Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1596

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
25-04-2014
Zaaknummer
16/702762-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf voor oplichting van kwetsbare ouderen.

De man moet ook een schadevergoeding aan de slachtoffers betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/702762-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 25 april 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1978],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

In de periode van 6 juni 2013 tot en met 17 oktober 2013 te Doorn, samen met één of meer anderen, [benadeelde 1] meermalen heeft opgelicht;

2.

In de periode van 11 oktober 2013 tot en met 28 oktober 2013 te Doorn, samen met één of meer anderen, meermalen heeft geprobeerd om [benadeelde 1] op te lichten;

3.

In de periode van 1 september 2013 tot en met 22 oktober 2013 te Gouda, samen met één of meer anderen, meermalen [benadeelde 2] heeft opgelicht;

4.

In de periode van 23 april 2013 tot en met 17 oktober 2013 te Weesp, samen met anderen, meermalen [benadeelde 3] heeft opgelicht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit acht de officier van justitie de oplichting op 17 oktober 2013 bewezen. Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde feit acht de officier van justitie de poging tot oplichting op 28 oktober 2013 wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot de onder 3 en 4 ten laste feiten acht de officier van justitie de oplichting in de ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat ten aanzien van de feiten 1 en 2 uit de bewijsmiddelen blijkt dat sprake is van de betrokkenheid van slechts één persoon. Van medeplegen door verdachte is niet gebleken. Verdachte dient dan ook van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van een strafbaar feit, te weten de ten laste gelegde oplichting. Uit de bewijsmiddelen in het dossier blijkt dat wel degelijk werkzaamheden zijn verricht. Dat er gewerkt is, is relevant omdat juist die omstandigheid het verschil maakt tussen (mogelijk) civielrechtelijke wanprestatie en (strafbare) oplichting.

Voorts is van belang of er door een oplichtingsmiddel is bewogen tot afgifte. Dit is naar de mening van de verdediging niet het geval.

Verdachte dient dan ook van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen, nu anderen dan verdachte gebruik van zijn telefoon hebben gemaakt. Het enige met betrekking tot feit 4 waaruit betrokkenheid van verdachte blijkt, is dat verdachte zijn bankrekeningnummer ter beschikking heeft gesteld. Hij had geen wetenschap omtrent de wanprestatie door de medeverdachte. Het opzet ontbreekt derhalve bij verdachte, zodat hij ook om die reden vrijgesproken dient te worden.

Het ter beschikking stellen van zijn bankrekening met het oogmerk om mee te werken aan een strafbaar feit, als daarvan al sprake zou zijn, zou hooguit medeplichtigheid opleveren, maar dat is niet tenlastegelegd.

De verdediging heeft aangevoerd dat het deskundigenrapport van [A] van [naam] Bouwadvies buiten beschouwing moet blijven.

Deze deskundige heeft het beginsel van hoor en wederhoor niet toegepast bij de totstandkoming van zijn rapport. Hij heeft namelijk een verkeerde datum van het onderzoek op locatie doorgegeven, waardoor de deskundige van de verdediging niet in de gelegenheid is geweest om bij het onderzoek van [A] aanwezig te zijn en daarbij de nodige opmerkingen te maken.

De verdediging heeft vervolgens een andere bouwdeskundige, [B], opdracht gegeven het rapport van [A] te beoordelen, hetgeen geleid heeft tot de conclusie, neergelegd in een mailbericht van 10 april 2014, dat het rapport van [A] ondeugdelijk is.

4.3- Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Mevrouw [benadeelde 1] heeft aangifte gedaan op 28 oktober 2013. Zij heeft verklaard dat zij op 28 oktober 2013 omstreeks 10.00 uur werd gebeld door een onbekende man, die zei dat hij [alias 2] heette en van het dakdekkersbedrijf was. De man had gezegd dat hij vooraf geld wilde hebben voor de dakreparatie. Hij had dit geld nodig voor materialen en stellingen.

De man zei dat hij 5.000 euro nodig had. Direct na dit telefoongesprek belde [benadeelde 1] naar de politie en vertelde dat er weer iemand geld van haar wilde hebben. Tijdens het telefoongesprek met de politie werd er bij [benadeelde 1] aan de voordeur gebeld en zij zag dat er een onbekende man voor de deur stond. De man zei dat hij met haar naar de bank ging om geld te halen.

De man bracht haar vervolgens met een grijze bestelauto naar de bank in Doorn.

In de bank vertelde [benadeelde 1] dat zij 5.000 euro wilde opnemen. De vrouw achter de balie zei dat ze dat beter niet kon doen. [benadeelde 1] is zonder geld op te nemen de bank uitgelopen en zag dat de grijze bestelauto weg was.2

Op 28 oktober 2013 omstreeks 10.30 uur hoorde verbalisant [verbalisant 1] via de meldkamer het bericht aan een andere eenheid om naar de ING-bank aan het Plein 1930 te Doorn te gaan. Omdat hij in die omgeving reed, is hij eveneens ter plaatse gegaan. Navraag bij een collega op het politiebureau leerde hem dat het ging om een oudere dame die nog in de bank was en die al eerder slachtoffer was geworden van oplichting. Dat was waarschijnlijk nu weer aan de hand. Toen hij in de [adres] reed, zag [verbalisant 1] een Peugeot Partner staan, donker van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken]. Er lag een ladder op het dak. In de auto zat een man achter het stuur. Hij zag dat er verder niemand voorin zat. [verbalisant 1] hoorde van zijn collega dat de eigenaar van de auto uit [woonplaats] kwam en voor meerdere zaken in de politiesystemen voor kwam.

In de bank sprak [verbalisant 1] met mevrouw [benadeelde 1]. Zij vertelde dat zij door een van de mannen met een bestelbusje, donker van kleur en met een ladder op het dak naar de bank was gebracht. Omdat dit erg leek op het busje dat [verbalisant 1] in de [adres] had zien staan, heeft hij gevraagd of deze auto staande kon worden gehouden.3

Op 28 oktober 2013 omstreeks 10.40 uur reden de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in Doorn. Zij hoorden van collega [verbalisant 1] dat de personen die geld van een oudere dame afhandig zouden maken op de [adres] te Doorn zouden zijn en gebruik zouden maken van een Peugeot Partner met een ladder op het dak en voorzien van het kenteken [kenteken].

Op de Dorpsstraat te Doorn zagen verbalisanten een donkerblauwe Peugeot Partner met een ladder op het dak en voorzien van genoemd kenteken hen in tegengestelde richting passeren.

Zij zijn gekeerd en hebben het voertuig een stopteken gegeven.

Zowel de bestuurder als de bijrijder zijn aangehouden.

De bestuurder gaf op te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [1978] te [geboorteplaats].

