Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1441

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
UTR 14/2262
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag beslist dat de verleende vergunning van het Evenement Kaap/Tweetakt in Fort Ruigenhoek wordt geschorst. Dit betekent dat het evenement vanaf dit weekend voorlopig niet door mag gaan. Het evenement begon vorig weekend en zou tot en met 29 juni duren. Omwonenden wilden met de voorlopige voorziening bereiken dat het evenement alsnog niet doorgaat omdat de gemeente De Bilt nog geen beslissing heeft genomen op het ingediende bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 14/2262

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1] en[verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers

en

1. de burgemeester van de gemeente De Bilt, hierna te noemen: de burgemeester, en

2. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, hierna te noemen: het college,

samen verweerders,

(gemachtigden: C.L. Visscher en Y. Mayr).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Storm, te Utrecht, hierna te noemen: vergunninghouder, verschenen bij gemachtigde P.C. Blok.

Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2014 heeft de burgemeester aan vergunninghouder een vergunning verleend voor het organiseren van de beeldende kunstmanifestatie KAAP/tweetakt 2014 op de locatie Fort Ruigenhoek, Ruigenhoeksedijk 125a in Groenekan, op 19 dagen gelegen in de periode van 5 april tot en met 29 juni 2014. Daarnaast is het bezoek van schoolklassen op 15 dagen in deze periode vergund en wordt een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Zondagswet.

Bij hetzelfde besluit heeft het college ontheffing verleend voor het, tijdens de dagen en uren van openstelling van de manifestatie, door middel van toestellen of geluidapparatuur, ten gehore brengen van geluid.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2014 om 10.45 uur. Verzoekers zijn verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigden. Derde-partij (hierna: vergunninghouder) heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van [X].

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst en het onderzoek op 11 april 2014 om 17.00 uur hervat, waarna het onderzoek is gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak is gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Van proceskosten is de voorzieningenrechter niet gebleken, wel dienen verweerders het door verzoekers betaalde griffierecht van € 165,- terug te betalen.

Overwegingen

1.

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2.

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Ter beoordeling aan de voorzieningenrechter ligt voor, de vraag of op voorhand aanleiding bestaat om aan te nemen dat het bestreden besluit niet in stand zal blijven.

4.

Vaststaat dat vergunninghouder op 2 december 2013 een aanvraag bij verweerders heeft ingediend voor het houden van de beeldende kunstmanifestatie KAAP/tweetakt 2014 (hierna: het evenement) op Fort Ruigenhoek op zaterdag 5, zondag 6, zaterdag 12, zondag 13, zaterdag 19, zondag 20, maandag 21 (Tweede Paasdag), zondag 27 april, zondag 4, zondag 11, zondag 18, zondag 25, 29 mei (Hemelvaart), zondag 1, zondag 8, maandag 9 (Tweede Pinksterdag), zondag 15, zondag 22 en zondag 29 juni 2014. Daarnaast is verzocht om op 20 dagen in deze periode het bezoek van schoolklassen aan het evenement toe te staan. Ook is een ontheffing aangevraagd voor het ten gehore mogen brengen van versterkte muziek.

5.

De locatie Fort Ruigenhoek is eigendom van Staatsbosbeheer. Volgens het vigerende bestemmingsplan geldt voor Fort Ruigenhoek de bestemming natuur.

6.

Bij besluit van 27 maart 2014, verzonden op 1 april 2014, heeft de burgemeester de gevraagde evenementenvergunning op basis van artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2009, (APV) verleend onder bepaalde voorwaarden, waarbij het aantal schoolbezoeken is gemaximaliseerd tot 15 dagen. De aan de vergunning verbonden voorwaarden zijn onder meer gericht op parkeervoorzieningen, openbare veiligheid, bescherming van natuurwaarden.

7.

Op 24 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders de beleidslijn Fort Ruigenhoek vastgesteld, waarin is beoogd om - op verzoek van zowel omwonenden als Staatsbosbeheer - duidelijkheid te verschaffen ten aanzien van activiteiten in het kader van de APV op de locatie. Uit de beleidslijn leidt de voorzieningenrechter af dat onder meer de volgende randvoorwaarden gelden voor activiteiten op Fort Ruigenhoek:
- er wordt geen versterkte muziek ten gehore gebracht;

- de activiteiten vinden plaats tussen 09.00 en 18.00 uur, waarbij een zeer incidentele uitloop tot 20.00 uur mogelijk is;
- er worden, buiten de reguliere activiteiten van de fortenmaand, per jaar op niet meer dan 12 dagen activiteiten gehouden, waarvan niet meer dan 4 dagen per kwartaal. Tussen de laatste dagen van een kwartaal en de eerste dagen van een opvolgend kwartaal zitten minimaal 4 dagen waarop geen activiteiten plaatsvinden;

- het aantal bezoekers op het terrein is maximaal 50;

- het aantal bezoekers in een bouwwerk is maximaal 10, te allen tijde vergezeld van een begeleider.

8.

Verzoekers voeren aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom voor dit evenement wordt afgeweken van de voor Fort Ruigenhoek opgestelde beleidslijn. Het evenement heeft een te lange duur en de toegestane bezoekersaantallen worden ruimschoots overschreden. Het beleid van verweerder is inconsistent omdat een aanvraag voor een poppentheater van dezelfde omvang, is geweigerd in augustus 2013. Voorts voeren verzoekers aan dat het evenement leidt tot overlast voor hen als omwonenden (privacy), tot verkeersgevaarlijke situaties (op de smalle dijk), tot mogelijk verdrinkingsgevaar voor kinderen en tot de aantasting van beschermde natuurwaarden.

