Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:2873

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
16-07-2014
Zaaknummer
16-661289-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het binnen Nederlands grondgebied brengen van verdovende middelen, alsmede van het witwassen van geld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661289-14 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [woonplaats], Polen, op [1978],

wonende te [adres], [woonplaats], Polen.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw, mr. E.L. Robert, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

samen met een ander opzettelijk 330 XTC pillen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door de pillen in een personenauto naar Nederland te vervoeren

en/of

samen met een ander opzettelijk 330 XTC pillen heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd;

Feit 2:

samen met een ander opzettelijk 415 gram hashish binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door de hashish in een personenauto naar Nederland te vervoeren

en/of

samen met een ander opzettelijk 415 gram hashish heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd;

Feit 3:

zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geldbedragen van respectievelijk € 7.000,-- en € 3.000,--.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Op basis van de stukken zoals die zich in het dossier bevinden kan volgens de officier van justitie niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij heeft dan ook verzocht verdachte vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is net als de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, zodat vrijspraak moet volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat zich verdovende middelen in de auto van medeverdachte [medeverdachte] bevonden, toen hij met hem meereed naar Nederland. Medeverdachte [medeverdachte] heeft de lezing van verdachte bevestigd en ook overigens is niet vast te stellen dat het anders is gegaan.

Ten aanzien van het aangetroffen geldbedrag van € 7.000,-- heeft verdachte verklaard dat dit van hem is. Hij heeft een aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van dit geld, te weten dat dit geld afkomstig is van zijn vriendin die een eigen onderneming drijft. Verdachte heeft met bankafschriften deugdelijk onderbouwd dat zijn vriendin inderdaad over ruime financiële middelen beschikt. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat het geld van enig misdrijf afkomstig is.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter,

mrs. M.C. Oostendorp en E.M. de Stigter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 juli 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van

Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer

330 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA/MDA

(XTC), zijnde MDMA/MDA een middel vermeld op de bij die wet behorende

lijst I, immers heeft hij verdachte en / of zijn mededader(s)opzettelijk de XTC pillen voornoemd in een personenauto vervoerd

naar Nederland;

en/of

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 330 XTC pillen, in

elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Nederland tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van

Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,

ongeveer 415 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van

hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish), zijnde

hashish een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst II, immers heeft

hij, verdachte en / of zijn mededader(s) opzettelijk de hennep/hashish

voornoemd in een personenauto vervoerd naar Nederland;

en/of

hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 415 gram, in

elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast

mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan

geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 2;

3.

hij op of omstreeks 19 maart 2014, te Woudenberg, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

geldbedrag van ongeveer 7000 euro en/of ongeveer 3000 euro, heeft/hebben

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van een voorwerp, te weten voornoemde geldbedrag(en) , gebruik heeft/hebben

gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader wist dat bovenomschreven voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit de handel in verdovende

middelen, in elk geval uit enig misdrijf.