Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:2670

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-06-2014
Datum publicatie
03-07-2014
Zaaknummer
2726667 UC EXPL 14-1286 MT/1291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de huurovereenkomst, tevens verplichte ontruiming woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 2726667 UC EXPL 14-1286 MT/1291

Vonnis van 11 juni 2014

inzake

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

Woningbouwvereniging Vecht en Omstreken,

gevestigd te Breukelen,

verder ook te noemen Vecht en Omstreken,

eisende partij,

gemachtigde: mr. T. de Nijs,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. P.G.M. Lodder.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 april 2014,

  • -

    de akte met productie 29 van Vecht en Omstreken van 5 mei 2014,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 mei 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tot december 2010 heeft [gedaagde] bij zijn ouders op de [adres 1] te [woonplaats] gewoond, welke woning door zijn ouders van Vecht en Omstreken wordt gehuurd.

2.2.

Wegens ernstige overlast onder andere door conflicten tussen [gedaagde] en de buren van de woning van zijn ouders, is [gedaagde] verhuisd.

2.3.

[gedaagde] huurt met ingang van 2 december 2010 van Vecht en Omstreken de woning aan de [adres 2] te [woonplaats] (verder ook: de woning). De woning is gelegen in een flatgebouw op de 1e verdieping.

2.4.

In de huurovereenkomst is het volgende opgenomen:

“Artikel 8

(…)

8.4.

Huurder zal de woning als een goed huurder bewonen en zal geen overlast veroorzaken aan omwonenden, hetgeen onder meer inhoudt dat huurder geen ruzies zoekt met omwonenden, geen geluidsoverlast veroorzaakt en met zijn rijgedrag rekening houdt met de woonomgeving en dus niet te hard door de straten rijdt. Een en ander geldt op gelijke wijze voor het gedrag van huurder als hij op bezoek is bij zijn ouders, wonende aan de [adres 1]. te [woonplaats].”

2.5.

Van de huurovereenkomst maakt deel uit een begeleidingsovereenkomst gesloten tussen Vecht en Omstreken, ZuweZorg (thans genaamd: Careyn: een maatschappelijke organisatie die zich onder meer bezighoudt met dienstverlening op het gebied van maatschappelijk werk en andere gebieden) en [gedaagde].

2.6.

De huurovereenkomst met [gedaagde] is bij aanvang gesloten voor de duur van twee jaren, onder de voorwaarde dat hij begeleiding van ZuweZorg zou ontvangen en accepteren.

De begeleiding van [gedaagde] richtte zich op praktische zaken zoals financiën, administratie, werk en interactie met de buren met als doel het voorkomen van overlast of hinder voor zijn omgeving. In geval van een succesvolle beëindiging van de begeleiding zou de huurovereenkomst stilzwijgend worden voortgezet voor onbepaalde tijd.

2.7.

In 2012 hebben diverse bij [gedaagde] betrokken instanties overleg gehad, waaronder Vecht en Omstreken, ZuweZorg, Altrecht, de gemeente Stichtse Vecht en de politie.

In het gespreksverslag van 14 februari 2012 staat opgenomen dat Altrecht over [gedaagde] heeft aangegeven dat hij sinds 2003 bekend is bij Altrecht en dat er een psychische stoornis bij hem is vastgesteld, waar hij medicatie voor kreeg. [gedaagde] had op dat moment de afspraak regelmatig naar de psychiater te gaan en medicatiegebruik vond plaats op vrijwillige basis. Ook heeft Altrecht aangegeven dat [gedaagde] niet wil dat zijn ouders bij de hulpverlening worden betrokken.

Vanuit ZuweZorg is verklaard dat op dat moment het idee bestond dat [gedaagde] niet voldoende inzicht geeft in hoe het met hem gaat. [gedaagde] wil geen hulp, maar wil liever alles zelf regelen.

