Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1578

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-04-2014
Datum publicatie
24-04-2014
Zaaknummer
C-16-362561 - KG ZA 14-94
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:8895, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Zorgverzekeraar heeft vergoeding van niet-gecontracteerde zorg verlaagd van 80% naar 60% van het marktconforme tarief.

Wetsverwijzingen
Zorgverzekeringswet
Zorgverzekeringswet 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2014/98
GZR-Updates.nl 2014-0139
RZA 2014/16

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/362561 / KG ZA 14-94

Vonnis in kort geding van 23 april 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CRISISCARE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat: mr. K. Mous,

tegen

1. naamloze vennootschap

AVÉRO ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Leiden,

2. naamloze vennootschap

ZILVEREN KRUIS ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Leiden,

3. naamloze vennootschap

INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Leiden,

4. naamloze vennootschap

AGIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagden,

advocaten: mr. drs. T.R.M. van Helmond, mr. B. Megens en mr. drs. W.M.A. Pronk.

Partijen zullen hierna ook CrisisCare en (gezamenlijk en in enkelvoud) Achmea genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte houdende toelichting Europeesrechtelijk kader en overlegging producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van CrisisCare

  • -

    de pleitnota van Achmea.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

CrisisCare is een officieel erkende GGZ-instelling en verzorgt sinds 2009 onder andere tweedelijns ambulante verslavingszorg aan (onder andere) verzekerden van Achmea.

2.2.

Verzekerden van Achmea kunnen kiezen tussen een naturapolis en een restitutiepolis. Bij een restitutiepolis ontvangt de verzekerde, indien hij zorg betrekt van een gecontracteerde zorgaanbieder, dezelfde vergoeding als wanneer hij zorg betrekt van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Bij een naturapolis krijgen verzekerden hun kosten alleen volledig vergoed indien zij kiezen voor een zorgaanbieder waarmee de zorgverzekeraar een overeenkomst heeft gesloten. Gaat een naturaverzekerde naar een zorgaanbieder met wie de zorgverzekeraar geen overeenkomst heeft gesloten dan kan de verzekeraar een deel van de rekening onvergoed laten.

2.3.

Het huidige stelsel van de Zorgverzekeringswet (hierna: 'Zvw') gaat ervan uit dat zorgverzekeraars niet verplicht zijn om met alle zorgaanbieders in Nederland contracten te sluiten voor het leveren van zorg aan verzekerden met een naturapolis. Zorgverzekeraars mogen zelf bepalen met welke zorgaanbieders zij een contract sluiten en zij kunnen voorwaarden stellen aan zorgaanbieders om in aanmerking te komen voor een contract. CrisisCare heeft geen contract gesloten met Achmea.

2.4.

Op dit moment is er een wetsvoorstel aanhangig met als titel ‘Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere weten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen of zorg laten aanbieden door zorgaanbieders waarin zij zelf zeggenschap hebben’ (hierna: 'het wetsvoorstel'), met (onder meer) als doel artikel 13 Zvw beter af te stemmen op Europees recht.

2.5.

De hoogte van de vergoedingen die gedaagden tot 2013 betaalden voor de

behandelingen door CrisisCare bedroeg gemiddeld 80% (in geval van Agis: 74%)

van het bedrag dat betaald werd aan gecontracteerde aanbieders (in geval van een

naturaverzekering). Met ingang van 1 januari 2013 vergoeden gedaagden allen maximaal 60% van de tarieven die CrisisCare in rekening brengt.

2.6.

Het merendeel van de personen die bij Achmea verzekerd zijn en zorg betrekken bij CrisisCare heeft een naturapolis. CrisisCare brengt haar behandelingen rechtstreeks in rekening bij de zorgverzekeraars van haar cliënten. CrisisCare heeft er tot op heden van afgezien om een deel van de kosten in rekening te brengen bij haar cliënten.

3 Het geschil

3.1.

