Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:345

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
05-02-2014
Zaaknummer
16/661719-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een werkstraf van 180 uur voor een poging tot afpersing in vereniging en een poging tot afdreiging in vereniging.

Zie ook: 16/661721-13 (P) ECLI:NL:RBMNE:2014:409

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661719-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 januari 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Nieuwegein, HvB Nieuwegein te Nieuwegein

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2013 en 17 januari 2014. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 17 januari 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. in de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in Amersfoort en/of ’s-Gravenhage, althans in Nederland, zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing van [slachtoffer];

2. in de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in Amersfoort en/of ’s-Gravenhage, althans in Nederland, zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afdreiging van [slachtoffer];

3. op 15 juli 2013 in Amersfoort en/of ’s-Gravenhage, althans in Nederland, zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat de drie ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht, met uitzondering van de poging tot afpersing op 16 juli 2013.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten kan komen en heeft daartoe - samengevat - het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging betoogd dat het geweld dan wel de bedreiging met het geweld slechts wordt genoemd door aangever en niet wordt ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Bovendien acht de verdediging de verklaringen van aangever onbetrouwbaar en kan wat de verdediging betreft niet worden vastgesteld wie de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer]. De verdediging heeft om die reden om vrijspraak verzocht.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging betoogd dat ook dat feit ten stelligste door verdachte wordt ontkend, dat er niet gedreigd is met het openbaar maken van het filmpje en dat aangever zelf heeft voorgesteld om een bedrag te betalen voor het filmpje. De verdediging heeft verzocht de verklaring bij de rechter-commissaris van medeverdachte [medeverdachte 1] en de verklaringen van aangever uit te sluiten van het bewijs aangezien deze onbetrouwbaar zijn en heeft verzocht om vrijspraak voor het ten laste gelegde feit.

Met betrekking tot feit 3 heeft de verdediging eveneens om vrijspraak verzocht, omdat de verdediging van mening is dat de verdenking alleen en geheel is gebaseerd op de verklaringen van aangever, welke verklaringen onbetrouwbaar en daarmee onbruikbaar zijn voor het bewijs.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen

Op maandag 15 juli 2013, om 22:24 uur, heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van ontvoering. Daarbij heeft aangever verklaard1 dat hij op 21 mei 2013 een bericht op zijn mobiele telefoon kreeg via de WhatsApp. Het bericht was van een meisje [medeverdachte 1]. Aangever heeft met haar gesproken via de WhatsApp en is met haar uitgegaan in Amsterdam. Daarna heeft aangever wel iedere week een keer met [medeverdachte 1] afgesproken. Aangever heeft verklaard dat het hem niet om de seks was te doen maar dat die seks hem op een presenteerblaadje werd aangeboden. Dat was in het [hotel] in [woonplaats]. Het was al heel laat op de avond en het was tijd om [medeverdachte 1] terug te brengen. [medeverdachte 1] zei toen tegen aangever dat ze nog een cadeautje voor hem had en toonde aangever een condoom. Aangever heeft verklaard dat de dinsdag voor de aangifte de seks hem weer op een presenteerblaadje werd aangeboden. Toen [medeverdachte 1] daarna naar huis was gegaan, stuurde zij aangever een berichtje ‘Ik voel mij zo geil’ en kwam zij terug naar het hotel. Kennelijk, aldus aangever, heeft [medeverdachte 1] toen de seks opgenomen. De zaterdag voor de aangifte berichtte [medeverdachte 1] dat zij een klap op haar lip had gekregen. Op 15 juli 2013 is aangever naar [medeverdachte 1] toegegaan om haar te troosten. [medeverdachte 1] wilde afspreken achter station Amersfoort Schothorst op de Disketteweg. Toen aangever omstreeks 20:15 uur ter plaatse was, opende [medeverdachte 1] de bijrijdersdeur van de auto van aangever. Zij bleef buiten staan en ging nog WhatsAppen. Aangever zag en voelde dat er via de bijrijderskant, twee jongens zijn auto binnen kwamen. Aangever werd links achterin de auto geplaatst. Daarna gingen ze rijden. [medeverdachte 1] werd afgezet in een dorp vlakbij en kwam even later terug met haar paspoort. Zij gaf het paspoort aan de jongen die naast aangever zat en liep vervolgens weg. Deze jongen toonde aangever het paspoort van [medeverdachte 1] en vertelde aangever dat [medeverdachte 1] minderjarig was. Hierna gingen ze rijden. Direct begonnen de jongens, aldus aangever, te praten over geld. De jongens zeiden dat aangever seks had gehad met hun minderjarige nichtje, dat zij dat op beeld hadden, dat zij dreigden naar de politie te gaan en dat zij € 90.000,00 wilden. Aan aangever werd op een laptop het filmpje getoond waarop [medeverdachte 1] en hij seks hadden. Aangever zei tegen de jongens dat hij niet de persoon op het filmpje was, waarna de jongens voorstelden om het filmpje op de computer van aangever nogmaals te bekijken. Op aanwijzingen van aangever reden de jongens naar de [adres] in [adres], het verblijfsadres van aangever. Nadat de bestuurder en de jongen naast aangever waren uitgestapt, is ook aangever uitgestapt. Aangever zag dat de deur van restaurant [restaurant] openstond, is daar toen direct naar toe gerend en heeft geroepen dat de politie moest worden gebeld. Aangever heeft verklaard dat de jongens hem tijdens de rit naar Den Haag hebben bedreigd met geweld. De jongens zeiden dat wanneer aangever niet zou betalen, ze hem in elkaar zouden slaan. De jongens zeiden ook dat ze het filmpje openbaar zouden maken.