In het gespreksverslag van 28 februari 2012 is namens ZuweZorg aangegeven dat [gedaagde] zelf mag beslissen of hij zijn medicatie neemt, maar hem is geadviseerd dat wel te doen om een terugval te voorkomen. Hem is voorgehouden dat als hij zijn medicatie niet neemt op langere termijn wel een verandering in zijn gedrag is te merken.

Altrecht heeft blijkens het verslag aangegeven dat [gedaagde] hulp afwijst en dat hij het alleen wil doen.

Uit het verslag van 27 maart 2012 blijkt dat ZuweZorg heeft aangegeven dat uitslagen van het laboratorium uitwijzen dat [gedaagde] zijn medicatie gebruikt. Volgens Altrecht maakt [gedaagde] een goede indruk. In het verslag staat vermeld dat het volgende overleg gepland staat op 2 oktober 2012, waarbij de stand van zaken met betrekking tot het omzetten van zijn tijdelijke huurovereenkomst en zo nodig verlenging van de begeleidingsovereenkomst aan de orde zal komen.

Blijkens het gespreksverslag van 2 oktober 2012 heeft Altrecht op dat moment aangegeven dat [gedaagde] sinds eind juli geen medicatie meer gebruikt en dat dat psychiatrisch nog geen invloed heeft maar de verwachting wel is dat daar op langere termijn verandering in komt.

Verder staat in het verslag dat sprake is geweest van één incident in de [adres 1].

Tot slot staat in het verslag dat op dat moment er geen bijzonderheden zijn zodat er geen reden is om de huurovereenkomst niet om te zetten naar een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.8.

Vanaf oktober 2012 komen bij Vecht en Omstreken meldingen binnen van overlast van omwonenden van [gedaagde] op de [adres 2], bestaande uit geluidsoverlast en intimiderend gedrag van [gedaagde]. In gesprekken tussen Vecht en Omstreken en de omwonenden hebben de omwonenden aangegeven dat zij al veel langer overlast ervaren van [gedaagde], maar dat zij hem in begin steeds zelf daarop hebben aangesproken en de moeder van [gedaagde] dan vaak haar excuses kwam aanbieden.

2.9.

De bovenbuurvrouw (nr.[nummer]) van [gedaagde], mevrouw [A], heeft op 28 oktober 2012 bij Vecht en Omstreken gemeld dat [gedaagde] zich verbaal agressief en bedreigend richting haar heeft uitgelaten omdat hij last had van een lekkage in haar woning. [B], medewerker van [naam] Installatietechniek B.V. is naar aanleiding van de lekkage in de woningen van de bovenbuurvrouw en [gedaagde] geweest om herstelwerkzaamheden te verrichten en heeft daarover als volgt verklaard:

“(…)

Toen ik de volgende dag kwam stond de huurder mij al op de galerij schreeuwend op te wachten. En hij wilde niet dat de werkzaamheden verder zouden worden uitgevoerd omdat hij nog lekkage problemen had in de toilet (was bekend werkzaamheden waren nog in uitvoering). Ik ben nog wel even in de woning geweest, huurder wilde een en ander in de woning laten zien. Maar hij was agressief en stond te duwen en te trekken en verbale bedreigingen te uiten. Hierop ben ik vertrokken en naar nr.[nummer] gegaan om uit te leggen dat de werkzaamheden niet uitgevoerd konden worden.

De huurder van nr. [woning gedaagde]is mij achterna gelopen en is de woning van huurster nr.[nummer] zomaar in gestormd. Ook zeer bedreigend voor deze bewoonster. Op mijn verzoek is hij uiteindelijk uit haar woning vertrokken. Ik heb telefonisch contact opgenomen met de woningbouwvereniging [X] en heb aangegeven de woning op nr. [woning gedaagde] vanwege de bedreigingen niet alleen te willen bezoeken om de werkzaamheden af te maken. [X] is met zijn collega [Y] naar de woning gekomen en hebben deze tot bedaren gekregen.