De bijrijder gaf op te zijn: [medeverdachte].

Tijdens het vervoer naar het politiebureau in Veenendaal hoorde verbalisant [verbalisant 3] dat [verdachte] verklaarde: “Mijn naam is [verdachte], geboren op [1978] te [geboorteplaats]. Ik woon aan de [adres], [woonplaats]. Mijn mobiele telefoonnummer is [nummer].”

De mobiele telefoon van [verdachte], een zwarte blackberry, is in beslag genomen.4

De Peugeot Partner met kenteken [kenteken] is inbeslaggenomen. In dit voertuig werd onder meer een kladblok aangetroffen met daarop geschreven “Stenen los aan de gevelzijde”, “Moet even vastgezet worden”, “Kwam hier langs rijden”, “Toen zag ik dat in andere wijk aan het werk”, “Moet eerst even kijken” en “Kan over 10 minuten even kijken”.5

De Peugeot Partner met kenteken [kenteken] blijkt op naam te staan van [X], geboren op [1991]. Uit de verklaring van verdachte [verdachte] blijkt dat[alias 1] de vriendin is van [verdachte].6

Op 20 december 2013 zijn een tweetal opgenomen telefoongesprekken tussen het telefoonnummer [nummer], in gebruik bij aangeefster [benadeelde 1], en het telefoonnummer [nummer] in gebruik bij verdachte [verdachte], afgeluisterd.

Het gesprek van 17 oktober 2013 van 13.28.06 uur werd gevoerd tussen een man die zich voorstelde als [alias 2] en een vrouw die zich in dit gesprek voorstelde als mevrouw [benadeelde 1].

Het gesprek op 28 oktober 2013 van 10.10.34 uur werd gevoerd tussen dezelfde telefoonnummers en ging tussen een man die zich voorstelde als zijnde [alias 2] en een vrouw die zich voorstelde als mevrouw [benadeelde 1].

De verbalisant [verbalisant 4], hoorde in beide gesprekken dat zowel de vrouw als de man dezelfde personen waren. Hij herkende hierbij aan de klank, het accent en de intonatie de stem van de man als de stem van verdachte [medeverdachte].7

Het telefoongesprek van 17 oktober 2013 om 13.28.06 uur hield onder meer in dat de man die zich [alias 2] noemde, zegt dat hij eerder die week bij [benadeelde 1] aan de deur is geweest en dat hij alles heeft geregeld. Hij zegt dat hij steigers heeft moeten huren en dat die opgebouwd moeten worden. Deze man zegt verder dat [benadeelde 1] 4.000 euro heeft betaald maar dat een bedrag van 9.000 euro was afgesproken. Hij vraagt of [benadeelde 1] vandaag tijd heeft om die 5.000 euro even te betalen, zodat zijn jongens gelijk kunnen beginnen. De man zegt dat hij zijn collega over vijf minuten langs zal sturen. De man bevestigt nogmaals dat de collega die langskomt van [alias 2] is.8

Het telefoongesprek van 28 oktober 2013 te 10.10.47 uur gaat tussen aangeefster [benadeelde 1] en een man die zich [alias 2] van het bedrijf noemt. In dit gesprek zegt de man dat [benadeelde 1] hem nog 5000 euro moet betalen omdat hij steigers, liften, dakbeschot en dakpannen heeft besteld. De man zegt dat hij zijn collega langs zal sturen om met [benadeelde 1] naar de bank te gaan en vraagt of het uitkomt als die collega er over twee minuten is. Verder zegt de man dat hij vanuit Doorn werkt. De man zegt verder dat als mevrouw [benadeelde 1] de 5.000 euro heeft betaald, de volgende dag de steigers zullen worden geplaatst.9

Op 17 oktober 2013 werd door het nummer [nummer] (nummer in gebruik bij [verdachte]) contact opgenomen met de vaste lijn van aangeefster [benadeelde 1].

Door het nummer [nummer] werd de mastlocatie Maarnse Voetpad 2 achter de Amersfoortseweg 2 te Doorn aangestraald.

Uit de historische verkeersgegevens van het nummer [nummer] is gebleken dat er vanaf 17 oktober 2013 te 10.35 uur tot 14.50 uur mastlocaties werden aangestraald op de route [woonplaats]-[woonplaats].

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat er door het mobiele telefoonnummer [nummer], in gebruik bij verdachte [medeverdachte], tussen 10.21 uur en 15.15 uur mastlocaties werden aangestraald op de route [adres] (verblijfplaats van verdachte [medeverdachte])-[woonplaats]. Daarbij wordt opgemerkt dat de mobiele telefoon om 13.56 uur de mastlocatie aanstraalde in Doorn op de[adres].10

Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat op 28 oktober 2013 het nummer [nummer] (in gebruik bij [medeverdachte]) en het nummer [nummer] (in gebruik bij [verdachte]) om 08.58 uur onderling contact hebben gehad. In dit contact werd er door [verdachte] tegen [medeverdachte] gezegd dat “hij al onderweg is”.

Na dit contact zijn er door het nummer van verdachte [medeverdachte] contacten geregistreerd tussen 08.58 en 18.34 waarbij mastlocaties zijn aangestraald op de route Braamt-Doorn-Veenendaal. Om 10.39 uur werd er door de mobiele telefoon een mastlocatie aangestraald in Doorn, Dorpsstraat 23.

Uit het opgenomen en afgeluisterde communicatieverkeer is bekend geworden dat de mobiele telefoon in gebruik bij [verdachte] mastlocaties aangestraald heeft op de route Doetinchem-Doorn.11

Door de verbalisant [verbalisant 5] is bij een bezoek aan mevrouw [benadeelde 1] thuis gezien dat zij in haar agenda had genoteerd dat zij op 14 oktober 2013 4000,00 euro had gepind en op donderdag 17 oktober 2013 5.000 euro had gepind voor dakreparatie. Bij vrijdag 18 oktober stond vermeld dat het dak die dag gerepareerd zou worden. Mevrouw [benadeelde 1] liet de verbalisant een bonnetje zien voor “schoorstenen en reinigen” waarop het bedrag van 4000 euro werd genoemd. Mevrouw [benadeelde 1] vertelde dat ze het kenteken had genoteerd. [verbalisant 5] zag dat dat [benadeelde 1] in haar agenda keek en hij zag dat ze had genoteerd: [kenteken] [alias 2]. Ze zei dat [alias 2] via een bedrijf in Doorn voor haar werkte en dat ze het dak gingen repareren. [benadeelde 1] zei ook dat ze nog niets gedaan hadden.

