Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:2479

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2014
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
16/661956-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. In het kader van de bijzondere voorwaarden staat verdachte onder reclasseringstoezicht en moet hij zich ambulant laten behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661956-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 17 juni 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1981] te [geboorteplaats]

wonende op de [adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.J. de Bree, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

op 3 september 2013 te Amersfoort, [slachtoffer 1] (geboren op [2003]) en [slachtoffer 2] (geboren op [1998]), van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele handelingen, door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan te spreken en/of te vragen 'hebben jullie wel eens een grijze/geile lul gezien', vervolgens in hun bijzijn zijn geslachtsdeel uit zijn broek te halen en zijn stijve ontblote geslachtsdeel aan hen te tonen (seksueel corrumperen);

althans zich op 3 september 2013 op De Louise de Colignylaan te Amersfoort, schuldig heeft gemaakt aan schennis van de openbare eerbaarheid;

2.

op 3 september 2013 te Amersfoort, [slachtoffer 3], geboren op [1999], van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele handelingen, door met zijn auto vlakbij [slachtoffer 3] stil te gaan staan, haar zijn stijve ontblote geslachtsdeel te tonen, zijn geslachtsdeel vast te pakken en te masturberen (seksueel corrumperen);

althans zich op 3 september 2013 op de Bilderdijklaan te Amersfoort schuldig heeft gemaakt aan schennis van de openbare eerbaarheid;

3.

zich in de periode van 31 augustus 2013 tot en met 1 september 2013 zich te Amersfoort en/of Nijkerk, meermalen schuldig heeft gemaakt aan schennis van de openbare eerbaarheid, te weten

- op 31 augustus 2013 op de Westsingel te Amersfoort en/of

- op 1 september 2013 op de Venestraat te Nijkerk en/of

- op 1 september 2013 op de Operaweg te Amersfoort;

4.

zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal althans heling van een kentekenplaat in de periode 25 augustus 2013 tot en met 01 september 2013 te Arnhem.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat zij ten aanzien van feit 2 voor wat betreft de minderjarige seksueel corrumperen en ten aanzien van het oudere meisje openbare schennis van de eerbaarheid bewezen acht, en ten aanzien van feit 4 schuldheling bewezen acht. Zij baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde kan komen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe in het bijzonder het volgende aangevoerd. In tegenstelling tot de andere feiten, heeft verdachte dit feit van het begin af aan ontkend. Het is puur toeval dat feit 1 en feit 2 (dat verdachte heeft bekend) binnen korte tijd op korte afstand van elkaar hebben plaatsgevonden. Anders dan bij de onder 2 en 3 ten laste gelegde schennisplegingen ontbreken bij feit 1 de onderscheidende aspecten die tot een bewezenverklaring kunnen leiden. Er is geen kenteken van de auto bekend. De modus operandi is totaal anders: de man heeft niet zijn broek omlaag, maar alleen zijn gulp open, ook gebruikt de man obscene teksten, in tegenstelling tot verdachte bij de feiten 2 en 3. Er is teveel twijfel om tot een bewezenverklaring te komen.

De verdediging is voorts van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde corrumperen kan komen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe in het bijzonder aangevoerd dat verdachte de ten laste gelegde schennispleging weliswaar heeft bekend, maar dat hij ontkent de meisjes bewogen te hebben om daarvan getuige te zijn. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het ten laste gelegde corrumperen.

De onder 2 (cumulatief/alternatief) en 3 ten laste gelegde schennisplegingen kunnen naar de mening van de verdediging bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van de onder feit 4 primair ten laste gelegde diefstal en onder 4 subsidiair ten laste gelegde opzetheling is de verdediging van mening dat deze niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte daarvan (partieel) moet worden vrijgesproken. De verdediging is van mening dat de onder 4 ten laste gelegde schuldheling wel bewezen kan worden verklaard.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ten aanzien van feit 1 en 2

Bewijs1

Verbalisant [verbalisant] ontvangt op 3 september 2013 omstreeks 16.50 uur een melding van een schennispleging door een man in een grijze auto met kenteken [kenteken] op de Bilderdijklaan in Amersfoort. Vlak daarna ziet [verbalisant] op de Utrechtseweg te Amersfoort een grijze Volkswagen Golf met voornoemd kenteken rijden. [verbalisant] geeft de bestuurder een stopteken. Hij ziet dat de bestuurder zijn handen van het stuur haalt en naar beneden beweegt ter hoogte van zijn middel. De verbalisant ziet dat hij zijn onderlichaam omhoog beweegt en een beweging maakt alsof hij zijn broek omhoog trekt. Als [verbalisant] naar binnen kijkt, ziet hij dat alle knopen van de spijkerbroek open staan en dat de bovenzijde van zijn broek in een v-vorm open staat. Hierbij is een ontbloot deel van zijn lies/buikstreek te zien.2 Verdachte wordt vervolgens aangehouden. Tijdens zijn aanhouding was verdachte gekleed in een zwart t-shirt.3