CrisisCare vordert in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 te gebieden ter zake van de behandeling door eiseres van personen die een naturaverzekering hebben bij respectievelijk gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 een vergoedingspercentage te hanteren van 80% van het marktconforme tarief;

  2. Gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 te gebieden om binnen twee werkdagen na dagtekening van dit vonnis ter zake van de behandeling door eiseres van personen die verzekerd zijn bij respectievelijk gedaagde sub 1, 2, 3 en 4, aan eiseres dan wel de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fa-med B.V., 80 % van het marktconforme tarief (in geval van naturapolissen) te vergoeden van alle declaraties van eiseres/de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fa-med B.V. die gebaseerd zijn op de Wmg-tarieven die in de betreffende tariefbeschikking van de NZa zijn vermeld, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, voor elke dag of gedeelte van een dag dat respectievelijk gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 in gebreke is of zal blijven om aan dit vonnis te voldoen;

  3. Gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 te gebieden om binnen twee werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan eiseres dan wel de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fa-med B.V. alle declaraties te betalen die tot dusverre gedeeltelijk onbetaald zijn gelaten omdat respectievelijk gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 ter zake van deze declaraties slechts 60% in plaats van 80% heeft betaald van het marktconforme tarief en waarvan de betalingstermijn inmiddels is verstreken, in die zin dat respectievelijk gedaagde sub 1, 2, 3 en 4 aan eiseres/de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fa-med B.V. het verschil betaalt tussen het bedrag dat zij op deze declaraties al heeft betaald en het bedrag dat gelijk is aan 80% van het marktconforme tarief, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde sub 1 in gebreke is of zal blijven om aan dit vonnis te voldoen;

  4. Gedaagden hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van dit kort geding en, voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskostenveroordeling vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van de volledige betaling en met veroordeling van gedaagden in de nakosten van € 131,00 dan wel indien betekening plaatsvindt, van € l99,00, te vermeerderen met de eventuele verdere executiekosten.

3.2.

CrisisCare stelt – samengevat – dat het Achmea niet is toegestaan de vergoedingen voor de door CrisisCare verleende zorg te verlagen naar 60%, aangezien uit (de wetsgeschiedenis van) artikel 13 Zvw voortvloeit dat een zorgverzekeraar het te betalen tarief niet zodanig mag verlagen dat een ‘feitelijke hinderpaal’ voor de verzekerde ontstaat om zich tot een niet-gecontracteerde aanbieder te wenden (het ‘hinderpaalcriterium’). CrisisCare stelt dat met de vergoeding van slechts 60% een hinderpaal ontstaat voor de verzekerde.

3.3.

Achmea voert verweer. Achmea beroept zich – samengevat – op het volgende. Het hinderpaalcriterium, zoals CrisisCare dat formuleert, is geen onderdeel van artikel 13 Zvw. Achmea meent daarnaast dat CrisisCare geen beroep toekomt op de Europese regelgeving (waaronder de vrijverkeerbepalingen), omdat er sprake is van een zuiver interne situatie. Subsidiair meent Achmea dat artikel 13 Zvw geen daadwerkelijke of potentiële belemmering van het vrije verkeer vormt. Artikel 13 Zvw strekt niet tot bescherming van de belangen van zorgaanbieders, maar tot bescherming van de belangen van verzekerden. CrisisCare komt daarom geen beroep toe op artikel 13 Zvw. CrisisCare kan geen algemeen geformuleerde vordering tot vergoeding van 80% van het tarief instellen. Wanneer daadwerkelijk sprake is van een feitelijk hinderpaalcriterium is afhankelijk van het type behandeling en de positie van cliënt. Achmea handelt niet onrechtmatig jegens CrisisCare, omdat de handelwijze van Achmea voortvloeit uit een rechtens perfecte zorgverzekeringsovereenkomst. En het causaal verband ontbreekt. De schade van CrisisCare is ontstaan als gevolg van de keuze van de verzekerde voor een naturapolis (in plaats van een restitutiepolis) en de keuze voor CrisisCare in plaats van een gecontracteerde zorgaanbieder, en wordt niet veroorzaakt door het feit dat CrisisCare een vergoedingspercentage van 60% hanteert.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang is gelegen in de omstandigheid dat CrisisCare stelt dat zij met de verlaging van de vergoeding van 80% naar (maximaal) 60% per 1 januari 2013, op korte termijn (de zorg die voor 60% wordt vergoed wordt pas later gedeclareerd, derhalve is het effect niet direct per 1 januari 2013 ingetreden) niet meer kostendekkend kan werken.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een voorziening zoals door CrisisCare wordt gevorderd, het aannemelijk moet zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.