Van de twee geldopnames had mevrouw [benadeelde 1] twee transactiebonnen, waaruit blijkt dat op 14 oktober 2013 een bedrag van 4.000 euro is gepind en op 17 oktober 2013 een bedrag van 5.000 euro. Op de transactiebon van 17 oktober 2013 was bijgeschreven de tekst “[alias 2]”.12 Op 18 oktober 2013 heeft verbalisant [verbalisant 6] bij de ING-bank te Doorn een onderzoek ingesteld. Daarbij hoorde hij dat mevrouw [K] op 14 oktober 2013 werkzaam was geweest bij de balie van de bank. Haar collega had een oudere dame aan de balie die 4.000 euro opnam. [K] hoorde dat de vrouw zei dat ze het geld nodig had voor een verbouwing van haar woning. [K] wist dat de oudere vrouw vaker bij de bank kwam om geld te halen. [K] is de oudere vrouw achterna gelopen de bank uit en zag vanuit de Acaciastraat een klein model bestelauto komen rijden. De oudere vrouw liep om de bestelauto heen waarop deze gelijk wegreed. [K] heeft het kenteken genoteerd van de auto en dat was: [kenteken].13

Uit de historische verkeersgegevens is bekend geworden dat het nummer [nummer], in gebruik bij verdachte [verdachte] op 14 oktober 2013 tussen 07.49 uur een 11.44 uur mastlocaties aangestraald heeft die de route Doetinchem-Doorn Doetinchem aangeven.14

Ten aanzien van feit 3:

Op 5 november 2013 heeft mevrouw [benadeelde 2] aangifte gedaan van oplichting.

Zij heeft verklaard dat zij in de periode vóór 17 september 2013 werd benaderd. Zij was op dat moment in haar woning aan de [adres] te [woonplaats]. Er werd aangebeld en zij zag twee mannen voor de deur staan.

Man 1 stelde zich voor als[alias 1]. Zij schatte hem in op 30 jaar oud, netjes gekleed. Deze man had kort donker haar en sprak op een normale wijze. Man 2 schatte zij ook op 30 jaar. Hij had blond haar en een slank postuur. Er was ook een derde man, maar deze man had [benadeelde 2] nauwelijks gezien.

Man 2 had gezegd dat zij elders bezig waren met werkzaamheden en hadden gezien dat op het dak van de woning van [benadeelde 2] een aantal dakpannen niet goed lagen. De mannen zijn het dak op gegaan om de dakpannen goed te leggen en constateerden dat het hele dak geïmpregneerd moest worden. Op 17 september 2013 kwamen de mannen terug en hebben zij het dak geïmpregneerd. [benadeelde 2] kreeg daarvoor een rekening van € 1.750,00, welk bedrag zij contant heeft betaald. Op 30 september 2013 zijn man 2 en 3 weer bij [benadeelde 2] geweest. Toen bleek dat er houtworm in het hout zat. Dezelfde dag is het hout behandeld tegen houtworm. Het bedrag van € 1.100,00 heeft [benadeelde 2] die dag contant betaald.

Op 22 oktober 2013 zijn de dakramen vastgezet en het lood werd gecoat. Dit werd gedaan door[alias 1] en man 3. [benadeelde 2] heeft daarvoor € 1.000,00 contant betaald.

Het telefoonnummer [alias 1] is [nummer]. Dit nummer had [benadeelde 2] al eerder van hem gekregen.

In totaal heeft [benadeelde 2] € 3.850,00 betaald. Zij heeft dit contant betaald.15

Op 10 december 2013 heeft [benadeelde 2] een aanvullende verklaring afgelegd. Zij verklaarde toen dat zij de man op foto 3 herkent als[alias 1]. Zij herkent hem aan zijn gezichtsuitdrukking, zijn donkere haren en de haardracht.16 [benadeelde 2] verklaarde verder dat zij op 5 december 2013 een bedrijf, Dak & Onderhoudsspecialist [V], heeft gevraagd de werkzaamheden [alias 1] te controleren. Haar werd gezegd dat de nokreparatie niet recentelijk was uitgevoerd. Iets wat wel door[alias 1] in rekening was gebracht. Ook het dak was waarschijnlijk niet geïmpregneerd, maar dit was moeilijk te zien. Ook hoorde zij dat er geen houtworm aan de achterzijde van de woning zat.[alias 1] heeft wel houtwormbestrijding in rekening gebracht.17

Uit historische verkeersgegevens is gebleken dat door het mobiele nummer [nummer], het nummer in gebruik bij verdachte [verdachte], zeven maal is ingebeld naar de telefoonnummers van [benadeelde 2] in de periode van 7 tot en met 16 oktober 2013.

Vanuit historische verkeersgegevens is ook bekend geworden dat de mobiele telefoon in gebruik bij verdachte [verdachte] en de mobiele telefoon in gebruik bij verdachte [medeverdachte] over de periode 16 september 2013 tot en met 8 oktober 2013 op diverse data mastlocaties hebben aangestraald in [woonplaats].

Uit het opnemen van het telecommunicatieverkeer van het nummer [nummer] is gebleken dat er op 21 oktober 2013 telefonisch contact is geweest door de gebruiker van het nummer [nummer] en het mobiele nummer van het slachtoffer [benadeelde 2].18

Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij zich wel eens [alias 1] noemt. [alias 1] is de achternaam van zijn vriendin. Hij heeft in [woonplaats] wel eens panlatten geslagen en geïmpregneerd. Hij ging wel eens met [alias 3] mee. [verdachte] heeft duizend euro betaald gekregen van [benadeelde 2]. Hij had haar gebeld dat ze de volgende dag zouden komen. Hij had toen gezegd dat hij[alias 1] heette. Op 21 oktober 2013 heeft hij de voicemail van [benadeelde 2] ingesproken en heeft ze hem teruggebeld. [verdachte] heeft ook verklaard dat hij op 22 oktober 2013 in [woonplaats] is geweest. Hij heeft het dakraam daar vastgemaakt. Hij is daar geweest.19

In de inbeslaggenomen Peugeot Partner, welke op naam van de vriendin van verdachte [verdachte] staat, werden in een leeg pakje Marlboro drie rekeningen aangetroffen kennelijk bestemd voor [benadeelde 2] op het adres [adres] te [woonplaats]. De eerste rekening betrof een rekening van “[alias 1], adres [adres] te [woonplaats]” voor het impregneren van het hele dak en houtwormbehandeling met de mededeling “Voldaan E 1100,00”.