De huurder heeft op dat moment gezegd dat hij zich niet meer met de werkzaamheden zou bemoeien. En kon ik met de hulp van [X] mijn werkzaamheden uitvoeren. Bij de bovenwoning nr.[nummer] hebben we geboord naar zijn woning toe. En hebben [X] en ik de boel weer aan kunnen sluiten op de bestaande riolering. Het plafond zou 2 dagen later worden geïsoleerd en gedicht (...).

De volgende dag heeft de huurder de werkzaamheden weer gesloopt. Hij hoorde allerlei stemmen en geluid en heeft daarop de boel weer kort en klein geslagen.”

2.10.

Op 2 november 2012 zijn zowel de buurvrouw van [adres 3], mevrouw [C], als mevrouw [A] afzonderlijk van elkaar op het kantoor van Vecht en Omstreken geweest. Zij hebben daar gemeld dat zij overlast ervaren van [gedaagde] bestaande uit hard schreeuwen en schelden, met spullen gooien en harde muziek. Ook hebben zij aangegeven dat hun kinderen zich bedreigd voelen door de manier waarop [gedaagde] omwonenden heeft aangesproken en dat zij erg bang zijn voor [gedaagde]. Ook heeft Vecht en Omstreken op 2 november 2012 een e-mailbericht ontvangen van de dochter van de bewoonster van nr.[adres 4] waarin staat [gedaagde] regelmatig alleenstaande vrouwen uit de flat lastigvalt.

2.11.

Naar aanleiding van een incident op het adres van zijn ouders is [gedaagde] op 6 november 2012 bij Vecht en Omstreken op kantoor geweest. [gedaagde] heeft toen aangegeven dat hij zich realiseert dat hij moet veranderen en dat hij een gesprek zou willen met zijn bovenbuurvrouw, mevrouw [A]. Hierop is vanuit Vecht en Omstreken gereageerd met het advies hulp te aanvaarden en een toezegging een gesprek te zullen arrangeren.

2.12.

Bij brief van 8 november 2012 heeft Vecht en Omstreken [gedaagde] gewezen op de door haar ontvangen overlastklachten. Daarbij heeft Vecht en Omstreken vermeld dat [gedaagde] er serieus rekening mee moet houden dat de huurovereenkomst na december 2012 niet zal worden verlengd en dat indien Vecht en Omstreken nieuwe klachten ontvangt zij een procedure zal starten om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te bewerkstelligen.

2.13.

Op 29 november 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden waarbij aanwezig zijn geweest: [gedaagde], mevrouw [A], [D] van ZuweZorg en [E] (verder: [E]) namens Vecht en Omstreken. Voorafgaand aan en tijdens dit gesprek was [gedaagde] geagiteerd. Uit het gespreksverslag van [E] blijkt dat het gesprek moeizaam is verlopen en [gedaagde] met name zelf wilde vertellen over de overlast die hij van de bovenbuurvrouw zou ondervinden waarop de bovenbuurvrouw heeft gezegd dat zij met haar kinderen juist probeert zo veel mogelijk rekening te houden met [gedaagde] omdat zij bang is dat hij anders weer voor de deur staat.

2.14.

Op 7 december 2012 heeft Vecht en Omstreken klachten van overlast ontvangen van mevrouw [A] en mevrouw [C]. In hun meldingen geven zij aan dat [gedaagde] lawaai maakt (ook ’s nachts), hard schreeuwt en met dingen gooit in de woning. Beiden omschrijven ook dat de overlast grote impact heeft op hun kinderen.

2.15.

Bij brief van 7 december 2012 heeft Vecht en Omstreken [gedaagde] meegedeeld dat zij klachten over [gedaagde] van geluidsoverlast heeft ontvangen, bestaande uit harde muziek, geschreeuw en het slaan op het hek van het balkon, de muur en het plafond. [gedaagde] wordt in de brief gesommeerd te stoppen met het veroorzaken van overlast.

2.16.