Beoordeeld dient dus te worden of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Achmea gehouden is 80% van het marktconforme tarief te vergoeden bij behandeling door CrisisCare van personen met een naturaverzekering.

4.3.

Partijen verschillen van mening over de uitleg en gelding van artikel 13 Zvw en met name over het antwoord op de vraag of het hinderpaalcriterium een uit dit artikel voortvloeiende en op de onderhavige rechtsverhouding betrekking hebbende norm is. CrisisCare beroept zich hierbij op de Memorie van Toelichting (hierna: 'MvT') bij de Zvw en Achmea stelt dat bij de onderhavige beoordeling rekening dient te worden gehouden met (de gedachtegang achter) het wetsvoorstel ter wijziging van artikel 13 Zvw, voortgekomen uit nieuwe Europese jurisprudentie en wetgeving. Daarnaast stelt Achmea dat CrisisCare als zorgaanbieder geen beroep op artikel 13 Zvw toekomt, aangezien artikel 13 Zvw strekt tot de bescherming van de belangen van verzekerden.

Voor zover het hinderpaalcriterium in artikel 13 Zvw een zelfstandige betekenis heeft, CrisisCare hierop als zorgverlener een beroep kan doen, en de strekking van het artikel niet is achterhaald door Richtlijn 2011/24, zoals Achmea heeft bepleit, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.4.

Een verzekeraar mag bij het toekennen van een vergoeding voor verleende zorg onderscheid maken tussen wel- en niet-gecontracteerde zorg. De verzekerde heeft volgens artikel 13 Zvw recht op een vergoeding van kosten indien hij zorg betrekt van een niet-gecontracteerde zorgverlener. De norm in artikel 13 Zvw strekt met het oog op de MvT bij dat artikel tot bescherming van de vrije artsenkeuze van de verzekerde. Gelet op het hinderpaalcriterium mag de vergoeding niet zo laag zijn dat de verzekerde belemmerd wordt in zijn vrije keuze voor een zorgaanbieder. Indien het verschil tussen de vergoeding van gecontracteerde en vergoeding van niet-gecontracteerde zorg te groot is, ervaart de verzekerde een hinderpaal en is daarmee de vrije keuze van zorgaanbieder in het geding. Deze hinderpaal kan de verzekerde in de onderhavige partijverhoudingen pas treffen op het moment dat hij, door CrisisCare als zorgaanbieder, wordt aangesproken tot betaling van dat deel van de zorg dat door de verzekeraar niet vergoed wordt.

4.5.

De aanleiding van dit kort geding is erin gelegen dat Achmea sinds 1 januari 2013 niet langer 80% van de door CrisisCare verleende zorg vergoedt, maar slechts maximaal 60%. CrisisCare vordert veroordeling van Achmea tot betaling van een vergoeding van 80% van de marktconforme tarieven. CrisisCare stelt dat zij gemiddeld genomen vanaf haar oprichting ongeveer 80-85% van de door haar gedeclareerde tarieven vergoed kreeg door de zorgverzekeraars van haar cliënten. Het beleid van CrisisCare bestaat erin dat zij om haar moverende redenen afziet van het in rekening brengen van kosten bij haar cliënten. Uit de stellingen van CrisisCare volgt dat, tot aan het moment dat Achmea haar vergoeding verlaagde naar maximaal 60% van het door de NZa vastgestelde tarief, zij op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze heeft kunnen handelen (bij een vergoeding van 80% van het door de NZa vastgestelde tarief).

De cliënten van CrisisCare die middels een naturapolis verzekerd zijn bij Achmea ontvingen bij een vergoeding van 80% geen factuur van CrisisCare, derhalve was er op dat moment geen sprake van een hinderpaal voor de verzekerde om haar zorg van CrisisCare te verkrijgen. Naar aanleiding van de verlaging van de vergoeding tot 60% heeft CrisisCare gesteld dat zij niet langer op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze kan handelen, aangezien zij niet langer kostendekkend tewerk kan gaan. De verlaging van 80% naar 60% van het door de NZa vastgestelde tarief heeft tot gevolg dat CrisisCare feitelijk genoodzaakt zou zijn om (een groot deel van) de door NZa vastgestelde tarieven in rekening te brengen bij haar cliënten. Nu het bij deze zorg kan gaan om dure behandeltrajecten en de betrokken patiënten veelal weinig financiële armslag hebben is het aannemelijk dat een deel van de patiënten, op het moment dat CrisisCare een aanvullende factuur gaat sturen, dit als een belemmering beschouwt en daarom naar een andere zorgaanbieder zal gaan.

