Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2014:1130

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-02-2014
Datum publicatie
24-03-2014
Zaaknummer
16.661816-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen en films. Tevens acht de rechtbank bewezen dat verdachte dierenpornografische films in zijn bezit heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.661816-13 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 februari 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1945] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 14 februari 2014, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C. Ganzeboom, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. B.E.M. van de Ven en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2011 tot en met 22 januari 2013 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten 2829 foto('s) en/of 205 film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft

verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of een voorwerp) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand)

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) poseert/poseren in een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 september 2012 tot en met 22 januari 2013 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten 10 film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft

verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken,

welke voornoemde ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier anaal (met de mond/tong) penetreren van het lichaam van een volwassen persoon en/of

het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een volwassen persoon.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Op 12 december 2011 ontving het Korps Landelijke Politiediensten een rapport inclusief beeldmateriaal van het Amerikaanse National Center voor Missing and Exploited Children. Uit dat rapport bleek dat Microsoft aan Cybertipline had gemeld dat een gebruiker met de naam ‘[A]’ en het emailadres [e-mailadres] kinderpornografisch beeldmateriaal had geplaatst op de gratis webruimte van Microsoft met de naam Skydrive. Voor het uploaden van de kinderpornografische bestanden was op 3 november 2011 het IP-adres [nummer] gebruikt. Uit door internetprovider KPN op vordering daartoe verstrekte gebruikersgegevens van het IP-adres en uit het nagaan van gegevens in de Gemeentelijke Basis Administratie bleek dat het genoemde IP-adres en het genoemde emailadres geregistreerd stonden op naam van verdachte. Onderzoek in 2012 wees uit dat op het Skydrive-account op naam van ‘[A]’ met het emailadres [e-mailadres] en het IP-adres [nummer] strafbaar kinderpornografisch materiaal stond. Dit leidde tot een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht door verdachte.
Op 22 januari 2013 vond een doorzoeking van de woning van verdachte plaats waarbij een laptop in beslag werd genomen. Alle in het onderzoek betrokken afbeeldingen en films zijn bekeken op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. Vastgesteld werd dat op de laptop van verdachte in totaal 3034 kinderpornografische bestanden stonden, waarvan 2829 afbeeldingen en 205 films. Daarnaast werden er 10 afbeeldingen met een dierenpornografisch karakter aangetroffen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen in die zin dat verdachte 2829 foto’s en 205 films heeft verspreid en in zijn bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte wegens gebrek aan bewijs van het onder

1. ten laste gelegde feit vrij te spreken voor zover dit feit ziet op het aanbieden en/of openlijk tentoon stellen en/of vervaardigen en/of invoeren en/of doorvoeren en/of uitvoeren en/of verwerven van kinderpornografische afbeeldingen.

De officier van justitie acht het aan verdachte onder feit 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen in die zin dat verdachte 10 films in zijn bezit heeft gehad met daarop ontuchtige handelingen tussen mens en dier. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte wegens gebrek aan bewijs vrij te spreken van de overige onder dit feit aan verdachte ten laste gelegde bestanddelen van artikel 254a van het Wetboek van Strafrecht nu hiervoor geen bewijs in het dossier aanwezig is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder feit 1 en het onder feit 2 aan verdachte tenlastegelegde gepleit voor (partiële) vrijspraak wegens het ontbreken van het al dan niet voorwaardelijke opzet op het bezit van de ten laste gelegde afbeeldingen en films. Daarnaast heeft de raadsvrouw betoogd dat er van gewoonte maken geen sprake was.

Het oordeel van de rechtbank1

Bewezenverklaring feit 1

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in de periode van 26 augustus 2011 tot en met 22 januari 2013 2829 kinderpornografische foto’s en 205 kinderpornografische films in zijn bezit heeft gehad en/of heeft verspreid.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij actief was op een chatsite en dat hij door de personen met wie het chatte kinderpornografische foto’s en films kreeg toegestuurd. Verdachte erkende daarbij dat de 3034 kinderpornografische afbeeldingen die tijdens het digitale onderzoek op zijn computer waren aangetroffen en welke in de tenlastelegging zijn omschreven op zijn computer stonden.

