Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1356

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-03-2014
Datum publicatie
28-04-2014
Zaaknummer
16-701049-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden vorwaardelijk voor het meermalen oplichten van een verzekeringsmaatschappij en het plegen van valsheid in geschrift. Verweping van het verweer dat er sprake zou zijn van pyschische overmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701049-12 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 maart 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn advocaat, mr. S.M.J. van de Ven, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 28 juli 2011 tot en met 6 januari 2012 Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft opgelicht door meermalen onjuiste schadeclaims in te dienen;

Feit 2: in de periode van 3 december 2011 tot en met 22 januari 2012 Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft geprobeerd op te lichten door meermalen onjuiste schadeclaims in te dienen;

Feit 3: op 7 november 2011 een proces-verbaal van aangifte vals heeft opgemaakt;

Feit 4: op 25 april 2012 [vader] heeft mishandeld;

De rechtbank leest het onder 3 ten laste gelegde aldus dat verdachte wordt verweten dat:

3.

hij op of omstreeks 7 november 2011 te [geboorteplaats], in elk geval in Nederland, een proces-verbaal van aangifte van een strafbaar feit (te weten een woninginbraak in of omstreeks de periode van 6 november 2011 tot en met 7 november 2011) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een document vervaardigd dat de kenmerken heeft van een (ambtsedig) proces-verbaal, waarin opgave is gedaan van een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit en/of een procesverbaalnummer is toegevoegd/ingevoegd dat niet correspondeert met deze aangifte, zulks met het oogmerk om dat geschrift als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Door de raadsvrouw is geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Vrijspraak ten aanzien van feit 4

De rechtbank is op grond van het dossier niet tot de overtuiging gekomen dat verdachte op 25 april 2012 het opzet heeft gehad om zijn vader, [vader], te mishandelen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 4 ten laste gelegde.

Het bewijs ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Aangezien verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft bekend en de raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [aangever 1], namens Achmea Schadeverzekeringen N.V., d.d. 5 maart 20122;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 maart 2014.

Aanvullend bewijsmiddel ten aanzien van feit 3

Ten aanzien van feit 3 neemt de rechtbank aanvullend het volgende bewijsmiddel op:

- een document met als opschrift “PROCES-VERBAAL Aangifte”, d.d. 7 november 2011, welke zou zijn gedaan door [aangever 2].3 Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen gelegen in de periode 28 juli 2011 tot en met 6 januari 2012 te [geboorteplaats] telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels het bedrijf Achmea Schadeverzekeringen N.V. te Apeldoorn op hierna te noemen tijdstippen, heeft bewogen tot de afgifte van hierna te noemen geldbedragen (in totaal 21.613,84 Euro), te weten

- in de periode van 27 november 2011 tot en met 29 november 2011 tot de afgifte van 1755 Euro (schadenummer 1172728) en

- in de periode van 26 december 2011 tot en met 28 december 2011 tot de afgifte van 605 Euro (schadenummer 1178101) en

- in de periode van 3 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 tot de afgifte van 1526,- Euro (schadenummer 1201524) en

- in de periode van 2 januari 2012 tot en met 4 januari 2012 tot de afgifte van 981,84 Euro (schadenummer 1200381) en

- in de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011 tot de afgifte van 1180,- Euro (schadenummer 1175715) en

- in de periode van 28 november 2011 tot en met tot 30 november 2011 de afgifte van 1655,50 Euro (schadenummer 1172952) en

- in de periode van 18 september 2011 tot en met 20 september 2011 tot de afgifte van 1784,- Euro (schadenummer 1158667) en

- in de periode van 9 november 2011 tot en met 10 november 2011 tot de afgifte van 1525,- Euro (schadenummer 1169502) en

- in de periode 17 augustus 2011 tot en met 22 augustus 2011 tot de afgifte van 2034,95 Euro (schadenummer 1149847) en

- in de periode van 17 augustus 2011 tot en met 15 september 2011 tot de afgifte van 360,- Euro (schadenummer 1149847) en

- in de periode van 3 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 tot de afgifte van 1622,90 Euro (schadenummer 1201489) en