Tijdens de aangifte door aangever, is er meerdere keren contact tussen [medeverdachte 1] en aangever.2

In het telefoongesprek op 15 juli 2013 te 22:32 uur zegt [medeverdachte 1]: ’ (...) mijn neven willen, of ze gaan naar de politie toe en laten die foto zien en je bent alles kwijt. Jou werk en iedereen. Ze weten zoizo waar iedereen woont van jou. Dan laten ze het aan iedereen zien. Of het word anders opgelost.3 Op 15 juli 2013 te 23:44 uur belt [medeverdachte 1] met aangever en zegt: ‘Mijn neven komen nu vanuit Den Haag naar Utrecht toe. Ze willen weten wat je wilt.’4 Op 16 juli 2013 te 00:04 uur ontvangt aangever een bericht van [medeverdachte 1]: ‘Bel deze nummer: [telefoonnummer]’.5 Op 16 juli 2013 te 01:25 uur ontvangt aangever een bericht van [medeverdachte 1]: ‘Oke [slachtoffer] ik ga met me moeder en me neven naar de politie, ik gun het je niet, maar jij belt me neef ook niet.’6

Op 16 juli 2013 te 12:15 uur ontvangt aangever een sms-bericht van nummer [telefoonnummer]:‘Speel geen spelletjes met me. Je doet heel eigenwijs en dat word je fout je hebt 2 keuze’s of wij gaan aangiften doen, en jij gaat 3 a 4 jaar cel krijgen en je moet een dikke schadevergoeding betalen, en je raak je familie en je baan kwijt. Of de andere optie je betaalt alleen een schadevergoeding en je raakt verder niks kwijt.’7

Op 16 juli 2013 te 12:29 uur ontvangt aangever een bericht van [medeverdachte 1]: ‘Me neef zegt; geen 90.000 maar 30.000 om 7uur is hij op station amersfoort waar jij altijd kwam. Deal?’8

Aangever heeft aan de politie een foto van [medeverdachte 1] verstrekt.9

Aangever heeft op 15 juli 2013 verklaard dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer] en [telefoonnummer].10

Op 15 juli 2013 werd besloten tot het aansluiten van spoedtaps op de volgende telefoonnummer: [telefoonnummer]-[telefoonnummer] en [telefoonnummer]. Op basis van de door aangever verstrekte gegevens over [medeverdachte 1], werd in de politiesystemen de navolgende persoon gevonden: [medeverdachte 1], geboren [1997] te Amersfoort.11

