Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1826

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-04-2014
Datum publicatie
09-05-2014
Zaaknummer
2767301 UE VERZ 14-75 MAR/4186
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschil, letselschade, arbeidsongeval, aansprakelijkheid werkgever 7:658 lid 2 BW. Geen onderdeel van het debat is de vraag of werkgever heeft voldaan aan zorgplicht van lid 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0433
AR 2014/301

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 2767301 UE VERZ 14-75 MAR/4186

Beschikking van 23 april 2014 (bij vervroeging)

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. A.J. Fenger,

tegen

1. de besloten vennootschap

CARe Schadeservice B.V.,

gevestigd te Vianen,

2. de naamloze vennootschap

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verwerende partijen,

gemachtigde: mr. J. Boer.

Partijen zullen hierna [verzoeker], CARe en Delta Lloyd worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex artikel 1019w e.v. Rv van [verzoeker];
- het verweerschrift van CARe en Delta Lloyd;
- de mondelinge behandeling op 27 maart 2014, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

Tot slot is uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

CARe is een keten van gespecialiseerde autoschadeherstelbedrijven in Nederland.

2.2.

[verzoeker] is vanaf 2 december 2002 als voorman van de spuiterij werkzaam geweest bij CARe. Spuitwerkzaamheden vinden plaats in spuitcabines. In de spuitcabines zijn, in de vorm van een rechthoek, afzuigroosters in de vloer geplaatst waardoor giftige verfdampen worden weggezogen in een speciaal filter. De spuitcabines worden iedere 6 tot 8 weken gereinigd, waarbij de in de roosters aanwezige filters worden vervangen en (onder meer) de vloer wordt voorzien van een anti-dustlaag.

2.3.

[verzoeker] was in het bezit van een sleutel van het bedrijfspand. Hij verrichtte elke ochtend om 7:15 uur voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van zijn collega’s, zodat om 7:30 uur kon worden gestart met de werkzaamheden.

2.4.

Een “Vragenlijst inzake toedracht ongeval d.d. 25 mei 2010” heeft, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“(…)
[A]
(…)
3. In welke relatie staat tot de heer [verzoeker] (…)?
Collega (leidinggevend)

4. Heeft de heer [verzoeker] op of kort na 25 mei 2010 gesproken?
Ja, de dag na het ongeval
(…)
26 mei in mijn kantoor

6. Kunt u hieronder zo uitvoerig mogelijk aangeven wat u heeft besproken met de heer [verzoeker]?
Dat het vervelend is dat het voorval heeft plaatsgevonden
de toestand van de enkel is moeilijk in te schatten ivm afwijkende enkel ten opzichte van de andere (dunner)
Specialisten moeten het maar zeggen! Gaan andere schoenen het probleem oplossen? Zoeken naar juist aangepast werk is besproken maar lastig in te vullen

7. Kunt u hieronder aangeven wat de heer [verzoeker] heeft verklaard over het ongeval d.d. 25 mei 2010?
Bij het weghangen van een luchtslang in een kier gestapt die tussen het rooster zat van de bodemafzuiging waarbij zijn enkel “verzwikte”

8. Wat kunt u verder verklaren over het ongeval van de heer [verzoeker] d.d. 25 mei 2010?
Dat hij 26 mei ‘s ochtends nog gewerkt heeft en later op de dag naar huis is gegaan ivm pijn in zijn enkel”

2.5.

Op 27 mei 2010 heeft [verzoeker] zich met pijnklachten aan zijn voet tot zijn huisarts gewend. In het huisartsenjournaal staat het volgende, voor zover hier van belang, vermeld:

“eergisteren met voet in rooster, sds vanochtend veel pijn en kloppend gevoel
niet rood of dik (…)
kneuzing
geen aanwijzing voor fractuur, zn retour, nu goede pijnstilling
(…)”

2.6.