- in de periode van 12 augustus 2011 tot en met 15 augustus 2011 tot de afgifte van 1637,50 Euro (schadenummer 1148513) en

- in de periode van 15 november 2011 tot 20 december 2011 de afgifte van 580,- Euro (schadenummer 1170722) en

- in de periode van 28 juli 2011 tot en met 2 augustus 2011 tot de afgifte van 1108,15 Euro (schadenummer 1145186) en

- in de periode van 6 november 2011 tot en met 28 november 2011 tot de afgifte van 2038,- Euro (schadenummer 1169220) en

- in de periode van 10 december 2011 tot en met 20 december 2011 tot de afgifte van 1220,- Euro (schadenummer 1175409),

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (schriftelijke en/of telefonische) opgaven/meldingen gedaan van schades in/aan woning(en) en/of inboedel(s) en schadeclaims ingediend bij die Achmea Schadeverzekeringen N.V. en hierbij telkens gebruik gemaakt van onjuiste/gefingeerde namen en onjuiste/gefingeerde adresgegevens, waardoor die Achmea Schadeverzekeringen N.V. telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

op tijdstippen gelegen omstreeks de periode van 3 december 2011 tot en met 22 januari 2012 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, het bedrijf Achmea Schadeverzekeringen N.V. (te Apeldoorn) te bewegen tot de afgifte van de hierna te noemen geldbedragen (in totaal 3277,85 Euro), te weten

- omstreeks 11 december 2011 tot afgifte van 2036,50 Euro en

- omstreeks 19 januari 2012 tot afgifte van 734,35 Euro (schadenummer 1206031) en

- omstreeks 22 januari 2012 tot afgifte van 507 Euro (schadenummer 1206412)

immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telefonische opgaven/meldingen gedaan van schades in/aan (een) woning(en) en/of

inboedel(s) en schadeclaims ingediend bij die Achmea Schadeverzekeringen N.V. en hierbij telkens gebruikgemaakt van onjuiste/gefingeerde namen en onjuiste/gefingeerde adresgegevens, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

op of omstreeks 7 november 2011 te Amersfoort een proces-verbaal van aangifte van een strafbaar feit (te weten een woninginbraak in of omstreeks de periode van 6 november 2011 tot en met 7 november 2011) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een document vervaardigd dat de kenmerken heeft van een proces-verbaal, en waarin opgave is gedaan van een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit en een procesverbaalnummer is toegevoegd/ingevoegd dat niet correspondeert met deze aangifte, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1: oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 2: poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 3: valsheid in geschrift.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De raadsvrouw heeft betoogd dat er wat betreft feit 1, 2 en 3 sprake is van psychische overmacht, aangezien verdachte onder bedreiging geld moest afgeven aan [naam]. Verdachte heeft geen weerstand kunnen bieden aan deze bedreigingen en heeft aan het verzoek om de verzekering op te lichten gehoor gegeven. De raadsvrouw is van mening dat van verdachte ook niet kon worden gevergd dat hij aan deze dreiging weerstand bood. Verdachte moet volgens de raadsvrouw om die reden worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank stelt voorop dat van psychische overmacht kan worden gesproken indien de verdachte heeft gehandeld onder invloed van een van buiten komende (geestelijke) druk die zodanig was dat de verdachte daaraan redelijkerwijs geen weerstand had kunnen en behoren te bieden. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende een aantal jaren aan voornoemde [naam] onder bedreiging geld heeft moeten afstaan. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte - voor zover de door verdachte gestelde gang van zaken aannemelijk zou zijn geworden - gedurende deze lange periode aan de psychische druk van de vermeende bedreigingen weerstand kunnen en moeten bieden. Van verdachte kon redelijkerwijs worden gevergd dat hij deze psychische druk om aan geld te komen, zou weerstaan door alternatieve – niet-misdadige – oplossingen te overwegen en daarvoor te kiezen. Verdachte heeft voldoende mogelijkheden gehad de politie in kennis te stellen van de vermeende bedreigingen, zodat er een einde kon komen aan het afgeven van geld aan [naam]. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus niet aannemelijk geworden dat verdachte onder (een zodanige) druk stond dat van hem niet kon worden verwacht dat hij in de feitelijke omstandigheden van dit concrete geval geen weerstand kon bieden en gedwongen was de verzekeringsfraude te plegen. Daarmee wordt het beroep op psychische overmacht verworpen.