4.6.

Hoewel CrisisCare voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het in rekening brengen van de kosten die niet door de verzekering worden vergoed, ertoe zal leiden dat een deel van de patiënten dit als een belemmering zal beschouwen, is hiermee nog niet de vraag beantwoord of er sprake is van een hinderpaal. Voor de vraag of er met de verlaging van de vergoeding sprake is van een hinderpaal voor de verzekerde, dient de situatie dat CrisisCare geen factuur stuurt (indien Achmea een vergoeding van 80% van het door de NZa vastgestelde tarief hanteert), vergeleken te worden met de situatie dat CrisisCare genoodzaakt is een factuur te sturen (indien Achmea een vergoeding van maximaal 60% van het door de NZa vastgestelde tarief hanteert). Dat is immers de situatie waarin de verzekerde een financiële belemmering ervaart.

De Minister van VWS heeft in 2012 in de MvT bij het wetsvoorstel (zie hiervoor onder 2.4) opgemerkt dat op dat moment 20% van het marktconforme tarief als een breed gedragen praktijknorm geldt voor hoe sterk de vergoeding verlaagd mag worden wil deze geen hinderpaal zijn. Indien CrisisCare voor het verschil tussen 80% en 100% van het door de NZa vastgestelde tarief een factuur had gestuurd aan haar cliënten werd dit dus niet als hinderpaal beschouwd. Hieruit volgt dat ook aannemelijk is dat een verlaging van het te vergoeden tarief met 20%, vergeleken met het vergoedingspercentage waarbij geen bedragen in rekening worden gebracht bij de patiënt, niet als hinderpaal wordt beschouwd. Gelet op het voorgaande is onvoldoende aannemelijk geworden dat een verlaging van de vergoeding van de behandelingen die door CrisisCare worden uitgevoerd van 80% (waarbij geen factuur werd gestuurd voor het meerdere) naar 60% (waarbij aannemelijk is dat er wel een factuur wordt gestuurd), derhalve een verdere verlaging van 20%, een hinderpaal voor de verzekerde oplevert. De voorzieningenrechter is derhalve voorshands van oordeel dat Achmea met het verlagen van haar vergoedingen van 80% naar 60% van het door de NZa vastgestelde tarief het hinderpaalcriterium niet heeft geschonden. CrisisCare heeft verder gesteld dat de vergoeding van een aantal behandelingen tot meer dan 60% verlaagd is. Overwogen wordt dat uit de in het geding gebrachte overzichten blijkt dat het grootste deel van de behandelingen voor 60% vergoed wordt. Nu CrisisCare verzuimd heeft te onderbouwen welk aandeel van de door haar verrichte behandelingen tegen een tarief van minder dan 60% vergoed wordt, en niet op voorhand aannemelijk is dat deze verrichtingen een substantieel aandeel vormen van het totale aanbod, gaat de voorzieningenrechter in het kader van deze kortgedingprocedure aan deze stelling voorbij.

4.7.

Nu er geen sprake is van een normschending kan in het midden blijven of het hinderpaalcriterium in artikel 13 Zvw een zelfstandige betekenis heeft, of CrisisCare hierop als (binnenlandse) zorgverlener een beroep kan doen, of de strekking van het artikel niet is achterhaald door Richtlijn 2011/24, of de vordering al dan niet rechtsgeldig aan CrisisCare gecedeerd is, dan wel of Achmea bij de uitvoering van haar overeenkomst met haar verzekerden op grond van het schakelcriterium (vergelijk HR 24-09-2004, LJN AO9069 (Vleesmeesters/ALOG)) rekening dient te houden met de belangen van CrisisCare.

De vorderingen van CrisisCare worden afgewezen.

4.8.

CrisisCare zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Achmea worden begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.424,00

4.9.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn. De nakosten, waarvan Achmea betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zal als volgt worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt CrisisCare in de proceskosten, aan de zijde van Achmea tot op heden begroot op € 1.424,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt CrisisCare, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Achmea volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.1

1 type: JES/4072 coll: