Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1814

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
09-05-2014
Zaaknummer
C/16/367116 / KL ZA 14-132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser vordert een verbod op de uitzending van een aflevering van Ontvoerd, omdat eiser verwacht in deze uitzending ten onrechte in verband te worden gebracht met kinderontvoering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/367116 / KL ZA 14-132

Vonnis in kort geding van 17 april 2014

in de zaak van

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. M.J.R. Roethof te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RTL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en RTL genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 april 2014 met producties;

  • -

    de fax van 16 april 2014 (11:20 uur) van [eisers] met een productie;

  • -

    de honorering van het door RTL bij fax van 16 april 2014 (13:06 uur) gemaakte bezwaar
    betreffende de afwijking tussen het petitum van de conceptdagvaarding en het petitum van
    de uitgebrachte dagvaarding;

  • -

    de fax van 16 april 2014 (16:49 uur) van RTL met producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 17 april 2014, waarbij zijdens [eisers] tevens
    mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam, is verschenen;

  • -

    de ter zitting ingediende wijziging van eis;

  • -

    de pleitnota van [eisers];

  • -

    de pleitnota van RTL.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 17 april 2014 vonnis gewezen en uitgesproken. Aan partijen is meegedeeld dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis zo spoedig mogelijk zal volgen. Het onderstaande vormt de nadere schriftelijke uitwerking en is op 24 april 2014 opgemaakt.

2 De feiten

2.1.

[eisers] is het ouderpaar van [A] (hierna: [A]) en het grootouderpaar van haar zoon [X], geboren [2006]. [V] (hierna: [V]) is de vader van [X].

2.2.

Op 31 mei 2010 zijn [A], [X] en [V] naar [woonplaats] (Suriname) vertrokken. Zij verbleven daar bij [eisers] Op 7 juni 2010 heeft [A] voor zichzelf en [X] toelating tot Suriname verzocht. Op 8 juni 2010 is [V] alleen teruggereisd naar Nederland. Op diezelfde dag heeft [A] zich, onder vermelding van “emigratie naar Suriname”, met [X] laten uitschrijven uit het register van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam. [A] heeft vervolgens in [woonplaats] werk gevonden en [X] is op een basisschool in [woonplaats] ingeschreven.

2.3.

Op 28 augustus 2010 is [A] in Suriname overleden. Vanaf dat moment heeft [eisers] de zorg voor [X], die dan bijna 4 jaar oud is, volledig op zich genomen.

2.4.

Met betrekking tot voogdij en gezag over [X] zijn tussen september 2010 en heden in Suriname en Nederland verschillende rechtszaken gevoerd, waarin [eisers] en [V] elkaar de voogdij en het gezag hebben betwist.

2.5.

Met betrekking tot de voogdij over [X] heeft [eisers] in Suriname om de (toeziende) voogdij verzocht, waartegen [V] zich heeft verweerd. Dit verzoek is in eerste instantie op 27 oktober 2010 door de Surinaamse kantonrechter aangehouden voor nader onderzoek in Nederland, waarbij is bepaald dat [X] voor de duur van de procedure bij [eisers] zal verblijven. De kantonrechter heeft op14 maart 2012 het verzoek van [eisers] afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft [eisers] beroep ingesteld bij het Surinaamse Hof van Justitie, waarna is bepaald dat [X] voor de loop van de beroepsprocedure bij [eisers] zal verblijven.

2.6.

Met betrekking tot het gezag over [X] heeft de rechtbank Den Haag op 12 januari 2011 bepaald dat het gezag aan [V] toekomt. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [eisers] heeft tegen deze beschikking beroep aangetekend. Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 november 2011 de beschikking van 12 januari 2011 bekrachtigd. De Surinaamse kantonrechter heeft op 5 april 2012 bepaald dat dit arrest in Suriname niet ten uitvoer gelegd mag worden zolang het Hof van Justitie in de (Surinaamse) voogdijprocedure geen uitspraak heeft gedaan. Tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 23 november 2011 heeft [eisers] cassatie ingesteld. Dit cassatieberoep heeft op 3 mei 2013 geresulteerd in de vernietiging van de beschikking van 23 november 2011 en verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 1 april 2014 de beschikking van de rechtbank Den Haag 12 januari 2011 bekrachtigd . [eisers] heeft aangekondigd tegen deze uitspraak (opnieuw) in cassatie te gaan.