Een “Aanmeldingsformulier (bijna-)bedrijfsongeval”, ingevuld op 7 juni 2010 door [A], heeft, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“(…)

2. Beschrijving van het ongeval of de vlucht gevaarlijke situatie (zo nauwkeurig mogelijk) (…)

Rooster in de spuitcabine was ivm reinigen van de cabine eruit gehaald. Was na reiniging weer terug geplaatst echter zat de kier van het rooster aan een kant ipv alle beide kanten. Hierdoor was de kier dusdanig groot dat de hr [verzoeker] zijn enkel verzwikte. Dit leek heel onschuldig echter heeft de hr [verzoeker] altijd al problemen met zijn voet/been ivm zijn verleden. Door de verzwikking/kneuzing en zijn problemen die hij altijd al had zijn er wat complicaties opgetreden. Hierdoor zijn er twee tenen gevoelloos/tintelen en trekt het naar zijn heup. Dit kan te maken hebben met een afknellende ader. Dit moet nog verder onderzocht worden.

(…)

7 Omschrijving van de (mogelijke) gevolgen (…)
2 maanden het niet kunnen uitvoeren van zijn normale werkzaamheden. Mogelijk blijvend letsel door de al aanwezige problemen met zijn linker been.

8. Wat was volgens u de oorzaak? (Omschrijf kort hoe het ongeval heeft kunnen gebeuren)
Rooster moet altijd in het midden liggen om een grote kier te voorkomen.

9 In te vullen door direct leidinggevende

Welke acties ondernomen om de hierboven omschreven situatie in de toekomst te voorkomen? (…)
Er zijn trippen op de roosters gelast om te voorkomen dat de kier aan een zijde zit (…)”


2.7. Het hiervoor onder 2.6. vermelde formulier dient voor intern gebruik bij CARe. Er heeft geen melding bij de Arbeidsinspectie plaatsgevonden.

2.8.

Een brief van 17 augustus 2010 van [verzoeker] aan zijn ziektekostenverzekeraar heeft, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“(…)
Terug naar 25 mei jongstleden. Ik liep naar de cabine over de gladde vloer, gleed uit en kwam met mijn linkervoet tussen twee roosters op de vloer terecht. De roosters sloten niet goed aan en waren eigenlijk tezamen 5 centimeter te klein. Dit is pas hersteld na mijn ongeval. Ik ben dus met mijn voet in de vrije ruimte tussen de twee roosters terechtgekomen. Ik kon niet meer goed op mijn voet staan en de pijn straalt uit via mijn been naar mijn heup. Ik heb twee tintelende tenen in mijn linkervoet. Verder heb ik tijdens het zitten pijn in mijn heup.
(…)”


2.9. Een “ANTWOORDFORMULIER” met dossiernummer 1304956, ingevuld door de echtgenote van [verzoeker] op 30 maart 2011, heeft, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“(…)
Kunt u aangeven op welk tijdstip de heer [verzoeker] d.d. 25 mei 2010 is thuisgekomen? Om ongeveer ±17,45

Is iets opgevallen op het moment dat de heer [verzoeker] de woning betrad? Ja hij liep mank

Wat kunt u verklaren over de fysieke toestand van de heer [verzoeker] op dit tijdstip? Hij kon niet goed op zijn voet staan en heb geen kleur op zijn gezicht van de pijn was ik geschrokken hoe hij er uit zag, vroeg ik hem wat is er met je gebuurt! Zijn antwoord was dat hij op zijn werk gevallen was.

Wat heeft u besproken met de heer [verzoeker] d.d. 25 mei 2010? Heb ik hem geadviseerd om naar de eerste hulp te gaan. Zijn antwoord was ik kijk even aan. Toen heb ik hem geholpen om zijn werkschoenen uit te trekken en zijn voet in een warme bad gedaan.

Wat kunt u verklaren over de fysieke toestand van plan dat in de nacht van 25 mei 2010 en 26 mei 2010?
Onlangs hoeveelheid paracetamol in genomen hij had heel slecht geslapen van de pijn. Op 26 mei 2010 om ± 5 uur (…) zijn wakker om naar zijn werk te gaan. Hij kon amper op zijn voet staan. Heb ik tegen hem gezegd je moet ziek melden en niet naar je werk gaan maar naar de huisarts. Zijn antwoord was nee ik ga toch proberen en aankijken of het niet lukt dan maak ik een afspraak met de huisarts.

