Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:3043

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-07-2014
Datum publicatie
21-07-2014
Zaaknummer
16/700517-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsfraude en valsheid in geschrift. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700517-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 21 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1971] te [geboorteplaats]

verblijvende op het adres [adres 1] [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 23 december 2011 tot en met 28 augustus 2012 in Utrecht, al dan niet samen met anderen, als bestuurder van [bedrijf] B.V., die op

28 augustus 2012 in staat van faillissement is verklaard, zich schuldig heeft gemaakt aan faillissementsfraude,

door de volgende handelingen te verrichten:

- een groot aantal goederen, zoals computerapparatuur, scooters en rijplaten, aan de boedel te onttrekken, en/of

- niet te voldoen aan zijn verplichting tot voeren van een administratie, het bewaren hiervan en het aan de curator ter beschikking stellen van deze administratie.

feit 2: op 10 september 2012 in Vleuten gebruik heeft gemaakt van vervalste documenten

bij een kredietaanvraag bij [bank] B.V.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie baseert zich hierbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft verdachte aangevoerd dat hij niets afwist van de fraude en dat hij is misleid door [A] en [B].

Ten aanzien van feit 2 heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Op grond van het navolgende bewijsmiddelen acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen1

Verdachte is vanaf 23 december 2011 enig aandeelhouder en bestuurder van de besloten vennootschap [bedrijf] B.V. gevestigd aan de [adres 2] in [vestigingsplaats].2

Verdachte heeft verklaard dat hij de baas was van [bedrijf] B.V. en dat hij de beslissingen nam.3

[bedrijf] B.V. is bij vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van

28 augustus 2012 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van

mr. J.J. Dingemans als curator.4

Op naam van de gefailleerde vennootschap is in de periode van 4 mei 2012 tot en met

15 mei 2012 computerapparatuur voor in totaal € 14.415,36 besteld bij [bedrijf 5] B.V. De facturen zijn onbetaald gelaten.5

Verdachte heeft tijdens het faillissementsverhoor verklaard dat deze computers zijn aangekocht door [A] en [B] en zijn gebruikt als steekpenningen. Verdachte weet niet waar de computers gebleven zijn. [A] en [B] hebben deze aan hun contacten uitgegeven.6

Op 19 juli 2012 zijn op naam van de gefailleerde vennootschap 12 scooters besteld bij Handelsonderneming [X]/[bedrijf 2] ter waarde van € 14.600,00. Er is een (digitale) aanbetaling gedaan van € 1.400,00. De scooters zijn opgehaald door verdachte op 24 juli 2012. Het restbedrag van € 13.200,00 is nooit betaald.7

Op 19 juli 2012 zijn op naam van de gefailleerde vennootschap 12 scooters besteld bij [bedrijf 3] ter waarde van € 10.240,04. De scooters zijn op 20 juli 2012 geleverd op het adres [adres 2] te [vestigingsplaats] en in ontvangst genomen. De verkoper heeft nimmer betaling ontvangen.8

Door [bedrijf 4] zijn rijplaten aan gefailleerde geleverd.9

Op de dag voor het uitspreken van het faillissement zijn 160 gehuurde rijplaten ter waarde van € 90.000,00 spoorloos verdwenen.10

De curator heeft deze goederen niet in de boedel van de gefailleerde aangetroffen.11

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [A] en [B] goederen hebben gekocht en hebben doorverkocht.12

De curator heeft vrijwel geen administratie of jaarstukken van gefailleerde ontvangen. De enige beschikbare administratie bestaat uit 12 crediteurenfacturen en een enkele verkoopfactuur. De curator heeft geconstateerd dat de administratie niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt en dat de bestuurder niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen voortvloeiende uit artikel 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.13

Verdachte heeft verklaard dat er geen verkoopfacturen waren omdat [A] en [B] de goederen allemaal onderhands hebben verkocht.14

Op het moment van uitspreken van het faillissement waren de mappen van [bedrijf] B.V. weg.15

Bewijsoverwegingen

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de ten laste gelegde goederen aan de boedel heeft onttrokken voordat het faillissement is uitgesproken.