Uit de politiesystemen kwam naar voren dat [medeverdachte 1] op de [adres] te [woonplaats] woont. Op 16 juli 2013 vanaf 01:59 uur werden de lijnen van voornoemde drie telefoonnummers opgenomen en opgeslagen. Uit de telefoontaps bleek dat het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] nauwelijks werd gebruikt, dat er veelvuldig contact was tussen de telefoonnummers eindigend op [telefoonnummer] (hierna [telefoonnummer]) en [telefoonnummer](hierna [telefoonnummer]) 1 , dat de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] veelvuldig inbelden en sms-ten naar [telefoonnummer] (hierna [telefoonnummer]), zijnde het telefoonnummer van aangever.12

Op 16 juli 2013 om 17:24 uur is er een sms-bericht van [telefoonnummer], zijnde het nummer van aangever, naar [telefoonnummer]: ‘[medeverdachte 1]. Wil er vanaf. Mijn bod is 10.000 en klaar. Wil originele film. Kom niet naar Amersfoort, maar Leusden [hotel] hotel. Geen discussie!’

Op 16 juli 2013 om 17:28 uur is er een sms-bericht van [telefoonnummer] naar [telefoonnummer]: “25 K, zorg ik dat ik alle materiaal bij me heb. 7 uur, maak alles ongedaan. Wil er ook vanaf. Laat snel weten.’

Op 16 juli 2013, 18:30:47 uur, belt [medeverdachte 1] ([telefoonnummer]) met NN-man ([telefoonnummer]) en zegt NN-man: ‘we komen naar jou toe’.13

Op 16 juli 2013, omstreeks 18:30 uur, hoorde verbalisant [verbalisant 1]14 dat over de telefoontap is gehoord dat de bewoonster van [adres] zal worden opgehaald en dat het telefoongesprek werd gevoerd tussen een man een vrouw. Om 18:37 uur zag verbalisant [verbalisant 1] twee mannen uit een Connexion bus uitstappen en in de richting van de [adres] lopen. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de twee mannen bij een rode afvalcontainer stonden te wachten. Toen verbalisant [verbalisant 1] omstreeks 18:41 uur weer in de richting van de mannen keek, zag hij beide mannen niet meer. Toen verbalisant [verbalisant 1] even later over de Laan der Hoven reed, zag hij op de stoep twee mannen en een vrouw lopen. De twee mannen waren dezelfde mannen als die hij eerder op de [adres] had gezien. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de drie personen in de richting van het winkelcentrum Emiclair liepen. Toen deze personen de hoek omliepen, kon verbalisant [verbalisant 1] hen niet meer zien. Even later zag verbalisant [verbalisant 1] dat er een zwarte Mercedes met witte kentekenplaten beginnend met HH over de Laan naar Emiclair reed in de richting van de Rondweg Oost en dat in deze personenauto getinte personen zaten.

Op 16 juli 2013, omstreeks 19:37 uur, zag verbalisant [verbalisant 2]15 een vrouw over het trottoir lopen van de Philipsstraat te Leusden en haar in de richting van het [hotel] lopen. Verbalisant [verbalisant 2] herkende de vrouw als de vrouw die afgebeeld stond op de aan hem verstrekte foto van[medeverdachte 1]. Verbalisant [verbalisant 2] zag dat de vrouw om haar heen keek en met name keek in de richting van het parkeerterrein van [hotel]. Verbalisant [verbalisant 2] zag de vrouw het parkeerterrein van hotel [hotel] oplopen in de richting van de entree van het hotel. Verbalisant [verbalisant 2] zag vervolgens dat op een parkeerterrein aan de Philipsstraat een zwarte personenauto, een Mercedes-Benz met het Duitse kenteken [kenteken], geparkeerd staan met daarin vier personen. De inzittenden zijn vervolgens aangehouden, waaronder [verdachte] (hierna:[verdachte]) en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]).16

Twee van de vier inzittenden werden door verbalisant [verbalisant 1]17 herkend als de mannen die hij ook die dag had gezien op de Bruggensingel-Noord.

De vrouw die in de richting van de entree van het [hotel] hotel liep, is eveneens aangehouden.1819

De aangehouden vrouw, zijnde [medeverdachte 1] (hierna:[medeverdachte 1]), heeft verklaard20 dat zij met haar vrienden heeft getracht aangever geld afhandig te maken, door aangever met een sexfilmpje te confronteren, en dat zij dat filmpje zelf heeft gemaakt in het [hotel] te Amersfoort, buiten medeweten van aangever.