De tweede rekening was gedateerd 17 september 2013, afkomstig van “Van B en W totaal Onderhoud, adres [adres] te [vestigingsplaats]” en kennelijk bestemd voor [benadeelde 2]. De rekening betrof het impregneren van de dak voor en achter, nok reparatie en 2 latten vervangen. Op deze rekening was geschreven “contant betaalt 1750,-“

De derde rekening, afkomstig van “[alias 1], adres [adres] te [woonplaats]” was gedateerd op 22-10-2013 en betrof “gehele dak geïmpregneerd, nok reparatie, houtwormbehandeling, dakramen vastgezet en lood gecoat”. Op deze rekening was vermeld “Voldaan 3850,-“20

In het deskundigenrapport van [A] van [naam] Bouwadvies van 1 april 2014 wordt ten aanzien de woning [adres] te [woonplaats] een conclusie getrokken ten aanzien van de werkzaamheden die in de periode september t/m oktober 2013 zouden hebben plaatsgevonden, te weten (i) het impregneren van het gehele dak, (ii) nokreparaties, (iii) houtwormbehandeling en (iv) het vastzetten van de dakramen. De conclusie luidt dat in de periode september t/m oktober 2013 uitsluitend de loodwerken aan de schoorstenen werden gecoat en mogelijk werkzaamheden aan de dakramen zijn uitgevoerd.21

Voorts wordt geconcludeerd dat het coaten van de schoorsteen niet aan de te stellen eisen heeft voldaan. Er bestaat geen inzicht of het vastzetten van de dakramen naar behoren zou zijn uitgevoerd.

Geconcludeerd wordt dat voornoemde werkzaamheden als volstrekt buitensporig gezien dienen te worden en op geen enkele wijze in verhouding staan tot wat op de locatie is waargenomen.22

Ten aanzien van feit 4

Op 10 december 2013 heeft [benadeelde 3] aangifte gedaan van oplichting.

Hij verklaarde onder meer het volgende:

Ik ben eigenaar van de woning [adres] te [woonplaats]. Op 23 april 2013 werd er bij mij thuis aangebeld. Ik deed de deur open en ik denk dat er één persoon voor mij stond. De man gaf mij een folder [alias 1] dakbedekking. Ik zag dat er op de folder een telefoonnummer stond: [nummer]. De man wilde mijn dakgoot controleren. Ik zag dat de man met meerdere personen was. Ik zag dat ze bij de hele straat aanbelden. Ik denk met ongeveer vijf personen. Toen hij van het dak kwam vertelde hij mij dat er gebreken aan mijn dak waren. Hij heeft hiervoor een rekening opgesteld en ik ben hiermee akkoord gegaan. Ze hebben vervolgens met meerdere personen werkzaamheden uitgevoerd aan mijn dak. Nadat ze klaar waren wilden ze 3500 euro contant hebben. Ik heb toen het geld bij de Rabobank in Weesp opgenomen. Toen ik terug kwam heb ik de man 3500 euro contant betaald.

Ik kan de personen als volgt omschrijven:

Man 1: Stelde zich voor als [alias 3]

Man 2: Deze man stelde zich voor als [alias 4]. Qua lengte ongeveer even groot als ik (1,83 meter), blanke huidskleur en ik schat hem 30 jaar oud. Had zwart kort haar en een normaal postuur.

Man 3: Noemde zich [alias 5].

Man 5: Deze man was bijna net zo groot als [alias 5]. [alias 3] en [alias 4] waren bij alle oplichtingen namens de dakdekkers aanwezig. De andere mannen waren er meestal ook bij.

Op 8 mei heb ik 3650 euro contant betaald. Ik weet wel dat de werkzaamheden die op de bon staan niet uitgevoerd zijn.

Op de volgende data heb ik nog meer contant geld opgenomen en betaald aan de oplichters:

Op 17 mei 2013 heb ik 3800 euro opgenomen

Op 22 mei heb ik 3200 euro opgenomen.

Op 27 mei 2013 heb ik 3100 euro opgenomen.

Op 29 mei 2013 heb ik 3100 euro opgenomen.

Ze zeiden elke keer dezelfde smoes. Ze zeiden dat ze iets moesten uitvoeren omdat er bijvoorbeeld boktorren in het dak zaten. Ik moest dan eerst geld pinnen, maar als ze het geld gekregen hadden, voerden ze vervolgens de werkzaamheden vaak niet uit. Op 17 mei 2013 hebben ze wel een kozijn op de begane grond gerepareerd. Dit ziet er slordig uit. Elke keer moesten er meer werkzaamheden volgens [alias 4] en [alias 3] aan mijn huis gebeuren.

Op 31 mei 2013 belde [alias 4] mij op mijn thuisnummer. Ik hoorde dat hij vertelde dat hij weer langskwam.

[alias 4] beantwoordde altijd mijn telefoongesprekken indien ik het mobiele nummer[nummer] belde.

Op 5 juni 2013 stonden er twee personen aan mijn deur. Ik zag dat het [alias 3] en [alias 4] waren. Toen ze binnen waren zeiden ze dat ze 21% BTW wilden ontvangen over de werkzaamheden die ze hadden uitgevoerd. Ik vond dat ze bedreigend overkwamen. Ik moest de BTW met spoed overmaken naar het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte]. Ik moest het geld per computer overmaken en [alias 3] ging achter mij staan. Hij vertelde mij dat ik 4200 euro moest overmaken en hij klikte zelf de knop “spoed” aan op transactiescherm.

Op 10 juni 2013 stonden [alias 3] en [alias 4] weer aan mijn deur. [alias 4] vertelde dat [alias 3] de hele boel aan de achterzijde zou verbouwen. Het hele dak moest eraf. Ook stond er tenminste één man aan de achterzijde van mijn woning. Ze spoten een soort gas tegen het dak om ongedierte te bestrijden. [alias 4] vertelde ook dat er balken tussen het dak zouden zijn geschoven. Ik heb zelf geconstateerd dat dit niet gedaan is. Ze zijn niet lang aan het werk geweest. Tijdens de werkzaamheden kwamen [alias 4] en [alias 3] de betaling eisen. Ik moest achter mijn computer gaan zitten en het geld overmaken. [alias 3] ging weer achter mij staan. Ik moest 3360 euro overmaken op rekening van [verdachte]. Toen ik het overmaakte, drukte [alias 3] de knop “spoed” in. Toen ik het geld had overgemaakt, zijn ze weggegaan. Ze zijn in totaal een uurtje aan het werk geweest en zeiden dat ze de volgende dag zouden terugkomen om alles te repareren.23

Bij de aangifte door [benadeelde 3] zijn een aantal bijlagen gevoegd, onder meer een kopie van de folder [alias 1] dakbedekking met daarop het telefoonnummer [nummer], een aantal nota’s ten behoeve van verrichte werkzaamheden, bonnen van pinopnames bij geldautomaten en spoedovermakingen op de door aangever genoemde bankrekening.24

De door [benadeelde 3] overgemaakte geldbedragen zijn blijkens rekeningoverzichten op de in zijn aangifte genoemde data ook daadwerkelijk op de bankrekening van verdachte [verdachte] gestort.25