9.

Op grond van artikel 2:25 van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. In het bestreden besluit is overwogen dat het evenement de grenzen op het gebied van publieksaantallen en tijdsduur (dagen), zoals deze zijn vastgelegd in de geldende beleidslijn voor het gebruik van het Fort Ruigenhoek, worden overschreden. Echter, gelet op het belang van het evenement, voor zowel aanvrager als voor de inwoners van de gemeente De Bilt en de regio, en mede gelet op het feit dat gewerkt wordt aan een aanpassing van de gebruiksrichtlijn, wordt, naast de in de huidige beleidslijn vastgelegde “fortenmaand”, KAAP/tweetakt als enig evenement in 2014 toegestaan. Ter zitting is namens verweerders toegelicht dat de genoemde aanpassing van de gebruiksrichtlijn nog geen concrete vormen heeft aangenomen. De wijziging wordt momenteel door de ambtenaren voorbereid, waarna op korte termijn gesprekken met alle betrokkenen zullen worden gevoerd. Doel is dat de nieuwe beleidslijn in oktober 2014 gereed is.

10.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de burgemeester op grond van artikel 2:25 van de APV bevoegd is tot vergunningverlening over te gaan. Op grond van artikel 4:84 van de Awb is de burgemeester gehouden bij zijn besluitvorming overeenkomstig de beleidsregel te handelen, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De in artikel 4:84 van de Awb genoemde uitzondering houdt in dat afwijking van de beleidsregels slechts mogelijk is indien bijzondere, niet reeds in de beleidsregels verdisconteerde omstandigheden daartoe nopen.

Uit de beleidslijn komt naar voren dat deze destijds is opgemaakt om duidelijkheid te geven over het gebruik van Fort Ruigenhoek, waarbij beperkte bezoekersaantallen zijn toegestaan en activiteiten op een beperkt aantal dagen per kwartaal mogen plaatsvinden. Bij de vaststelling van de beleidslijn zijn aspecten als overlast voor omwonenden, de bestemming van het gebied en de gebruiksmogelijkheden van het bouwwerk betrokken. Dit heeft geleid tot vaststelling van de onder 7. genoemde randvoorwaarden, waardoor, kort gezegd, jaarlijks op 12 dagen evenementen mogen worden gehouden met een bezoekersaantal op het terrein van maximaal 50 personen. De door de burgemeester verleende vergunning geeft toestemming tot het houden van een evenement gedurende 19 dagen met een bezoekersaantal van in totaal 8.000 tot 10.000 bezoekers met een gemiddelde van 500 tot maximaal 700 bezoekers per dag.

11.

Gelet op het hiervoor genoemde doel van de beleidslijn en de daarbij betrokken aspecten, is de voorzieningenrechter, anders dan de burgemeester, van oordeel dat uit het bestreden besluit, waarbij de vergunning voor een grootschalig, langdurig evenement als Kaap/tweetakt is verleend, geen bijzondere omstandigheden blijken waarmee bij het vaststellen van de beleidslijn geen rekening is gehouden. Daarmee is de uitzondering genoemd in artikel 4:84 van de Awb niet van toepassing en is afwijking van de beleidslijn in strijd met de hoofdregel in artikel 4:84 van de Awb. Het ter zitting namens de burgemeester ingenomen standpunt dat de feitelijke omvang van het evenement en de daaruit voortvloeiende overlast geringer is dan de aantallen in de aanvraag doen vermoeden, volgt de voorzieningenrechter niet. Immers, de vergunning is verleend op basis van de in de aanvraag genoemde bezoekersaantallen, welke met de verlening van de vergunning ook zijn toegestaan, zodat deze bezoekersaantallen leidend zijn voor de beoordeling van het bestreden besluit. Bovendien heeft vergunninghouder ter zitting aangegeven dat de verwachting is dat de genoemde bezoekersaantallen van 500 tot 700 op bepaalde dagen zullen worden gehaald.

Ten aanzien van het standpunt van de burgemeester ter zitting dat bij de vergunningverlening voldoende rekening is gehouden met de door verzoekers aangevoerde aspecten van parkeren, veiligheid, overlast en natuurwaarden, overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Eerst op zitting heeft gemachtigde van de burgemeester een ecologisch advies overgelegd van 14 maart 2014 van de Omgevingsdienst regio Utrecht waarin geadviseerd wordt over de aan de vergunning te verbinden voorschriften in verband met aanwezigheid van een dassenburcht en mogelijk broedende ijsvogels. Daarnaast zouden er interne adviezen zijn betreffende overlast, parkeren en veiligheid op en rond het Fort. Deze stukken, die volgens de gemachtigde ter onderbouwing van het bestreden besluit liggen, maken echter geen onderdeel uit van het dossier en konden ook ter zitting niet worden overgelegd. Deze stukken kunnen dan ook niet door de voorzieningenrechter worden beoordeeld.

Gelet op de enorme mate van afwijking van de beleidslijn, en het ontbreken van een deugdelijke motivering en onderbouwing ten aanzien van deze afwijking, en ten aanzien van de gevolgen van het evenement op het gebied van overlast, parkeren en veiligheid, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vergunning in strijd met de artikelen 3:4 en 4:84 van de Awb is verleend. Dit betekent dat het verzoek wordt toegewezen en de verleende vergunning word geschorst tot twee weken na de beslissing op het bezwaar.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.M. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.