Op 10 december 2012 heeft Vecht en Omstreken klachten van geluidsoverlast ontvangen van mevrouw [A]. Zij heeft geschreven dat [gedaagde] hard tegen de muren en het plafond aan het slaan was en hard stond te schreeuwen. Verder heeft zij meegedeeld dat haar zoon naar de kinderfysiotherapeut is geweest vanwege spanningsklachten als gevolg van de overlast van [gedaagde].

Diezelfde dag heeft mevrouw [C] melding gemaakt van geluidsoverlast van [gedaagde] in de vorm van geschreeuw.

2.17.

Op 11 december 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagde], Vecht en Omstreken en de gemeente Stichtse Vecht. Bij brief van 21 december 2012 heeft Vecht en Omstreken aan [gedaagde] hetgeen besproken is in dat gesprek, bevestigd. In de brief staat onder meer dat [gedaagde] te kennen is gegeven dat er een einde moet komen aan de overlast en dat [gedaagde] een laatste kans krijgt om te laten zien dat hij wil meewerken aan een oplossing voor de situatie. Ook staat in de brief vermeld dat de huurovereenkomst voortgezet zal worden onder de voorwaarde dat [gedaagde] begeleiding blijft ontvangen van ZuweZorg.

2.18.

Met ingang van december 2012 is de tijdelijke huurovereenkomst van [gedaagde] omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.19.

Op 21, 22 en 23 december 2012 heeft Vecht en Omstreken klachten van overlast over [gedaagde] ontvangen van mevrouw [C] en mevrouw [A]. Mevrouw [A] heeft ook aangifte gedaan tegen [gedaagde] van bedreiging. In het proces-verbaal van aangifte heeft zij verklaard dat op 23 december 2012 [gedaagde] en de vader van [gedaagde] bij haar aan de deur zijn geweest. Op dat moment was mevrouw [A] in het bijzijn van een meisje van 3 jaar oud waar zij gastouder van is en de moeder van dat meisje. Blijkens de aangifte heeft [gedaagde] haar toen bedreigd, heeft hij hard tegen haar staan schreeuwen en heeft hij een poging gedaan om haar te slaan, maar werd hij tegengehouden door zijn vader. In een e-mailbericht van 23 december 2012 heeft de oma van het meisje aan Vecht en Omstreken meegedeeld dat zij haar kleindochter niet meer bij mevrouw [A] zal onderbrengen vanwege de bedreigingen door [gedaagde].

2.20.

Op 8 februari 2013 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagde], Vecht en Omstreken en ZuweZorg waarin is besproken dat er vanuit ZuweZorg geen nieuwe begeleidingsovereenkomst met [gedaagde] zal worden afgesloten omdat hij niet bereid is mee te werken.

2.21.

Vanwege de aanhoudende overlastklachten die Vecht en Omstreken heeft ontvangen over [gedaagde] vanwege zijn gedragingen op het adres van zijn ouders is Vecht en Omstreken een kort geding procedure gestart tegen [gedaagde] waarin zij een straat- en contactverbod heeft gevorderd voor [gedaagde]. Bij vonnis in kort geding van 21 juni 2013 is [gedaagde] verboden zich gedurende één jaar in of nabij de woning van zijn ouders te bevinden, dan wel om contact te zoeken met twee in het vonnis genoemde (in de buurt van zijn ouders wonende) families.

2.22.

In een aantal e-mailberichten van 20 september 2013 hebben mevrouw [C] en mevrouw [A] bij Vecht en Omstreken geklaagd over overlast in de afgelopen periode. Zij hebben aangegeven dat de overlast bestaat uit harde muziek, schelden en hard schreeuwen waarbij hij ook de namen van de buren noemt.

2.23.

In de brief van 23 september 2013 heeft Vecht en Omstreken aan [gedaagde] meegedeeld dat zij overlastklachten van meerdere buren heeft ontvangen en dat bij deze [gedaagde] een laatste waarschuwing krijgt en direct dient te stoppen met het veroorzaken van overlast. Ook heeft Vecht en Omstreken daarin te kennen gegeven dat indien zij nieuwe overlastklachten ontvangt zij een procedure zal starten om tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te komen.