Op 10 december is aangever [benadeelde 3] aanvullend gehoord. Hij verklaarde dat hij de persoon op foto 2 herkent als [alias 4]. Hij herkent hem aan zijn gezicht, haarkleur en haardracht. Dit is een foto van verdachte [verdachte]. De personen op de overige aan hem getoonde foto’s herkent hij niet.26

Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat het mobiele nummer [nummer] (het telefoonnummer in gebruik bij verdachte [verdachte]) in de periode van 22 mei 2013 tot en met 7 oktober 2013 negentien contacten heeft gehad met het telefoonnummer van het slachtoffer [benadeelde 3]. Verder is gebleken dat op de door [benadeelde 3] genoemde data het mobiele telefoonnummer [nummer] telkens een zendmast in de omgeving van Weesp heeft aangestraald.27

In de inbeslaggenomen Peugeot Partner met kenteken [kenteken] werd in de middenconsole een ABN-bankpas op naam van [verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer] aangetroffen.28

In het deskundigenrapport van [A] van [naam] Bouwadvies van 1 april 2014 wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de woning [adres] te Weesp in de periode april t/m oktober 2013 geen sprake is geweest van het vervangen van dakbeschot, panlatten of dergelijke. Ook zijn geen dakpannen vervangen. Recentelijke onderhoud aan de loodwerken is niet waargenomen. Niet uit te sluiten is dat Flexim dakmortel in de periode april t/m oktober 2013 werd aangebracht en dat reiniging van de goot heeft plaatsgevonden. Bovendien kan worden aangenomen dat reiniging van het dakvlak van de dakkapel heeft plaatsgevonden. Er zijn geen reparatiewerkzaamheden aan de dakbedekking van het plat dak op de 2e verdieping aangebracht en niet is waargenomen dat het dakvlak voorzien zou zijn van een coating of dergelijke. Voor zover waarneembaar zijn aan het dakvlak en de boeidelen in de betreffende periode geen herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan het plat dak 1e verdieping boven de keuken. Herstel aan het voegwerk van de gevels heeft plaatsgevonden en mogelijk is herstel aan een kozijn recentelijk en in de periode april t/m oktober 2013 verricht.

In de periode april t/m oktober 2013 heeft geen enkele vorm van boktorbestrijding plaats gevonden.

Wat betreft de kwaliteit van het uitgevoerde werk, is in het rapport geconcludeerd dat de uitgevoerde werken aan de dakpannen, de Flexim bitumenoplossing, het voegwerk en het repareren van het buitenkozijn in de keuken niet aan de te stellen eisen voldoen.29

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Algemene overweging

De rechtbank is op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen, alle in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat verdachte een actieve rol heeft vervuld bij de oplichtingsprakijken. Verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte] op 28 oktober 2013 aangehouden in Doorn terwijl zij zich bevonden in een bestelbusje met kenteken [kenteken]. Op het dak van dit bestelbusje lag een ladder. In de bestelbus lagen aantekeningen die te herleiden zijn tot (oplichtings)praktijken waarbij personen zich voordoen als dakdekkers die in de buurt zijn en die zien dat er reparaties aan de woning moeten worden uitgevoerd. Zowel [verdachte] als [medeverdachte] hebben in het kader van hun oplichtingspraktijken meermalen een valse naam opgegeven aan hun slachtoffers, zoals [alias 2] of[alias 1].

Feiten 1 en 2: [benadeelde 1]

[benadeelde 1] heeft aangegeven dat zij op 28 oktober 2013 naar Doorn is gebracht in een bestelbusje met een ladder op het dak. [benadeelde 1] heeft bij de ING bank te Doorn getracht EUR 5.000,- op te nemen. Diezelfde ochtend heeft mevrouw [benadeelde 1] aan de telefoon gesproken met een man die zich voorstelde als [alias 2]. [alias 2] geeft aan dat [benadeelde 1] hem nog EUR 5.000,- moet betalen omdat hij steigers, liften, dakbeschot en dakpannen heeft besteld. Verbalisant [verbalisant 4] herkent in de stem van [alias 2] de stem van medeverdachte [medeverdachte]. Hieruit concludeert de rechtbank dat [medeverdachte] en [verdachte], die tezamen op 28 oktober 2013 in Doorn in een bestelbusje met een ladder op het dak zijn aangehouden, [benadeelde 1] naar Doorn hebben gebracht en haar hebben verzocht EUR 5.000,- op te nemen bij de ING bank.

Op 17 oktober 2013 heeft [benadeelde 1] EUR 5.000,- opgenomen bij de ING bank te Doorn.

Op de transactiebon van 17 oktober 2013 waarbij [benadeelde 1] EUR 5.000,- heeft opgenomen, heeft [benadeelde 1] de tekst “[alias 2]” geschreven. Op 17 oktober 2013 is voorts contact geweest tussen de mobiele telefoon van [verdachte] en [benadeelde 1]. Uit een opgenomen telefoongesprek van diezelfde dag blijkt dat [benadeelde 1] heeft gesproken met een persoon die zich voordoet als [alias 2]. [alias 2] zegt dat hij steigers heeft moeten huren en dat die opgebouwd moeten worden. [alias 2] vraagt of [benadeelde 1] EUR 5.000,- kan betalen. Verbalisant [verbalisant 4] herkent in de stem van [alias 2] wederom de stem van [medeverdachte]. Zowel de telefoon van verdachte [medeverdachte] als de telefoon van medeverdachte [verdachte] hebben op die dag mastlocaties op de weg naar Doorn aangestraald. De telefoon van [medeverdachte] heeft ook een mastlocatie in Doorn aangestraald.

Op 14 oktober 2013 heeft [benadeelde 1] EUR 4.000,- opgenomen bij de ING bank te Doorn. Een medewerker van die bank, mevrouw [K], hoorde daarbij dat ze het geld nodig had voor een verbouwing van haar woning. [K] heeft [benadeelde 1] vervolgens richting een bestelauto met kenteken [kenteken] zien lopen. Voorts zijn in de agenda van [benadeelde 1] aantekeningen gevonden waarin zij o.a. in relatie tot de opgenomen EUR 4.000,- “[kenteken] [alias 2]” heeft genoteerd. De telefoon van medeverdachte [verdachte] heeft op 14 oktober 2013 mastlocaties op de route Doetinchem-Doorn-Doetinchem aangestraald.

De rechtbank acht om voorgaande redenen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen het onder 1 ten laste gelegde feit voor zover dit betrekking heeft op de daarin genoemde bedragen van EUR 4.000,- en EUR 5.000,- en het onder 2 ten laste gelegde feit voor zover dit ziet op het bedrag van EUR 5.000,-.

