Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3303

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-07-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
16-600101-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging TBS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/600101-07

Beslissing voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege d.d. 30 juli 2014

In de zaak van de officier van justitie tegen

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats], op [1983],

verblijvende te FPC Oldenkotte,

[adres], [woonplaats].

Raadsvrouwe mr. N. Achahbar, advocaat te ’s-Gravenhage.

1 De procedure

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar de beslissing van deze rechtbank van 7 mei 2014 en naar het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 23 april 2014.

Nadien heeft de rechtbank een reclasseringsrapport d.d. 18 april 2014 ten behoeve van een voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging terbeschikkingstelling ontvangen, opgesteld door D.S. van den Hazel, reclasseringswerker.

Het onderzoek ter terechtzitting is voortgezet op 16 juli 2014. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouwe, gehoord. Voorts zijn gehoord de deskundigen drs. L. Feijen, behandelcoördinator, werkzaam bij FPC Oldenkotte, alsmede B.J. Wassink, reclasseringswerker, werkzaam bij het Leger des Heils.

2 Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige B.J. Wassink heeft het rapport ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - als volgt toegelicht.

De klinische behandeling is afgerond. Als de terbeschikkingstelling voorwaardelijk wordt beëindigd, is er geen begeleiding meer vanuit de kliniek maar vanuit de reclassering. Er kunnen veel praktische problemen ontstaan bij terugkeer in de samenleving. Indien de begeleiding van de reclassering spanning oplevert, acht de reclassering het wenselijk dat betrokkene dit met een derde kan bespreken. Vandaar dat de reclassering het meewerken aan psychotherapeutische ondersteuning noodzakelijk acht als voorwaarde. Als de samenwerking goed verloopt, zal hiervan geen gebruik gemaakt worden. De geadviseerde voorwaarde Forensisch Psychiatrisch Toezicht ziet enkel op crisissituaties. Er wordt van uitgegaan dat dit niet gebruikt zal hoeven worden. De geadviseerde voorwaarden met betrekking tot controle op middelengebruik en het sociale netwerk, zijn standaardvoorwaarden. Ook ten aanzien hiervan geldt dat deze alleen ingezet zullen worden, indien er aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat dit nodig is.

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het rapport van FPC Oldenkotte d.d. 20 februari 2014. Het rapport en het advies van de inrichting zijn door de deskundige drs. L. Feijen ter terechtzitting van 23 april 2014 reeds toegelicht. De deskundige heeft dit ter terechtzitting van 16 juli 2014 - zakelijk weergegeven - als volgt nader toegelicht.

Het recidiverisico is laag. Na gedegen intramurale behandeling heeft betrokkene voldoende bagage om het resocialisatietraject in te gaan. Deze resocialisatie kan niet anders dan via het traject van de voorwaardelijke beëindiging. Echter, wil dit traject kans van slagen hebben, zal er sprake moeten zijn van een vorm van samenwerking tussen de reclassering en betrokkene. Ondanks dat betrokkene autonoom en zelfstandig is, zal ondersteuning en begeleiding soms noodzakelijk zijn. Betrokkene staat hier kritisch tegenover.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de dwangverpleging voorwaardelijk wordt beëindigd onder de door de reclassering gestelde voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde met betrekking tot psychotherapeutische ondersteuning/behandeling. De officier van justitie acht voldoende waarborgen aanwezig in de overige gevorderde voorwaarden.

5 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe verzoekt primair tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder algemene voorwaarden. Hierbij verzoekt de raadsvrouwe aansluiting te zoeken bij jurisprudentie hieromtrent, onder andere bij de volgende uitspraken van het gerechtshof Arnhem d.d. 20 februari 2014 en van de rechtbank Limburg d.d. 4 maart 2014 (met kenmerken: ECLI:NL:GHARL:2014:1669 en ECLI:NL:RBLIM:2014:1945). Subsidiair verzoekt de raadsvrouwe tot het opleggen van de geadviseerde voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarden die niet gerelateerd zijn aan het delict en standaard opgenomen zijn, zoals de voorwaarden met betrekking tot middelengebruik, netwerk en psychotherapeutische ondersteuning.

6 De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het rapport van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de dwangverpleging voorwaardelijk dient te worden beëindigd onder een deel van de door de reclassering in het rapport van 18 april 2014 gestelde voorwaarden. De rechtbank acht toezicht en begeleiding ten aanzien van een aantal praktische leefgebieden passend en geboden. Indien er concrete aanleiding ontstaat om toch ambulante behandeling, of andere voorwaarden, noodzakelijk te achten, kan de rechtbank, ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de terbeschikkinggestelde of de raadsvrouwe, komen tot wijziging van de voorwaarden, op grond van artikel 38i van het Wetboek van Strafrecht.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 38g van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank verstaat dat de terbeschikkingstelling reeds met één jaar is verlengd bij vonnis van deze rechtbank van 7 mei 2014.

De rechtbank beëindigt voorwaardelijk de verpleging van overheidswege van [veroordeelde], onder de volgende voorwaarden:

  1. Recidive: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde zich niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten.

  2. Reclasseringsbegeleiding: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde zich begeleidbaar opstelt en zich gedraagt naar de aanwijzingen, inclusief de frequentie van het reclasseringscontact, die de reclassering van het Leger des Heils hem geeft.

  3. Huisvesting: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde gedurende de voorwaardelijke beëindiging zich, in overleg met de reclassering, zal vestigen in de regio Utrecht. Hij zal niet verhuizen en/of elders gaan wonen zonder overleg en nadrukkelijke toestemming van de reclassering.

  4. Dagbesteding: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde een controleerbare vaste dagbesteding heeft en/of zich inspant om deze te vinden c.q. te behouden. Hij zal niet zonder overleg en toestemming veranderen van dagbesteding. De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering toestemming om bij de werkgever en/of contactpersoon informatie in te winnen over zijn functioneren en/of aanwezigheid.

  5. Financiën: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde zijn financiën inzichtelijk maakt/houdt en, indien de reclassering dit nodig acht, zijn medewerking verleent aan een traject ten behoeve van budgetbeheer.

  6. Forensisch Psychiatrisch Toezicht: als voorwaarde wordt gesteld dat de terbeschikkinggestelde medewerking verleent aan forensisch psychiatrisch toezicht en dat hij zijn medewerking verleent aan een time-out plaatsing in de FPC Oostvaarderskliniek of een andere hiertoe aangewezen kliniek, indien noodzakelijk, voor een periode van maximaal tweemaal zeven weken.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mrs. J. Ebbens en C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.M. Strijbos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2014.

De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.