Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3217

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
05-08-2014
Zaaknummer
16/659377-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee woninginbraken in Utrecht en Driebergen-Rijsenburgen in de nacht van 2 april 2014. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/659377-14

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 29 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte] (noemt zichzelf [naam]),

Geboren op [1978] in Litouwen,

thans verblijvende te Justitieel Complex Schiphol, detentiecentrum te Badhoevedorp.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Feit 1 primair: op 2 april 2014 in ’t Goy sieraden en een camera heeft gestolen uit een woning aan de [adres].

Feit 1 subsidiair: op 2 april 2014 in ’t Goy sieraden en een camera bij zich heeft gehad die waren gestolen uit een woning aan de [adres].

Feit 2 primair: op 2 april 2014 in Driebergen-Rijsenburg een laptop heeft gestolen uit een woning aan de [adres].

Feit 2 subsidiair: op 2 april 2014 in Driebergen-Rijsenburg een laptop bij zich heeft gehad die was gestolen uit een woning aan de [adres].

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat voor beide feiten het primair ten laste gelegde bewezen kan worden en verwijst hiervoor naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat feit 1 bewezen kan worden verklaard nu verdachte dit feit heeft bekend, maar betwist dat verdachte dit samen en in vereniging met anderen heeft gedaan. Ten aanzien van feit 2 is de verdediging van mening dat er dusdanige verschillen te constateren zijn tussen de aangifte en het aantreffen en herkennen van de goederen in de auto dat hieruit niet de conclusie kan worden getrokken dat verdachte betrokken is geweest bij de inbraak. De verdediging verzoekt de rechtbank dan ook verdachte vrij te spreken van feit 2.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde onder beide feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Bewijsmiddelen1

Ten aanzien van feit 1:

Op 2 april 2014 krijgt de politie rond 16.50 een melding dat aan de Nachtdijk een woninginbraak zou hebben plaatsgevonden.2 De melding wordt gedaan door [getuige], die rond 16:30 uur drie mannen en een vrouw langs de voordeur van de woning aan de [adres] ziet rennen. Een van de mannen draagt iets in zijn handen wat is gewikkeld in een deken.3 De personen stappen in een auto met het Engelse kenteken [kenteken]. De getuige vertrouwt het niet en gaat kijken aan de achterzijde van de woning. Daar ziet zij dat het glas van de achterdeur geheel kapot is geslagen.4 De getuige rijdt achter de personen aan en ziet de auto geparkeerd staan bij een tankstation en belt de politie.5 De politie komt ter plaatse en houdt om 17:00 uur de auto met het door de getuige genoemde kenteken aan. In de auto zitten drie mannen en een vrouw. De bestuurder heeft een doek om zijn arm gewikkeld die onder het bloed zit.6 Deze man blijkt [verdachte] (hierna: verdachte) te zijn.7 In de auto worden goederen aangetroffen, waaronder sieraden en een fotocamera.8

Op 2 april 2014 doen [aangever 1] en [aangever 2] aangifte van woninginbraak uit hun huis aan de [adres] in ’t Goy.9 Zij verklaren dat sieraden en een fotocamera zijn gestolen. De politie toont hen foto’s van de sieraden en een fotocamera die in de auto zijn aangetroffen waarin verdachte is aangehouden. De aangevers herkennen deze goederen als zijnde de goederen die uit hun woning zijn gestolen.10

Op een tuinbank aan de achterzijde van de woning wordt een tablet aangetroffen.11 Op deze tablet worden bij het Nederlands Forensisch Instituut bloedsporen aangetroffen (SIN nummer AAGZ5352NL). Het DNA-profiel dat uit deze sporen is afgeleid, komt overeen met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat dit DNA-profiel overeenkomt met dat van een willekeurig persoon is kleiner dan 1 op 1 miljard.12

In de woning wordt ook een bloedspoor aangetroffen dat van medeverdachte [medeverdachte] kan zijn, met dezelfde kleine kans dat het DNA-profiel dat hieruit is afgeleid overeenkomt met dat van een willekeurig persoon13.

