Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2465

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-06-2013
Datum publicatie
10-06-2013
Zaaknummer
C/16/341767 / HA RK 13-97 MAR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Letselschade. Het verzoek valt op zichzelf binnen de omschrijving van artikel 1019 w Rv, maar wordt afgewezen omdat een beslissing op het verzoek onvoldoende bijdraagt aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1019z Rv nu er vrijwel gelijktijdig met het deelgeschil een verzoek voorlopig deskundigenbericht is ingediend.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019w
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2013/152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/341767 / HA RK 13-97 MAR

Beschikking van 7 juni 2013

in de zaak van

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat mr. H.A. Zandijk,

tegen

naamloze vennootschap

[Verweerster] VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

advocaat mr. N.C. Haase.

Partijen zullen hierna [Verzoekster] en [Verweerster] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek ter behandeling van een deelgeschil zoals bedoeld in artikel 1019w Rv, ter griffie ingekomen op 29 maart 2013

- het verweerschrift inzake deelgeschilprocedure ex artikel 1019w Rv, ter griffie ingekomen op 22 april 2013

- het faxbericht van 25 april 2013 van [Verzoekster]

- de mondelinge behandeling op 26 april 2013.

Dit verzoek is gelijktijdig behandeld met het verzoek voorlopig deskundigenbericht met zaak-/rekestnummer 340601 / HA RK 13-83.

2. De feiten

2.1. Op maandag 14 november 2011 heeft een ongeval plaatsgevonden waarbij [Verzoekster] als fietser en de heer [X] als automobilist betrokken waren. [X] heeft [Verzoekster] van achteren aangereden, waarna [Verzoekster] via de motorkap op het wegdek is gevallen. Daarna is [X] met zijn auto, een Daihatsu Cuore, over [Verzoekster] heen gereden ter hoogte van haar buik en bekken.

2.2. [X] was verzekerd bij [Verweerster].

2.3. [Verweerster] heeft aansprakelijkheid erkend voor het onderhavige ongeval.

2.4. [Verzoekster] heeft als gevolg van het ongeval een gecompliceerde bekkenfractuur, een gebroken rib, een longkneuzing en een leverscheur opgelopen, tevens mist zij een snijtand.

2.5. [Verzoekster] heeft op 17 november 2011 een operatie ondergaan, waarbij een fixatie van het bekken heeft plaatsgevonden.

2.6. De heer [A], orthopeed, heeft op verzoek van (de advocaat van) [Verzoekster] een orthopedisch expertise verricht en daaromtrent een rapport d.d. 1 november 2012 opgesteld.

2.7. Op 19 maart 2013 heeft [Verzoekster] een tweede operatie aan haar bekken ondergaan.

2.8. [Verweerster] heeft tot op heden € 11.000,- bevoorschot onder algemene titel en € 2.500,- ten titel van smartengeld.

2.9. [X] is in verband met het onder 2.1. vermelde ongeval bij vonnis van 6 september 2012 strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot doodslag.

3. Het deelgeschil

3.1. [Verzoekster] verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat

I. de kosten die [Verzoekster] heeft gemaakt voor herstel van haar beschadigde dentitie als direct ongevalsgevolg, door het moedwillig op haar inrijden door de verzekerde van [Verweerster], betaald dienen te worden door [Verweerster], ten bedrage van € 6.190,92;

II. [Verweerster] gehouden is om voor het verlies van arbeidsvermogen van [Verzoekster], gelet op de materiële kosten zoals gesteld, vanaf datum ongeval tot 1 januari 2014, een voorschot te betalen op het uiteindelijk nader te bepalen verlies aan verdienvermogen van [Verzoekster] voor de gehele looptijd van de arbeidsongeschiktheid, waarvan de details nog nader door de deskundigen gaan worden ingevuld. [Verzoekster] acht het op basis van de overgelegde stukken ter zake realistisch te noemen indien de rechtbank in dat geval een verlies aan verdienenvermogen op maandbasis van (netto) € 1.500,- als richtsnoer wil aanhouden;

[Verweerster] aan [Verzoekster] een voorschot dient te betalen ten titel van materiële en immateriële schade ten bedrage van € 45.000,-, exclusief buitengerechtelijke kosten.

III. [Verweerster] gehouden is op de gronden als daartoe aangevoerd in deze, de nota te betalen van de ingeschakelde specialistisch medisch adviseur ad € 2.109,94;

IV. met het verzoek [Verweerster] in de buitengerechtelijke kosten van dit deelgeschil te veroordelen, tot heden in totaal begroot op een bedrag van € 5.018,20.