2.24.

Mevrouw [C] en mevrouw [A] hebben vervolgens bij Vecht en Omstreken geklaagd over overlast van [gedaagde] op 23, 24, 25 en 31 oktober 2013 bestaande uit hard schreeuwen en schelden, ook gedurende de nacht. Op 31 oktober 2013 is de politie ook ter plaatse geweest en die heeft [gedaagde] meegenomen. [gedaagde] is daarna voor korte tijd met een IBS-maatregel in het Regionaal Psychiatrisch Centrum Woerden opgenomen geweest.

2.25.

Na terugkeer van [gedaagde] in de woning heeft Vecht en Omstreken klachten ontvangen van mevrouw [C] en mevrouw [F] ([adres 5]) over overlast van [gedaagde] op 12 en 15 november 2013. Beiden hebben aangegeven dat sprake was van een hoop geschreeuw, gebonk en lawaai en dat zij de politie hebben gebeld.

2.26.

In december 2013 heeft Vecht en Omstreken van zowel mevrouw [C], mevrouw [A] en mevrouw [F] klachten ontvangen over het gedrag van [gedaagde] dat bestaat uit schreeuwen, schelden en intimiderend gedrag. Zij hebben ook geschreven dat de omwonenden de situatie meer dan zat zijn en dat de overlast grote impact heeft op hun dagelijkse leven en dat van hun kinderen. Zij hebben ook aangegeven dat zij en de kinderen bang zijn voor [gedaagde] en er al alles aan doen om te voorkomen dat [gedaagde] overlast van hen zou ervaren.

2.27.

Bij brief van 19 december 2013 heeft Vecht en Omstreken aan [gedaagde] gemeld dat zij een procedure zal starten tegen [gedaagde] waarin zij zal vorderen dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] de woning zal ontruimen. In de brief wordt [gedaagde] de kans geboden de huurovereenkomst zelf op te zeggen voor 31 december 2013. Van deze gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt.

2.28.

In een proces-verbaal van 23 december 2013 heeft de wijkagent, [verbalisant], over de periode van december 2011 tot 23 december 2013 een overzicht gemaakt van de meldingen die over [gedaagde] bij de politie bekend zijn. Dit betreft meer dan 50 meldingen van voornamelijk geluidsoverlast.

3 Het geschil

3.1.

Vecht en Omstreken vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- de huurovereenkomst tussen partijen ten aanzien van de woning te ontbinden;

- [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen;

-veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van die vordering stelt Vecht en Omstreken dat [gedaagde] jegens Vecht en Omstreken toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, door ernstige overlast te veroorzaken.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Vecht en Omstreken in de proceskosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat niet juist is dat hij de enige is die overlast veroorzaakt. Hij ondervindt namelijk ook overlast van de buren. De woningen zijn gehorig en daardoor heb je last van elkaar, aldus [gedaagde].

[gedaagde] heeft ook aangegeven dat de conclusie dat hij niet op zijn gedrag aan te spreken zou zijn onjuist althans onbegrijpelijk is. Enerzijds wordt door omwonenden gesteld dat zij hem niet aan durven te spreken op zijn gedrag terwijl er ook wordt gesteld dat omwonenden op zijn deur bonken en aanbellen, maar dat [gedaagde] dan niet opendoet.

Hij acht het verder in strijd met zijn recht op privacy dat er in deze procedure informatie wordt gebruikt die afkomstig is van zijn psychiater.

[gedaagde] heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een situatie die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

4.2.

