Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1466

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
16-04-2014
Zaaknummer
16/659812-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft woensdag een 55-jarige man uit Nijkerk veroordeeld tot twee dagen gevangenisstraf en een werkstraf van 180 uur waarvan 90 uur voorwaardelijk voor ontucht met een minderjarige. De verdachte, een docent, stuurde naaktfoto’s van zichzelf naar een 15-jarige leerlinge in de periode van mei tot juli 2013.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/659812-13

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 16 april 2014.

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1958],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] in [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. K. van de Peppel, advocaat te Nieuwegein.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: tussen 25 mei 2013 en 5 juli 2013 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] door naaktfoto’s van zichzelf te sturen;

Feit 1 subsidiair: tussen 23 april 2013 en 23 augustus 2013 de minderjarige [slachtoffer] heeft verleid tot het plegen of ondergaan van ontuchtige handelingen door naaktfoto’s van zichzelf te sturen. Dit terwijl zij een leerlinge van hem was;

Feit 2: tussen 25 mei 2013 en 6 juni 2013 naaktfoto’s van zichzelf heeft getoond aan [slachtoffer], die op dat moment de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor hetgeen onder feit 1 subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd. Ten aanzien van feit 1 primair vordert de officier van justitie een bewezenverklaring en hij baseert zich hierbij op hetgeen aangeefster heeft verklaard en de verklaring die verdachte zelf heeft afgelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte voor alle ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken dan wel ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van de feiten 1 primair en subsidiair stelt de verdediging dat het versturen van foto’s van een stijve penis geen ontucht kan opleveren omdat geen sprake is van inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Gezien bovenstaande dient cliënt te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daarnaast is de verdediging van mening dat niet is voldaan aan het bestanddeel ‘aan zorg of opleiding toevertrouwd’. Het enkele feit dat cliënt [slachtoffer] leraar was, is onvoldoende om daarvan te kunnen spreken. Er was op het moment van het sturen van de foto’s geen situatie waarin [slachtoffer] was toevertrouwd aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van cliënt. Derhalve dient vrijspraak te volgen.

Ten aanzien van feit 2 is de verdediging van mening dat het sturen van de naaktfoto niet schadelijk is geweest voor [slachtoffer]. In het dossier bevindt zich geen deskundigenrapport waaruit blijkt dat een dergelijke foto schadelijk kan zijn voor een kind van bijna 16 jaar oud. [slachtoffer] was op 11 dagen na 16 jaar oud, hetgeen inhoudt dat het versturen van dezelfde foto 11 dagen later niet meer schadelijk zou zijn. Derhalve verzoekt de verdediging verdachte ten aanzien van dit feit te ontslaan van alle rechtsvervolging.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de zinsnede ‘die [slachtoffer] één of meer foto’s van haar blote borsten en/of vagina laten maken en/of (vervolgens) naar hem laten versturen’. Uit het dossier is niet gebleken dat [slachtoffer] daadwerkelijk foto’s van haar borsten en/of vagina naar verdachte heeft verstuurd en dat verdachte deze ook heeft ontvangen. Er is door verbalisanten wel een foto op de telefoon van [slachtoffer] aangetroffen van blote borsten, maar het is voor de rechtbank niet vast te stellen of [slachtoffer] deze foto daadwerkelijk naar verdachte heeft verzonden. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

Bewezenverklaring

De rechtbank zal hieronder uiteenzetten op grond van welke feiten en omstandigheden zij concludeert tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.1