Incident Bilderdijklaan te Amersfoort op 3 september 2013 (feit 2)

Aangeefster [aangeefster] heeft bij de politie verklaard dat zij op 3 september 2013 omstreeks 16.40 uur met haar 14-jarige zusje op de Bilderdijklaan te Amersfoort liep. Zij zag dat een auto iets voor hen stopte aan hun zijde van de weg. Zij liepen naar de auto en zagen dat het bijrijdersraam open stond. Toen zij langsliepen keek zij de auto in om te kijken of de man haar wat wilde vragen. Zij zag een man achter het stuur zitten, die geen broek aan had, of deze op zijn enkels had. Zij zag geen onderkleding, alleen bovenkleding. Zij zag dat hij zichzelf aan het bevredigen was. Zij zag namelijk dat hij met een hand aan zijn duidelijk zichtbare penis zat te trekken. Zij dacht meteen dat zij snel weg moest kijken. Zij vond dit raar en smerig.4

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij op de Bilderdijklaan met zijn auto, met geopend passagiersraam, langs twee meisjes is gereden en zijn auto vervolgens enkele meters voor hen langs de kant van de weg heeft stil gezet, en met zijn hand zijn ontblote penis heeft betast. Verdachte heeft verder verklaard dat hij bewust jonge vrouwen met zijn seksuele gedragingen confronteerde.5

Incident L. de Collignylaan te Amersfoort op 3 september 2013 (feit 1)

[aangever 1] en [aangever 2] hebben beiden namens hun minderjarige dochter (te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) aangifte gedaan van een incident op 3 september 2013 op de L. de Collignylaan te Amersfoort.67

Getuige [getuige], heeft bij de politie verklaard dat zij op 3 september 2013 als oppas bij de familie [familie] werkte. [slachtoffer 1] speelde bij een vriendinnetje, [slachtoffer 2]. Omstreeks 16.15 uur riep de getuige naar [slachtoffer 1] dat ze nog een kwartiertje bij [slachtoffer 2] mocht blijven. Na ongeveer 10 minuten kwam [slachtoffer 1] thuis en bleek er iets gebeurd te zijn. [slachtoffer 1] stormde met [slachtoffer 2] naar binnen. [slachtoffer 1] was erg overstuur en huilde. Ze zei: “Er is een rare man” of ze zei “er is een vieze man, in een auto.” “Die man riep: mag ik jullie wat vragen?” [slachtoffer 1] zei dat ze ja hadden gezegd en naar de auto van de man waren gelopen. [slachtoffer 1] vertelde dat ze in de auto een blote man zag zitten en dat die man in zijn blote piemel zat. De man had toen gevraagd : “heb je wel eens een geile piemel gezien?”8

[slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat een man met zwart t-shirt in een auto haar en [slachtoffer 2] had gevraagd of hij iets mocht vragen. Zij waren naar de auto gelopen. Het raam van de auto was half open. [slachtoffer 1] hoorde dat de man vroeg of zij wel eens een grijze of geile pik hadden gezien. Zijn gulp was open en toen liet hij zijn piemel zien. Zij zag dat de man met beide handen om zijn piemel zat en met zijn handen op en neer ging. [slachtoffer 1] rende toen snel weg. De auto is toen hard weggereden. Ze moest huilen en bibberde helemaal.9 Zijn gulp was open, voor de rest was hij gewoon aangekleed.10

[slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat, toen zij met haar buurmeisje [slachtoffer 1] naar het huis van [slachtoffer 1] liepen, een grijze auto kwam aanrijden die stopte. Zij hoorde van [slachtoffer 1] dat ze naar de auto toe moest lopen, omdat de bestuurder dat had gevraagd. Zij is met [slachtoffer 1] meegelopen naar de auto. De man vroeg [slachtoffer 1] of ze wel eens een geile pik had gezien. Zij zag dat de man zijn lul in zijn hand had en dat had [slachtoffer 1] ook gezien. Zij is samen met [slachtoffer 1] weggerend. [slachtoffer 1] durfde niet meer over straat en was aan het huilen.11

Zij heeft verder verklaard dat toen zij langs de auto liepen, zij zag dat het raam van de autodeur helemaal open was. Ook zag zij dat de man een spijkerbroek aan had en een donker shirt. Zij zag dat de gulp helemaal open was.12