Ten aanzien van feit 2:

In de auto waarin verdachte wordt aangetroffen, ligt ook een laptop van het merk HP. Op de laptop zit een sticker waarop staat: ‘Syntens 11.148’ met een barcodesticker ‘[nummer]’. Uit onderzoek door de politie blijkt dat Syntens een bedrijf is, waar de barcodesticker wordt herkend als die van een laptop die onlangs is gestolen van [A 1] uit zijn woning aan de [adres] in Driebergen-Rijsenburg. [A 1]14[A 1] doet op 3 april 2014 aangifte van diefstal van de laptop en andere goederen uit zijn woning.15 In de auto worden o.a. ook nog een oud-Nederlands bijbeltje, horloge, verrekijker (Leica, zwart) en medailles van de Amsterdamse grachtenloop aangetroffen.16 Aangever heeft deze goederen herkend.17

Bewijsoverweging

De verdachte heeft verklaard dat hij de woninginbraak aan de Nachtdijk in ’t Goy alleen heeft gepleegd. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de getuige drie mannen en een vrouw uit de richting van het huis heeft zien rennen, naar de auto toe. Daar komt bij dat de gestolen goederen van zowel de inbraak in ’t Goy als de inbraak in Driebergen-Rijsenburg in de auto zijn aangetroffen waarin ook de andere verdachten hebben gezeten. Ten slotte is ook het bloed van medeverdachte [medeverdachte] in de woning aangetroffen.

Gelet op deze omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat verdachte de inbraak tezamen met de medeverdachten heeft gepleegd,

De verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij de woninginbraak in Driebergen-Rijsenburg niet heeft gepleegd. De rechtbank acht ook deze verklaring niet aannemelijk. De inbraak in ’t Goy en de inbraak in Driebergen-Rijsenburg zijn op dezelfde dag gepleegd. Daarbij is bij beide inbraken dezelfde werkwijze gebruikt en is er geen aannemelijke verklaringen gegeven voor de aanwezigheid van de goederen in de auto. De goederen die bij deze inbraken buit zijn gemaakt, worden aangetroffen in de auto van verdachte. Uit al het bovenstaande bekomt de rechtbank de overtuiging dat verdachte schuldig is aan het plegen van twee woninginbraken, samen met anderen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1 primair:

op 2 april 2014 te 't Goy, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan het perceel [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en een camera toebehorende aan [aangever 1] en [aangever 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 2 primair:

op 2 april 2014 te Driebergen-Rijsenburg, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan [adres] perceel: [nummer] heeft weggenomen een laptop (merk: HP) toebehorende aan [A 1], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Voor zover in de tenlasteleggingen, met uitzondering van de aangehaalde tekst van verdachte, taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Feit 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten wordt opgelegd een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 3 maart 2014 van verdachte blijkt dat hij eerder voor diefstal met politie en justitie in aanraking is geweest.

De verdachte heeft verklaard op de dag van de woninginbraken in Nederland te zijn aangekomen. Hij heeft zich dan binnen een dag schuldig gemaakt aan twee woninginbraken. De rechtbank is van oordeel dat, gezien de grote hoeveelheid goederen die in de auto zijn aangetroffen, sprake is geweest van een ware strooptocht. Verdachte en zijn mededaders hebben in georganiseerd verband grove diefstallen gepleegd waarbij zij woningen in het buitengebied hebben uitgezocht en beide huizen op grove wijze hebben doorzocht en veel goederen hebben gestolen.

Hiermee heeft verdachte aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Verdachte is ten behoeve van zijn eigen financiële gewin volledig voorbij gegaan aan het leed en de angst die hij daarmee bij anderen veroorzaakt. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een hogere straf dient te worden opgelegd dat zijn mededaders, nu bij hem sprake is van recidive en het hem wordt aangerekend dat hij bij zijn aanhouding een valse naam heeft opgegeven terwijl uit informatie van Interpol is gebleken dat zijn ware identiteit [verdachte] is.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 9 maanden passend en geboden is.

