Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3383

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
16-191484-13 1
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

VD heeft haar dochtertje van ruim 1 jaar mishandeld (knijpen, slaan, hard vastpakken). VD bekent. VD is zwakbegaafd, heeft ttv zitting inmiddels intensieve begeleiding en woont begeleid, dochtertje is onder toezicht geplaatst. Geheel voorwaardelijke werkstraf opgelegd bgekregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

parketnummer: 16/191484-13 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juni 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1993] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres].

raadsman mr. R. Vierhout, advocaat te Nijkerk

1 Onderzoek van de zaak

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak naar deze kamer verwezen. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 juni 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2012 haar kind heeft mishandeld.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het haar ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de door verdachte bij de politie en ter zitting afgelegde verklaringen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte, zoals onder het 1e gedachtestreepje ten laste is gelegd, haar dochtertje [dochter] heeft mishandeld door haar te knijpen en vast te pakken.

Ten aanzien van hetgeen onder het 2e gedachtestreepje is ten laste gelegd kan op basis van de in het dossier aanwezige stukken niet vastgesteld worden dat dit pijn/of letsel heeft veroorzaakt. Subsidiair kan niet worden afgeleid dat verdachte, gelet op haar eigen verklaring zoals afgelegd bij de politie en de krappe situatie in de woning van verdachte, op dat moment het opzet had haar dochtertje te mishandelen. Evenmin kan op basis van de in het dossier aanwezige stukken vastgesteld worden dat verdachte haar dochter heeft mishandeld door haar te slaan en/of stompen en dat hierdoor pijn/of letsel is veroorzaakt. De onderhuidse bloeduitstortingen kunnen ook door [dochter] zelf zijn veroorzaakt of door derden, nu, naast verdachte, ook andere personen voor [dochter] zorgden.

Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van hetgeen onder het 2e en 3e gedachtestreepje ten laste is gelegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL0610 2012135408. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Verdachte is de moeder van [dochter], geboren op [2011].1 Nadat haar vriend op zondagavond (de rechtbank begrijpt: 30 september 2012) haar woning in [woonplaats] had verlaten, kreeg zij [dochter] niet stil. Zij had [dochter] vervolgens in haar zij geknepen. Nadat [dochter] vervolgens harder begon te huilen, had zij haar nog harder geknepen. [dochter] bleef huilen waarna zij [dochter] hard uit haar bed had gepakt, waardoor [dochter] met haar rechterzijkant tegen de commode aankwam. Zij had [dochter] daarna neergelegd en [dochter] huilde. Kort voordat zij [dochter] hard uit bed pakte, had zij [dochter] ook uit bed getild, waarbij [dochter] met haar linkerzij tegen de commode aan was gekomen. Het was vaker voorgekomen dat zij [dochter] geknepen had als het moeilijker ging met [dochter]. Zij had [dochter] dan geknepen als zij haar bij haar armpje, beentje of zij pakte. Zij kneep dan op haar aller hardst. Ook sloeg zij [dochter] wel eens als zij vervelend was. Zij sloeg haar dan met de vlakke hand op haar schouder of hand. 2

Uit het forensisch medisch onderzoek volgt dat bij [dochter] verschillende letsels werden vastgesteld:

* huidbeschadigingen met korstvorming op: de buitenzijde van de linker bovenarm, de rechterflank buikzijde en rechter onderbuik, het linker onderbeen, het rechter onderbeen, rechter onderkuit, de rechter achterzijde en buitenzijde rechter onderbeen;

*onderhuidse bloeduitstortingen tussen de huidbeschadigingen op: de rechterflank buikzijde en de rechter onderbuik, onder de linkerarm op de ribbenkast, de rechterkuit en op de buitenzijde linker bovenbeen;

* genezen huidbeschadigingen onder de rechter oksel.

Een niet-accidentele oorzaak voor de gevonden letsels is niet uit te sluiten. Huidafwijkingen kunnen niet zijn ontstaan door verzorgingshandelingen, zelfs niet als deze ongelukkig uit worden gevoerd.3

Het letsel op de flank van [dochter] zijn echt schuur-/ schaafplekken.4

Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat zij [dochter] in dat bewuste weekend hard uit bed had getild, waarbij [dochter] langs de commode schaafde. Ook had zij [dochter] geknepen zo hard als zij kon en haar ook geslagen. Dat was ook wel eens vaker gebeurd.5

Bewijsoverwegingen

Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte haar dochtertje heeft mishandeld door haar hard(handig) te knijpen, vast te pakken, uit bed te tillen waarbij zij de commode heeft geraakt en haar te slaan en dat [dochter] daardoor pijn en/of letsel is toegebracht. Dat [dochter] daarbij pijn heeft gehad volgt reeds uit de aard en omvang van het toegebrachte letsel.

