Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1830

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-05-2014
Datum publicatie
15-05-2014
Zaaknummer
2683024 AC EXPL 14-77
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schoolboeken voor een minderjarige behoren tot de kosten van verzorging en opvoeding die de ouders behoren te dragen (artikel 1:404 BW).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 234
Burgerlijk Wetboek Boek 1 404
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/121
Prg. 2014/154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 2683024 AC EXPL 14-77 nig/4123

Vonnis van 14 mei 2014

inzake

de besloten vennootschap

[Naam] Educatie B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [Naam],

eisende partij,

gemachtigde: GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het verweer van [gedaagde];

- de conclusie van repliek;

- de reactie daarop van [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[Naam] vordert betaling door [gedaagde] van € 581,17 met rente en kosten. De hoofdsom (€ 401,18) heeft betrekking op een factuur van 21 september 2011 voor schoolboeken die [gedaagde] in september 2011 besteld heeft.

2.2.

[gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat hij, toen hij de boeken bestelde, nog minderjarig was, en dat zijn ouders verantwoordelijk waren voor de kosten van zijn studie. Zijn ouders hebben echter schulden; hij heeft [Naam] gevraagd om contact op te nemen met de bewindvoerder voor een betalingsregeling.

2.3.

[gedaagde] is geboren in 1995. Op het moment dat hij de boeken bestelde, was hij 16 jaar oud. Inderdaad waren zijn ouders verantwoordelijk voor de kosten van zijn opleiding. Op grond van artikel 1:404 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn ouders verplicht om naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Schoolboeken horen daar zeker bij. [gedaagde] heeft dus gelijk dat zijn ouders deze kosten behoren te dragen.

2.4.

Het is echter wel zo dat [gedaagde] – zoals hij zelf erkend – de boeken zelf besteld heeft. Dat wil zeggen dat hij zelf de overeenkomst met [Naam] gesloten heeft. Dat mocht hij ook doen. In artikel 1:234 BW is het volgende bepaald:

1. Een minderjarige is, mits hij met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger handelt, bekwaam rechtshandelingen te verrichten, voor zover de wet niet anders bepaalt. (…)

3. De toestemming wordt aan de minderjarige verondersteld te zijn verleend, indien het een rechtshandeling betreft ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.

2.5.

Het is niet ongebruikelijk dat een jongere van 16 zelf zijn schoolboeken bestelt. Het spreekt echter niet vanzelf dat die jongere ook de bijbehorende betalingsverplichting op zich neemt. In beginsel zijn hun ouders verplicht om deze kosten te dragen, en de meeste jongeren hebben ook niet zo veel inkomen dat zij dit soort lasten zelf kunnen betalen. Daarom mocht [Naam] ervan uitgaan dat de ouders van [gedaagde] hem toestemming hadden gegeven om zelf de boeken te bestellen, maar niet zonder meer dat zij hem ook toestemming hadden gegeven om zelf de betalingsverplichting op zich te nemen, en evenmin dat het [gedaagde] bedoeling was om dat te doen. [Naam] noemt geen omstandigheden waarom dat in dit geval anders zou zijn. Zij had de bestelling dus zo kunnen en moeten begrijpen dat [gedaagde] zelf de boeken bestelde, en dat zijn ouders de betalingsverplichting op zich namen. Als zij daarover zekerheid wenste, had zij haar bestelformulier op die manier kunnen opzetten.

2.6.

De vordering zal daarom worden afgewezen, evenals de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. [Naam] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [Naam] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2014.