De onttrekkingen hebben plaatsgevonden ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat verdachte minstens voorwaardelijk opzet moet hebben gehad om de rechten van schuldeisers te verkorten en dat niet vereist is dat de rechten van schuldeisers als gevolg van dat handelen ook daadwerkelijk zijn verkort.

De gedragingen van verdachte hebben de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers doen ontstaan, nu de goederen anders in de failliete boedel zouden zijn gebleven waaruit de schuldeisers voldaan zouden kunnen worden.

Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte als bestuurder van de failliete vennootschap opzettelijk niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen om een correcte administratie te voeren alsmede aan zijn verplichting om de bestaande administratie aan de curator te overhandigen. Door het niet op vordering van de curator uitleveren van de bestaande administratie heeft verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling van schuldeisers doen ontstaan. Zonder administratie heeft de curator immers geen zicht op de baten en lasten van de vennootschap en weet hij daarmee niet wat hij onder welke schuldeisers kan verdelen. Uit het voorgaande volgt dat ook ten aanzien van deze gedraging aan de voorwaarde is voldaan dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers

Ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend en heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering ten aanzien van het feit volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen16:

- de aangifte van [bank 2] N.V. d.d. 22 september 201217;

- de verklaring van [K] d.d. 25 maart 201318;

- de bekennende verklaring van verdachte19.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 23 december 2011 tot en met 28 augustus 2012 te Utrecht, tezamen en in vereniging met natuurlijke personen, als bestuurder van een rechtspersoon genaamd [bedrijf] B.V., welke besloten vennootschap bij vonnis van de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 augustus 2012 in staat van faillissement is verklaard,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers,

a. a) een groot aantal goederen:

- computerapparatuur geleverd door [bedrijf 5] B.V. met een totaalwaarde van EUR 14.415,36 en

- 12 scooters geleverd door handelsonderneming [X]/[bedrijf 2] met een totaalwaarde van EUR 14.600,00 en

- 12 scooters geleverd door [bedrijf 3] met een totaalwaarde van EUR 10.240,04 en

- 160 rijplaten gehuurd van [bedrijf 4] met een totaalwaarde van EUR 90.000,00

aan de boedel heeft onttrokken,

en

b) niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken en bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld, immers heeft verdachte en/of zijn medeplegers toen daar een zeer beperkte/onvolledige, administratie gevoerd en ook een zeer beperkte/onvolledige, administratie uitgeleverd/overhandigd aan de door de Rechtbank 's-Hertogenbosch op

28 augustus 2012 in bovengenoemd faillissement aangestelde curator;

2.

op 10 september 2012 te Amsterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse en/of vervalste werkgeversverklaring en salarisspecificaties en bankafschriften, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, bij de aanvraag van een kredietovereenkomst bij [bank] B.V. die vervalste werkgeversverklaring en die salarisspecificaties en die bankafschriften heeft overgelegd teneinde door voornoemde maatschappij te worden geaccepteerd als klant en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

- op die werkgeversverklaring en die salarisspecificaties staat vermeld dat hij, verdachte, sinds 15 april 2011 in dienst is bij een rechtspersoon genaamd [bedrijf 6] B.V. terwijl hij op de datum van ondertekening van die werkgeversverklaring 29 mei 2012 en de maanden waar die salarisspecificaties betrekking op hebben, enige aandeelhouder/bestuurder was van voornoemde rechtspersoon, en

- de handtekening op die werkgeversverklaring niet van de heer [K] is, en

- op die bankafschriften een niet bestaande salarisoverschrijving staat vermeld en het bedrag van een huurafschrijving is aangepast.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

feit 1: medeplegen van

als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon,

enig goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd

en

niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek,

en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld;

feit 2: opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift is bestemd voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft verzocht om hem een taakstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude en valsheid in geschrift.