Bewijsmiddelen

[slachtoffer] komt op 14 juni 2013 aangifte doen van ontucht tegen een man. Haar telefoon wordt uitgelezen, aangezien zij heeft verklaard dat hierop naaktfoto’s van deze man te vinden zijn.2 Bij dit onderzoek worden ook naaktfoto’s aangetroffen van een tweede man, waarvan de eerste foto zou zijn verstuurd op 25 mei 2013.3 De man op de foto’s wordt door verbalisant [verbalisant] herkend als een docent van [slachtoffer], [verdachte] (hierna: verdachte). Verdachte is namelijk in het onderzoek naar de man waartegen [slachtoffer] aangifte doet, gehoord als getuige.4 Verbalisant [verbalisant], die het getuigenverhoor bij verdachte heeft afgenomen, herkent de man op de foto’s inderdaad als verdachte. [slachtoffer] verklaart uiteindelijk dat het klopt dat verdachte ongeveer 10 tot 15 naaktfoto’s van zichzelf naar haar heeft gestuurd.5 De moeder van [slachtoffer], [getuige], heeft verklaard dat zij van [slachtoffer] heeft gehoord dat verdachte bij een foto met daarop zijn penis in stijve toestand, de tekst heeft gestuurd ‘dit is wat je met me doet’.6 Wanneer verdachte door de politie wordt geconfronteerd met foto’s waarop hij te zien is met een erectie, geeft hij toe dat hij deze naar [slachtoffer] heeft gestuurd.7 Ter zitting d.d. 2 april 2014 blijft verdachte bij zijn eerdere verklaring dat hij een aantal naaktfoto’s naar [slachtoffer] heeft gestuurd.8

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 primair

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het sturen van een naaktfoto niet kan worden gekwalificeerd als ontucht. De rechtbank is van oordeel dat het herhaaldelijk sturen van naaktfoto’s, waaronder foto’s waarop verdachte te zien is met een stijve penis, aan het slachtoffer dat op het moment van het ontvangen van die foto’s nog geen 16 jaar oud is, valt onder het bereik van artikel 249 Wetboek van Strafrecht en ontucht oplevert. De wetgever heeft met ontucht bedoeld, ‘alle handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm’.9 In casu is het (tijdens een seksueel getint gesprek) sturen van naaktfoto’s van en door een 55-jarige docent met daarop onder meer zijn stijve penis naar een vijftien- dan wel zestienjarige leerlinge, naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de sociaal-ethische norm die leeft in onze maatschappij.

Tevens heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake was van het bestanddeel ‘aan opleiding toevertrouwd’, nu op het moment dat verdachte de foto’s stuurde geen sprake was van de leerling-leraar relatie tussen hem en [slachtoffer]. De rechtbank verwerpt dit verweer. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de ontucht buiten verband van de lesuren of het schoolgebouw plaatsvond, niet in de weg staat aan een bewezenverklaring.10 Verder is van belang dat verdachte bij [slachtoffer] thuis kwam om bijles te geven, ook nog tijdens de eindexamenperiode. Nu de diploma-uitreiking pas op 27 juni 2013 heeft plaatsgevonden is de rechtbank zonder meer van oordeel dat in de ten laste gelegde periode nog sprake was van een aan de opleiding toevertrouwde minderjarige. Gezien het bovenstaande acht de rechtbank het onder feit 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het zenden van een foto met stijve penis niet schadelijk is, zoals wordt bedoeld in artikel 240a Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verwerpt dit verweer. Het schadelijkheidscriterium in artikel 240a Wetboek van Strafrecht moet objectief worden benaderd. Er moet dus worden gekeken of redelijkerwijs te verwachten is dat het materiaal schadelijk is voor de jeugdige r uit deze leeftijdsgroep. De punten die de raadsvrouw aanvoert, namelijk dat de beelden voor [slachtoffer] niet schadelijk waren omdat zij 11 dagen later 16 zou worden en dat kinderen tegenwoordig in de media vaak worden blootgesteld aan seksueel getinte vertoningen, zijn naar het oordeel van de rechtbank in dat licht niet doorslaggevend.

De rechtbank stelt vast dat de wetgever met het artikel heeft bedoeld om personen onder de 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van confrontatie met beelden van seksuele aard. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer] op het moment van het ontvangen van de naaktfoto’s de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt en dus onder de leeftijdsgroep als bedoeld in artikel 240a Wetboek van Strafrecht valt. Tevens stelt de rechtbank vast dat de naaktfoto’s beelden zijn van seksuele aard en ook een seksuele lading hadden, erop gelet dat verdachte met de leerlinge ook over seks met haar zodra zij 18 jaar zou worden sprak. Wat betreft de schadelijkheid acht de rechtbank in dit geval van bijzonder belang dat deze leerlinge een kwetsbaar kind was gezien de negatieve (seksuele) ervaring die zij (kort) daarvoor met een oudere man had gehad. Verdachte was daarvan en van haar kwetsbaarheid op de hoogte.