In het dienstvoertuig waarin[verdachte] op 16 juli 2013 is vervoerd om hem over te brengen naar het politiebureau te Amersfoort is onder de zitting van de achterbank een zwarte mobiele telefoon van het merk Nokia aangetroffen, voorzien van het Imei-nummer [nummer].21 Uit het tapgespreksnummer 288360471 van 16 juli 2013 om 15:01:16 uur blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] op dat moment gebruik maakte van een mobiele telefoon met het Imei-nummer [nummer].22

Ter terechtzitting van 17 januari 2014 heeft[verdachte] verklaard dat hij de betreffende Nokia bewust in de auto heeft achtergelaten.23

Bij de insluitingsfouillering is bij[verdachte] een paspoort op naam van [medeverdachte 1], geboren [1997], aangetroffen.24

Bij de insluitingsfouillering is bij[medeverdachte 1] aangetroffen een usb-stick, een witte mobiele telefoon van het merk Alcatel en een zwarte mobiele telefoon van het merk Blackberry.25

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer]26 blijkt dat dit telefoonnummer tussen maandag 15 juli 2013 te 19:26:24 uur en dinsdag 16 juli 2013 te 01:46:19 62 keer contact (sms of gesprek) heeft met [telefoonnummer] en dat het telefoonnummer [telefoonnummer] in die periode aanstraalde op achtereenvolgens, onder meer, de volgende masten: Lichtpenweg 6 te Amersfoort (19:26:24 uur), Stationsplein 75 te Den Haag (22:02:22), Damrak 1 te Amsterdam (23:23:27 uur) en Stadsring 15 te Amersfoort (1:21:30 uur).[verdachte] heeft ter terechtzitting van 17 januari 2014 verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] op 15 juli 2013 met de trein vanuit Den Haag via Amsterdam is teruggereisd naar Amersfoort en dat zij in Amsterdam nog iets hebben gegeten.27

Op de bij[medeverdachte 1] aangetroffen usb-stick is een bestand aangetroffen met de naam [naam], welk bestand op 15 juli 2013 om 18:01:17 uur op de usb-stick is gezet. Genoemd bestand is bekeken. Te zien en te horen is dat de camera (opnameapparatuur) zich in een donkere ruimte bevindt, dat die ruimte wordt geopend, dat het geluid van een ritssluiting is te horen, dat vervolgens een man een vrouw zijn te zien die zich in een kamer bevinden, dat de vrouw de cameraopstelling verbetert, dat de vrouw zich ontkleedt, dat de man al ontkleed is en op een bed gaat liggen, dat de vrouw op het bed gaat liggen en dat de man en de vrouw seks hebben. Vervolgens gaat het beeld op zwart en is een ritssluiting te horen.28

In de onder[medeverdachte 1] in beslag genomen Blackberry, zat een SIM-kaart met een telefoonnummer eindigend op nummer [telefoonnummer]. In deze Blackberry werd onder contacts de volgende telefoonnummers aangetroffen: ‘Na’ met [telefoonnummer] en ‘Nasser’ met [telefoonnummer].29 In het Extraxtion report30 van genoemde Blackberry telefoon staan, voor zover van belang, de volgende berichten, waarbij bij alle UTC-tijden die zijn aangeduid met UTC+0 2 uur moet worden opgeteld31:

-bericht 447, 9-7-2013 17:49:18 (UTC +0) aan [telefoonnummer] Na: ‘Zit nu in de bus heb camera die uurtje kan filmen x’;

-bericht 458, 10-7-2013 1:25:31 (UTC +0) aan [telefoonnummer] Na: ‘Al klaar ik kom zoo’;

-bericht 511,15-7-2013 19:59:19 (UTC +0) aan [telefoonnummer] Na: ’Ga naar zijn huis tegen over [restaurant] hou mijn paspoort bij je kijk uit alsjeblieft [naam] hoeft niet te komen dan ben ik de lul [adres]’;

-bericht 517, 15-7-2013 22:06:34 (UTC +0) aan [telefoonnummer] [slachtoffer]: ‘Bel deze nummer: [telefoonnummer]’;