Tijdens de zitting heeft [gedaagde] nog verklaard dat hij door de buren wordt uitgelokt.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat Vecht en Omstreken de overlastklachten van omwonenden voldoende heeft onderbouwd. Die klachten zijn talrijk en structureel van aard. Verschillende omwonenden hebben over een periode van meer dan een jaar geklaagd. Alle buren klagen daarbij over dezelfde soort gedragingen van [gedaagde], namelijk hard schreeuwen, schelden en gebonk op de muren en het plafond. Gebleken is weliswaar dat er ook perioden van relatieve rust zijn geweest maar de klachten zijn nooit geheel verdwenen. Ook was in de betreffende perioden vaak een duidelijke reden aanwezig voor de afname van de klachten, zo heeft hij een periode meer bij zijn ouders verbleven en is hij een periode opgenomen geweest. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] gelet op de gedetailleerde klachtmeldingen niet heeft kunnen volstaan met een algemene betwisting daarvan.

4.4.

Feit is dat er van meerdere buren (aan de linker- en rechterzijde en boven hem) klachten van dezelfde soort overlast zijn overgelegd. Ook worden de klachten ondersteund door het proces-verbaal van de wijkagent van 23 december 2013. Het is niet onvoorstelbaar dat het gedrag van [gedaagde] onder een vergrootglas is komen te liggen en dat op enig moment iedere vorm van (over)last is gemeld bij Vecht en Omstreken maar dat maakt de overlast niet minder erg. Het gaat om een combinatie van hard schreeuwen, schelden en gebonk, ook gedurende de nacht, waarvan de kantonrechter aanneemt dat omwonenden en met name ook hun kinderen dit als zeer intimiderend ervaren. Dit geldt des te meer wanneer daarbij in ogenschouw wordt genomen dat [gedaagde] ook de namen van de buren specifiek noemt. Daar komt nog bij het incident dat heeft plaatsgevonden bij mevrouw [A], welk incident niet door [gedaagde] is weersproken, waaruit blijkt dat [gedaagde] ook zonder haar toestemming haar woning is binnengedrongen, hetgeen nog weer zwaarder weegt dan het feit dat [gedaagde] in zijn eigen woning overlast veroorzaakt.

4.5.

Dat de woningen gehorig zijn zou verder juist reden moeten zijn voor een huurder om zich, waar dat kan, extra in te spannen om geen overlast aan omwonenden te veroorzaken. Niet uit te sluiten is dan dat buren dagelijkse woon- en leefgeluiden van elkaar horen, maar daarvan is in het geval van [gedaagde], uitgaande van de hiervoor beschreven gedragingen, geen sprake naar het oordeel van de kantonrechter. Dat de buren hem zouden uitlokken, wat hier verder ook van zij, acht de kantonrechter door [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. De overlast die [gedaagde] op zijn beurt zou hebben ervaren van zijn buren heeft hij ook onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Dit laatste had wel op zijn weg gelegen nu door mevrouw [A] in haar e-mailberichten aan Vecht en Omstreken juist is beschreven dat zij er alles aan doet om eventuele geluiden van haar gezin zo veel mogelijk te beperken naar aanleiding van de klachten die [gedaagde] heeft geuit. Met andere woorden: de grondige en consistente onderbouwing van de overlast door Vecht en Omstreken is door [gedaagde] onvoldoende betwist, zodat aan die betwisting voorbij gegaan moet worden.

4.6.

Uitgangspunt bij de verdere beoordeling is dat [gedaagde] structurele overlast veroorzaakt. Die overlast levert een tekortkoming in de nakoming van artikel 8 van de huurovereenkomst en zijn wettelijke verplichting om zich als goed huurder te gedragen op. In beginsel geeft iedere tekortkoming de bevoegdheid aan de wederpartij om de overeenkomst te ontbinden. Hierop geldt een uitzondering in het geval de tekortkoming van bijzondere aard of geringe betekenis is. Van die uitzondering is in dit geval geen sprake. Terugkerende overlast is naar zijn aard geen geringe tekortkoming. Wel heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat de ontbinding van de huurovereenkomst, gelet op al haar gevolgen, in dit geval niet gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling van dit verweer is onder meer van belang de vrees op herhaling van het overlastgevende gedrag en de persoonlijke omstandigheden van de huurder.