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat het sturen van meerdere foto’s van verdachtes stijve penis naar een meisje van 15 jaar als schadelijk is aan te merken en acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1 primair:

op meer tijdstippen in de periode van 25 mei 2013 tot en met 5 juli 2013 te Harmelen, en Nijkerk, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [1997], immers heeft hij, verdachte, tijdens een erotisch gesprek via een communicatiemiddel naaktfoto’s van zichzelf en foto's van zichzelf met een erectie aan die [slachtoffer] toegezonden en geschreven "Dit is wat je met me doet", althans woorden van gelijke aard of strekking.

ten aanzien van feit 2:

de periode van 25 mei 2013 tot en met 6 juni 2013, te Harmelen en/of Nijkerk, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft aangeboden aan een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [1997], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, via een communicatiedienst foto's verstuurd aan die [slachtoffer] waarop hij, verdachte, zijn ontblote geslachtsdeel in erecte toestand toont.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

Ten aanzien van feit 1 primair: ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van feit 2: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van 16 jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader weet dat deze jonger is dan 16.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 subsidiair wordt veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren waarvan 90 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en daarbij als bijzondere voorwaarden verplicht reclasseringstoezicht, een contactverbod met [slachtoffer] en verplichte behandeling bij De Waag indien de reclassering dat nodig acht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat uit het dossier niet blijkt dat [slachtoffer] is gehoord door in het verhoor van jongeren gespecialiseerde zedenrechercheurs, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden. Daarnaast merkt de verdediging op dat verdachte inmiddels zijn baan kwijt is geraakt en inziet dat het niet juist was wat hij heeft gedaan. Hij heeft hierbij vrijwillig hulp gezocht bij De Waag en staat open voor behandeling.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 5 maart 2014, waaruit blijkt dat verdachte nooit eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft kennis genomen van een reclasseringsrapportage d.d. 6 januari 2014 (abusievelijk is als realisatiedatum 6 januari 2013 vermeld), waaruit blijkt dat sprake is van grensoverschrijdend gedrag en relatieproblematiek. Geadviseerd wordt om aan verdachte op te leggen een meldplicht, verplichte ambulante behandeling bij De Waag en een contactverbod met het slachtoffer. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met dit advies.

De verdachte heeft naaktfoto’s van zichzelf gestuurd naar de 15- jarige [slachtoffer]. Verdachte was haar leraar Duits en wist dat zij minderjarig was. Hij wist ook dat dit meisje zich op dat moment in een kwetsbare positie bevond omdat zij, op aanraden van verdachte, aangifte had gedaan wegens ontuchtige handelingen die een andere oudere man met haar had gepleegd. De verdachte heeft verklaard dat hij haar wilde beschermen en dat hij de foto’s slechts uit ijdelheid zou hebben gestuurd zonder ooit seksuele gevoelens te hebben gehad voor [slachtoffer]. De rechtbank is van oordeel dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van [slachtoffer]. Verdachte heeft verklaard dat hij geen seksuele gevoelens voor [slachtoffer] had. Echter, hij sprak wel met haar over seks en ook dat ze seks met elkaar konden hebben als ze achttien was.

De rechtbank is er niet van overtuigd geraakt dat verdachte openheid over zijn intenties heeft gegeven. De rechtbank acht het gezien de context waarin de foto’s werden gestuurd en de berichten die daarmee gepaard gingen niet aannemelijk dat het verdachte alleen ging om zijn eigen ijdelheid. Hoe dan ook heeft verdachte door het versturen van de foto’s onder de genoemde omstandigheden laten zien dat hij op geen enkele manier daadwerkelijk inzicht heeft getoond in de gevolgen van zijn handelen, hoe zeer hij dat ook in woorden zegt wel te kunnen.