[slachtoffer 1], dochter van [aangever 1] en [A], was op 3 september 2013 9 jaar oud.13 [slachtoffer 2] was op 3 september 2013 14 jaar oud.14

De voorzitter heeft ter terechtzitting melding gemaakt van een plattegrond van Amersfoort die zich in het dossier bevindt en waarop te zien is dat de Bilderdijklaan en de L. de Collignylaan enkele straten van elkaar verwijderd zijn.15

Voorts ten aanzien van feit 2

Seksueel corrumperen

Artikel 248d van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) stelt strafbaar het een kind met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen. Dit artikel betreft een uitbreiding van de strafbaarstelling van schennis van de eerbaarheid, als bedoeld in artikel 239 Sr, met name ten aanzien van seksuele handelingen waarbij een kind vrijwillig tegenwoordig is.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of er ten aanzien van [slachtoffer 3], die op 13 september 2013 jonger was dan 16 jaar, sprake was van seksueel corrumperen en derhalve of verdachte haar ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van zijn seksuele gedragingen.

Vrijspraak

Verdachte heeft bij de politie en ook ter terechtzitting ontkend dat hij iets tegen de meisjes heeft gezegd. Voorts blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting ook niet dat verdachte de meisjes heeft aangesproken dan wel dat hij op andere wijze contact met hen heeft gezocht.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat verdachte [slachtoffer 3] ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele gedragingen. De rechtbank overweegt daartoe dat hiervoor actieve handelingen zijn vereist die erop gericht dienen te zijn om de minderjarige getuige te doen zijn van zijn seksuele gedragingen. Het enkel door verdachte stoppen van zijn auto op een paar meter afstand van de meisjes, met een geopend bijrijdersraam, terwijl hij zijn ontblote penis betast, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde seksueel corrumperen.

Ten aanzien van het cumulatief/alternatief ten laste gelegde

De rechtbank acht de ten laste gelegde schennispleging wettig en overtuigend bewezen.

Voorts ten aanzien van feit 1

Bewijsoverweging

De verdediging heeft betoogd dat niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft gepleegd.

De rechtbank overweegt op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting als volgt. Verdachte werd op 3 september 2013 omstreeks 16.50 uur aangesproken door de politie. Hij zat toen nog met zijn broek omlaag in de auto en trok deze snel omhoog. Verdachte reed in een grijze auto. Hij droeg een spijkerbroek en een zwart t-shirt. Verdachte heeft bekend dat hij vlak daarvoor (omstreeks 16.40 uur) een schennispleging op de Bilderdijklaan heeft gepleegd. Een paar straten verderop, op de L. de Collignylaan, vond even daarvoor (omstreeks 16.25 uur) ook een schennispleging plaats.

Anders dan de verdediging betoogt, komen de feiten en omstandigheden in deze zaken nagenoeg overeen. In beide gevallen reed de schennispleger in een grijze auto en droeg hij een zwart t-shirt en een spijkerbroek. Ook is sprake van een zelfde modus operandi: het dichtbij stoppen van zijn auto met geopend bijrijdersraam, terwijl hij zijn ontblote penis betast met de bedoeling dat hij wordt gezien. Weliswaar heeft verdachte de meisjes op de Bilderdijklaan niet aangesproken, maar ter terechtzitting is gebleken dat hij dat bij een slachtoffer in een andere situatie (feit 3, eerste liggend streepje) wel heeft gedaan.

De omstandigheid dat de meisjes het kenteken niet hebben gezien, dat verdachte niet eerder obscene teksten heeft gebruikt, dat verdachte alleen zijn gulp open had en niet zijn hele broek omlaag had geschoven, zijn naar het oordeel van de rechtbank van ondergeschikt belang en doen aan het voorgaande niet af.

De rechtbank komt gezien het zeer korte tijdsbestek en de zeer korte afstand waarbinnen de feiten plaatsvonden en de overeenkomsten wat betreft de auto, kleding en modus operandi,

- alles in onderling verband en samenhang bezien tot de conclusie dat het verdachte is geweest die op 3 september 2013 op de L. de Collignylaan te Amersfoort vanuit zijn auto [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft aangesproken en in hun bijzijn zijn ontblote penis heeft betast.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beiden gezien hun leeftijd (9 en 13 jaar) evident jonger dan 16 jaar waren, zodat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat zij beiden onder de 16 jaar waren. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte vanuit zijn auto de samen buitenspelende meisjes heeft geroepen en – toen zij samen bij het geopende bijrijdersraam stonden - aan [slachtoffer 1] heeft gevraagd of zij wel eens een geile pik had gezien en zijn ontblote penis getoond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ertoe bewogen om getuige te zijn van zijn seksuele gedragingen.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde seksueel corrumperen wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2.