-bericht 522, 15-7-2013 23:24:54 (UTC +0) aan [telefoonnummer] [slachtoffer]: ‘Oke [slachtoffer] ik ga met me moeder en me neven naar de politie, ik gun het je niet, maar jij belt me neef ook niet. Als je het niet erg vind dat je alles kwijt raakt dan is het oke, maar ik zou het je niet gunne.’;

-bericht 525, 16-7-2013 0:08:08 (UTC +0) aan [telefoonnummer] Na: ‘Alles mag niet voor niks gedaan? En je vroeg wel kkr veel 90.000?’;

-bericht 533, 16-7-2013 10:37:24 (UTC +0) aan [telefoonnummer] [slachtoffer]: ‘Me neef zegt; geen 90.000 maar 30.000 om 7 uur is hij op station amersfoort waar jij altijd kwam. Deal?’;

-bericht 138, 9-7-2013 23:37:43 (UTC +0) van [telefoonnummer] Na: ‘Gelukt’;

-bericht 159, 16-7-2013 10:39:40 (UTC +0) van [telefoonnummer] Na: ’30.000 kan je je leven normaal leven plus je hebt een wijze les geleerd. Zeg 7uur vandaag zeg ik kom alleen waar je me altijd ophaalde.’;

-bericht 162, 16-7-2013 15:24:06 (UTC +0) van [telefoonnummer] [slachtoffer]: ‘[medeverdachte 1]. Wil er vanaf. Mijn laatste bod is 10000 euro en klaar. Wil daarvoor de originele film. Wil niet naar Amersfoort komen maar ben om 7 uur vanavond in [hotel] Leusden. Geen discussie meer.’.

Uit het tapgespreksnummer 28836029732 op 16 juli 2013, 12:15:37 uur, blijkt dat nummer [telefoonnummer] belt met [telefoonnummer], met de gespreksinhoud: ‘Je bent een vieze pedo meisje van net 16 jaar dronken voeren en nog coke snuiven en dan verkrachten. Maar je wilt het begrijpen. Ik ga alles publiceren.’ En om 12:19:58 met de gespreksinhoud: ‘Speel geen spelletje met me. Je doet heel eigenwijs en dat word je fout.’33

Ter terechtzitting van 17 januari 2014 heeft[verdachte] verklaard34 dat hij op 15 juli 2013 samen met [medeverdachte 2] was, dat hij zou doen alsof hij de neef van[medeverdachte 1] was, dat[medeverdachte 1] een afspraak had gemaakt met aangever bij het station Amersfoort Schothorst, dat toen aangever met zijn auto aankwam,[medeverdachte 1] naar de auto is gegaan en een deur heeft opengedaan en dat hij,[verdachte], daarna samen met [medeverdachte 2] naar de auto is gelopen en in de auto is gestapt.[verdachte] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 2] en hij aangever vervolgens hebben geconfronteerd met het feit dat aangever seks had gehad met een minderjarige, dat zij eerst naar het huis van[medeverdachte 1] zijn gereden om haar paspoort op te halen, dat hij vervolgens samen met aangever en [medeverdachte 2] in de auto van aangever naar Den Haag is gereden, dat hij achter het stuur zat, dat de laptop waarop de beelden aan aangever zijn getoond afkomstig was van[medeverdachte 1], dat aangever moest betalen en als hij dat niet zou doen zij naar de politie zouden gaan, en dat naar aangever toe een bedrag van € 90.000,00 is genoemd. Voorts heeft[verdachte] verklaard dat hij zowel op 15 juli 2013 als op 16 juli 2013 het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] heeft gebruikt, dat hij op 16 juli 2013 samen met [medeverdachte 2] en[medeverdachte 1] van het huis van[medeverdachte 1] naar winkelcentrum Emiclair is gelopen, dat hij iemand had gebeld om hen naar Leusden te brengen en dat hij vervolgens in Leusden is aangehouden.