9 Beslag

9.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de volgende beslissingen te nemen omtrent de inbeslaggenomen goederen.

Het verbeurd verklaren van:

- de personenauto Vauxhall Vectra

De bewaring ten behoeve van rechthebbende te gelasten voor:

  • -

    de televisie van het merk Sony

  • -

    het zwarte mapje met autopapieren

  • -

    de Black & Decker multitool

  • -

    de huwelijkskennisgeving van [A 2]

  • -

    de 2 10 gulden munten met opdruk: ‘wij screeuwe als leuwe’

  • -

    het 25 cent muntje uit 1902 met opdruk: ‘rijksmunt 90 jaar staatsbedrijf’

  • -

    de gouden munt met opdruk: ‘wilden western’

9.2.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de auto en het bijbehorende mapje met autopapieren verzoekt de verdediging deze terug te geven aan verdachte nu deze heeft verklaard dat het zijn auto is. Daar komt bij dat een auto een vervoersmiddel is en dat niet kan worden gezegd dat met de auto het misdrijf is gepleegd waardoor niet kan worden besloten tot verbeurd verklaren van de auto. De verdediging refereert zich ten aanzien van de overige goederen aan het oordeel van de rechtbank.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de auto is gebruikt om op de plaatsen van de misdrijven te komen (buiten de bebouwde kom) en om daar weer vandaan te vluchten met de gestolen goederen. Daarbij gaat het om zo veel goederen dat het vervoer met de auto feitelijk noodzakelijk was. Gelet op een en ander is de rechtbank van mening dat de auto is gebruikt om de misdrijven te plegen op grond waarvan de auto verbeurd zal worden verklaard. Ten aanzien van de andere goederen gelast de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende. Dit geldt voor de televisie van het merk Sony, het zwarte mapje met autopapieren, de Black & Decker multitool, de huwelijkskennisgeving van [A 2], de 2 10 gulden munten met opdruk: ‘wij screeuwe als leuwe’, het 25 cent muntje uit 1902 met opdruk: ‘rijksmunt 90 jaar staatsbedrijf’ en de gouden munt met opdruk: ‘wilden western’

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 33, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden

- Bepaalt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beslag

- Verklaart verbeurd de auto Vauxhall Vectra met nummer [nummer];

- Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende voor de volgende goederen:

o Televisie Sony Bravia met nummer [nummer];

o Zwart mapje met autopapieren met nummer [nummer];

o Multitool Black & Decker met nummer [nummer];

o Huwelijkskennisgeving [A 2] met nummer [nummer];

o 2x gouden 10 euro munt met opdruk: ‘Wij screeuwe als leuwe met nummer [nummer];

o 25 cent muntstuk uit 1902 met opdruk: ‘rijksmunt 90 jaar staatsbedrijf’ met nummer [nummer];

o Gouden munt met opdruk: ‘wilden western’ met nummer [nummer].

Dit vonnis is gewezen door

mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter,

mrs. P.J.M. Mol en G.V.M. Veldhoen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juli 2014.

Mr. G.V.M. Veldhoen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 02 april 2014 te 't Goy, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning, gelegen aan het perceel [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of een camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 02 april 2014 te 't Goy, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid juwelen en/of een fotocamera heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die juwelen en/of fotocamera wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof

artikel 417 bis lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op of omstreeks 02 april 2014 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan [adres] perceel: [nummer]) heeft weggenomen een laptop (merk: HP) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door midddel van braak en/of verbreking en/of inklimming

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 02 april 2014 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een laptop (merk: HP) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof

artikel 417 bis lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0960-2014076641, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 44.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 45.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 45.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 11.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 128.

9 Proces-verbaal van aangifte, p. 26.

10 Proces-verbaal van bevindingen herkenning goed, p. 205.

11 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 115.

12 NFI rapport DNA onderzoek d.d. 10 juni 2014, opgesteld en ondertekend door ing. A.P.M. van Dijk, p. 231.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 114.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 143.

15 Proces-verbaal van aangifte, p. 130.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 128.

17 Proces-verbaal van bevindingen goed Driebergen, p. 217.