[bedrijf] B.V. heeft kort voor het faillissement een groot aantal goederen gekocht en geleverd gekregen en deze goederen zonder (geheel) te betalen doorverkocht. Door aldus te handelen heeft de verdachte als enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf] B.V. de schuldeisers in zijn faillissement voor een aanzienlijk bedrag benadeeld. Deze goederen had de curator immers kunnen verkopen en de opbrengst (na aftrek van kosten) onder de gezamenlijke schuldeisers kunnen verdelen. Een dergelijke vorm van fraude tast het vertrouwen tussen ondernemers onderling aan, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer.

Door na te laten een deugdelijke administratie te voeren en aan de curator te overhandigen, zijn de schuldeisers eveneens benadeeld. Immers heeft verdachte op deze wijze het de curator onmogelijk gemaakt om het faillissement op juiste wijze af te wikkelen en zijn schuldeisers (voor zover mogelijk) schadeloos te stellen.

Ten slotte heeft verdachte gebruik gemaakt van vervalste documenten teneinde op grond van onjuiste gegevens een lening bij een bank te verkrijgen. Hiermee is het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer bestaat in de juistheid van bepaalde geschriften beschaamd.

Bovendien zullen kredietverstrekkers door het plegen van dit soort feiten ook terughoudender zijn in het ter beschikking stellen van krediet aan ondernemers en daarvoor steeds hogere vergoedingen bedingen, hetgeen eveneens schadelijk is voor de economie.

Dit handelen is buitengewoon kwalijk te noemen.

Hier komt bij dat verdachte geen enkel inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen en schuift hij de schuld in de schoenen van anderen.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

De rechtbank heeft kennis genomen van het op verdachte betrekking hebbende uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 20 mei 2014. Verdachte is eerder, weliswaar in 2002, voor valsheid in geschrift veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken, maar dit heeft hem er echter niet van weerhouden weer een dergelijk feit te begaan.

De rechtbank acht, alles overwegend, een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding daarvan een gedeelte voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat de straf die door de officier van justitie is geëist, onvoldoende recht doet aan de ernst van de zaak.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij ten aanzien van feit 1

Mr. J.J. Dingemans heeft zich, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V., voorafgaand aan het onderzoek op de terechtzitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. De curator vordert veroordeling van verdachte betaling van het (voorlopig) tekort in het faillissement ten bedrag van € 351.776,47.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de curator niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering omdat – kort gezegd – deze te belastend is voor het strafproces.

9.2

Het standpunt van de verdachte

De verdachte heeft inhoudelijk geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van de curator en enkel aangevoerd dat hij geen geld heeft om de curator te betalen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de vordering voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte onder feit 1 gepleegde strafbare feit, dat deze hem als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De schade van de boedel moet worden begroot op het bedrag dat de onttrokken goederen bij verkoop door de curator zouden hebben opgebracht.
De rechtbank begroot de schade door onttrekken van de computerapparatuur en de scooters op 75% van de nieuwwaarde. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het gaat om nieuwe goederen. De schade door onttrekken van de rijplaten wordt begroot op het bedrag dat de rijplaten bij verkoop op of omstreeks 6 augustus 2012 (overzicht bij- en afschrijvingen, pag. 133) hebben opgeleverd, te weten € 11.815,00. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het geen nieuwe, maar gebruikte rijplaten waren. De rechtbank begroot de schade, gelet op het voorgaande, op:

75% van € 14.415,36 (computerapparatuur) = € 10.811,52

75% van € 14.600,00 (scooters) = € 10.950,00

75% van € 10.240,04 (scooters) = € 7.680,03

rijplaten € 11.815,00 +

€ 41.256,55

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de curator ten behoeve van het indienen van deze vordering heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de curator voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de curator voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu onvoldoende is gebleken en onderbouwd waarom het volledige tekort in het faillissement het gevolg zou zijn van het bewezenverklaarde. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de curator voor dit deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat hij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 225 en 343 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van

als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon,

enig goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd

en

niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld;

feit 2: opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift is bestemd voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Benadeelde partij ten aanzien van feit 1

