aangever 12] d.d. 13 februari 201418;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 augustus 201419.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 februari 2014 tot en met 1 maart 2014 te Houten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [naam 1] en/of in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [naam 2], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s) en/of twee, in ieder geval één of meerdere (hand)tas(sen), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] en/of [aangever 5]

en/of [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 30 maart 2014 te Baarn, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s) en/of twee, in ieder geval één of meerdere, (hand)tas(sen), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 6] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 april 2014 tot en met 10 april 2014 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen een portemonnee en/of een (hand)tas en/of 30, in elk geval één of meer, euro('s), (telkens) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[aangever 10] en/of [aangever 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te Den Helder, in elk geval in Nederland Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen 80 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 11] en/of [aangever 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

telkens: diefstal

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van voorarrest. In dat verband heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat zij een voorwaardelijk strafdeel niet zinvol acht nu zij er niet van overtuigd is dat een klinische opname van verdachte dit keer wel succesvol zal zijn. In het kader van een eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling kunnen bovendien tegen die tijd ook bijzondere voorwaarden worden opgelegd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het reclasseringsadvies d.d. 5 augustus 2014 te volgen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dertien vermogensdelicten. Dat zijn ernstige feiten aangezien dergelijke feiten bij de slachtoffers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg brengen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat de slachtoffers (hoog)bejaarden betrof, allen wonend op een kamer of in een appartement in tehuizen. De desbetreffende tehuizen hebben elk bewust gekozen voor een toegankelijke centrale toegang, waardoor kennelijk ook mensen met kwade bedoelingen makkelijk naar binnen kunnen. De bewoners moeten zich in hun woning veilig kunnen voelen. Dat geldt eens te meer voor mensen die vanwege gezondheid of ouderdom kwetsbaarder zijn geworden. Verdachte heeft hier in het geheel geen rekening mee gehouden en is telkens de woning van een bewoner binnen gegaan op zoek naar geld.

Aan deze feiten ligt bovendien een zekere vorm van geslepenheid ten grondslag. Verdachte heeft dat ook beaamd, hij vond dit een beproefde en een makkelijke manier om aan geld te komen.

De verdachte heeft door zijn handelen voorts een ernstige inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de slachtoffers en hij heeft zich daarbij in het geheel niet bekommerd om de hinder en financiële en emotionele schade daarvan, zoals dat volgt uit de aangiftes.

De rechtbank heeft kennis genomen van het de verdachte betreffende zeer omvangrijke uittreksel justitiële documentatie d.d. 1 juli 2014. In het bijzonder heeft de rechtbank kennis genomen van het feit dat verdachte eind 2013 is veroordeeld voor soortgelijke diefstallen uit verzorgingstehuizen en daarvoor onder meer een zeer forse voorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw soortgelijke feiten te plegen en opnieuw slachtoffers te maken. Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de rapportage van Victas d.d. 5 augustus 2014 en van de rapportage van Palier d.d. 27 maart 2014. Uit de rapportage van Victas komt het beeld naar voren dat verdachte vanaf jonge leeftijd delicten pleegt, dat verdachte bekend is met cocaïne- en alcoholgebruik, en dat de behandeling bij de Piet Roorda kliniek in augustus 2012 is stopgezet vanwege frequent alcoholgebruik van verdachte. Geadviseerd wordt om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en een opname in een zorginstelling voor klinische behandeling.

De rechtbank stelt vast dat de behandeling en begeleiding van verdachte tot op heden weinig succesvol is geweest. Gelet op het advies van Victas en het feit dat verdachte zich ter terechtzitting bereid heeft verklaard mee te werken aan een klinisch opname voor behandeling en aansluitend mee te werken aan beschermd wonen, wil de rechtbank verdachte, mede gelet op het belang dat de maatschappij heeft bij het zoveel mogelijk beperken van recidiverisico, nog een kans geven.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Alles afwegende, en mede in aanmerking genomen het vrijheidsbenemende karakter van de klinische opname, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren, waarvan één (1) jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaren passend en geboden is. Daarbij stelt de rechtbank als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Palier, ook als dat inhoudt een klinische opname en behandeling in een centrum voor (forensische) verslavingszorg voor de duur van maximaal 12 maanden of zoveel korter als de instelling dat nodig vindt, voor zover voor de klinische opname en de behandeling door het IFZ een indicatie wordt afgegeven. Aansluitend aan zijn klinische opname zal verdachte moeten meewerken aan verblijf in een begeleidwoneninstelling en zich moeten houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld. Tenslotte moet verdachte zich binnen drie dagen volgend op zijn ontslag uit de penitentiaire instelling, of drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis, melden bij de reclassering van Palier (Stationsplein 21, 1703 WD Heerhugowaard).

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer], nabestaande van [aangever 2], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1. bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op

€ 15,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering kan dan ook worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De behandeling van de vordering van [aangever 4], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2. bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op

€ 50,40 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen

16/659611-13

Bij de stukken bevindt zich de op 4 juli 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 16/659611-13, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 1 november 2013 van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 8 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 3 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten.