4.3.2

Bewijsoverwegingen

Feiten 1 en 2

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Dat er geen geweld is gebruikt jegens aangever en er evenmin is gedreigd met geweld, zoals door de verdediging is bepleit, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Er was sprake van een vooropgezet plan, waarbij[verdachte] en [medeverdachte 2] zich zouden voordoen als de neven van[medeverdachte 1] en aangever zouden confronteren met het feit dat hij seks had gehad met een minderjarig meisje, met de bedoeling om aangever geld afhandig te maken.[verdachte], [medeverdachte 2] en[medeverdachte 1] suggereerden dat de verwonding aan de lip van[medeverdachte 1] door de “neven”[verdachte] en [medeverdachte 2] was veroorzaakt. Daarbij hebben[verdachte] en [medeverdachte 2] zich aanvankelijk verdekt opgesteld en kwamen zij pas tevoorschijn toen[medeverdachte 1] het bijrijdersportier had geopend, welke handelwijze door de rechtbank wordt gezien als een overval op aangever. Dat aangever vervolgens spontaan zijn plek op de bestuurdersstoel heeft verlaten en op de achterbank van zijn auto is gaan zitten, acht de rechtbank eveneens onaannemelijk.

Omtrent het medeplegen van de afpersing op 16 juli 2013 overweegt de rechtbank als volgt. [medeverdachte 2] was na de autorit met het slachtoffer naar Den Haag nog geruime tijd in de aanwezigheid van[verdachte]. Zij zijn immers samen per trein na een stop in Amsterdam naar Amersfoort gereisd. In die periode heeft[verdachte] uitgebreid gecommuniceerd met[medeverdachte 1] op welke wijze aangever geld afhandig gemaakt zou worden. [medeverdachte 2] is daar dus van op de hoogte geweest. De volgende dag heeft[verdachte] samen met [medeverdachte 2] Bouyambib opgehaald om gezamenlijk naar de ontmoetingsplaats in Amersfoort te reizen. Hierdoor ziet de rechtbank de handelswijze van [medeverdachte 2] op 16 juli 2013 als een voortzetting van het strafbare feit, de afpersing de dag er voor. Door de verdediging is nog betoogd dat de verklaringen van aangever en[medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris onbetrouwbaar zijn en daarom niet als bewijs gebruikt kunnen worden. De rechtbank overweegt dat van deze verklaringen geen gebruik is gemaakt bij de bewijsvoering. De door de rechtbank gebruikte verklaringen bij de politie zijn door aangever en[medeverdachte 1] in hoofdlijnen bevestigd. Dat er verschillen zijn, maakt de verklaringen niet onbetrouwbaar.[medeverdachte 1] verklaart bij de rechter-commissaris met name anders over haar rol en de rol van[verdachte]. Voor de bewijsbeslissing is dat niet van belang.

Dat, zoals door de verdediging is bepleit, er niet is gedreigd met het openbaar maken van het filmpje en dat niet[verdachte] en zijn medeverdachten met een voorstel tot betaling van een bedrag zijn gekomen, wordt weerlegd door bovengenoemde bewijsmiddelen.

Feit 3

De rechtbank acht op grond van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van het opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid beroven. Uit de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging blijkt immers niet dat aangever van zijn vrijheid te gaan en staan waar hij wilde was beroofd. Verdachte zal derhalve van dit feit worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in de gemeente Amersfoort en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een groot geldbedrag (te weten 90.000 euro en/of 30.000 euro en/of 25.000 euro en/of 10.000 euro), althans enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld:

zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

op 15 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- in de auto waarin die [slachtoffer] zat gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met gebalde vuist) geslagen en/of gestompt op/tegen de kaak, althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] uit de auto geduwd en/of

- die [slachtoffer] geplaatst op de achterbank van de auto en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 90.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] in elkaar zullen slaan

en/of

op 16 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 30.000 euro en/of 25.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of

- een afspraak gemaakt met die [slachtoffer] voor de overdracht van een geldbedrag en/of

- op het met die [slachtoffer] afgesproken tijdstip naar de afgesproken locatie gegaan,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in de gemeente Amersfoort en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een groot geldbedrag (te weten

90.000 euro en/of 30.000 euro), in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld:

zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

op 15 juli 2013

- (via de telefoon) tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 90.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een filmpje van geslachtsgemeenschap tussen die [slachtoffer] en een (minderjarig) meisje / medeverdachte [medeverdachte 1] gaat/gaan publiceren en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aangifte gaat/gaan doen bij de politie tegen die [slachtoffer] vanwege prostitutie met en/of verkrachting van een minderjarige / medeverdachte [medeverdachte 1]

en/of

op 16 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- ( via de telefoon) tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 30.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een filmpje van geslachtsgemeenschap tussen die [slachtoffer] en een (minderjarig) meisje / medeverdachte [medeverdachte 1] gaat/gaan publiceren en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aangifte gaat/gaan doen bij de politie tegen die [slachtoffer] vanwege prostitutie met en/of verkrachting van een minderjarige / medeverdachte [medeverdachte 1] en/of

