Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3067

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-07-2014
Datum publicatie
22-07-2014
Zaaknummer
16/661541-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met anderen op 8 februari 2014 een slachtoffer met geweld in een park in Amersfoort van zijn tas met inhoud beroofd. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/661541-14

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 22 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

Geboren op [1994] te [geboorteplaats],

Wonende te [adres] [woonplaats],

Thans verblijvende te Huis van Bewaring Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.M.E. Drykoningen, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

op 8 februari 2014 samen met anderen met geweld en bedreiging van een vuurwapen een

tasje en een geldbedrag heeft gestolen van [aangever].

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat het feit bewezen kan worden verklaard en verwijst daarvoor naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdediging voert hiertoe aan dat in het dossier onvoldoende bewijs aanwezig is om vast te stellen dat verdachte betrokken is geweest bij het strafbare feit. Dit wordt ondersteund door het feit dat verdachte niet voldoet aan het signalement dat door de aangever wordt gegeven van de daders. Het bloed van verdachte dat op het mes is aangetroffen, is overgedragen van verdachte op [naam] toen deze elkaar eerder die avond een hand hebben gegeven. Het bloed van verdachte dat op het pashoesje is aangetroffen, is daar terechtgekomen omdat [naam] hetpasje op de grond heeft gegooid waarna verdachte deze heeft opgepakt om te kijken of er iets waardevols in zat en vervolgens weer heeft weggegooid. Hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat verdachte bij de beroving betrokken is geweest.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Bewijsmiddelen1

Op 8 februari 2014 doet [aangever] (hierna: aangever) aangifte van een straatroof. Hij verklaart dat hij die middag om 17.00 uur met een man genaamd [naam] had afgesproken bij de Burger King in Amersfoort om wat XTC pillen te kopen voor een feestje.2 Bij de Burger King ontmoet hij [naam], die aangeeft dat hij de pillen pas die avond kan regelen en daarom spreekt aangever rond 19.00 uur nogmaals met hem af aan de Leusderweg in Amersfoort. Aangever verklaart dat hij een Prada-tasje bij zich heeft met daarin 2.000 euro. In het park gaat hij op een bankje zitten en treft daar [naam], die samen is gekomen met een groepje jongens, die tegen hem zegt dat hij moet blijven wachten. Vervolgens wordt aangever van achteren bij zijn keel gegrepen met een koord of iets dergelijks. Aangever verklaart dat één van de jongens een pistool uit zijn jaszak haalt en zegt tegen hem dat hij zijn geld moet geven. Aangever probeert los te komen maar wordt dan tegen zijn hoofd geschopt en geslagen. Hij wordt op zijn rug naar de grond gesleurd,3 waarna de band van zijn tasje met een stanleymes wordt doorgesneden4 en de jongens er op een zwarte Piaggio scooter vandoor gaan.5 Een van de daders is volgens aangever een licht getinte jongen, vermoedelijk van Marokkaanse afkomst.6

Verbalisant [verbalisant], die direct nadat aangever de politie had gebeld ter plaatse komt, ziet dat het gezicht en de linkerhand van aangever bebloed zijn en dat op het voorhoofd van aangever een snee met een lengte van ongeveer 2 centimeter horizontaal boven zijn wenkbrauw zit, die hevig aan het bloeden is.7 Op de van aangever direct na het gebeurde gemaakte foto’s is tevens letsel in de nek zichtbaar.8

Getuige [getuige] fietst op 8 februari 2014 over de Graaf Adolflaan in Amersfoort als een scooter met daarop drie jongens hem tegemoet komt rijden.9 Achter de scooter rent een man met bloed op zijn gezicht die vertelt dat hij zojuist door de jongens op de scooter is overvallen. De getuige fietst achter de scooter aan en ziet de scooter de Kroontjesmolen inrijden.10 De zwarte Piaggio scooter wordt door de politie aan de Kroontjesmolen aangetroffen.11

De politie treft in een prullenbak naast het bankje waar aangever is aangevallen een stanleymes aan.12 Op de heft van dit mes worden bij het Nederlands Forensisch Instituut bloedsporen aangetroffen (SIN nummer AAGR2007NL). Het DNA-profiel dat uit deze sporen is afgeleid, komt overeen met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat dit DNA-profiel overeenkomt met dat van een willekeurig persoon is kleiner dan 1 op 1 miljard.13 Ook op het hoesje van een pasje dat in de tas van aangever zat wordt een bloedspoor aangetroffen (SIN nummer AAGR2009NL). Het DNA profiel dat uit deze sporen is afgeleid, komt overeen met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat dit DNA-profiel overeenkomt met dat van een willekeurige persoon is kleiner dan 1 op 1 miljard.14

Er wordt onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte en hieruit blijkt dat zijn telefoon op 8 februari 2014 tussen 17.54 uur en 22.53 uur is aangestraald aan de Zonnehof in Amersfoort en aan het Stationsplein in Amersfoort.15 Ook is gebleken dat er op 8 februari 2014 in totaal 8 keer telefonisch contact is geweest tussen de telefoon van verdachte en de telefoon van aangever.16

Bewijsoverweging

De verdachte heeft ter zitting ontkend dat hij betrokken is geweest bij de beroving van [aangever]. Verdachte heeft als verklaring voor het aantreffen van het bloedspoor op de heft van het mes gezegd dat hij eerder die dag een wondje aan zijn vinger had en vervolgens [naam] een hand heeft gegeven. Zo is zijn bloed via [naam] op het mes terecht gekomen. Als verklaring voor het bloedspoor op het pashoesje afkomstig uit het gestolen tasje van aangever zegt verdachte dat hij [naam] voorbij zag lopen en hem het tasje van zich af zag gooien. Verdachte heeft dit opgepakt om te kijken of er nog waardevolle spullen in zaten. Op die manier is volgens hem zijn DNA op het pashoesje terechtgekomen.