Het deskundigenbericht

Met betrekking tot feit 3 en 4 zal de rechtbank het door de deskundige [A] uitgebrachte rapport betrekken. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de door de rechter-commissaris benoemde deskundige [A] onvoldoende gekwalificeerd zou zijn en dat het door hem opgemaakte deskundigenrapport niet voor het bewijs zou mogen worden gebruikt.

De rechter-commissaris heeft in een proces-verbaal van bevindingen van 3 april 2014 uiteen gezet dat [A] als deskundige is benoemd na raadpleging van de deskundigenindex civiel, een intern register van de rechtspraak dat in het bijzonder door de civiele sector wordt gebruikt. Gebleken is dat de heer [A] eerder heeft geadviseerd in een vijftiental zaken van de rechtbank Midden-Nederland, waaruit kan worden afgeleid dat dit naar tevredenheid is gebeurd. De rechtbank gaat om die reden uit van zijn deskundigheid en heeft ook in de inhoud van het overgelegde rapport geen aanleiding gezien om daarover anders te oordelen. Ook de door de raadsman overgelegde mail van [B] noopt daartoe niet.

Door miscommunicatie met betrekking tot de data waarop [A] zijn inspectie aan de betreffende woningen zou uitvoeren, heeft de verdediging geen gelegenheid gehad om gebruik te maken van de mogelijkheden, neergelegd in artikel 228, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank volstaat met de constatering dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Tegen de achtergrond van het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt, is de rechtbank echter van oordeel dat daaraan niet de consequentie moet worden verbonden dat het rapport van [A] moet worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank zal het laten bij het constateren van het verzuim zonder daaraan een rechtsgevolg te verbinden.

Feit 3: [benadeelde 2]

De mobiele telefoons van verdachte [medeverdachte] en medeverdachte [verdachte] hebben in de periode van 16 september 2013 tot en met 8 oktober 2013 op diverse mastlocaties aangestraald in Gouda, de woonplaats van [benadeelde 2]. De telefoon van [verdachte] heeft in de periode van 7 oktober 2013 tot en met 16 oktober 2013 zeven maal ingebeld op het telefoonnummer van [benadeelde 2]. In het bestelbusje waarin [medeverdachte] en [verdachte] zijn aangehouden, werden onder andere drie rekeningen aangetroffen waarop de naam [benadeelde 2] stond vermeld.

[benadeelde 2] heeft weliswaar [verdachte] niet herkend op de haar getoonde foto’s, maar ze zegt ook dat ze de derde man nauwelijks heeft gezien. [verdachte] heeft verklaard dat hij bij [benadeelde 2] het dakraam heeft vastgezet en daarvoor 1000 euro heeft ontvangen en met haar daarover telefonisch contact heeft gehad. [benadeelde 2] verklaart dat op 22 oktober 2013 het dakraam is vastgezet en blijkens haar aangifte toen de door haar als verdachte [medeverdachte] herkende man en man 3 bij haar zijn geweest. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [verdachte] man 3 is in de aangifte van [benadeelde 2].

Dit betekent dat [verdachte] ook op 30 september 2013 met een ander bij aangeefster [benadeelde 2] is geweest en toen contant EUR 1100 euro contant is betaald en hij ook op 17 september 2013 ter plaatse is geweest, toen EUR 1750 is betaald. Op laatstgenoemde datum straalt de telefoon van verdachte [verdachte] ook aan in [woonplaats]. Uit het deskundigenrapport kan worden opgemaakt dat de door o.a.[alias 1] aan de woning van [benadeelde 2] uitgevoerde reparatiewerkzaamheden in geen enkele verhouding staan tot de door [benadeelde 2] aan o.a.[alias 1] betaalde bedragen.

De rechtbank acht om deze redenen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting met betrekking tot alle bedragen die onder 3 ten laste zijn gelegd.

Feit 4: [benadeelde 3]

Aangever [benadeelde 3] heeft verdachte [verdachte] herkend als de man die zich [alias 4] noemde. In zijn aangifte geeft hij weer op welke data deze persoon aanwezig was en welke bedragen op die data zijn betaald. Voorts heeft hij aangegeven op twee momenten – op 5 en 10 juni 2013 – in aanwezigheid van deze persoon een geldbedrag te hebben overgemaakt op de bankrekening van [verdachte]. Uit bankafschriften van aangever en verdachte blijkt dat de betalingen zijn afgeschreven, respectievelijk zijn ontvangen en het bankpasje behorend bij deze bankrekening is aangetroffen in het bestelbusje met het kenteken [kenteken], het busje van de vriendin van verdachte en bij verdachte in gebruik. De rechtbank acht om deze redenen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen het onder 4 ten laste gelegde feit voor zover het betreft de in de bewezenverklaring opgenomen bedragen. Uit het deskundigenrapport kan worden opgemaakt dat de aan de woning van [benadeelde 3] uitgevoerde reparatiewerkzaamheden in geen enkele verhouding staan tot de door [benadeelde 3] aan o.a. genoemde [alias 4] en [alias 3] Wetttig betaalde bedragen.

Met betrekking tot het verweer van de verdediging met betrekking tot het deskundigenrapport, verwijst de rechtbank hetgeen hiervoor daarover is overwogen.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

In de periode van 6 juni 2013 tot en met 17 oktober 2013 te Doorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] hebben bewogen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, te weten 4.000 euro en 5.000 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als medewerker van [alias 2] dakbedekking, met de mededeling dat die [benadeelde 1] voornoemde geldbedragen moest overhandigen voor reparatie, terwijl geen werkzaamheden zijn verricht, waardoor die [benadeelde 1] is bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

Op 28 oktober 2013 te Doorn, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] te bewegen tot de afgifte van 5.000 euro, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als medewerker van [alias 2] dakbedekking, met de mededeling dat die [benadeelde 1] voornoemd geldbedrag moest overhandigen voor reparatie, terwijl geen werkzaamheden zijn verricht, waardoor die [benadeelde 1] is bewogen tot bovenomschreven afgifte, zijn de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

Hij in de periode van 17 september 2013 tot en met 22 oktober 2013 te Gouda, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, te weten 1750 euro en 1100 euro en 1000 euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als dakdekker/reparateur en als medewerker [alias 1] dakbedekking met de mededeling dat die [benadeelde 2] voornoemde geldbedragen moet overhandigen/betalen voor impregnering van het dak en het vastzetten van de dakramen en coating van het lood, terwijl bovengenoemde werkzaamheden niet en/of slechts gedeeltelijk zijn verricht en/of die bedragen in rekening zijn gebracht, terwijl die bedragen zich niet verhouden tot reguliere kosten voor bovengenoemde dakbedekkingswerkzaamheden, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