3.2. Aan dit verzoek legt [Verzoekster] het volgende ten grondslag. Teneinde duidelijkheid te krijgen over de ongevalsgevolgen op orthopedisch vlak was het vanwege de specifieke orthopedische problematiek noodzakelijk een deskundige en onafhankelijk medisch adviseur in te schakelen. [Verweerster] dient de kosten daarvan op grond van artikel 6:96 BW te vergoeden. Met betrekking tot het verzoek over het verlies aan verdienvermogen stelt [Verzoekster] dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid als gevolg van het haar overkomen ongeval. Ten tijde van het ongeval was zij werkzaam bij de Stichting RAZ en Hotel [Y] op basis van een 0-urencontract. Volgens [Verzoekster] bedraagt haar verlies aan verdienvermogen tot 1 januari 2014 in totaal € 70.875,-. Ook de omstandigheid dat [Verzoekster] een aantal examens van haar inburgering niet heeft gehaald en een achterstand heeft opgelopen, brengt ook kosten met zich mee, die [Verzoekster] begroot op € 3.000.-.

3.3. [Verweerster] voert verweer.

3.4. De rechtbank zal hierna, indien en voor zover nodig, nader ingaan op de standpunten van partijen.

4. De beoordeling

4.1. Een deelgeschil is een geschil tussen partijen waarbij een persoon een ander aansprakelijk houdt voor de schade die hij of zij lijdt door dood of letsel, omtrent of in verband met een deel van hetgeen tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering. De deelgeschilprocedure is dus bedoeld voor de situatie waarin partijen in het buitengerechtelijke onderhandelingtraject stuiten op geschilpunten die de algehele buitengerechtelijke afwikkeling belemmeren. Partijen vragen in een deelgeschilprocedure de rechter om op die geschilpunten te beslissen, zodat zij vervolgens verder kunnen met de buitengerechtelijke onderhandelingen met als doel het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Gelet daarop dient de rechtbank te beoordelen of de bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst zodanig is dat dit opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure dan wel, indien dat niet het geval is, of het verzoek moet worden afgewezen.

4.2. Hoewel de verzoeken van [Verzoekster] op zichzelf binnen de omschrijving van artikel 1019w Rv vallen, is de rechtbank van oordeel dat een beslissing op het onderhavige verzoek onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1019z Rv en op die grond moet worden afgewezen. Gelijktijdig met dit deelgeschil heeft [Verzoekster] een verzoek voorlopig deskundigenbericht ingediend. Waar de deelgeschilprocedure, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, tot doel heeft buitengerechtelijke onderhandelingen vlot te trekken en mogelijk definitief af te ronden, dient de verzoekschriftprocedure voorlopig deskundigenbericht het doel het inschatten van de wenselijkheid en haalbaarheid van een (bodem)procedure. Met andere woorden, het indienen van het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht heeft naar zijn aard – in beginsel – niet het effect dat een ontstane impasse wordt doorbroken en/of onderhandelingen (zullen) worden hervat. [Verzoekster] legt aan haar verzoek in de voorlopig deskundigenberichtprocedure ook expliciet ten grondslag dat de rechter zich in de bodemprocedure waarschijnlijk door (medisch) deskundigen zal willen laten voorlichten, alsmede stelt zij belang te hebben bij benoeming van deskundigen teneinde een goede inschatting te kunnen maken van haar kansen in een eventuele bodemprocedure. Een en ander staat naar het oordeel van de rechtbank echter haaks op het doel dat met het voeren van een deelgeschilprocedure wordt beoogd. Hierbij komt dat niet gebleken is dat [Verweerster] geweigerd heeft om buitengerechtelijk tot benoeming van één of meer deskundigen te komen, maar dat zij dat op dit moment wegens het ontbreken van een medische eindtoestand nog niet zinvol acht. In zoverre kan ook niet worden gezegd dat voldoende is onderhandeld voordat tot een deelgeschilprocedure is besloten. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek (de verzoeken) gezien het bepaalde in artikel 1019z Rv moet (moeten) worden afgewezen.

4.3. De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet wordt toegewezen. Bij de begroting van de kosten dient de rechtbank de redelijkheidstoets te hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen.

4.4. [Verweerster] voert aan dat het zo voor de hand lag dat het verzoek zou worden afgewezen, dat het indienen van het verzoek als volstrekt onterecht moet worden aangemerkt en de kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

4.5. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen zal het verzoek worden afgewezen omdat de verzochte beslissing onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Met de aanwending van de deelgeschilprocedure vrijwel tegelijkertijd met het starten van een voorlopig deskundigenberichtprocedure bestond een reëel risico dat de daarmee gepaard gaande werkzaamheden niet tot enig resultaat zouden leiden, ook al is sprake van een ruime uitleg van het begrip deelgeschil in de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie. De beslissing op dit punt lag zo voor de hand dat het indienen van het verzoek volstrekt onnodig en onterecht dient te worden geoordeeld. Nu de kosten van de behandeling van het verzoek gelet op het voorgaande niet voor vergoeding in aanmerking komen, kan begroting van deze kosten achterwege blijven.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2013.?