2.7.

Op 4 oktober 2013 heeft [V] zonder medeweten of toestemming van [eisers] [X], die dan 7 jaar oud is, met behulp van het televisieprogramma ‘Ontvoerd’ vanaf het schoolplein van zijn basisschool meegenomen en naar Nederland gebracht.

2.8.

[eisers] heeft hierop in Nederland [V] in kort geding gedagvaard om (voor zover hier van belang) [X] aan hen af te geven. Bij vonnis van 16 oktober 2013 heeft de rechtbank Rotterdam die vordering toegewezen, waarbij onder meer is overwogen:

“Als uitgangspunt heeft (…) te gelden dat [X] nog steeds aan de zorg van de grootouders is toevertrouwd en dat zij primair zeggenschap hebben over zijn verzorging, opvoeding en verblijfplaats. (…) [[V]] wist dat hij op 4 oktober 2013 geen recht of bevoegdheid had om [X] in Suriname zonder toestemming van zijn grootouders mee te nemen. Nu daarnaast vast staat dat de vader zonder enig overleg met of toestemming van de verzorgende grootouders [X] van het schoolplein in Suriname heeft meegenomen en naar Nederland heeft gebracht, heeft hij door op deze manier zijn vermeende gezag uit te oefenen ook een ernstige inbreuk gemaakt op de belangen van [X] zelf. (…) Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat het voor de vader zeer moeilijk te accepteren valt wanneer zijn zoon op grote afstand van hem verblijft en door de grootouders wordt opgevoed, geeft dat hem niet het recht om door eigenrichting in de bestaande situatie verandering te brengen.”

2.9.

Op 1 november 2013 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van 16 oktober 2013 (grotendeels) vernietigd, waarbij onder meer is overwogen:

“ Het hof is van oordeel dat de door de vader ondernomen actie om [X] aan deze zorg (van [eisers], vzr) te onttrekken jegens de grootouders te beschouwen is als een vorm van eigenrichting, die in beginsel onrechtmatig te achten is. De vraag die nu voorligt, uitgaande van de huidige situatie is, of het in belang van [X] is dat hij met zijn grootouders terugkeert naar Suriname. (…) Het belang van [X] dat aan de hand van gedegen onderzoek kan worden vastgesteld waar hij ter verzorging en opvoeding zal wonen, prevaleert (…) boven het op zich ook aanwezige belang van de grootouders dat de jegens hen in beginsel onrechtmatig te achten medeneming van de minderjarige naar Nederland wordt gecorrigeerd door de teruggeleiding van [X] naar hen.”

2.10.

Bij brief van 3 februari 2014 heeft Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam (hierna: BJR) aan de (toenmalige advocaat van) [eisers] geschreven, voor zover hier relevant:

“[BJR] is van mening dat een televisieprogramma over [[X]] niet in zijn belang is. BJR zal derhalve niet haar medewerking verlenen aan deze uitzending. Daarbij komt dat BJR geen titel heeft om zich actief te verzetten tegen deze uitzending. Immers, vader is met gezag belast en er is geen sprake van een ondertoezichtstelling in deze. Vader zal hierin zelf, in het belang van zijn zoon, een keuze dienen te maken. Over de nadelige gevolgen van deelname aan een tv programma kunnen we geen voorspelling doen. Dat is mede afhankelijk van de steun en begeleiding die het kind hierbij krijgt. Vraag is wel, waarom zouden we een kind, dat al een aantal ernstige verstoringen van het normale leven achter de rug heeft, extra belasten met media-aandacht. BJR is van mening dat dit zeker niet in het belang is van [[X]].”

2.11.