4.7.

Hoewel strikt genomen de (eerdere) gedragingen van [gedaagde] op het adres van zijn ouders niet aan de onderhavige vordering van Vecht en Omstreken ten grondslag zijn gelegd, acht de kantonrechter met name de daaruit voortgekomen gevolgen voor de beoordeling van belang. Zoals duidelijk blijkt uit de huurovereenkomst ten aanzien van de [adres 2] is juist het overlastgevende gedrag en de conflicten die hij op het adres van zijn ouders heeft gehad, reden geweest voor Vecht en Omstreken om hem een andere woning aan te bieden. [gedaagde] is in artikel 8 van de huurovereenkomst expliciet en specifiek gewezen op het soort gedrag dat voor Vecht en Omstreken niet acceptabel zou zijn in de nieuwe woning. Aldus heeft te gelden dat [gedaagde] bij aanvang van de huurovereenkomst heeft moeten weten wat er in het kader van goed huurderschap van hem verwacht werd. Ook het belang van hulpverlening en begeleiding heeft hem op dat moment voldoende duidelijk moeten zijn.

4.8.

Zoals blijkt uit de verschillende gespreksverslagen van de bij [gedaagde] betrokken instanties, en uit hetgeen ter zitting door [gedaagde] expliciet is verklaard, erkent [gedaagde] niet dat hij hulp nodig heeft en wil hij ook geen hulp aanvaarden althans ziet hij daar de meerwaarde niet van in. Die houding vormt een groot obstakel om te komen tot een structurele oplossing althans vermindering van de klachten. Uit de overgelegde stukken blijkt dat hulpverlening wel noodzakelijk wordt geacht door de professionals die bij [gedaagde] betrokken zijn geweest. Ook komt uit het beschreven verloop van de klachten naar voren dat het al dan niet gebruiken van medicijnen een belangrijke rol lijkt te spelen in de toe- en afname van de klachten.

Zolang geen structurele begeleiding en hulpverlening wordt geaccepteerd door [gedaagde] is de vrees voor herhaling van overlast door [gedaagde] gegrond.

4.9.

Vecht en Omstreken heeft zich verder in de gegeven omstandigheden voldoende ingespannen om de overlast te verminderen, gelet op de ingezette hulpverlening en de overleggen in breder verband waarbij zij betrokken is geweest. Ook is [gedaagde] door Vecht en Omstreken meermalen, ook schriftelijk, op de overlastklachten gewezen alsmede op het mogelijke gevolg daarvan, namelijk het eindigen van de huurovereenkomst. Desondanks is er geen (langdurige) verbetering in de situatie gekomen.

4.10.

In dit geval wegen de belangen van Vecht en Omstreken om aan haar andere huurders het rustig woongenot te verschaffen zwaarder dan het woonbelang van [gedaagde], waarbij de kantonrechter speciaal belang hecht aan de door de andere huurders beschreven vergaande gevolgen van de overlast voor henzelf en voor hun kinderen. Door [gedaagde] zijn, anders dan het feit dat hij het gebruik van het gehuurde niet zal kunnen voortzetten, geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die maken dat in dit geval de ontbinding van de huurovereenkomst en de daaruit voortvloeiende ontruiming van het gehuurde niet gerechtvaardigd zou zijn.

4.11.

Op grond van het voorgaande zal de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning worden toegewezen. De ontruimingstermijn zal worden bepaald op de (veelal) gebruikelijke termijn van 14 dagen.

4.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vecht en Omstreken worden begroot op:

- dagvaarding € 95,77

- griffierecht € 115,00

- salaris gemachtigde € 400,00 (2 punten x tarief € 200,00)

Totaal € 610,77

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak [adres 2] te [woonplaats];

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om deze onroerende zaak met al wie en al wat zich daarin vanwege [gedaagde] bevindt binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Vecht en Omstreken te stellen;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Vecht en Omstreken, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 610,77, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2014.