(…)”

2.10.

Een expertiserapport d.d. 11 september 2012 opgesteld door Raasveld Expertise heeft, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

”(…)

Belanghebbende : de heer[verzoeker]
Evenement : Werknemer verzekerde stelt in spuitcabine te zijn gevallen
Letsel/klachten : Verzwikking linker enkel

Schadedatum/-locatie : 25 mei 2010 te Amsterdam
(…)

Aanleiding rapportage

Op 9 juli 2012 ontvingen wij van u het verzoek om een toedrachtonderzoek in te stellen naar een vermeend arbeidsongeval van 25 mei 2010 bij verzekerde. Dit naar aanleiding van een aansprakelijkstelling van het SRK van 29 september 2010.

Korte beschrijving toedracht

Werknemer van verzekerde stelt in een spuitcabine ten val te zijn gekomen als gevolg van een gladde vloer waardoor hij met zijn linkervoet in een uitsparing van een rooster terechtkwam en hierdoor zijn voet verzwikt. (…)

Verwijt aan verzekerde

Belanghebbende verwijt verzekerde dat er sprake is van een onveilige werksituatie (de ruimte tussen de verschillende roosters in de spuitcabines), waardoor hij ten val kunnen komen.

(…)

Beschrijving evenement

De heer[A]geeft aan dat niemand bij verzekerde weet wat zich precies heeft afgespeeld op 25 mei 2010 inzake het vermeende arbeidsongeval van de heer [verzoeker]. Dit omdat de heer [verzoeker] ten tijde van het vermeende voorval alleen in de betreffende spuitcabine was en er geen collega’s in de directe omgeving aanwezig waren. Verzekerde geeft aan dat er al wel mensen het bedrijf waren, maar niemand heeft gezien dat het vermeende arbeidsongeval heeft plaatsgevonden.

De heer[A]vertelt vervolgens dat hij de dag na het vermeende voorval van de heer [B] (Veiligheidscoördinator/voorman) en de heer [C](BHV-er) heeft vernomen dat de heer [verzoeker] hen zou hebben verteld dat hij de vorige dag in een van de spuitcabines ten val is gekomen. Hierbij is het niet duidelijk of hij als gevolg van gladheid ten val is gekomen of als gevolg van het stappen in een keer bij de of zijn groot. Het vermeende ongeval is al ruim twee jaar geleden gebeurd en over de toedracht is geen absolute wetenschap meer. De heer[A]verwijst naar de eerder door hem afgelegde schriftelijke verklaring, ingevuld op 18 maart 2011.

De heer [B] voegt zich op dat moment, op verzoek van de heer [A], bij het gesprek. Hij gaf desgewenst aan dat hij zich niet meer exact kon herinneren op welke dag het vermeende voorval had plaatsgevonden. Hij wist te vertellen dat hij in de ochtend had waargenomen dat de heer [verzoeker] moeilijk/mank liep. Ten tijde van de pauze die ochtend heeft hij de heer [verzoeker] met zijn voet omhoog in het magazijn zien zitten. Desgevraagd vertelde [verzoeker] wat er die ochtend of vorige dag was gebeurd. Hierop heeft de heer [B] aangegeven dat hij zijn enkel door [C] (BHV-er) moest laten bekijken. Laatstgenoemde heeft hem toen bekeken en de heer [verzoeker] geadviseerd naar de huisarts te gaan. Hierop hebben de heer [B] en [C] melding gemaakt van het feit dat de heer [verzoeker] een probleem met zijn enkel had.

[A] geeft aan dat er naar aanleiding van de melding van [B] en [C] op 26 mei 2010 met [verzoeker] heeft gesproken over hetgeen zou zijn voorgevallen. De heer [verzoeker] heeft[A](volgens [A]’s verklaring van 18 maart 2011) aangegeven dat het tijds het weghalen van een luchtslang in een keer zou zijn gestapt die tussen trooster van de bodemafzuiging zat, waardoor hij zijn enkel verzwikt.