Wijst de vordering van mr. J.J. Dingemans in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V. toe tot € 41.256,55.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de curator voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdacht de verplichting op ten behoeve van mr. J.J. Dingemans in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V., aan de Staat € 41.256,55 te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 235 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. A.C. Schroten en

mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 juli 2014.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 december 2011 tot en met 28 augustus 2012 te Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als bestuurder van een rechtspersoon genaamd [bedrijf] B.V., welke besloten vennootschap bij vonnis van de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 augustus 2012 in staat van faillissement is verklaard,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s),

a. a) een groot aantal goederen, waaronder

- computerapparatuur (geleverd door [bedrijf 5] B.V. met een totaalwaarde van EUR 14.415,36) en/of

- 12 scooters (geleverd door handelsonderneming [X]/[bedrijf 2] met een totaalwaarde van EUR 14.600,00) en/of

- 12 scooters (geleverd door [bedrijf 3] met een totaalwaarde van EUR 10.240,04)

en/of

- 160 rijplaten (gehuurd van [bedrijf 4] met een totaalwaarde van EUR 90.000,00)

althans enig(e) goed(eren) aan de boedel heeft en/of had onttrokken,

en/of

b) niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld,

immers heeft verdachte en/of zijn medepleger(s) toen daar geen, althans een (zeer) beperkte/onvolledige, administratie gevoerd en ook geen, althans een (zeer) beperkte/onvolledige, administratie uitgeleverd/overhandigd aan de door de Rechtbank 's-Hertogenbosch op 28 augustus 2012 in bovengenoemd faillissement aangestelde curator;

art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 343 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 343 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 september 2012 te Vleuten, gemeente Utrecht en/of Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie(s) en/of bankafschrift(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, bij de aanvraag van een kredietovereenkomst bij [bank] B.V. deze/die vervalste

werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie(s) en/of die bankafschrift(en) heeft overgelegd (teneinde door voornoemde maatschappij te worden geaccepteerd als klant) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

- op die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie(s) staat vermeld dat hij, verdachte, sinds 15 april 2011 in dienst is bij een rechtspersoon genaamd [bedrijf 6] B.V. terwijl hij op de datum van ondertekening van die werkgeversverklaring (29 mei 2012) en/of de maand(en) waar die

salarisspecificatie(s) betrekking op hebben/heeft, enige aandheelhouder/bestuurder was van voornoemde rechtspersoon, en/of

- de handtekening op die werkgeversverklaring niet van de heer [K] is, en/of

- op die bankafschrift(en) een niet bestaande salarisoverschrijving staat vermeld en/of het bedrag van een huurafschrijving is aangepast;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij verwezen naar het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Proces-verbaal van Bovenregionale Recherche Midden Nederland onderzoek 09IFTMONTY met proces-verbaalnummer 1304021103.REL, genummerd van pagina 1 tot en met 165. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Online inzage uittreksel Kamer van Koophandel, opgenomen op pagina 90 en 91.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 juli 2014.

4 Vonnis faillietverklaring van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 28 augustus 2012, opgenomen op pagina 88 en 89.

5 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 85 en 93.

6 Proces-verbaal faillissementsverhoor d.d. 9 oktober 2012, opgenomen op pagina 97.

7 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 71 en 85.

8 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 85, 95 en 96.

9 Bijlage bij proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 13 mei 2013, opgenomen op pagina 70.

10 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 85 en 86.

11 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 85.

12 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 juli 2014.

13 Aangifte faillissementsfraude d.d. 22 oktober 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina 86.

14 Proces-verbaal faillissementsverhoor d.d. 9 oktober 2012, opgenomen op pagina 101.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 mei 2013, opgenomen op pagina 16.

16 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier van Politie Midden Nederland met registratienummer PL0981 2012211346, genummerd van pagina 1 tot en met 106.Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

17 Proces-verbaal aangifte door [aangever] namens [bank 2] N.V. en [bedrijf 7] B.V. d.d. 22 september 2012 met bijlagen, opgenomen op pagina’s 60, 61, 62, 69, 72, 73, 74, 75, 76, 77 en 79.

18 Proces-verbaal van verhoor [K] d.d. 25 maart 2013, opgenomen op pagina 23.

19 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 juli 2014.