De rechtbank acht de verklaring die verdachte geeft niet aannemelijk. Dit omdat het gelet op de wisselende verklaringen die verdachte heeft afgelegd over het al dan niet kennen van [naam]. Voorts omdat de verklaring van verdachte over de manier waarop zijn bloed niet alleen op het mes maar ook op de pashouder terecht zouden zijn gekomen niet aannemelijk is nu dit te toevallig zou zijn naar oordeel van de rechtbank. Bovendien kan de verklaring van [naam] dat hij de overval alleen heeft gepleegd niet voor waarheid worden gehouden gelet op de verklaringen van aangever en getuige [getuige]. De rechtbank is van oordeel dat uit het aantreffen van DNA-sporen die naar waarschijnlijkheid van verdachte zijn, in combinatie met de hierboven genoemde bewijsmiddelen, de conclusie kan worden getrokken dat verdachte betrokken is geweest bij de beroving van [aangever].

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte een diefstal met geweld heeft gepleegd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 8 februari 2014 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tasje, merk Prada, bevattende een portemonnee met pasjes en een geldbedrag van 2000 euro, toebehorende aan [aangever], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededaders

- die op een bankje zittende [aangever] van achteren hebben benaderd en bij diens keel vast gegrepen en een koord, althans een soortgelijk voorwerp om de keel van die [aangever] gedaan en dat koord, althans een soortgelijk voorwerp aangetrokken en daarmee die [aangever] vastgehouden en in bedwang gehouden en

- een vuurwapen op die [aangever] hebben gericht en gericht gehouden en

- die [aangever] in diens gezicht hebben geslagen en geschopt en

- die [aangever] over de grond hebben gesleurd.

Voor zover in de tenlasteleggingen, met uitzondering van de aangehaalde tekst van verdachte, taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd

met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor het door haar bewezen geachte feit wordt opgelegd een gevangenisstraf van 8 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om verdachte vrij te spreken en laat zich niet uit over een eventuele strafmaat.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 27 mei 2014 van verdachte blijkt dat hij al eerder is veroordeeld voor een straatroof.

Verdachte heeft samen met anderen aangever met geweld in een park van zijn tas met inhoud beroofd. Verdachte en zijn mededaders hebben een plan voor de beroving gemaakt, kennelijk nadat zij die middag hadden gezien dat aangever veel geld bij zich had. Om hun plan te kunnen uitvoeren hebben zij aangever in een val gelokt en daarna hem op brute wijze beroofd. Het betreft een geplande hartvochtige actie, waarbij de daders niet hebben stilgestaan bij de gevolgen van deze gebeurtenis voor het slachtoffer Het is een feit van algemene bekendheid dat straatroven langdurige psychische schade bij de slachtoffers aan kunnen richten en dat het gevoel van onveiligheid in de samenleving wordt vergroot.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 10 maanden passend en geboden is. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt op deze vrijheidsbenemende straf in mindering gebracht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 47, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

- Het bewezen verklaarde levert op zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;

- Bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de vrijheidsbenemende straf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.A. Messer, voorzitter,

mrs. P.J.M. Mol en G.V.M. Veldhoen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juli 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 8 februari 2014 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tasje (merk Prada, bevattende [onder andere] een portemonnee met pasjes en/of een een geldbedrag van [ongeveer] 2000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die (op een bankje zittende) [aangever] van achteren hebben/heeft benaderd en/of bij diens keel/hals vast gegrepen en/of een koord/touw, althans een soortgelijk voorwerp, om de keel/hals van die [aangever] gedaan en/of dat koord/touw, althans dat soortgelijke voorwerp, aangetrokken en/of met dat koord/touw, althans dat soortgelijke voorwerp, die [aangever] vastgehouden en/of in bedwang gehouden en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op (het

gezicht van) die [aangever] hebben/heeft gericht en/of gericht gehouden, althans

aan die [aangever] getoond, en/of

- die [aangever] op/in/tegen diens gezicht en/of (elders) tegen het lichaam

hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [aangever] over de grond hebben/heeft gesleurd

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0940/2014031854, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 66 en proces-verbaal van verhoor aangever, p. 78

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 68.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 69.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 68.

6 Proces-verbaal van aangifte, p. 70.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 94.

8 Proces-verbaal van bevindingen, foto 13 p. 114 en foto 15 p. 115.

9 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 126.

10 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 127.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 118.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95.

13 NFI rapport DNA onderzoek d.d. 9 mei 2014, opgesteld en ondertekend door dr. S. van Soest, p. 627.

14 NFI rapport DNA onderzoek d.d. 9 mei 2014, opgesteld en ondertekend door dr. S. van Soest, p. 627.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 619.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 621.