(…)

Persoonlijke omstandigheid de heer [verzoeker]

De heer [verzoeker] is vanaf zijn geboorte bekend met een lichamelijke afwijking aan de verzwikte linker voet. Er is sprake van een korter linkeronderbeen (± 4 cm) en een kleinere maat voet (> 3 maten).

Aanpassing afzuiger(s)

De heer[A]geeft aan dat hij, na de melding van het vermeende arbeidsongeval van de heer [verzoeker], de in de spuitcabines liggende roosters heeft beoordeeld. Ondanks dat er, vanaf datum oplevering, nooit eerder een melding is gemaakt van een mogelijk gevaarzettende omstandigheid, heeft de heer[A]opdracht gegeven om de ruimte tussen de roosters te verkleinen.

(…)

Verklaring (…) 11 september 2012

Naam : De heer [B]

(…)

Ik heb zelf niet gezien wat zich de dag van het vermeende arbeidsongeval van 25 mei 2010 (…) heeft afgespeeld.

Ik heb geen kennis van getuigen die het vermeende arbeidsongeval hebben gezien. Voor zover ik weet zijn er geen directe getuigen van het vermeende arbeidsongeval.

Op, naar ik mij kan herinneren, 26 mei 2010 heb ik de heer [verzoeker] mank zien lopen in het bedrijf. Tegen de pauze heb ik de heer [verzoeker] in het magazijn zien zitten met zijn been omhoog. Hij gaf aan dat hij de dag ervoor, op 25 mei 2010, in een van de spuitcabines ten val was gekomen, waardoor hij zijn linker enkel had verzwikt.

Ik heb hem naar de heer [C] (BHV-er) verwezen.

(…)

Verklaring (…) 11 september 2012

Naam : De heer[C]

(…)

Ik heb zelf niet gezien wat zich de dag van het vermeende arbeidsongeval van 25 mei 2010 (...) heeft afgespeeld.

Ik heb geen kennis van getuigen die het vermeende arbeidsongeval hebben gezien. Voor zover ik weet zijn er geen directe getuigen van het vermeende arbeidsongeval.

Ik heb op 26 mei 2010 via de heer [B] en de heer [C]vernomen dat de heer [verzoeker] heeft verklaard de dag ervoor, op 25 mei 2010, in een van de spuitcabines ten val te zijn gekomen, waardoor hij zijn linker enkel heeft verzwikt.

Na de melding van de heer [B], dat hij de heer [verzoeker] in het magazijn had zien zitten met zijn been omhoog, heb ik een gesprek met de heer [verzoeker] gehad. Hij verklaarde mij dat hij bij het weghalen van een luchtslang in een keer zou zijn gestapt die tussen het rooster van de bodem als zat, waarbij hij zijn enkel ’verzwikte’ (zie mijn verklaring van 18 maart 2011.

De heer [verzoeker] is op 26 mei 2012 (bedoeld zal zijn 2010; toevoeging rechtbank) ziek naar huis gegaan om zich onder doktersbehandeling te laten stellen.

Ik heb onderzoek naar het verhaal van de heer [verzoeker] gedaan en ben gaan kijken in de spuitcabines. Ik stelde daar vast dat er sprake was van enige ruimte in/tussen de roosters van de bodem of ze. Er is sinds de ingebruikname van de spuitcabines geen wijziging aangebracht aan de spuitcabines met betrekking tot de roosters in de vloer. Desondanks heb ik gemeend opdracht te moeten geven voor het lassen van een stukje metaal aan één kant van het rooster, zodat de ruimte tussen de roosters is verkleind. Ik heb dit puur gedaan om eventuele toekomstige discussie te voorkomen.

Ondanks de gedane aanpassing blijven wij van mening dat niet bewezen is dat het vermeende arbeidsongeval heeft plaatsgevonden. Er zijn immers geen getuigen van het vermeende voorval.

(…)”

2.11.

Op dit moment ontvangt [verzoeker] een uitkering ingevolge de WIA. Hij is voor
80-100% afgekeurd tot 2015, waarna herkeuring zal plaatsvinden.