Gelet op het voorgaande is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft over een lange periode stelselmatig schademeldingen gedaan bij Achmea, terwijl er in werkelijkheid geen schade was. Verdachte heeft daarbij gebruik gemaakt van gefingeerde namen en adressen. Door deze handelswijze heeft verdachte op ernstige wijze het vertrouwen geschaad dat tussen een verzekeraar en een verzekeringnemer dient te bestaan. Verdachte heeft bovendien, ter onderbouwing van een schadeclaim, een proces-verbaal van aangifte valselijk opgemaakt. Hierdoor heeft verdachte het vertrouwen geschaad en ondermijnd dat in dergelijke officiële documenten dient te worden gesteld. Verdachte is bij zijn drang naar het verkrijgen van geld op een zeer geraffineerde wijze te werk gegaan. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 oktober 2013, waaruit onder andere blijkt dat verdachte in 2010 is veroordeeld voor oplichting.

Voorts heeft de rechtbank gelet op het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 10 maart 2014.

De rechtbank vindt het zorgelijk dat verdachte, kort na zijn veroordeling in 2010, zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een reeks oplichtingen. Bovendien heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank tegenover de reclassering onvoldoende gemotiveerd getoond aan zijn problemen te willen werken.

Gelet op de stelselmatigheid, het veroorzaakte nadeel en de duur van de gepleegde strafbare feiten, kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

De rechtbank zal voornoemde vrijheidsstraf deels voorwaardelijk opleggen met als doel verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Aan de voorwaardelijke straf zal een proeftijd worden verbonden voor de duur van 3 jaren.

Aangezien verdachte het ad informandum ten laste gelegde feit ter terechtzitting heeft ontkend, zal de rechtbank dit feit niet in aanmerking nemen bij de strafmaat.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Het oordeel van de rechtbank

Door de benadeelde partij, [vader], is een vordering ingediend betreffende feit 4 en het ad informandum ten laste gelegde feit. Aangezien verdachte is vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde en het ad informandum gevoegde feit niet is betrokken in deze strafzaak,

is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdacht vrij van het onder 4 ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 2: poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 3: valsheid in geschrift.

- verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij ten aanzien van feit 4 en het ad informandum gevoegde feit

- verklaart de benadeelde partij, [vader], niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- bepaalt dat verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes en mr. G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2014.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode 28 juli

2011 tot en met 6 januari 2012 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door (een) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels het bedrijf Achmea Schadeverzekeringen N.V. (te

Apeldoorn) op hierna te noemen tijdstip(pen), heeft bewogen tot de afgifte

van hierna te noemen geldbedrag(en), (in totaal 21.613,84 Euro), in elk geval

van enig(e) goed(eren), te weten

-in of omstreeks de periode van 27 november 2011 tot en met 29 november 2011

tot de afgifte van 1755 Euro (schadenummer 1172728), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 26 december 2011 tot en met 28 december 2011

tot de afgifte van 605 Euro (schadenummer 1171801), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 3 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 tot

de afgifte van 1526,- Euro (schadenummer 1201524), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 2 januari 2012 tot en met 4 januari 2012 tot

de afgifte van 981,84 Euro (schadenummer 1200381), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 13 december 2011 tot en met 14 december 2011

tot de afgifte van 1180,- Euro (schadenummer 1175715), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 28 november 2011 tot en met tot 30 november

2011 de afgifte van 1655,50 Euro (schadenummer 1172952), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 18 september 2011 tot en met 20 september 2011

tot de afgifte van 1784,- Euro (schadenummer 1158667), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 9 november 2011 tot en met 10 november 2011

tot de afgifte van 1525,- Euro (schadenummer 1169502), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode 17 augustus 2011 tot en met 22 augustus 2011 tot

de afgifte van 2034,95 Euro (schadenummer 1149847), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 17 augustus 2011 tot en met 15 september 2011

tot de afgifte van 360,- Euro (schadenummer 1149847), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 3 januari 2012 tot en met 6 januari 2012 tot