Ten aanzien van feit 3

Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 3 juni 2014;

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3]; 16

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4]; 17

- het proces-verbaal van bevindingen van [aangever 5]; 18

De rechtbank acht de ten laste gelegde schennisplegingen wettig en overtuigend bewezen.

4.3.3

Ten aanzien van feit 4

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de kentekenplaat heeft gestolen, dan wel dat hij wist dat deze van diefstal afkomstig was. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook (partieel) vrijspreken.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde

Aangezien verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft bekend en zijn raadsman op dit punt geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 3 juni 2014;

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6]19;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant].20

De rechtbank acht het de subsidiair ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. Genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 3 september 2013 te Amersfoort, [slachtoffer 1], geboren op [2003] en [slachtoffer 2], geboren op [1998], van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn, verdachtes seksuele handelingen, door:

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan te spreken en te vragen ‘hebben jullie wel eens een geile lul gezien’,

- vervolgens in het bijzijn van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn ontblote geslachtsdeel aan hen te tonen;

2.

op 3 september 2013 te Amersfoort, zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Bilderdijklaan, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

3.

op tijdstippen omstreeks de periode van 31 augustus 2013 tot en met 1 september 2013 te Amersfoort en/of Nijkerk, zich telkens opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten

- de Venestraat te Nijkerk (op 1 september 2013) en

- de Operaweg te Amersfoort (op 1 september 2013) en

- de Westsingel te Amersfoort (op 31 augustus 2013)

met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

4. Subsidiair

in de periode van 25 augustus 2013 tot en met 1 september 2013 te Oosterbeek een kentekenplaat ([kenteken]) heeft voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die kentekenplaat redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

  1. Met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

  2. Schennis van de eerbaarheid op een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

  3. Schennis van de eerbaarheid op een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

  4. (subsidiair) Schuldheling.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. Hij is bewust op zoek gegaan naar (jonge) vrouwen om hen met zijn seksuele handelingen te confronteren. Daarnaast heeft hij ook meisjes onder de 16 jaar ertoe bewogen om getuige van zijn seksuele handelingen te zijn.

Door zijn handelwijze heeft verdachte de slachtoffers gekwetst en geshockeerd en de seksuele integriteit van de slachtoffers geschonden. Hij heeft de jonge meisjes met seksuele gedragingen geconfronteerd waar zij nog niet aan toe zijn, waardoor zij mogelijk geschaad worden in hun seksuele ontwikkeling.

Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke feiten bovendien gevoelens van angst en onveiligheid met zich meebrengen voor de slachtoffers, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van kentekenplaten. Hierdoor heeft verdachte geprofiteerd van door anderen gepleegde misdrijven.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op

- een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 oktober 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

- een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 12 december 2013, waaruit volgt dat de kans op recidive laag-gemiddeld is, omdat verdachte gestopt is met cannabisgebruik en er een relatie ligt tussen het delictgedrag en het cannabisgebruik van verdachte. Indien verdachte terugvalt, zal de kans op recidive toenemen. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden meldplicht en een ambulante behandeling.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij berekenend te werk is gegaan. Alvorens hij over ging tot de schennispleging, wisselde hij de kentekenplaten van zijn auto, zodat hij onherkenbaar was en de kans om gepakt te worden werd verkleind. Anderzijds neemt de rechtbank in aanmerking dat de schennisplegingen binnen een periode van enkele dagen plaats vonden en is er geen sprake geweest van een langdurig delictpatroon.

De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verdachte kort na zijn aanhouding zelf (psychische) hulp heeft gezocht, zich gemotiveerd toont voor verdere behandeling en thans – naar eigen zeggen- al 9 maanden geen cannabis meer heeft gebruikt.

De rechtbank is - gelet op de vrijspraak van feit 2 primair en gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden - van oordeel dat er aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van wat door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank zal een werkstraf opleggen voor de duur van 140 uur. De rechtbank ziet aanleiding een gedeelte daarvan ter grootte van 60 uur in voorwaardelijke vorm op te leggen. Dit voorwaardelijk deel maakt een verplichte begeleiding en behandeling door de Reclassering mogelijk. Voorts wordt met deze voorwaardelijke straf beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Als bijzondere voorwaarde zal de rechtbank het voorgestelde reclasseringscontact inclusief behandelverplichting opleggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 239, 248d, en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 4 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 (subsidiair) ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

  1. Met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

  2. Schennis van de eerbaarheid op een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

  3. Schennis van de eerbaarheid op een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.

  4. (subsidiair) Schuldheling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 140 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden, naar de maatstaf van twee uur per dag.

