Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1552

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
16-661332-13 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ntneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor een bedrag van € 1300,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661332-13 (ontneming)

Datum vonnis: 17 april 2014

Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken bij verstek gewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats] (Afghanistan),

wonende te [adres] te [woonplaats] (Groot Brittannië).

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/661332-13, waaruit blijkt dat verdachte op 14 februari 2014 door deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – opzetheling;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 3 april 2014;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Veroordeelde is niet verschenen.

2 De beoordeling

2.1

De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie van 6 maart 2014 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van

€ 4.975,-.

Ter terechtzitting van 3 april 2014 heeft de officier van justitie haar vordering gewijzigd, in die zin dat zij thans vordert het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat te stellen op € 1.300,-. De officier van justitie baseert dit bedrag op het voordeel dat veroordeelde heeft verkregen uit de verkoop van de laptops. Verdachte heeft verklaard dat hij 70 laptops heeft gekocht. Bij de doorzoeking in zijn bedrijf zijn 44 laptops aangetroffen. Veroordeelde heeft verklaard dat hij de rest heeft verkocht. Veroordeelde heeft derhalve 26 laptops verkocht. Uit zijn verklaring volgt dat hij de laptops voor € 350,- per stuk heeft verkocht. De inkoopprijs was € 300,-. Per laptop heeft veroordeelde derhalve een voordeel verkregen van € 50,- en in totaal voor de verkoop van 26 laptops € 1.300,-.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

Dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan blijkt uit het door de meervoudige kamer van deze rechtbank gewezen vonnis in de strafzaak van 14 februari 2014 en uit de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormelde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

Bij de bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

- Veroordeelde heeft verklaard dat hij 70 laptops heeft gekocht voor een bedrag van € 300,- per stuk;

- Op 8 februari 2013 zijn bij een doorzoeking in het bedrijf van veroordeelde 44 laptops aangetroffen;

- Veroordeelde heeft verklaard dat hij de rest van de laptops, derhalve 26 laptops, heeft verkocht;

- Veroordeelde heeft verklaard dat hij de laptops heeft verkocht voor een bedrag van € 350,- per stuk;

- Veroordeelde heeft derhalve € 50,- voordeel genoten per verkochte laptop;

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel wordt derhalve gesteld op: 26 x € 50,- =

€ 1.300,-

3 De beslissing

Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 1.300,-.

Legt op aan veroordeelde de verplichting tot betaling van € 1.300,- (dertienhonderd euro) aan de Staat.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. de Stigter, voorzitter en mrs. G. Perrick en C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 april 2014.