de afgifte van 1622,90 Euro (schadenummer 1201489), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks de periode van 12 augustus 2011 tot en met 15 augustus 2011

tot de afgifte van 1637,50 Euro (schadenummer 1148513), althans enig

geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 15 november 2011 tot tot 20 december 2011 de

afgifte van 580,- Euro (schadenummer 1170722), althans enig geldbedrag, en/of

-in of omstreeks de periode van 28 juli 2011 tot en met 2 augustus 2011 tot de

afgifte van 1108,15 Euro (schadenummer 1145186), althans enig geldbedrag,

en/of

-in of omstreeks 6 november 2011 tot en met 28 november 2011 tot de afgifte

van 2038,- Euro (schadenummer 1169220), althans enig geldbedrag, en/of

-in of omstreeks 10 december 2011 tot en met 20 december 2011 tot de afgifte

van 1220,- Euro (schadenummer 1175409), althans enig geldbedrag,

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid (een) (schriftelijke en/of telefonische)

opgave(n)/melding(en) gedaan van schade(s) in/aan woning(en) en/of

inboedel(s) en/of (een) schadeclaim(s) ingediend bij die Achmea

Schadeverzekeringen N.V. en/of hierbij (telkens) gebruikgemaakt van

onjuiste/gefingeerde na(a)m(en) en/of onjuiste/gefingeerde adresgegevens,

althans (een) na(a)men/adresgegevens van (een) ander(en) dan van verdachte

waardoor die Achmea Schadeverzekeringen N.V. (telkens) werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 3

december 2011 tot en met 22 januari 2012 te Amersfoort, in elk geval in

Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en /

of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel

van verdichtsels, het bedrijf Achmea Schadeverzekeringen N.V. (te Apeldoorn)

te bewegen tot de afgifte van de (het) hierna te noemen geldbedrag(en), (in

totaal 3277,85 Euro), in elk geval van enig(e) goed(eren), te weten

- op of omstreeks 11 december 2011 tot afgifte van 2036,50 Euro (schadenummer

1206031)

en/of

- op of omstreeks 19 januari 2012 tot afgifte van 734,35 Euro (schadenummer

1206031)

en/of

- op of omstreeks 22 januari 2012 tot afgifte van 507 Euro (schadenummer

1206412)

immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en

/ of in strijd met de waarheid (een) (schriftelijke en/of telefonische)

opgave(n)/melding(en) gedaan van schade(s) in/aan (een) woning(en) en/of

inboedel(s) en/of (een) schadeclaim(s) ingediend bij die Achmea

Schadeverzekeringen N.V en/of hierbij (telkens) gebruikgemaakt van

onjuiste/gefingeerde na(a)m(en) en/of onjuste/gefingeerde adresgegevens,

althans (een) na(am)en van (een) ander(en) dan van verdachte, zijnde de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks 7 november 2011 te [geboorteplaats], in elk geval in Nederland,

een proces-verbaal van aangifte van een stafbaar feit (te weten een

woninginbraak in of omstreeks de periode van 6 november 2011 tot en met 7

november 2011) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte

valselijk een document vervaardigd dat de kenmerken heeft van een (ambtsedig)

proces-verbaal, met opgave van een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit en/of

een procesverbaalnummer heeft toegevoegd/ingevoegd dat niet correspondeert met

het (vermeende) strafbare feit, zulks met het oogmerk om dat geschrift als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 25 april 2012 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [vader]), (hard) aan de trui/een kledingstuk van die

[vader] heeft getrokken, waardoor deze op de grond is gevallen en/of

(vervolgens) heeft hij, verdachte, die [vader] over de grond en/of straat

gesleept waardoor voornoemde [vader] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0940 2013056291 (pagina 1 tot en met 84), met de daarbij behorende bijlage A, bijlage 1 (pagina 1 tot en met 35), bijlage 2 (pagina 1 tot en met 144), bijlage 3 (pagina 1 tot en met 60), bijlage 4 (pagina 1 tot en met 33), bijlage 5 (pagina 1 tot en met 27) en bijlage 6 (pagina 1 tot en met 49), bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 24 tot en met 27.

3 Bijlage 4, pagina 13.