Beveelt dat een gedeelte, groot 60 uren, van deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. zich na binnen twee werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200, 3522 JE te Utrecht. Hij moet zich blijven melden zo vaak en zo lang als deze instelling dat, gedurende de proeftijd, nodig vindt en gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen.

2 zich laat behandelen bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, ook indien dit een behandeling bij Victas verslavingszorg, of een vergelijkbare behandeling, betreft, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling worden gegeven.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. S. Wijna en C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van A.M. Westerhout, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 juni 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat hij

1.

op of omstreeks 3 september 2013 te Amersfoort, althans het arrondissement Midden-Nederland

een of meerdere perso(o)n(en) ([slachtoffer 1], geboren op [2003] en/of [slachtoffer 2], geboren op [1998]), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt

met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van (zijn, verdachtes) seksuele handelingen, door:

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan te spreken en/of te vragen 'hebben jullie wel eens een grijze/geile lul gezien', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) in het bijzijn en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zijn geslachtsdeel uit zijn broek te halen en/of zijn (stijve) ontblote geslachtsdeel aan haar/hen te tonen;

en/of

op of omstreeks 03 september 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland

zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten De Louise de Colignylaan, althans een openbare weg, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

art 248d Wetboek van Strafrecht

art 239 Wetboek van Strafrecht

2.

op of omstreeks 3 september 2013 te Amersfoort, althans het arrondissement Midden-Nederland

een persoon ([slachtoffer 3], geboren op [1999]), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt

met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van (zijn, verdachtes) seksuele handelingen, door:

- met zijn voertuig vlakbij die [slachtoffer 3] stil te gaan staan en/of

- ( vervolgens, toen die [slachtoffer 3] voorbij zijn voertuig liep) zijn (stijve) ontblote geslachtsdeel aan haar te tonen en/of

- ( vervolgens) in het bijzijn en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 3] zijn geslachtsdeel vast te pakken en/of (met zijn hand) heen en weer te wrijven en/of bewegen met/over zijn, verdachtes, geslachtsdeel;

en/of

op of omstreeks 03 september 2013 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland

zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Bilderdijklaan, althans een openbare weg, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

art 248d Wetboek van Strafrecht

art 239 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

op een of meer tijdstippen op of omstreeks de periode van 31 augustus 2013 tot en met 01 september 2013 te Amersfoort en/of Nijkerk, althans in het arrondissement Midden-Nederland en/of Gelderland

zich (telkens) opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten

- de Venestraat, althans een openbare weg te Nijkerk (op 1 september 2013) en/of

- de Operaweg, althans een openbare weg te Amersfoort (op 1 september 2013) en/of

- de Westsingel, althans een openbare weg te Amersfoort (op 31 augustus 2013)

met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

art 239 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

Primair

in of omstreeks de periode 25 augustus 2013 tot en met 01 september 2013 te Arnhem, althans in het arrondissement Gelderland

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kentekenplaat ([kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2013 tot en met 01 september 2013 te Arnhem en/of Oosterbeek, in elk geval in Nederland, een kentekenplaat ([kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaat wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier van de Politie Utrecht, met dossiernummer PL0981-2013199218 (doorgenummerde pagina’s 1-138) bevinden. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 13.

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 7 alsmede een geschrift, betreffende de ID staat van verdachte d.d. 4 september 2013.

4 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster], pagina 79 en 80.

5 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 juni 2014.

6 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens de minderjarige [slachtoffer 1], pagina 90.

7 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens de minderjarige [slachtoffer 2], pagina 107.

8 Proces- verbaal van verhoor getuige [getuige], pagina 95.

9 Proces-verbaal van bevindingen (verhoor [slachtoffer 1] d.d. 4/9/03), pagina 99.

10 Proces-verbaal van bevindingen (verhoor [slachtoffer 1] d.d. 4/9/03), pagina 100.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 113.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 114.

13 Een geschrift, zijnde een geboorteakte van [slachtoffer 1], geboren op [2003], pagina 135.

14 Een geschrift, zijnde een geboorteakte van [slachtoffer 2], geboren op [1998], pagina 134.

15 Een geschrift, zijnde een plattegrond van Amersfoort, pagina 120-121.

16 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3], pagina 74.

17 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 4], pagina 123.

18 Proces-verbaal van bevindingen van [aangever 5], met als bijlage een mutatierapport d.d. 4/9/2013, pagina 126-126a/b.

19 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 6], pagina 67.

20 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 13-14.