Dat digitale onderzoek wees uit dat van de 2829 afbeeldingen er 1991 benaderbaar waren, er 238 in de prullenbak stonden en er 547 gewist waren. Van de 205 films waren er 2 benaderbaar, stonden er 168 in de prullenbak en waren er 35 gewist.

Gelet op de verklaring van verdachte acht de rechtbank bewezen dat verdachte de 1991 benaderbare afbeeldingen en de 2 benaderbare films opzettelijk in zijn bezit heeft gehad. Deze bestanden zijn immers voor de gebruiker direct zichtbaar en te benaderen.

De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte niet alle afbeeldingen die hij binnen kreeg had bekeken en dat hij een deel daarvan vanwege de ernst meteen had verwijderd. Verdachte heeft daarom geen opzet heeft gehad op de aanwezigheid van de afbeeldingen welke verwijderd waren en aldus in de prullenbak stonden en gewist waren.

De rechtbank overweegt dat verdachte wist dat hij via de chat afbeeldingen kreeg toegestuurd met een kinderpornografisch karakter. Ook de foto’s en films die verdachte kort na ontvangst verwijderde en die daardoor in de prullenbak stonden of als gewist aangemerkt waren zijn op enig moment in het bezit van verdachte geweest. Verdachte heeft (een aantal van) deze afbeeldingen gezien en verwijderd, omdat hij deze te ernstig vond.

Hij wist dus dat hij via chatsite ook afbeeldingen van deze aard binnenkreeg en dat daar afbeeldingen tussen zaten die hij liever niet wilde hebben. Toch bleef hij actief op de chatsite. Verdachte heeft daarmee bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat hij ook deze afbeeldingen in zijn bezit zou hebben. De betreffende afbeeldingen zijn gedurende enig moment direct benaderbaar geweest voor verdachte. Dat dit ter zake van sommige afbeeldingen slechts van korte duur is geweest, doet er niet aan af dat verdachte deze afbeeldingen in ieder geval voor die momenten in bezit heeft gehad. Het maken van een selectie in de bestanden duidt op bewust beheer van de te bewaren (en eenvoudig te raadplegen) collectie. De rechtbank wijst aldus het verweer van de raadsvrouw op dit punt af.

De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het bezit van de 238 afbeeldingen die in de prullenbak stonden en de 547 afbeeldingen die gewist waren, alsmede op de 168 films die in de prullenbak stonden en de 35 films die gedeleted waren. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte beeldmateriaal heeft verspreid. Immers, verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij een deel van het door hem ontvangen kinderpornografisch materiaal ook heeft doorgestuurd aan anderen.

Nu verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2014 heeft bekend dat hij via de chat kinderpornografische foto’s en films kreeg toegestuurd, dat de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen op zijn computer stonden en dat hij een deel van de afbeeldingen had doorgestuurd naar andere gebruikers van de chat, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor het overige met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

- Proces-verbaal van doorzoeking woning verdachte ter inbeslagneming2;

- Proces-verbaal van onderzoek in beslag genomen laptop en van beoordeling aangetroffen afbeeldingen3;

- De bekennende verklaring van verdachte4.

Gelet op het feit dat verdachte zich vanaf 26 augustus 2011 tot en met 22 januari 2013 en derhalve gedurende een periode van één jaar en (bijna) vijf maanden schuldig heeft gemaakt aan het in zijn bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen acht de rechtbank tevens bewezen dat verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht het maken van een gewoonte van het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen niet bewezen. Verdachte heeft weliswaar verklaart dat hij ook wel eens een kinderpornografische afbeelding heeft verstuurd via de chatsite, maar niet duidelijk is hoe vaak en wanneer dit is gebeurd. Op basis van het dossier kan dan ook niet kan worden vastgesteld gedurende welke periode verdachte zich aan het verspreiden schuldig heeft gemaakt. De rechtbank zal verdachte van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Bewezenverklaring feit 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van

22 september 2012 tot en met 22 januari 2013 10 dierenpornografische films in zijn bezit heeft gehad.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij via de chatsite ook afbeeldingen van dierenporno kreeg toegestuurd. Verdachte erkende daarbij dat de 10 dierenpornografische afbeeldingen die tijdens het digitale onderzoek op zijn computer waren aangetroffen en welke in de tenlastelegging zijn omschreven op zijn computer stonden.

