Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3386

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-06-2014
Datum publicatie
25-08-2014
Zaaknummer
16-656138-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen kweken hennep + bezit verboden wapen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/656138-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juni 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 21 maart 2014 en 6 juni 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 samen met anderen hennep heeft gekweekt, dan wel anderen behulpzaam is geweest bij het kweken van hennep, dan wel dat hij 779 hennepplanten voorhanden heeft gehad;

feit 2: op 15 augustus 2012 een gasdrukpistool voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het door verdachte geschetste scenario, dat hij pas op de hoogte was van de kwekerij op het moment dat hij deze – deels al ontmantelde – kwekerij ontdekte, op basis van het dossier niet uitgesloten kan worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit, refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen verwijzen, tenzij anders vermeld, naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL091A 2013021844. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Feit 1 primair

Op 9 augustus 2012 werd in een pand aan de [adres] te [woonplaats] door verbalisanten binnengetreden. In de grote bedrijfshal werden op de vliering 5 zogenaamde slakkenhuizen, 87 assimilatielampen, 83 lampenkappen en 6 kachels aangetroffen. Links achter in de grote bedrijfshal lagen 5 slakkenhuizen, 81 assimilatielampen en afzuigslangen.

Verder werd in de bedrijfshal achter een kast op wielen een doorgang aangetroffen, welke toegang gaf tot een verborgen ruimte tussen [adres] en [adres], met daarin een niet in werking zijnde hennepkwekerij. In de kwekerij werden 779 plantenbakken met plantenresten aangetroffen. Verder werden daar aangetroffen: een aantal gebruikte koolstoffilters, watervaten, dompelpompen, 1 HP meter, diverse flessen met groei- en bloeimiddelen en een emmer met 9 scharen.1

Het pand aan de [adres] te [woonplaats] was met ingang van 1 september 2007 verhuurd aan [verdachte]. Met ingang van 1 augustus 2011 is de huurovereenkomst uitgebreid met de huur van het pand aan de [adres] te [woonplaats].2

Monsters van de in voornoemde kwekerijen aangetroffen plantenresten zijn getest op de aanwezigheid van hennep en testten positief op de aanwezigheid van hennep.3

Op de vloer van de verborgen ruimte werd een aantal sigarettenpeuken aangetroffen en veiliggesteld. Voorts werd een aantal dactyloscopische sporen aangetroffen op de in de bedrijfshal aangetroffen lampen.4

Op een peuk (SIN nummer AAE08770NL) wordt het DNA van [medeverdachte] aangetroffen, de kans dat dit DNA van een ander afkomstig is dan van [medeverdachte] is kleiner dan één op één miljard.5

Op een peuk (SIN nummer AAE08771NL) wordt het DNA van [verdachte] aangetroffen, de kans dat dit DNA van een ander afkomstig is dan van [verdachte] is kleiner dan één op één miljard.6

Twee van de op de lampen aangetroffen dactyloscopische sporen (SIN nummers AAEE0877NL en AAE08779NL) betreffen vingerafdrukken van [medeverdachte].7

Bewijsoverwegingen

Verdachte heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres] onderverhuurde aan [naam]. In zijn in beslag genomen kwitantieboekje zouden diverse kwitanties ten name van [naam] zitten.

[naam] is gehoord en ontkent het pand aan de [adres] gehuurd te hebben. Voorts is uit onderzoek naar de administratie van verdachte niet gebleken van enig contact met [naam].

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande de verklaring van verdachte niet geloofwaardig.

Voorts acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat verdachte niet op de hoogte was van voornoemde kwekerij, nu de kwekerij slechts te bereiken was via de bedrijfshal van nummer [nummer], waar verdachte werkzaamheden verrichtte. De doorgang naar die kwekerij bevond zich achter een verrijdbare kast en was op het eerste gezicht dus niet zichtbaar. Daarbij is nog van belang dat het houden van een hennepkwekerij de nodige aandacht en zorg behoeft en de kwekerij dus met grote regelmaat bezocht moet zijn, hetgeen verdachte niet ontgaan kan zijn. In de kwekerij is voorts ook nog een sigarettenpeuk aangetroffen die tot verdachte te herleiden is. Nu in de kwekerij ook een sigarettenpeuk met daarop DNA van de medeverdachte alsmede vingerafdrukken van deze medeverdachte op lampen zijn aangetroffen concludeert de rechtbank dat er voldoende bewijs is voor de, voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking.