In de periode van 23 april 2013 tot en met 17 oktober 2013 te Weesp, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, te weten 3500 euro en 3650 euro en 3800 euro en 3200 euro en 3100 euro en 3100 euro en 4200 euro en 3360 euro, hebbende verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als dakdekker en/of reparateur en/of bouwvakker en/of als medewerker van [alias 1], met de mededeling dat die [benadeelde 3] voornoemde geldbedragen moest betalen en/of via internetbankieren moest overmaken, terwijl geen reparatiewerkzaamheden aan het dak en dakbedekkingswerkzaamheden zijn verricht en/of die bedragen in rekening zijn gebracht terwijl die bedragen zich niet verhouden tot reguliere reparatiewerkzaamheden aan het dak en/of dakbedekkingswerkzaamheden, waardoor [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feiten 1, 3 en 4:

Telkens medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Medeplegen van poging tot oplichting.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 5.000,00 en van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot de bewezen verklaarde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel alsmede de hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover het betreft de in de tenlastelegging genoemde bedragen. Wat betreft de door [benadeelde 3] gevorderde reiskosten en de annuleringskosten heeft de officier van justitie gevorderd dat die worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de door [benadeelde 3] gevorderde kosten rechtsbijstand heeft de officier van justitie gevorderd deze toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 met niet-ontvankelijkverklaring van het overige deel van die kosten.

Tenslotte heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring van de in beslag genomen Peugeot Partner gevorderd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van een aan verdachte op te leggen straf geen verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte en/of zijn mededader(s) namen in deze zaak contact op met de slachtoffers en gaven zich uit als een bonafide dakdekker, gaven een valse naam op, deelden de slachtoffers mede dat het dak van hun huis kapot was of dat er andere reparaties moesten worden verricht en dat dit voor een bepaalde prijs gerepareerd kon worden dan wel dat andere kosten moesten worden vergoed. De slachtoffers moesten dikwijls vooraf contant betalen. Nadat het geld ontvangen was, werden vaak geen reparatiewerkzaamheden uitgevoerd of men kwam op een later tijdstip terug om reparaties uit te voeren. Deze reparaties lieten vrijwel altijd te wensen over.

Opvallend is dat de slachtoffers allen verschillende keren op die wijze zijn benaderd, waarbij de verdachten voorwendden dat wederom gebreken waren geconstateerd aan de daken van de woningen van de slachtoffers. Daartoe werden nieuwe afspraken gemaakt tot reparatie, waarvoor betaald diende te worden. Verdachte en zijn medeverdachten maakten op deze wijze grof misbruik van de kwetsbare personen: mevrouw [benadeelde 1] was rond de negentig jaar oud en de heer [benadeelde 3] had een zeer slechte gezondheid. [benadeelde 3] is bovendien op zeer grove wijze in zijn eigen woning onder druk gezet om naar de rekening van verdachte geld over te maken.

Door op voornoemde wijze te handelen heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden, gehandeld uit puur winstbejag en zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden.

De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden passend en geboden, waarbij de duur die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op deze straf in mindering dient te worden gebracht.

9 Het beslag

Verbeurdverklaring

Onder verdachte is het volgende voorwerp beslag genomen:

- een Peugeot Partner, voorzien van kenteken [kenteken].

De rechtbank is van oordeel dat dit voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, nu met behulp van dit voorwerp de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en zal de verbeurdverklaring hiervan dan ook uitspreken.

10 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit:

De behandeling van de vordering van [benadeelde 1], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bedraagt € 9.000,00 (negenduizend euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf het moment van het ontstaan van die schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Nu de rechtbank een bedrag aan schadevergoeding toewijst van EUR 9.000,-, zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde feit:

De behandeling van de vordering van [benadeelde 3], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 4 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank wijst als schade toe de met betrekking tot feit 4 bewezenverklaarde bedragen, hetgeen een totaalbedrag vormt van EUR 27.810,-. Voorts wijst de rechtbank toe de geleden schade bestaande uit de treinkosten die [benadeelde 3] heeft gemaakt voor een bezoek aan de Slachtofferhulp en voor het bijwonen van de zitting op 11 april 2014. Dit is een bedrag van EUR 18,60. De rechtbank wijst ook toe een bedrag van EUR 63,40, zijnde de annuleringskosten voor een conferentie in Brighton. De rechtbank zal derhalve in totaal toewijzen een bedrag van EUR 27.892,- (zevenentwintigduizendachthonderdtweeënnegentig euro ), aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van die schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De kosten voor rechtsbijstand worden vastgesteld volgens het liquidatietarief in civiele zaken en worden vastgesteld op een bedrag van € 1.737,00. De vordering kan ten aanzien van deze kostenpost tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feiten 1, 3 en 4.

Telkens medeplegen van oplichting meermalen gepleegd;

Feit 2

Medeplegen van poging tot oplichting.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van NEGEN (9) MAANDEN.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

- een Peugeot Partner, voorzien van kenteken [kenteken].

Wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 9.000,00 (zegge negenduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1], € 9.000,00 (zegge negenduizend euro) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 80 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 27.892,- (zegge zevenentwintigduizendachthonderdtweeënnegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade.

Wijst de vordering van [benadeelde 3] met betrekking tot de advocaatkosten toe tot een bedrag van € 1.737,00 (zeggen zeventienhonderdenzevenendertig euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 3] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3], € 29.629,- (zegge negenentwintigduizendzeshonderdnegentwintig euro ) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 162 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C. Oostendorp , voorzitter,

mrs. S. Wijna en R.L.M. van Opstal, rechters,

in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 april 2014.

Mr. M.C. Oostendorp is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2013 tot en met 17 oktober 2013 te

Doorn, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer andere(n), althans alleen, met het oogmerk om zich

en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer)

listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1]

[benadeelde 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meerdere (grote)

geldbedrag(en), te weten 1.000 euro en/of 11.000 euro en/of 4.000 euro en/of 5.000 euro,

althans een (groot) geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en

/ of listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd met de waarheid zich

voorgedaan als medewerker van Klussenbedrijf [P]

dakbedekking en/of [alias 2] dakbedekking, althans een andere hoedanigheid, met

de mededeling dat die [benadeelde 1] voornoemde geldbedrag(en) moest overhandigen voor

reparatie en/of (schoorsteen)reiniging, althans dat die [benadeelde 1] geld moest

overhandigen, terwijl geen werkzaamheden zijn verricht en/of die bedragen in

rekening zijn gebracht terwijl die bedragen zich niet verhouden tot reguliere

schoorsteenveegkosten en/of schoorsteenherstelwerkzaamheden en/of

dakbedekkingswerkzaamheden, waardoor die [benadeelde 1] is bewogen tot bovenomschreven

afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode 11 oktober 2013 tot en met 28 oktober 2013 te