In de eerder genoemde beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 1 april 2014 is onder meer overwogen:

“De vader heeft [[X]] in oktober 2013 onaangekondigd en onvoorbereid met behulp van het televisieprogramma “Ontvoerd” van Suriname naar Nederland gehaald. Deze plotselinge verbreking van de gehechtheidsrelaties van [[X]] met zijn grootouders en andere hechtingspersonen uit zijn leefmilieu getuigt er niet van dat de vader in dit opzicht voldoende rekening heeft gehouden met de gevoelens van [[X]], maar doet veeleer vermoeden dat er bij de vader sprake is van weinig inlevingsvermogen in relatie tot de impact die ingrijpende levensgebeurtenissen op het welzijn en ontwikkelingsperspectief van [[X]] kunnen hebben.

(…)

Dat de vader, terwijl nog niet alle juridische procedures met betrekking tot het gezag en de voogdij waren afgerond, [[X]] in oktober 2013 plotseling en onvoorbereid vanuit Suriname naar Nederland heeft vergebracht, geeft weliswaar blijk van onvoldoende inzicht van de vader in de belevingswereld van [[X]] en in de impact die het abrupt weghalen van [[X]] uit zijn op dat moment vertrouwde leefomgeving heeft gehad, maar naar het oordeel van het hof kan daarmee niet worden gezegd dat deze handelwijze van de vader gelijk staat aan verwaarlozing van de belangen van [[X]], zoals door de grootouders is betoogd. Van strijd met het IVRK, zoals door de grootouders is aangevoerd, is evenmin gebleken.

(…)

De Raad [voor de Kinderbescherming] heeft (…) aan de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam verzocht om [X] voor de duur van een jaar onder toezicht te stellen van BJR. Ter zitting (…) heeft BJR verklaard geen grond te zien voor een ondertoezichtstelling.”

2.12.

RTL is voornemens op 20 april 2014 in haar televisieprogramma ‘Ontvoerd’ (hierna: de voorgenomen uitzending) aandacht te besteden aan de juridische strijd tussen [eisers] en [V] over de voogdij en het gezag over [X] en de overbrenging van [X] van Suriname naar Nederland.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert, na wijziging van eis ter zitting, samengevat, uitvoerbaar bij voorraad:

I.Primair. RTL te verbieden tot iedere uitzending, publicatie, openbaarmaking en verveelvoudiging van de gehele door gedaagde voorgenomen uitzending van ‘Ontvoerd’;

II. Subsidiair. RTL te verbieden tot iedere uitzending, publicatie, openbaarmaking en verveelvoudiging van beeld- en geluidopnamen die zijn gemaakt van [eisers] en [X], alsmede van filmmateriaal rondom de leefomgeving van [eisers] ten behoeve van het programma ‘Ontvoerd’;

III. Meer subsidiair. Over [X] een bijzonder curator te benoemen als bedoeld in artikel 1:250 BW en daarbij te bepalen dat het RTL wordt verboden om tot iedere uitzending, publicatie, openbaarmaking en verveelvoudiging van het programma ‘Ontvoerd’ over te gaan, totdat onherroepelijk is beslist omtrent het gezag over de minderjarige dan wel totdat onherroepelijk is beslist omtrent het verzoek om een ondertoezichtstelling dan wel totdat die bijzonder curator de rechtbank heeft geinformeerd over in haar of zijn visie de belangen van [X] omtrent de uitzending van het programma ‘Ontvoerd’, althans tot nadat de rechtbank zich onherroepelijk heeft uitgelaten omtrent een door de bijzonder curator op te starten verbod tot uitzending van het programma ‘Ontvoerd’, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen moment;

IV. Te bepalen dat voor iedere keer dat RTL in strijd handelt met het onder I en/of II en/of III bepaalde, RTL aan [eisers] een dwangsom verbeurt van € 50.000 met een maximum van € 5.000.000;

V. RTL te veroordelen om bij wijze van voorschot op de schadevergoeding een bedrag van

€ 25.000 te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

met veroordeling van RTL in de kosten van dit geding.

