Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:2850

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-07-2014
Datum publicatie
15-07-2014
Zaaknummer
16/650901-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 51-jarige vrouw uit Veenendaal tot een werkstraf van 180 uur. De vrouw verduisterde tussen september 2010 en augustus 2011 ruim €10.000. De verdachte was sinds september 2010 penningmeester van het Veenendaalse team van Roparun. In die tijd heeft zij donaties bestemd voor Roparun verduisterd. De vrouw vervalste bankafschriften om te verbergen dat zij het geld naar haar eigen bankafrekening had overgemaakt. De rechtbank legt een werkstraf van 180 uur op. Hierbij is rekening gehouden met het tijdsverloop. Een voorwaardelijke gevangenisstraf om herhaling te voorkomen, zoals geëist door de officier van justitie, vindt de rechtbank niet noodzakelijk. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten en de verduistering dateert van enkele jaren geleden. De vrouw moet daarnaast een bedrag van ruim €10.000 terugbetalen aan Roparun.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/650901-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1963] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] te[woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijzigingen, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

bankafschriften en/of rekeningoverzichten valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

en/of

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste bankafschriften,

en/of

een geldbedrag (van € 11.509,05) heeft verduisterd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel -kort gezegd- het vervalsen van bankafschriften, als het opzettelijk gebruik maken van vervalste bankafschriften en verduistering.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte bankafschriften heeft vervalst en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste bankafschriften, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De verdediging is voorts van mening dat de rechtbank tot bewezenverklaring van verduistering kan komen, aangezien verdachte dit feit bekend heeft.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

De teamcaptain van [naam] team [nummer], [A], heeft verklaard dat verdachte in september 2010 penningmeester is geworden van team [nummer] en dat de penningmeester gebruik maakte van een aparte ABN AMRO bankrekening met nummer [nummer] op naam van [X] voor het geld van het team. [A] heeft verder verklaard dat hij begin augustus 2011 bericht kreeg van de Stichting [naam] dat een deel van de donatie, een bedrag van € 4.200,-, nog niet was ontvangen. Vervolgens heeft [A] verdachte gevraagd de afschriften van de ABN AMRO bankrekening aan hem te laten zien. Verdachte heeft een afschrift van de ABN AMRO bankrekening van 18 oktober 2010 aan [A] overhandigd. Verdachte heeft [A] ook laten weten dat zij al het geld van de ABN AMRO bankrekening had laten overschrijven naar een rekening van de ING bank.2 [A] heeft van verdachte ook bankafschriften van de ING rekening gekregen. [A] heeft aangegeven dat op deze afschriften meerdere malen de code IC (incasso) staat vermeld, terwijl er nooit een incasso is afgegeven. Uit de afschriften bleek dat een bedrag van € 625,- zou zijn geïnd als incasso door [naam]. [A] werd echter nadien door een incassobureau gemaand het genoemde bedrag te betalen. Op 25 november 2011 kreeg [A] te horen dat de Stichting [naam] het bedrag van € 4.200,-, alsmede het inschrijfgeld voor het jaar 2012 ad € 2.825,- nog niet had ontvangen. [A] heeft verklaard dat op de afschriften die hij van verdachte had gekregen stond vermeld dat een bedrag van € 2.825,-, het inschrijfgeld, op 17 oktober 2011 via een incasso was afgeschreven van de ING bankrekening.3 Volgens de door verdachte verstrekte bankafschriften zou op 22 november 2011 via een incasso een bedrag van € 500,- zijn overgemaakt naar G&S reizen. [A] hoorde echter van de eigenaar van G&S reizen dat dat bedrag niet was betaald.

[A] heeft vervolgens verklaard dat verdachte hem op 8 december 2012 had verteld dat zij geld van het team [nummer] had gebruikt voor privédoeleinden, omdat zij financiële problemen had.4 [A] heeft verklaard dat het in totaal om een bedrag van € 11.509,05 gaat.5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij in het jaar dat zij penningmeester van [naam] team [nummer] was, geld dat bedoeld was voor de Stichting [naam] heeft verduisterd. Verdachte heeft verder verklaard dat het om een bedrag van € 11.509,05 gaat.6 Verdachte heeft ook verklaard dat zij eerst een ABN AMRO rekening beheerde waarop sponsorgelden werden gestort ten behoeve van de Stichting [naam], en dat zij later een ING rekening, met nummer [nummer], heeft geopend.7

H.G. van Dam, financieel rechercheur, heeft verklaard dat hij de bankafschriften van bankrekeningen [nummer] en [nummer] over de periode van 1 september 2010 tot en met 31 december 2011 heeft opgevraagd8 en vergeleken met de door verdachte aan de aangever verstrekte bankafschriften. Van Dam heeft verklaard dat hij zag dat data vaak niet klopten, bedragen soms niet klopten en er mutaties waren weggelaten of bijgevoegd. Zo was op de door verdachte verstrekte bankafschriften van de ABN AMRO rekening met nummer [nummer] op 22 juli 2011 vermeld dat er een tweetal overschrijvingen zou hebben plaatsgevonden, € 4.000,- en € 4.200,-, naar [naam] Palliatieve zorg onder vermelding van [naam] team [nummer], terwijl deze mutaties op de door de bank verstrekte bankafschriften niet aanwezig waren. Op de ING rekening met nummer [nummer] is voorts in de originele bankafschriften een overschrijving zichtbaar op 5 augustus 2011 van € 4.000,- ten behoeve van hetzelfde doel, terwijl deze overschrijving niet zichtbaar is op de door verdachte aangeleverde bankafschriften. Ook werden een viertal overschrijvingen weggelaten in de door verdachte verstrekte bankafschriften, ten opzichte van de originele bankafschriften, naar Flanderijn, een gerechtsdeurwaarder die de vordering die Sodexo op verdachte had op zich bleek te hebben genomen.9

Conclusie

De rechtbank komt op grond van het hiervoor overwogene tot de conclusie dat verdachte bankafschriften heeft vervalst, deze opzettelijk heeft gebruikt en dat verdachte geld heeft verduisterd.

Het door de verdediging gevoerde verweer dat verdachte de afschriften niet heeft vervalst en ook geen vervalste afschriften heeft gebruikt wordt verworpen. De rechtbank beoordeelt de verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting had verdachte als penningmeester in de ten laste gelegde periode immers als enige toegang tot de verschillende bankrekeningen. Zij heeft enkele afschriften, waarvan later is gebleken dat ze vervalst waren, aan [A] verstrekt. Ondanks de mededeling van verdachte dat zij niet zou weten hoe zij afschriften moet vervalsen, concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat verdachte de bewuste afschriften heeft vervalst en die vervolgens ook heeft afgegeven aan [A] om hem zo niet te doen vermoeden dat zij gelden naar haar eigen bankrekening heeft overgemaakt.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

in de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, (telkens) bankafschriften en een schriftelijk stuk (onder andere)

- een rekeningoverzicht van ABN AMRO Bank, en

- bankafschriften van ING Bank,

- ( telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar (telkens) in strijd met de waarheid op de bankafschriften en/of schriftelijke stukken (onder meer) (een) n(a)am(en) en (een) bedrag(en) toegevoegd en/of verwijderd en/of aangepast en/of niet opgevoerd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

in de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste bankafschriften en een schriftelijk stuk, (onder andere)

- een rekeningoverzichten van ABN AMRO Bank, en

- bankafschriften van ING Bank,

- ( telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat die geschriften (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij deze bankafschriften en schriftelijk stuk heeft afgegeven en/of ingediend bij [A],

teneinde [A] en/of (andere) (teamleden van) [naam]team [nummer] niet te doen vermoeden dat zij, verdachte, geld van de bankrekeningen van [naam]team [nummer], heeft overgeboekt naar haar eigen bankrekening(en) en/of bankrekening(en) van haar eigen crediteur(en)

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die bankafschriften en schriftelijk stuk (telkens) in strijd met de waarheid (onder meer) (een) n(a)am(en) en (een) bedrag(en) toegevoegd en/of verwijderd en/of aangepast en/of niet opgevoerd;

en

in de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk in/uit (een) pin- en/of betaalautoma(a)t(en) en/of via (een) bankoverschrijving(en), (een) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van (ongeveer) 11.509,05 Euro), in elk geval (telkens) (een) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [naam]team [nummer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar functie als penningmeester van [naam]team [nummer], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Valsheid in geschrift,

en,

Opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst,

en,

Verduistering.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en een werkstraf van 150 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden dient te worden met de (persoonlijke) omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en met de impact die het geheel van gebeurtenissen rond dit feit heeft gehad op het leven van verdachte.

Verder is de verdediging van mening dat rekening gehouden moet worden met de omstandigheid dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en met de omstandigheid dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie. Ook dient volgens de verdediging rekening te worden gehouden met het tijdsverloop. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een (voorwaardelijke) gevangenisstraf niet aan de orde is en dat de door de officier van justitie gevorderde werkstraf dient te worden gematigd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de behandeling van de zaak niet plaatsgevonden binnen een redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank zal de overschrijding van bedoelde termijn verdisconteren in de strafmaat.

Gelet op de ernst van het feit en de mate van benadeling is de rechtbank van oordeel dat een hogere (werk)straf passend is dan die door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank acht, alles afwegende, een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis, passend. De rechtbank zal echter, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, in plaats daarvan een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, opleggen.