- een afspraak gemaakt met die [slachtoffer] voor de overdracht van een geldbedrag en/of

- op het met die [slachtoffer] afgesproken tijdstip naar de afgesproken locatie gegaan,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

1. medeplegen van poging tot afpersing;

2. medeplegen van poging tot afdreiging.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 tot en met 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan is verzocht de straf te matigen, mede gelet op de beperkte documentatie van verdachte en zijn leeftijd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing en een poging tot afdreiging. Verdachte heeft zich daarbij laten leiden door eigen gewin en heeft een zeer prominente rol gespeeld bij beide delicten. Verdachte heeft samen met medeverdachte[medeverdachte 1] van te voren bedacht dat zij samen financieel zouden kunnen profiteren van de contacten die[medeverdachte 1] met aangever had. Met dat doel zijn de contacten tussen[medeverdachte 1] en aangever voortgezet. Verdachte heeft[medeverdachte 1] gestimuleerd in het uitvoeren van het vooropgezette plan.

Wat de persoon van de verdachte betreft, heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 3 december 2013;

- een de verdachte betreffend rapport van Reclassering Nederland d.d. 26 september 2013.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank voor reclasseringstoezicht geen aanwijzingen aanwezig.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en een werkstraf voor de duur van 180 uren, passend en geboden.

De rechtbank wijkt hiermee af van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd, onder meer omdat de rechtbank - anders dan de officier van justitie - de wederrechtelijke vrijheidsberoving niet bewezen acht.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer], althans een gedeelte daarvan, levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 520,85, te weten € 500,00 aan immateriële schade en € 20,85 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De rechtbank acht de gevorderde reinigingskosten ten bedrage van € 11,95 van de auto niet toewijsbaar omdat die kosten niet rechtstreeks voortvloeien uit de bewezen verklaarde feiten. Voorts acht de rechtbank de gevorderde immateriële schade van € 1.500,00 slechts gedeeltelijk toewijsbaar, aangezien die vordering mede is gebaseerd op vrijheidsberoving, welk feit door de rechtbank niet bewezen wordt geacht.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De verplichting tot schadevergoeding wordt hoofdelijk opgelegd, dat wil zeggen dat verdachte, evenals de medeverdachten, aansprakelijk is voor de gehele schade. Als een van de medeverdachten de schade heeft betaald, is verdachte bevrijd aan de benadeelde partij te betalen en omgekeerd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 57, , 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3. ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten bewezen, zodanig als hierboven onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

1. medeplegen van poging tot afpersing;

2. medeplegen van poging tot afdreiging;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

Benadeelde partij [slachtoffer], feiten 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van
€ 520,85, waarvan € 20,85 ter zake van materiële schade en € 500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter aangebracht kan worden.

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 520,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2013, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen detentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. E.A.A. van Kalveen en M.P. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2014.

De griffier is verhinderd dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in de gemeente Amersfoort en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een groot geldbedrag (te weten 90.000 euro en/of 30.000 euro en/of 25.000 euro en/of 10.000 euro), althans enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn

mededader(s)

op 15 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- in de auto waarin die [slachtoffer] zat gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met gebalde vuist) geslagen en/of gestompt op/tegen de kaak, althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] uit de auto geduwd en/of

- die [slachtoffer] geplaatst op de achterbank van de auto en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 90.000 euro, althans enig geldgebdrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] in elkaar zullen slaan

en/of

op 16 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 30.000 euro en/of 25.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of

- een afspraak gemaakt met die [slachtoffer] voor de overdracht van een geldbedrag en/of

- op het met die [slachtoffer] afgesproken tijdstip naar de afgesproken locatie gegaan,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 16 juli 2013 in de gemeente Amersfoort en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een groot geldbedrag (te weten