Doorn, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en / of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer) listige

kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1]

te bewegen tot de afgifte van 8.500 euro en/of 5.000 euro, althans een of meer

(grote) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en / of listiglijk en /

of bedrieglijk en / of in strijd met de waarheid zich

voorgedaan als medewerker van Klussenbedrijf [P]

dakbedekking en/of [alias 2] dakbedekking, althans een andere hoedanigheid, met

de mededeling dat die [benadeelde 1] voornoemde geldbedrag(en) moest overhandigen voor

reparatie en/of (schoorsteen)reiniging, althans dat die [benadeelde 1] geld moest

overhandigen, terwijl geen werkzaamheden zijn verricht en/of die bedragen in

rekening zijn gebracht, terwijl die bedragen zich niet verhouden tot reguliere

schoorsteenveegkosten en/of schoorsteenherstelwerkzaamheden en/of

dakbedekkingswerkzaamheden waardoor die [benadeelde 1] is bewogen tot bovenomschreven

afgifte, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 22 oktober 2013

te [woonplaats], althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer)

listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (grote)

geldbedrag(en), te weten 1750 euro en/of 1100 euro en/of 1000 euro, althans

een (groot) geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en / of

zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd

met de waarheid zich voorgedaan als dakdekker/reparateur en/of als medewerker

[alias 1] dakbedekking, althans een andere hoedanigheid, met de mededeling

dat die [benadeelde 2] voornoemde geldbedragen moest overhandigen/betalen voor

reparatie van de nok en/of impregnering van het dak en/of houtwormbehandeling

en/of vastzetten van de/het dakra(a)m(en) en/of coating van het lood, althans

dat die [benadeelde 2] geld moest overhandigen/betalen, terwijl bovengenoemde

werkzaamheden niet en/of slechts gedeeltelijk zijn verricht en/of die bedragen

in rekening zijn gebracht, terwijl die bedragen zich niet verhouden tot

reguliere kosten voor bovengenoemde dakbedekkingswerkzaamheden, waardoor die

[benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 23 april 2013 tot en met 17 oktober 2013 te

Weesp, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer)

listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, J.L.

[benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van van een of meerdere (grote)

geldbedrag(en), te weten 3500 euro en/of 3650 euro en/of 3800 euro en/of 3200

euro en/of 3100 euro en/of 3100 euro en/of 4200 euro en/of 3360 euro en/of

1800 euro en/of 2500 euro,in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en /

of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd

met de waarheid zich voorgedaan als dakbedekker en/of reparateur en/of

bouwvakker en/of als medewerker [alias 1] Dakbedekking en/of als

(undercover)agent en/of politieambtenaar, althans een andere hoedanigheid,

met de mededeling dat die [benadeelde 3] voornoemde geldbedrag(en) moest

overhandigen en/of betalen en/of (via internetbankieren) overmaken voor

reparatiewerkzaamheden aan het dak en/of dakbedekkingswerkzaamheden en/of het

opzetten en/of uitvoeren van een undercoveroperatie, althans dat die [benadeelde 3]

[benadeelde 3] geld moest overhandigen en/of betalen en/of (via internetbankieren)

overmaken, terwijl geen reparatiewerkzaamheden aan het dak en/of

dakbedekkingswerkzaamheden zijn verricht en/of die bedragen in rekening zijn

gebracht terwijl die bedragen zich niet verhouden tot reguliere

reparatiewerkzaamheden aan het dak en/of dakbedekingswerkzaamheden en/of er

geen undercoveroperatie is opgezet en/of uitgevoerd, waardoor [benadeelde 3]

[benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal nr.: PL0950 2013243452-1, blz. 235 t/m 237, proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1]

3 Proces-verbaal nr. PL0950-2013243452-7, blz. 33 en 34, proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1]

4 Proces-verbaal nr. PL0950-2013243452-6, blz. 35 en 36, proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3]

5 Proces-verbaal nr. PL0950-2013243452-30, blz. 101, laatste alinea, blz. 102, 1e alinea en blz. 123

6 Proces-verbaal PV relatie [verdachte] en voertuig, blz. 127, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7]

7 Proces-verbaal nr. PL09510-2013243452-43, blz. 228, proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4]

8 Tapgesprek 288700896, blz. 229 en 230, opgenomen tapgesprek van 17 oktober 2013 te 13.28.06 uur

9 Tapgesprek 288738350, blz. 231t/m 233, opgenomen tapgesprek van 28 oktober 2013 te 10.10.47 uur

10 Proces-verbaal 1 PV Telecom, blz. 247, alinea, 2 tot en met 4

11 Proces-verbaal 1 PV Telecom, blz. 247, laatste 3 alinea’s en blz. 248, alinea 1 t/m 3

12 Proces-verbaal PL09502013229711-6, blz. 210-213, proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 5] met bijlage

13 Proces-verbaal PL09502013229711-7, blz. 224, proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6]

14 Proces-verbaal 1 PV Telecom, blz. 246, laatste alinea

15 Proces-verbaal nr. PL0950-2013250169-1, blz. 326 t/m 329, proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], incl. bijlage

16 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 330 en 334, proces-verbaal aanvullende verklaring door [benadeelde 2] en foto nr. 3 (foto van verdachte [medeverdachte])

17 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 330 en 331, proces-verbaal aanvullende verklaring door [benadeelde 2]

18 Proces-verbaal nr. 2013250169, blz. 339 en 340, proces-verbaal van bevindingen telecommunicatie

19 Proces-verbaal nr. PL0950-2013243452, blz. 62-64, proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte]

20 Proces-verbaal nr. PL0950-2013342452-30, blz. 95, 96 en 104 t/m 106, proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 8] met bijlage A t/m C

21 Deskundigenbericht [naam] Bouwadvies, blz. 15 en 16

22 Deskundigenbericht [naam] Bouwadvies, blz. 17 en 18

23 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 351 t/m 353, proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3]

24 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 356, 357-360, 375-378, bijlagen bij proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3]

25 Proces-verbaal nr. 2013243452. Blz. 142-144, proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7].

26 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 387, proces-verbaal aanvullende verklaring [benadeelde 3], en blz. 390, foto van verdachte [verdachte]

27 Proces-verbaal nr. 2013243452, blz. 398 t/m 402, proces-verbaal van bevindingen analyse telecom door verbalisant [verbalisant 9]

28 Proces-verbaal nr. PL0950-2013243452-14, blz. 91, proces-verbaal van bevindingen

29 Deskundigenbericht [naam] Bouwadvies, blz. 23 t/m 26