Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3739

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
02-09-2014
Zaaknummer
C/16/364747 / FL RK 14-561 (gezag) C/16/364752 / FL RK 14-563 (zorgregeling)
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om het gezag over minderjarigen te wijzigen. Tevens verzoek dat de man het recht op omgang wordt ontzegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Almere

zaaknummer: C/16/364747 / FL RK 14-561 (gezag)

C/16/364752 / FL RK 14-563 (zorgregeling)

datum : 13 augustus 2014

beschikking van de enkelvoudige familiekamer

inzake

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. C.C. Janssens,

hierna als de vrouw aangeduid,

verzoekster,

en

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna als de man aangeduid,

belanghebbende.

Het procesverloop

De vrouw heeft op 11 maart 2014 onder bovenvermeld zaaknummer een verzoekschrift tot wijziging van het gezag en de zorgregeling ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een brief met bijlage d.d. 12 mei 2014 van de vrouw.

De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren op 22 juli 2014.

Verschenen is de vrouw, bijgestaan door mr. Janssens.

De man is hoewel behoorlijk opgeroepen niet ter zitting verschenen.

Vaststaande feiten

De man en de vrouw zijn gehuwd geweest.

De minderjarige kinderen van de man en de vrouw zijn:

1.

[A], geboren op [2004] in de gemeente [geboorteplaats], en

2.

[B], geboren op [2007] in de gemeente [geboorteplaats].

Bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van [datum] is de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.

Deze beschikking is op [datum] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De man en de vrouw zijn bij convenant overeengekomen dat de kinderen hun woonplaats bij de vrouw hebben. Verder zijn partijen overeengekomen dat zij in onderling overleg nadere afspraken maken over de zorgregeling. Voorts zijn partijen overeengekomen dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen voldoet van € 100,--per kind per maand. Het convenant is aan de echtscheidingsbeschikking gehecht en maakt deel uit van die beschikking.

Beoordeling van de zaak

Gezag en zorgregeling

De vrouw heeft de rechtbank primair verzocht het gezag over deze minderjarigen te wijzigen in die zin dat zij voortaan alleen belast is met het gezag.

Tevens heeft de vrouw verzocht te bepalen dat de man het recht op omgang wordt ontzegd.

Subsidiair heeft de vrouw vervangende toestemming verzocht voor de behandeling van [A] bij GGZ Centraal Fornhese dan wel, indien geïndiceerd door GGZ Centraal Fornhese, bij een andere ter zake deskundige instelling. Ook is subsidiair verzocht de omgang van [A] en [B] met de man te wijzigen door deze definitief dan wel voor een in goede justitie te bepalen termijn stop te zetten.

Meer subsidiair heeft de vrouw verzocht de omgang van [A] en [B] met de man te schorsen voor een in goede justitie te bepalen termijn of de beslissingen aan te houden en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten.

Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de vrouw – kort en zakelijk samengevat – gesteld dat de verslavingsproblematiek van de man en de echtscheiding van partijen hun weerslag hebben gehad op de kinderen. Met name [A] vertoont gedragsproblemen. De vrouw heeft de man verzocht om toestemming te verlenen voor de behandeling van [A] bij GGZ Fornhese. Ondanks het feit dat GGZ Centraal Fornhese heeft gesteld dat diagnostiek is geïndiceerd is niet tot een vervolgafspraak bij GGZ Centraal Fornhese gekomen, omdat de man zijn toestemming aanvankelijk niet wilde verlenen. Inmiddels heeft de man zijn toestemming wel verleend.

De man heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vrouw.

De vrouw heeft ter zitting het verzoek vervangende toestemming en het verzoek met betrekking tot de omgang ingetrokken.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de vrouw om alleen met het gezag over de kinderen te worden belast in overeenstemming is met de feitelijke situatie.

De noodzakelijke communicatie tussen de ouders ontbreekt. De rechtbank acht wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk, nu de vrouw onweersproken heeft gesteld dat de man al 30 jaar is verslaafd aan alcohol waarin goede en slechte perioden met terugvallen elkaar afwisselden. Het is aannemelijk dat de man in de slechte perioden er niet voor de kinderen is. Het feit dat de man aanvankelijk niet gereageerd heeft op het verzoek van de vrouw en niet ter zitting is verschenen heeft er in die zin niet toe bijgedragen dat de rechtbank tot een ander oordeel zou moeten komen. Gelet op de onweersproken stellingen van de vrouw is er voldoende grond om het verzoek van de vrouw om alleen met het gezag over de kinderen te worden belast – in het belang van de kinderen – toe te wijzen.

Proceskosten

Daar de man en de vrouw gewezen echtgenoten zijn zal de rechtbank de kosten van de procedure in die zin compenseren, dat beiden de eigen kosten zullen dragen.

Beslissing

De rechtbank:

Bepaalt dat het gezag over de vermelde minderjarigen voortaan alleen aan de vrouw toekomt.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevraagde af.

Compenseert de kosten van de procedure in die zin dat de man en de vrouw de eigen kosten dragen.

Aldus gegeven door mr. G.J.J.M. Essink, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van R. Postma, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2014

Hoger beroep

Mocht u, verzoeker of belanghebbende, zich niet met de beslissing van de rechtbank kunnen verenigen, dan kunt u daartegen hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hoger beroep dient binnen een bepaalde termijn te worden ingesteld, tenzij een ander dat al heeft gedaan. Die termijn is voor verzoeker en voor de verschenen belanghebbende, aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden, drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. De termijn is voor andere belanghebbenden drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden. Voor het instellen van hoger beroep is tussenkomst van een advocaat verplicht.