90.000 euro en/of 30.000 euro), in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn

mededader(s)

op 15 juli 2013

- ( via de telefoon) tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 90.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een filmpje van geslachtsgemeenschap tussen die [slachtoffer] en een (minderjarig) meisje / medeverdachte [medeverdachte 1] gaat/gaan publiceren en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aangifte gaat/gaan doen bij de politie tegen die [slachtoffer] vanwege prostitutie met en/of verkrachting van een minderjarige / medeverdachte [medeverdachte 1]

en/of

op 16 juli 2013

- meermalen, althans éénmaal, telefonisch contact opgenomen met die [slachtoffer] en/of

- ( via de telefoon) tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij 30.000 euro, althans enig geldbedrag, moet betalen en/of dat wanneer die [slachtoffer] niet betaalt hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een filmpje van geslachtsgemeenschap tussen die [slachtoffer] en een (minderjarig) meisje / medeverdachte [medeverdachte 1] gaat/gaan publiceren en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aangifte gaat/gaan doen bij de politie tegen die [slachtoffer] vanwege prostitutie met en/of verkrachting van een minderjarige / medeverdachte [medeverdachte 1] en/of

- een afspraak gemaakt met die [slachtoffer] voor de overdracht van een geldbedrag en/of

- op het met die [slachtoffer] afgesproken tijdstip naar de afgesproken locatie gegaan,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 318 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 15 juli 2013 in de gemeente Amersfoort en/of in de gemeente 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/is hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk

- in de auto van die [slachtoffer] gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) (met gebalde vuist) geslagen en/of gestompt op/tegen de kaak, althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] uit de auto geduwd en/of

- die [slachtoffer] geplaatst op de achterbank van de auto en/of

- ( gedurende langere tijd) met die auto gaan rijden met een voor die [slachtoffer] onbekende bestemming en/of

- die auto geparkeerd in de Prinsesstraat te 's-Gravenhage;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 79, 80 en eerste alinea p-81 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940/2013158601 (pv voorgeleiding), in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 130.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2013 met bijlagen, opgenomen op pagina 85-97, m.n. p. 85, 86 en 91van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

3 Pag 86 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

4 Pag 86 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

5 Pag 86 en 91 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

6 Pag 87 en 92 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

7 Pag 87 en 95 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

8 Pag 88 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

9 Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 90 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2013, opgenomen op pagina 98-99 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, ihb pag 99.

11 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2013, opgenomen op pagina 103 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

12 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2013, opgenomen op pagina 105-106 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

13 Tapgesprek 288360157, opgenomen in de bijlage van het proces-verbaal dossiernummer PL0940/2013158601C (pv eindverbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 181 tot en met 307.

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2013, opgenomen op pagina 110-111 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

15 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2013, opgenomen op pagina 107-108 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

16 Het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 39-40 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, en het proces-verbaal van aanhouding van[medeverdachte 2] d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 54-55 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

17 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2013, opgenomen op pagina 110-111 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2013, opgenomen op pagina 112-113 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

19 Het proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 11-12 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 juli 2013, opgenomen op pagina 22-23 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

21 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2013, opgenomen op pagina 143 van het proces-verbaal dossiernummer PL0940/2013158601A (pv raadkamer), in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 131 tot en met 164.

22 Tapgesprek 288360471, opgenomen in de bijlage van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal.

23 Het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2013.

24 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2013, opgenomen op pagina 144 van het onder voetnoot 20 genoemde proces-verbaal.

25 Het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 17 juli 2013, opgenomen op pagina 122-124 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

26 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2013, opgemaakt door [verbalisant 3], brigadier van politie van de Politie Utrecht.

27 Het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2014.

28 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2013, opgenomen op pagina 301 van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal.

29 Het proces-verbaal d.d. 5 september 2013, opgenomen op pagina 183-198 van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal.

30 Extraction report, opgenomen in de bijlage van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal, ihb de volgende pagina’s van het report: 62, 63, 64 en 67

31 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2013, opgenomen op pagina 306-307 van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal, ihb pag 307.

32 Tapgesprek 288360297, opgenomen in de bijlage van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal.

33 Tapgesprek 288360330, opgenomen in de bijlage van het onder voetnoot 12 genoemde proces-verbaal.

34 Het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2014.