3 Het deelgeschil


3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om bij beschikking:
1. voor recht te verklaren dat CARe, en Delta Lloyd in haar hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar van haar verzekerde CARe, aansprakelijk is voor het ontstaan van het bedrijfsongeval en derhalve voor de schadelijke gevolgen van het bedrijfsongeval;
2. vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzoekschrift;
3. CARe en Delta Lloyd, des de een betaalt, de ander bevrijd is, te veroordelen in de kosten van dit deelgeschil, tot op heden begroot op € 1.800,00;
4. CARe en Delta Lloyd te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan dit verzoek legt [verzoeker] samengevat het volgende ten grondslag. [verzoeker] is een ongeval overkomen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden waardoor hij schade heeft geleden. CARe is tekortgeschoten in de ingevolge artikel 7:658 BW op haar rustende zorgplicht om de lokalen waarin de arbeid wordt verricht op zodanige wijze in te richten, maatregelen te treffen of aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Delta Lloyd is als aansprakelijkheidsverzekeraar van CARe aansprakelijk op grond van het bepaalde in artikel 7:954 BW.

3.3.

CARe en Delta Lloyd zijn van mening dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat [verzoeker] niet heeft aangetoond dat hij schade heeft geleden ten gevolge van zijn werkzaamheden bij CARe.

3.4.

De kantonrechter zal hierna, indien en voor zover nodig, nader ingaan op de standpunten van partijen.

4 De beoordeling

4.1.

In verband met de referte van CARe en Delta Lloyd ten aanzien van de vraag of sprake is van een deelgeschil overweegt de kantonrechter als volgt. De deelgeschilprocedure kan worden gevoerd over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen tussen partijen rechtens geldt ter zake van aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel in gevallen dat de beëindiging van dat geschil kan bijdragen aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst over de vordering zoals die zou zijn ingesteld indien de zaak ten principale aanhangig zou zijn gemaakt. Hetgeen [verzoeker] enerzijds en CARe en Delta Lloyd anderzijds verdeeld houdt, betreft - kort gezegd - de vraag naar de aansprakelijkheid. De kantonrechter is van oordeel dat dit verzoek op zichzelf beschouwd binnen de omschrijving van artikel 1019w Rv valt. In de memorie van toelichting is ook expliciet vermeld dat de aansprakelijkheidsvraag, een geschil aan het begin van een schaderegelingstraject, in een deelgeschilprocedure aan de orde kan komen.

4.2.

Daarmee komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil. De vraag die moet worden beantwoord is of [verzoeker] in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden en in het verlengde daarvan of CARe (en daarmee Delta Lloyd op de voet van artikel 7:954 BW) gehouden is die schade te vergoeden. Op grond van het bepaalde in artikel 7:658 lid 2 BW is de werkgever ten opzichte van de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden leidt, tenzij de werkgever aantoont dat hij aan de in het eerste lid van artikel 7:658 BW genoemde zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Van het tussen partijen bestaande geschil maakt geen deel uit de vraag of CARe in het onderhavige geval heeft voldaan aan de op haar rustende zorgverplichting zoals neergelegd in artikel 7:658 lid 1 BW, hetgeen haar, indien de conclusie zou zijn dat zij die zorgverplichting is nagekomen, op grond van artikel 7:658 lid 2 BW zou ontslaan van aansprakelijkheid. CARe heeft namelijk geen stellingen ingenomen met betrekking tot deze zorgplicht. Dat sprake zou zijn van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker] is evenmin onderdeel van het partijdebat.

4.3.