Het dossier bevat geen aanknopingspunten waaruit volgt dat het bij [dochter] geconstateerde letsel door derden of [dochter] zelf is toegebracht.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2012 te [woonplaats] (telkens) opzettelijk mishandelend haar kind, [dochter] (geboren [2011]), met kracht en/of hardhandig

- heeft geknepen in en/of vastgepakt bij een zij en/of een been en/of een arm en

- langs een commode heeft getrokken of geschuurd, en

- heeft geslagen tegen (telkens) één of meer lichaamsdelen,

waardoor vorenbedoeld kind (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1

De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

mishandeling, terwijl het feit wordt gepleegd tegen haar eigen kind, meermalen gepleegd.

5.2

De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van één maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoon van verdachte zoals dit blijkt uit het reclasseringsrapport, de gevolgen die een en ander voor verdachte heeft gehad, zoals de uithuisplaatsing van haar dochter [dochter] en de juridische procedure wat betreft het gezag over [dochter]. Voorts dient ook rekening gehouden te worden met het tijdsverloop en de geringe ernst van het feit.

Primair heeft de raadsman bepleit artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen.

Subsidiair heeft de raadsman, gelet op de persoon van verdachte, bepleit een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van haar dochtertje, toen 15 maanden oud. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij een zeer jong en weerloos kind, dat op dat moment voor haar welzijn en verzorging van haar afhankelijk was, heeft mishandeld en dus niet de geborgenheid en veiligheid heeft geboden die het nodig had.

Uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 18 april 2014 volgt – zakelijk weergegeven – dat verdachte een zwakbegaafd tot (krap) gemiddeld intelligentieprofiel heeft. Bij overvraging gaat zij vermijden of liegen om zich staande te houden. Voorts kan zij impulsief reageren en is zij prikkelbehoeftig. Vanaf 1 september 2013 woont verdachte bij “[naam]” te [woonplaats] en krijgt daar intensieve begeleiding gericht op dagstructuur en ondersteuning op diverse leefgebieden en op haar verantwoordelijkheden als moeder. Haar dochter [dochter] is onder toezicht gesteld en geplaatst bij kennissen van verdachte. Verdachte ziet haar dochter onder toezicht. Gelet op de begeleiding van [naam], het sociaal netwerk rondom verdachte en de ontvankelijkheid van verdachte, is er geen meerwaarde in begeleiding vanuit de reclassering.

De reclassering adviseert om aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een door de raadsman overlegd schrijven van [naam], waaruit volgt dat verdachte een laag spanningsplafond en geringe belastbaarheid heeft. Verdachte heeft moeite met het ordenen van haar emoties, het ordenen van externe informatie, de vertaling naar de buitenwereld en omgekeerd. Verdachte heeft dagelijks uitleg, vertaling en ondersteuning nodig.

Verdachte is nooit eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank houdt verder rekening met het feit dat [dochter] inmiddels uit huis is geplaatst alsmede met het tijdsverloop in deze zaak.

Alles afwegende acht de rechtbank een lagere straf dan die door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank zal verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uren opleggen.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een andere of lichtere sanctie dan wel toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

mishandeling, terwijl het feit wordt gepleegd tegen haar eigen kind, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

- bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.V.M. Veldhoen, voorzitter, en mrs. E.A. Messer en M.P. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 juni 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 30 september 2012 te [woonplaats] (telkenms) opzettelijk mishandelend haar kind, althans een persoon, te weten [dochter] (geboren [2011]), met kracht en/of hardhandig

- heeft geknepen in en/of vastgepakt bij een zij en/of een been en/of een arm, in elk geval (telkens) één of meer lichaamsdelen, en/of

- tegen een commode en/of een ledikant, in elk geval (telkens) een hard voorwerp, heeft gegooid en/of geduwd en/of langs (een dergelijk) voorwerp getrokken of geschuurd, en/of

- heeft gestompt en/of geslagen tegen haar schouder en/of een arm en/of een been en/of een zij, in elk geval (telkens) één of meer lichaamsdelen, waardoor vorenbedoeld(e) kind/persoon (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 20.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever], pagina 11 en 14 t/m 16.

3 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een forensische medische rapportage d.d. 13 november 2012, opgemaakt door L.M. Spooren, forensisch arts, werkzaam bij de Forensische Polikliniek Kindermishandeling, pagina 54 t/m 58.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2012, pagina 49.

5 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 juni 2014.