15/703181-13

Bij de stukken bevindt zich de op 4 juli 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de zaak met parketnummer 15/703181-13, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 10 oktober 2013 van de politierechter van de rechtbank Noord-Holland, waarbij verdachte onder meer is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 week, met bevel dat deze straf

niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Uit het betreffende dossier blijkt dat sprake is van een verstekvonnis en dat verdachte bij brief van 7 juli 2014 door de officier van justitie in kennis is gesteld van het vonnis van 10 oktober 2013, derhalve na de door hem gepleegde delicten in de strafzaak met parketnummer 16/661454-14. Omdat verdachte als gevolg daarvan mogelijk niet eerder dan na 7 juli 2014 kennis heeft kunnen nemen van de proeftijd, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 149, 24c, 27, 36f, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

telkens: diefstal

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) jaren, waarvan een (1) jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarden:

* de verdachte zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een

strafbaar feit;

* de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen

aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in

artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* de verdachte zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 14 d,

tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder

begrepen;

* de verdachte zal tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en

aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering van Palier, ook als dat

inhoudt een klinische opname in een instelling voor forensische verslavingszorg of een

soortgelijke intramurale instelling, gedurende een termijn van maximaal 12 maanden of

zoveel korter als de leiding in overleg met de reclassering wenselijk acht, voor zover

voor die klinische opname en de behandeling door het NIFP-IFZ een indicatie wordt

afgegeven, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de hem in het

kader van die behandeling door of namens de (geneesheer)-directeur van die instelling

zullen worden gegeven;

* dat verdachte aansluitend aan zijn klinische opname en behandeling verplicht wordt te

verblijven in een instelling voor begeleid wonen en zich te houden aan het (dag-)

programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang

de reclassering dat nodig vindt;

* dat verdachte zich binnen drie dagen volgend op zijn ontslag uit de penitentiaire

instelling of drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis, moet melden bij de

reclassering van Palier Alkmaar (Stationsplein 21, 1703 WD Heerhugowaard). Hierna

moet verdachte zich gedurende de proefperiode blijven melden conform de frequentie

van het toezichtniveau. In het geval van opname in een 24-uurs setting (aansluitend op de

detentie), geldt dat de verdachte zich eveneens dient te melden bij de reclassering van

Palier Alkmaar, binnen drie dagen na beëindiging van de behandeling. In het geval dat de

veroordeelde eenzijdig de behandeling afbreekt, dient hij zich dezelfde dag te melden bij

de reclassering van Palier Alkmaar;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

Benadeelde partij feit 1

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 15,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 15,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij feit 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 4] van € 50,40 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 4], € 50,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2014, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Tenuitvoerlegging 16/659611-13

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 1 november 2013 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden;

Tenuitvoerlegging 15/703181-13

- wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. E.A. Messer en P.P.C.M. Waarts, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 februari 2014 tot en met 1 maart 2014 te Houten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [naam 1] en/of in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [naam 2], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s) en/of twee, in ieder geval één of meerdere (hand)tas(sen), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] en/of [aangever 5]

en/of [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 30 maart 2014 te Baarn, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen drie, in ieder geval één of meerdere, portemonnee(s) en/of twee, in ieder geval één of meerdere, (hand)tas(sen), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 6] en/of [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 april 2014 tot en met 10 april 2014 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan het perceel [adres], (telkens) heeft weggenomen een portemonnee en/of een (hand)tas en/of 30, in elk geval één of meer, euro('s), (telkens) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[aangever 10] en/of [aangever 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 februari 2014 tot en met 11 februari 2014 te Den Helder, in elk geval in Nederland Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een verzorgingshuis, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen 80 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 11] en/of [aangever 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

1 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] d.d. 2 maart 2014, opgenomen op pagina 77-79 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940/2014108160 (pv voorgeleiding), in de wettelijk vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 125.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] d.d. 3 maart 2014, opgenomen op pagina 80-82 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2014, opgenomen op pagina 83 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] d.d. 5 maart 2014, opgenomen op pagina 84-86 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

5 Het proces-verbaal van de zitting van 15 augustus 2014.

6 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] d.d. 15 maart 2014, opgenomen op pagina 88-91 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

7 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] d.d. 15 april 2014, opgenomen op pagina 92-95 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

8 Het proces-verbaal van bevingen d.d. 17 april 2014, opgenomen op pagina 96 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

9 Het proces-verbaal van de zitting van 15 augustus 2014.

10 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 6] d.d. 3 april 2014, opgenomen op pagina 99-101 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

11 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 7] d.d. 3 april 2014, opgenomen op pagina 102-105 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

12 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 8] d.d. 24 april 2014, opgenomen op pagina 106-109 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

13 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 9] d.d. 12 april 2014, opgenomen op pagina 110-113 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

14 Het proces-verbaal van de zitting van 15 augustus 2014.

15 Het proces-verbaal van aangifte door[aangever 10] d.d. 10 april 2014, opgenomen op pagina 121-124 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2014, opgenomen op pagina 125 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

17 Het proces-verbaal van de zitting van 15 augustus 2014.

18 Het proces-verbaal van aangifte namens [aangever 12] d.d. 13 februari 2014, opgenomen op pagina 181-185 van het proces-verbaal dossiernummer PL0900/2014073864B (pv einddossier), in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 136 tot en met 200.

19 Het proces-verbaal van de zitting van 15 augustus 2014.