De rechtbank zal afzien van het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf nu niet is gebleken dat verdachte zich eerder aan soortgelijke feiten heeft schuldig gemaakt en de feiten al weer van enige jaren geleden dateren. Een voorwaardelijke straf ter voorkoming van recidive is in dezen dan ook niet geboden.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [A] vordert een schadevergoeding van € 10.573,33, in verband met geleden materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [A] heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij zich in het strafgeding heeft gevoegd namens [naam] team [nummer] te[woonplaats], waar hij teamcaptain van is. Ter terechtzitting is als onbetwist gebleken dat [naam] team [nummer] een informele vereniging is met rechtspersoonlijkheid en dat [A] deze vertegenwoordigt. De benadeelde partij [A] is daarmee ontvankelijk in de vordering.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen, met uitzondering van de bedragen die reeds door verdachte aan [naam] team [nummer] zijn afgelost.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu er geen claim van de Stichting [naam] is op [naam] team [nummer]. Voorts is de verdediging van mening dat over een bedrag van € 4.200,- onduidelijkheid bestaat. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het door de benadeelde partij gevorderde bedrag dient te worden gematigd met de bedragen die verdachte reeds heeft afgelost.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert deze op € 10.573,33. De rechtbank houdt echter rekening met het feit dat verdachte inmiddels vier keer een bedrag van € 100,- heeft afgelost. De vordering kan dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 10.173,33, inclusief de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. De rechtbank stelt deze datum op 21 augustus 2011.

Verdachte zal verder worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22b, 22c, 36f, 57, 225 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Valsheid in geschrift,

en,

Opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst,

en,

Verduistering.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 180 uren.

Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [A], toe tot een bedrag van € 10.173,33 (zegge tienduizend honderddrieënzeventig euro en drieëndertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 augustus 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [A], aan de Staat € 10.173,33 (zegge tienduizend honderddrieënzeventig euro en drieëndertig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 augustus 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 85 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalings-verplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland,

(telkens) meerdere, althans een bankafschrift(en) en/of meerdere, althans een

schriftelijk(e) stuk(ken), (onder andere)

- meerdere, althans een bankafschrift(en) en/of rekeningoverzicht(en) van ABN

AMRO Bank, en/of

- meerdere, althans een bankafschrift(en) en/of rekeningoverzicht(en) van ING

Bank, en/of

- meerdere, althans een financi(ee)(ë)l(e) overzicht(en) voor [naam]team [nummer],

- ( telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit

te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte toen en daar (telkens) valselijk/in strijd met de

waarheid op het/de bankafschriften(en) en/of schriftelijke stuk(en) (onder

meer) (een) n(a)am(en) en/of (een) bankrekeningnummer(s) van (een)

debiteur(en) en/of (een) crediteur(en) en/of (een) bedrag(en) toegevoegd en/of

verwijderd en/of aangepast en/of niet opgevoerd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van meerdere, althans een vals(e)

of vervalst(e) bankafschrift(en) en/of (een) (andere) schriftelijk(e)

stuk(ken), (onder andere)

- meerdere, althans een bankafschrift(en) en/of rekeningoverzicht(en) van ABN

AMRO Bank, en/of

- meerdere, althans een bankafschrift(en) en/of rekeningoverzicht(en) van ING

Bank, en/of

- meerdere, althans een financi(ee)(ë)l(e) overzicht(en) voor [naam]team [nummer],

- ( telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit

te dienen - als ware dat die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij dit/deze bankafschrift(en) en/of

(andere) schriftelijk(e) stuk(ken) heeft afgegeven en/of ingediend bij [A]

[A] en/of Stichting [naam] en/of (andere) (teamleden van)

[naam]team [nummer],

teneinde [A] en/of Stichting [naam] en/of (andere) (teamleden

van) [naam]team [nummer] te bewegen tot het teniet doen van een schuld en/of

[A] en/of (andere) (teamleden van) [naam]team [nummer] niet

(meer) te doen vermoeden dat zij, verdachte, geld van de bankrekening(en) van

[A] (andere) (teamleden van) [naam]team [nummer], heeft

overgeboekt naar haar eigen bankrekening(en) en/of bankrekening(en) van haar

eigen crediteur(en)

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op die/dat

bankafschrift(en) en/of (andere) schriftelijk(e) stuk(ken) (telkens)

valselijk/in strijd met de waarheid (onder meer) (een) n(a)am(en) en/of (een)

bankrekeningnummer(s) van (een) debiteur(en) en/of (een) crediteur(en) en/of

(een) bedrag(en) toegevoegd en/of verwijderd en/of aangepast en/of niet

opgevoerd;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2010 tot en met 31 augustus 2011 te Veenendaal, in elk geval in Nederland,

(telkens) opzettelijk in/uit (een) pin- en/of betaalautoma(a)t(en) en/of via

(een) bankoverschrijving(en), (een) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van

(ongeveer) 11.509,05 Euro), in elk geval (telkens) (een) geldbedrag(en) en/of

(een) goed(eren), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [A]

[A] en/of Stichting [naam] en/of (andere) (teamleden van) [naam]team [nummer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) verdachte (telkens) uit hoofde van

haar functie als penningmeester van [naam]team [nummer], in elk geval anders dan

door misdrijf onder zich had,

(telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

1 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Utrecht, met nummer PL0950 2012068513, van 10 juni 2012, pagina's 1 tot en met 111.

2 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 4.

3 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 5.

4 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 6.

5 Proces-verbaal van bevindingen van de politie Utrecht, nr. PL0950-2012068513-6, van 18 februari 2014, doorgenummerde pagina 109

6 Proces-verbaal ter terechtzitting van 1 juli 2014.

7 Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 100.

8 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 39.

9 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 40.