De rechtbank zal in de strafoplegging rekening houden met de Wet Beperking Taakstraffen, waarin staat dat voor de bewezen geachte feiten niet kan volstaan met enkel een taakstraf. Derhalve zal de rechtbank een vrijheidsbenemende straf opleggen die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf van 2 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en daarbij een werkstraf van 180 uur waarvan 90 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering voorgesteld, namelijk een meldplicht, verplichte ambulante behandeling bij De Waag en een contactverbod met het slachtoffer.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240a, 249 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

- Het bewezen verklaarde levert op hetgeen zoals hierboven genoemd onder rubriek 6.

Strafbaarheid

- Verklaart het bewezene strafbaar.

- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 dagen;

- Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- Veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien verdachte deze niet of niet naar behoren verricht;

- Bepaalt dat van deze werkstraf een gedeelte van 90 uur, te vervangen door 45 dagen hechtenis indien verdachte deze niet of niet naar behoren verricht, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later door de rechter anders mocht worden gelast;

- Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaar vast;

- Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich niet houdt aan de volgende algemene voorwaarden:

o dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit;

o dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich niet houdt aan de volgende bijzondere voorwaarden:

o dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem en zich zal blijven melden zo lang en zo vaak als deze instelling dat nodig acht;

o dat de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt verplicht meewerken aan een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

o dat de veroordeelde op geen enkele manier contact zal leggen of zoeken met [slachtoffer] zolang de reclassering dat nodig acht.

Voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. P.J.M. Mol en W. Vitringa, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 april 2014.

Mr. W. Vitringa is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

Primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2013 tot en met 5 juli 2013 te Harmelen, gemeente Woerden, en/of Nijkerk en/of elders in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [1997], immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] één of meer foto's van haar blote borsten en/of vagina laten maken en/of (vervolgens) naar hem laten versturen en/of

- ( tijdens een (erotisch) gesprek via een communicatiemiddel) naaktfoto’s van zichzelf en/of (een) foto('s) van zichzelf met een erectie aan die [slachtoffer] toegezonden en/of (vervolgens) gezegd en/of geschreven "Dit is wat je met me doet", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 april 2013 tot en met 23 augustus 2013 te Harmelen, gemeente Woerden, en/of Nijkerk en/of elders in Nederland een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [1997] waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, (bestaande dat uit feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht uit onder meer):

- een (groot) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer] en/of

- de kwetsbaarheid en/of beïnvloedbaarheid en/of gemoedstoestand van die [slachtoffer] en/of

- dat hij, verdachte, haar leraar was en/of dat hij haar behulpzaam was bij de voorbereiding van haar eindexamens en/of

- dat hij, verdachte, haar vertrouwenspersoon was en/of behulpzaam was bij het beëindigen van seksueel misbruik dat door [A] jegens haar gepleegd werd,

(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden te weten het:

- door die [slachtoffer] laten maken van één of meer foto's van haar blote borsten en/of vagina en/of (vervolgens) versturen van voornoemde foto’s aan verdachte en/of

- ( tijdens een (erotisch) gesprek via een communicatiemiddel) door die [slachtoffer] ontvangen van één of meer naaktfoto's van zichzelf en/of foto’s van zichzelf met een erectie en/of vervolgens/daarbij ontvangen van het (chat)bericht "Dit is wat je met met doet"

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt had en aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd

art 248 lid 2 wetboek van strafrecht

art 248a Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2013 tot en met 06 juni 2013, te Harmelen, gemeente Woerden en/of Nijkerk en/of elders in Nederland, een afbeelding, voorwerp en/of gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer], geboren op [1997], van wie hij,

verdachte, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij, verdachte, via whatsapp en/of een andere communicatiedienst (een) afbeelding(en) (foto('s)) verstuurd aan die [slachtoffer] waarop hij, verdachte, zijn ontblote geslachtsdeel in erecte toestand toont

art 240a Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om proces-verbaal nr. PL0981-2013196652, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal relaas, p. 2 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 1.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 34 en 35 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 1.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 15 van het proces-verbaal met nr. PL0981-2013116539-18, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

5 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 21 en 22 van het proces-verbaal met nr. PL0981-2013116539-21, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 29 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 1.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 46 en p. 50 van het proces-verbaal genoemd onder voetnoot 1.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 2 april 2014.

9 Kamerstukken II 1988,89, 20 930 nr. 3, p. 2.

10 HR 8 maart 1977, NJ 1977/377.