Op basis van de hiervoor onder punt 2. vermelde feiten, meer in het bijzonder de door [A] ingevulde “Vragenlijst inzake toedracht ongeval d.d. 25 mei 2010” (2.4.) en het “Aanmeldingsformulier (bijna-)bedrijfsongeval” (2.6.), de door hem in het kader van het onderzoek door Raasveld Expertise afgelegde verklaring (2.10.) alsmede de door de heer [B] in dat kader afgelegde verklaring (2.10.), het huisartsenjournaal van 27 mei 2010 (2.5.) en de verklaring van de echtgenote van [verzoeker] concludeert de kantonrechter dat [verzoeker] tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden op 25 mei 2010 een bedrijfsongeval is overkomen. Dat door [verzoeker] (enige) schade is en wordt geleden, hetgeen voor de vestiging van aansprakelijkheid voldoende is, staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast. Er is immers niet alleen sprake van lichamelijk letsel, ook is [verzoeker] (momenteel) arbeidsongeschikt. Aan de betwisting van CARe en Delta Lloyd, onder verwijzing naar de hiervoor onder 2.8. weergegeven brief van 17 augustus 2010, dat [verzoeker] op 25 mei 2010 op zijn werk ten val is gekomen, gaat de kantonrechter voorbij. Anders dan CARe en Delta Lloyd is de kantonrechter van oordeel dat ook uit deze brief de toedracht van het ongeval valt op te maken en voorts dat deze toedracht niet wezenlijk anders is dan die uit de hiervoor vermelde stukken volgt. Het had op de weg van CARe en Delta Lloyd gelegen concreet te maken dat er sprake is van een andere ongevalstoedracht c.q. oorzaak voor het letsel/de klachten van [verzoeker]. CARe en Delta Lloyd hebben de door [verzoeker] gestelde ongevalstoedracht aldus onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van de stellingen van [verzoeker] op dit punt. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat CARe als werkgever van [verzoeker] aansprakelijk is voor de gevolgen van het bedrijfsongeval dat [verzoeker] is overkomen en dat CARe en Delta Lloyd, als aansprakelijkheidsverzekeraar, gehouden zijn de dientengevolge door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade te vergoeden. Zoals de kantonrechter ook hiervoor onder 4.2. heeft overwogen is door CARe en Delta Lloyd geen standpunt betrokken over de op CARe rustende zorgplicht, met als gevolg dat aansprakelijkheid ingevolge het bepaalde in artikel 7:658 lid 2 BW ten opzichte van CARe vaststaat. De kantonrechter zal de verzochte verklaring voor recht toewijzen.

4.4.

De kantonrechter zal de verzochte wettelijke rente, zie hiervoor onder 2. van punt 3.1., toewijzen. Over schade als gevolg van een ongeval waarvoor aansprakelijkheid bestaat is immers wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van dat ongeval. De rechtbank verwijst naar de artikelen 6:119 BW en 6:83 aanhef en onder b BW.

4.5.

De kantonrechter dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet volledig wordt toegewezen. Bij de begroting van de kosten dient de rechtbank de dubbele redelijkheidstoets te hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. [verzoeker] maakt aanspraak op een bedrag van € 1.800,00 (12 x € 150,00). CARe en Delta Lloyd voeren aan dat zowel het aantal bestede uren als het uurtarief bovenmatig is.
4.6. De onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de kantonrechter een voor wat betreft de omvang en complexiteit ervan beperkt en overzichtelijk deelgeschil. Het aan het deelgeschil bestede en opgegeven aantal uren is daarmee naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming. Ook het gehanteerde uurtarief is redelijk en zeker niet bovenmatig. De met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gemoeide, redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de kantonrechter dan ook overeenkomstig het verzochte worden begroot op € 1,800,00, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 77,00. CARe en Delta Lloyd zullen tot betaling daarvan aan [verzoeker] worden veroordeeld.

4.7.

In een (nadere) kostenveroordeling als door [verzoeker] onder 4. van punt 3.1. verzocht, voorziet de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade (in artikel 1019aa Rv) niet. Dit verzoek zal de kantonrechter dus afwijzen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat CARe aansprakelijk is voor het ontstaan van het bedrijfsongeval en dat CARe en Delta Lloyd gehouden zijn de dientengevolge door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift (7 februari 2014), te vergoeden;

5.2.

begroot de kosten van dit deelgeschil op € 1.800,00 te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 77,00 en veroordeelt CARe en Delta Lloyd tot betaling daarvan aan [verzoeker];

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. Wachter en in tegenwoordigheid van mr. M.A. Rademaker, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.