Alle overwegende acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich met een ander schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde feit.

Feit 2 gasdrukpistool

Bij de doorzoeking van het pand [adres]-[nummer] te [woonplaats] op 15 augustus 2012 werd in een lage kast in de doorgang tussen perceel [nummer] en [nummer] een luchtdrukwapen aangetroffen.8

Uit onderzoek blijkt voorts dat het aangetroffen wapen een gasdrukpistool betreft, merk Gamo, model P-23. Het gasdrukpistool vertoont voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis met echt bestaande vuurwapens en is derhalve voor bedreiging en afdreiging geschikt. Het is een wapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie.9

Verdachte heeft verklaard dat zijn bedrijf destijds gevestigd was in de percelen [adres] en [nummer]. In het bedrijfspand lag ook een luchtdrukwapen, dat zijn eigendom was. Het betrof een luchtdrukwapen met een smalle loop die open geklikt kon worden.10

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt dat voornoemd luchtdrukwapen is aangetroffen in een kast met daarin administratie van verdachte en zijn bedrijf.11 Voorts is de door verdachte bij de politie gegeven beschrijving van zijn luchtdrukpistool, gelijk aan die van het aangetroffen wapen.12

De rechtbank acht derhalve de verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting, dat het aangetroffen luchtdrukwapen niet het door hem bedoelde wapen betreft, niet geloofwaardig.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt in een pand aan de [adres] en/of [nummer] een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, van in totaal 779 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

feit 2

op 15 augustus 2012 te [woonplaats], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool (merk Gamo, model P-23), voorhanden heeft gehad;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    een werkstraf van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over een eventuele strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich samen met in ieder geval een ander gedurende een periode schuldig gemaakt aan het kweken, bewerken en verwerken van hennep in een professionele hennepkwekerij waarin in totaal 779 hennepplanten stonden. Door deze werkzaamheden heeft verdachte een aandeel geleverd in de handel in softdrugs.

Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en kan verdachte worden verweten. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een verboden wapen.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij in het verleden is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten als de onderhavige.

Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting wordt voor het kweken van hennep, gelet op het aantal planten en gepleegd op de wijze zoals hiervoor bewezenverklaard, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een werkstraf van 180 uren als uitgangspunt gehanteerd. Voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool geldt een geldboete van € 550,00 als uitgangspunt.

Alles afwegende en gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank een straf als door de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal verdachte derhalve een werkstraf van 140 uren opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Voorts zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd worden. Met de voorwaardelijke gevangenisstraf beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere en/of lichtere sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 11 van de Opiumwet en artikel 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot:

- een gevangenisstraf van 2 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- een werkstraf van 140 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mrs. I.P.H.M. Severeijns en A.M. Verhoef, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juni 2014.

De oudste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1. Primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand aan de [adres] en/of [nummer]) een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, van (in totaal) ongeveer 779 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

Subsidiair

[medeverdachte] en/of [naam] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand aan de [adres] en/of [nummer]) een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, van (in totaal) ongeveer 779 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voornoemde [medeverdachte] en/of voornoemde [naam] en/of voornoemde onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2012 tot en met 9 augustus 2012 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] en/of [nummer]) een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, van (in totaal) ongeveer 779 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 15 augustus 2012 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool (merk Gamo, model P-23), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm en opgenomen op pagina 3 en 4 van proces-verbaalnummer PL0960 2012163502.

2 Afschrift addendum I, behorende bij een huurovereenkomst tussen [X] B.V. en [Y] B.V., vertegenwoordigd door [verdachte].

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm en opgenomen op pagina 22 en 24 van proces-verbaalnummer PL0960 2012163502.

4 Proces-verbaal sporenonderzoek, opgemaakt in de wettelijke vorm en opgenomen op pagina 76 t/m 78 van proces-verbaalnummer PL091A 2013021844.

5 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een afschrift van een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 27 augustus 2012.

6 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een afschrift van een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 14 maart 2013.

7 Processen-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 31 augustus 2013, opgemaakt in de wettelijk vorm door [A].

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2012, pagina 89 en 90.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2012, met bijlagen, pagina 175 en 175a.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 35 en 36.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 36; proces-verbaal van bevindingen pagina 89.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2012, met bijlagen, pagina 175 en 175a, met bijlage pagina 179.