Dat digitale onderzoek wees uit dat van deze 10 afbeeldingen 8 afbeeldingen benaderbaar waren, 1 afbeelding in de prullenbak stond en 1 afbeelding gewist was.

Gelet op de verklaring van verdachte acht de rechtbank bewezen dat verdachte de 8 benaderbare films opzettelijk in zijn bezit heeft gehad. Deze bestanden zijn immers voor de gebruiker direct zichtbaar en te benaderen.

De raadsvrouw heeft ter zitting het verweer gevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op de aanwezigheid van de afbeeldingen welke verwijderd waren en aldus in de prullenbak stonden en gewist waren, omdat verdachte deze afbeeldingen nooit heeft willen hebben. Verdachte wist niet wat er op deze films stond, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank overweegt dat verdachte ook voor wat betreft de dierenpornografische films wist dat hij dergelijke films via de chatsite kreeg toegestuurd. Ook de films die verdachte kort na ontvangst direct verwijderde en die in de prullenbak terecht kwamen of als gewist aangemerkt waren zijn op enig moment in het bezit van verdachte geweest. Verdachte wist dat hij via de chatsite films van deze aard binnenkreeg en dat daar films tussen zaten die hij liever niet wilde hebben. Toch bleef hij actief op de chatsite. Verdachte heeft daarmee bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat hij ook deze films in zijn bezit zou hebben.

Dat deze films voor een korte duur direct benaderbaar waren voor verdachte verdachte doet er niet aan af dat verdachte deze afbeeldingen in ieder geval voor die momenten in bezit heeft gehad. De rechtbank wijst aldus het verweer van de raadsvrouw ook op dit punt af.

Nu verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2014 heeft bekend dat hij via de chat dierenpornografische films kreeg toegestuurd en dat de in de tenlastelegging omschreven films op zijn computer stonden, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor het overige met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

- Proces-verbaal van doorzoeking woning verdachte ter inbeslagneming5;

- Proces-verbaal van onderzoek in beslag genomen laptop en van beoordeling aangetroffen films6;

- De bekennende verklaring van verdachte7.

Overige bestanddelen feit 1 en feit 2 vrijspraak

Uit het proces-verbaal van de politie maakt de rechtbank op dat tijdens het door de politie uitgevoerde onderzoek niet is gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overige onder 1 en 2 ten laste gelegde bestanddelen van artikel 240b respectievelijk 254a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal verdachte daarom in zoverre van feit 1 en feit 2 vrijspreken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 26 augustus 2011 tot en met 22 januari 2013 te [woonplaats], telkens een groot aantal afbeeldingen (te weten 2829 foto's en 205 films) en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen heeft

verspreid en/of in bezit gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of een vinger/hand

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de uitsnede van de afbeeldingen/films nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen bij en/of ejaculeren op het lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij het lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt terwijl op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is waarbij de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

2.

in de periode van 22 september 2012 tot en met 22 januari 2013 te [woonplaats], telkens een aantal afbeeldingen, te weten 10 films en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een mens en een dier zijn betrokken,

welke voornoemde ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier anaal met de mond/tong penetreren van het lichaam van een volwassen persoon en/of

het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een volwassen persoon.