3.2.

[eisers] stelt hiertoe dat RTL de woning, leefomgeving en de heer [eiser 1], eiser sub 1, goed herkenbaar in beeld heeft gebracht en deze beelden reeds heeft uitgezonden (in het kader van een promotiefilmpje) en voornemens is uit te zenden in het kader van ‘Ontvoerd’, een programma over kinderontvoering. Hierdoor wordt [eisers] blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen dan wel in verband gebracht met (kinder)ontvoering, hetgeen onrechtmatig is jegens [eisers] Voorts maakt RTL inbreuk op het portretrecht van [eisers] door zonder toestemming opnamen (met een geheime camera) te maken en deze beelden te (gaan) publiceren. [eisers] stelt reeds schade te hebben geleden door de openbaarmaking van beelden en verwacht (nog) meer schade te lijden door de voorgenomen uitzending. RTL handelt ook jegens [X] onrechtmatig door de voorgenomen uitzending en in het licht van artikel 6 EVRM meent [eisers] hiertegen te kunnen optreden nu tussen hem en [X] sprake was van family-life in de zin van artikel 8 EVRM gedurende al die jaren dat hij met hem in Suriname woonde. Voor zover [eisers] niet namens [X] kan optreden, dient in zijn belang een bijzonder curator te worden aangesteld, conform artikel 1:250 BW, die het belang van [X] behartigt. De voorgenomen uitzending dient in dat geval te worden uitgesteld totdat de bijzonder curator zich een oordeel over de zaak heeft gevormd.

3.3.

RTL voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering en veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [eisers] in de kosten van het geding, inclusief de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

het uitzendverbod

4.1.

De spoedeisendheid van de vordering onder I. en II. is in voldoende mate gebleken, aangezien de voorgenomen uitzending staat geprogrammeerd op 20 april 2014.

4.2.

Met het toewijzen van de vorderingen van [eisers] zou de in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde vrijheid van meningsuiting van RTL worden beperkt. De vrijheid van meningsuiting kan alleen worden beperkt, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (zie artikel 8 en artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is, anders dan RTL stelt, sprake wanneer de uitzending van RTL onrechtmatig is jegens [eisers] in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of hiervan sprake is dienen de in beginsel gelijkwaardige rechten – het recht op vrije meningsuiting en het recht ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer – tegen elkaar worden afgewogen. Hierbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang.

4.3.

Het belang van RTL is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend en opiniërend moet kunnen uitlaten over allerlei soorten zaken van algemeen belang die de samenleving raken. Met het programma ‘Ontvoerd’ wil zij aandacht besteden aan gevallen van ouders die, ondanks dat zij het recht aan hun zijde hebben, niet herenigd worden met hun kind. Het belang van [eisers] is erin gelegen dat hij niet wordt blootgesteld aan verdachtmakingen als ware hij (kinder)ontvoerder.

4.4.

Bij de beoordeling van dit geschil gaat de voorzieningenrechter uit van de (toegezegde) weergave van de voorgenomen uitzending zoals ter zitting door RTL gedaan, waarbij de kijker al vanaf het begin van het programma duidelijk wordt gemaakt dat het een (in de woorden van RTL) ‘a-typische’ aflevering zal zijn in die zin dat normaal de strijd tussen twee ouders centraal staat, waarbij een ouder het kind heeft meegenomen naar het buitenland, terwijl in dit geval het kind al in het buitenland was en, na het overlijden van zijn moeder, aldaar verzorgd wordt door zijn grootouders. [eisers] wordt in het programma niet beschuldigd van (kinder)ontvoering of van het plegen van een ander strafbaar feit. Voorts komt [eisers] niet (eiser sub 2) of niet herkenbaar en met geblurred gelaat (eiser sub 1) in beeld en wordt zijn naam niet genoemd. Aan deze toezeggingen mag RTL worden gehouden.

4.5.

Afweging van de betrokken belangen leidt niet tot de conclusie dat de voorgenomen uitzending onrechtmatig is jegens [eisers] Hierbij is in aanmerking genomen dat vanaf het begin van het programma duidelijk wordt gemaakt dat het om een

‘a-typische’ aflevering van het programma ‘Ontvoerd’ gaat, waarin [eisers] niet wordt beschuldigd van (kinder)ontvoering of een ander misdrijf en waarin duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een (klein)kind dat na het overlijden van zijn moeder door zijn grootouders wordt verzorgd. Bovendien heeft RTL toegezegd dat [eisers] niet (herkenbaar) in beeld wordt gebracht en dat zijn naam niet wordt genoemd.

4.6.

[eisers] heeft nog aangevoerd dat [woonplaats] een compacte gemeenschap vormt en dat binnen die gemeenschap snel bekend zal zijn wie de grootouders zijn waarvan in de voorgenomen uitzending sprake is. RTL heeft onweersproken gesteld dat mevrouw [eiser 2](eiser sub 2) al (vrijwillig) verschenen is in Surinaamse media om zich over de voorgenomen uitzending uit te laten, zodat [eisers] al bekend is in [woonplaats] als het grootouderpaar van [X] en de voorgenomen uitzending daarin geen verandering zal brengen. Nu [eisers] aldus al bekend is in [woonplaats] als het grootouderstel van [X], zal hij door de voorgenomen uitzending in dat opzicht niet worden benadeeld in zijn privacy-belang, omdat er weinig mensen zullen zijn die hem tevoren niet kenden als het grootouderpaar dat in de voorgenomen uitzending bedoeld is. Ook dit kan derhalve niet leiden tot het oordeel dat de voorgenomen uitzending onrechtmatig is jegens [eisers].

4.7.

Voor zover [eisers] stelt dat RTL met de voorgenomen uitzending onrechtmatig handelt jegens [X], dient zijn vordering te worden afgewezen nu de wettelijk vertegenwoordiger van [X] (te weten zijn vader) geen bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgenomen uitzending en de deelname van [X] daarin.

4.8.

Nu RTL heeft toegezegd [eisers] niet (herkenbaar) in beeld te brengen, is van schending van het portretrecht geen sprake zodat ook om die reden geen aanleiding bestaat het gevorderde uitzendverbod in te willigen.

4.9.

Het vorenstaande betekent dat de vordering van [eisers] onder I. en II. wordt afgewezen.

benoeming bijzonder curator

4.10.

[eisers] vordert, na wijziging van eis ter zitting, onder III. de benoeming van een bijzonder curator.

4.11.

Op 15 april 2014 is bij de griffie van de rechtbank het verzoek van mr. Roethof, namens de heer [eiser 1] (eiser sub 1), ontvangen om met verkorting van de dagvaardingstermijn een zittingsdatum vast te stellen voor de behandeling van onderhavig kort geding. Als verhinderdata waren daarbij opgegeven 16 april 2014 (beide partijen) en 18 april 2014 (RTL). Bij dit verzoek was gevoegd een concept-dagvaarding waarin werd gevorderd –kort gezegd- dat RTL zou worden verboden om beeldmateriaal uit te zenden rondom/in het programma ‘Ontvoerd’ op 20 april 2014 plus dat RTL een voorschot op een schadevergoeding zou dienen te betalen.

4.12.

De voorzieningenrechter heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 254 lid 2 Rv en 117 Rv verlof verleend tot het bekorten van de gewone termijn van dagvaarding van ten minste een week (artikel 114 Rv) en de zittingsdatum en –tijd vastgesteld op 17 april 2014 om 11.15 uur, onder de voorwaarde dat de dagvaarding uiterlijk aan de andere partij is betekend op 16 april 2014, 12.00 uur.

4.13.

Bij de beoordeling van het verzoek van [eisers] tot verkorting van de dagvaardingstermijn heeft de voorzieningenrechter afgewogen het belang van [eisers] bij een spoedige behandeling van de zaak tegen het belang van RTL bij voldoende tijd voor haar verdediging.

4.14.