Van het onder feit 1 en feit 2 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Van het plegen van het misdrijf van een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, een gewoonte maken

en

Een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft gevorderd om verplicht reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag indien dat door de reclassering nodig wordt geacht, als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijke strafdeel te koppelen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf onder verwijzing naar uitspraken in volgens haar vergelijkbare zaken naar voren gebracht dat een werkstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke straf een passende sanctie zou zijn in deze zaak. De raadsvrouw heeft daarbij verzocht rekening te houden met de leeftijd van verdachte, met het feit dat er relatief weinig afbeeldingen bij hem zijn aangetroffen en met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. De raadsvrouw heeft verzocht een geheel voorwaardelijke straf met een behandeling bij De Waag als bijzondere voorwaarde op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft gedurende een lange periode een hoeveelheid kinderpornografische foto’s en films in zijn bezit gehad. Een deel van deze afbeeldingen heeft verdachte zelf ook verspreid door de afbeeldingen die hij binnenkreeg door te sturen naar andere personen.

De afbeeldingen bestonden grotendeels uit afbeeldingen van minderjarige jongens van vier tot twaalf jaar en uit afbeeldingen waarop ontuchtige handelingen met of door minderjarige jongens werden gepleegd. Het betreft dan ook kinderpornografisch materiaal dat gelet op de jonge leeftijd van de slachtoffers en de aard van de afbeelding als zeer ernstig moet worden aangemerkt.

Het bezit van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen veelal seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen na kan laten. Met de verspreiding via het internet lopen de slachtoffers (en hun dierbaren) het risico om nog altijd geconfronteerd te worden met de wreedheden die hen zijn aangedaan. Door het verzamelen heeft verdachte bijgedragen aan de totstandkoming van de vraag naar kinderporno. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet enkel degenen die kinderporno vervaardigen aan te pakken, maar ook degenen die kinderporno verzamelen.

Voorts heeft verdachte een aantal dierenpornografische films in zijn bezit gehad. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan de totstandkoming van de vraag naar seksueel misbruik van dieren en de exploitatie van dieren daartoe.

De rechtbank maakt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 15 januari 2014 op dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van al dan niet soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de door verdachte gepleegde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De officier van justitie heeft in dat kader een juiste straf geëist. Rekening houdend met de leeftijd van verdachte, met zijn blanco strafblad, alsmede met het feit dat verdachte blijkens het verhandelde ter zitting niet zelf actief op websites op zoek is geweest naar afbeeldingen van kinderpornografische dan wel dierenpornografische aard, maar hij gebruik heeft gemaakt van de aan hem door anderen geboden gelegenheid om dergelijke afbeeldingen te bekijken, zal de rechtbank een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

Om de ernst van wat hij heeft gedaan aan verdachte te benadrukken zal de rechtbank hem daarnaast een werkstraf van de wettelijk maximaal toegestane duur opleggen.

De rechtbank zal aan verdachte ook een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met een verplicht reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt dat verdachte een behandeling bij De Waag moet volgen en moet meewerken aan overige gedragsinterventies als de reclassering dat noodzakelijk acht als bijzondere voorwaarden. De rechtbank is gelet op de aard van het feit waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt van oordeel dat toezicht door de reclassering, alsmede een behandeling, noodzakelijk zijn om de kans dat verdachte zich in de toekomst wederom met dit soort strafbare feiten inlaat te voorkomen.

Alles overziende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden, alsmede een werkstraf voor de duur van 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis als verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht.

9 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240b en 254a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder feit 1 en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze feiten op de wijze zoals onder 6 omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd van twee jaar:

* zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland worden gegeven, ook als dat inhoudt dat verdachte een behandeling moet volgen bij De Waag of een soortgelijke instelling als de reclassering dat noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan andere gedragsinterventies, zolang en voor zover de reclassering dat noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- legt aan verdachte op een werkstraf voor de duur van 240 uur;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mrs. E.W. Akkerman en R.C.J. Elte-Hamming, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2014.

Mr. Koster en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2012023104, doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 94

2 Proces-verbaal blz. 12-13

3 Proces-verbaal blz. 65-72 + collectiescan blz. 73-75

4 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 februari 2014

5 Proces-verbaal blz. 12-13

6 Proces-verbaal blz. 65-72 + collectiescan blz. 76

7 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 februari 2014