In de, tijdig aan RTL betekende, dagvaarding is meer subsidiair gevorderd, naast de reeds in de concept-dagvaarding opgenomen vorderingen, dat over de minderjarige [X] een bijzonder curator wordt benoemd zoals bedoeld in artikel 1:250 BW. Bij brief van de advocaat van RTL van 16 april 2014 is de voorzieningenrechter verzocht dat dit deel van de vordering buiten beschouwing wordt gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De griffier heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met de advocaat van [eisers], in dat gesprek is aangegeven dat het debat op zitting zich, gezien de toewijzing van de verkorte dagvaardingstermijn, zal dienen te beperken tot het gevorderde uitzendverbod. De advocaat van [eisers] heeft zich hiertegen verzet, waarna de voorzieningenrechter zich kort heeft beraden en vervolgens het verzoek van RTL heeft ingewilligd. Deze beslissing is mondeling aan (de advocaten van) partijen medegedeeld.

4.15.

Ter zitting heeft [eisers] betoogd dat hij bevoegd is op grond van artikel 130 Rv zijn eis te veranderen of te vermeerderen zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen. Dit standpunt is juist en [eisers] is dan ook in de gelegenheid gesteld zijn verzoek tot eiswijziging, in die zin dat hij ook vordert dat over de minderjarige [X] een bijzonder curator wordt benoemd zoals bedoeld in artikel 1:250 BW, toe te lichten. RTL heeft bezwaar gemaakt tegen deze vermeerdering van eis omdat zij zich hierop, in het bijzonder gelet op de sterk verkorte dagvaardingstermijn, onvoldoende heeft kunnen voorbereiden. De voorzieningenrechter heeft vervolgens beslist dat de voorgestelde vermeerdering van eis in strijd is met de eisen van een goede procesorde, met name gelet op de sterke verkorte dagvaardingstermijn en de omstandigheid dat dit deel van de vordering niet was opgenomen in de concept-dagvaarding die op 15 april 2014 door [eisers] aan RTL was toegezonden, zodat deze zich daarop niet voldoende heeft kunnen voorbereiden. Het verzoek tot eiswijziging wordt dan ook afgewezen.

4.16.

Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dan ook dat niet gebleken is dat, voor wat betreft de (deelname van [X] aan de) voorgenomen uitzending, de belangen van de met het gezag belaste ouder, te weten [V], in strijd zijn met die van [X]. Weliswaar heeft BJR in de brief van 3 februari 2014 aan de (toenmalige advocaat van) [eisers] uitgesproken dat deelname aan de voorgenomen uitzending zeker niet in het belang van [X] is, maar in diezelfde brief heeft BJR ook aangegeven dat [V] hierin een keuze zal moeten maken. BJR heeft niet aangegeven, impliciet noch expliciet, dat hierbij sprake is van een belangenstrijd tussen vader en zoon. Ook overigens is van een dergelijke belangenstrijd niet gebleken, zodat (ook in geval de gewijzigde eis zou zijn toegestaan) een bijzonder curator niet zou zijn benoemd.

voorschot op de schadevergoeding

4.17.

[eisers] heeft onder V. gevorderd dat RTL wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding die hen toekomt omdat RTL door haar onrechtmatig handelen hem schade heeft berokkend. Daargelaten de vraag of RTL onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers] en of uit een zodanig handelen schade is ontstaan, in kort geding dient de spoedeisendheid van de vordering in voldoende mate te blijken. Ten aanzien van dit deel van de vordering is die spoedeisendheid door RTL terecht betwist, zodat reeds om die reden dit deel van de vordering van [eisers] zal worden afgewezen.

conclusie

4.18.

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de eiswijziging, alsmede hetgeen overigens is gevorderd wordt afgewezen.

4.19.

[eisers] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst het verzoek tot eiswijziging af,

5.2.

wijst de vorderingen af,

5.3.

veroordeel [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van RTL tot op heden begroot op € 1.424,00,

5.4.

veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.P. de Ridder en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2014.1

1 type: ST(Mcoll: