Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1834

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-05-2013
Datum publicatie
03-06-2013
Zaaknummer
16/656447-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht plegen met aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/656447-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 mei 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1956],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in PI Nieuwegein – HvB locatie Nieuwegein.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door zijn raadsman mr. B.M.E. Drykoningen, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting van 7 mei 2013 nader omschreven.

De tenlastelegging is, zoals nader omschreven, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer], die mede hebben bestaan uit seksueel binnendringen, terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van 12 jaren nog niet had bereikt;

Feit 2: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer], die mede hebben bestaan uit seksueel binnendringen, terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van 12, maar nog niet die van 16 jaren had bereikt;

Feit 3: kinderpornografische afbeeldingen en/of films van [slachtoffer] heeft gemaakt en/of in zijn bezit heeft gehad;

Feit 4: kinderpornografische afbeeldingen en/of films heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in zijn bezit heeft gehad;

Feit 5: foto’s en/of afbeeldingen waarop seksuele handelingen tussen mensen en dieren te zien zijn heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in zijn bezit heeft gehad.

3. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft hij er op gewezen dat het in totaal gaat om 16 filmbestanden, die zijn opgeknipt in 231 filmfragmenten. De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 5 ten laste gelegde. De raadsman heeft er hierbij op gewezen dat het ten grondslag liggende wetsartikel op 1 juli 2010 in werking is getreden. Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen valt echter niet op te maken of deze afbeeldingen op de computer van verdachte voor hem na voornoemde datum nog toegankelijk waren.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde

Op 29 oktober 2012 zijn onder verdachte diverse computers in beslag genomen. Tijdens onderzoek op één van deze computers werden 91 multimediafiles met een dierenpornografische inhoud aangetroffen. Deze multimediafiles waren van de computer gewist en waren zonder specifieke software voor de gebruiker niet meer eenvoudig te benaderen. Deze software om de betreffende multimediafiles inzichtelijk te maken werd bovendien ook niet bij verdachte aangetroffen. Nu het bezit van dierenpornografisch materiaal ingevolge artikel 254a van het Wetboek van Strafrecht per 1 juli 2010 strafbaar is gesteld en het proces-verbaal geen duidelijkheid verschaft over het moment waarop de dierenporno is gedownload en verwijderd zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 5 ten laste gelegde. Op grond van het dossier en de verklaring van verdachte dat hij dierenporno heeft gedownload is immers niet vast te stellen of verdachte na de inwerkingtreding van het genoemde artikel nog dierenpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

4.3.2 Het oordeel over het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

Aangezien verdachte het hem onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de aangifte van [slachtoffer]; ’

- proces-verbaal van bevindingen; ’ ’

- de verklaring van [X];

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 mei 2013.

Wat betreft de bewezen verklaarde periode van het ontucht en het seksueel binnendringen overweegt de rechtbank dat aangeefster heeft verklaard dat het misbruik is begonnen toen zij zeven of acht jaar oud was, in ieder geval nadat verdachte bij haar thuis was komen wonen (het jaar 2000 volgens aangeefsters moeder). Verdachte heeft verklaard dat het eerste misbruik plaatsvond toen zij elf jaar oud was. De rechtbank constateert dat de foto’s die verdachte medio 2004, toen aangeefster 11 jaar oud was, heeft gemaakt van het misbruik verregaande seksuele handelingen laten zien. Volgens verdachtes verklaring ter zitting vond toen ook al seksueel binnendringen plaats. Gezien de omstandigheid dat volgens zowel aangeefster als verdachte de ontuchtige handelingen in intensiteit zijn toegenomen in de loop van de tijd, is aan te nemen dat het misbruik medio 2004 al enige tijd gaande was. De periode is niet exact aan te geven, maar het startmoment van het misbruik valt in ieder geval in de bewezen verklaarde periode.

Met betrekking tot het onder 3 bewezenverklaarde overweegt de rechtbank dat verdachte heimelijk een videocamera had geplaatst op de slaapkamer van het slachtoffer en dat deze camera gericht stond op haar bed. Uit de aangetroffen videobeelden en de daarop vermelde data en tijdstippen is gebleken dat er in totaal 16 dagen zijn geweest in de periode van 10 juli 2008 tot en met 17 januari 2009 waarop opnamen zijn gemaakt. De beelden van de 16 opnamedagen zijn in het proces-verbaal omschreven, waarbij is aangeduid uit hoeveel fragmenten een opnamedag bestaat. Nu niet is vast te stellen welke aangetroffen filmfragmenten kinderpornografisch van aard zijn, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een aantal films van kinderpornografische aard heeft vervaardigd, naast de drie aangetroffen kinderpornografische foto’s van het slachtoffer, wettig en overtuigend bewezen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1

op tijdstippen gelegen in de periode van 15 december 1999 tot en met 14 december 2004 te Soest, met [slachtoffer], geboren op [1992], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, (telkens)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en

- zich door die [slachtoffer] laten betasten en/of likken aan zijn ontblote penis en

- de vagina en clitoris en de borsten van die [slachtoffer] betast en

gestreeld en/of gelikt

en

op tijdstippen gelegen in de periode van 15 december 1999 tot en met 14 december 2004 te Soest, ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [1992], bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, (meermalen)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of geduwd en

- zijn penis en/of lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] aan zijn ontblote penis heeft laten likken en

- de vagina en clitoris en de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of

gestreeld en/of gelikt

- over de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] is klaargekomen

Feit 2

op tijdstippen gelegen in de periode van 15 december 2004 tot en met 14 december 2008 te Soest, met [slachtoffer], geboren op [1992], die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, (telkens)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en

- zijn penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht

en

op tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 15 december 2004 tot en met 31 januari 2009 te Soest, ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [1992], bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, (meermalen)

- zijn penis in en tegen de vagina en anus van die [slachtoffer] heeft gebracht en

- zijn penis en lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] aan zijn ontblote penis heeft laten likken en

- de vagina en clitoris en de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en

gestreeld en gelikt en

- met een vibrator en dildo de vagina en/of clitoris en/of de borsten van

die [slachtoffer] heeft betast en/of gestreeld en

- zich door die [slachtoffer] heeft laten betasten en/of penetreren met een vibrator

en/of dildo aan en/of in zijn anus.

Feit 3

op tijdstippen in de periode van 30 juni 2004 tot en met januari 2009 te Soest, meermalen een aantal afbeeldingen, te weten 3 foto's en een aantal films, en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen heeft

vervaardigd en/of in bezit heeft gehad

terwijl die afbeeldingen één of meer afbeeldingen van seksuele

gedragingen bevatten, waarbij telkens een persoon, [slachtoffer], die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden onder andere uit:

het oraal en vaginaal en anaal penetreren (met de penis en (een)

vinger(s)/hand en voorwerpen, een dildo en/of een vibrator, en

de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt

en

het betasten en aanraken en likken van de geslachtsdelen van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met (een)

vinger(s)/hand en de mond/tong

en

het met een hand betasten en aanraken van de geslachtsdelen van een ander persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt

en

het geheel naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

een erotisch getinte houding en op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of

waarbij deze persoon zich in opeenvolgende filmfragmenten van haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een stijve penis bij het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, terwijl op dat

lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en strekt tot seksuele prikkeling

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Feit 4

op tijdstippen in de periode van 30 juni 2004 tot en met 29 oktober 2012 te Soest, meermalen een aantal afbeeldingen en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen

in bezit heeft gehad

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden onder andere uit:

het oraal en vaginaal en anaal penetreren met de penis en een

vinger(s)/hand en een dildo en/of een vibrator en de mond/tong van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het betasten en aanraken en likken van de geslachtsdelen van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met een

hand en de mond/tong

en

het met de hand betasten en aanraken van de geslachtsdelen van een ander persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt

en

het geheel naakt (laten) poseren van (een) persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een erotisch getinte)

houding(en) (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

en

ontucht plegen met aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

en

ontucht plegen met aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Feit 3: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 4: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Omtrent de persoon van verdachte is door drs. L.R. Sutorius, psycholoog, een rapport d.d. 21 december 2012 opgemaakt. Volgens deze psycholoog is er bij verdachte sprake van een depressieve stoornis (thans gedeeltelijk in remissie) en een autismespectrumstoornis, namelijk de stoornis van Asperger. Van deze stoornissen was ook sprake ten tijde van de ten laste gelegde feiten en deze beïnvloedde verdachtes gedragkeuzes en gedragingen. De psycholoog heeft gelet hierop geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt voornoemd advies van de psycholoog over en maakt deze tot de hare. De rechtbank acht derhalve verdachte strafbaar omdat er geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. Het standpunt en de eis van de officier van justitie

De officier van justitie ziet – gelet op de ernst van de strafbare feiten – geen ruimte voor een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf die een klinische opname van verdachte mogelijk zou maken. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaren met aftrek van voorarrest.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten veroordeeld dient te worden tot een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 4 jaar, zodat een gedeelte daarvan voorwaardelijk opgelegd kan worden. Aan dit voorwaardelijke gedeelte kunnen dan de geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld worden. De raadsman heeft bij de strafmaat gewezen op de afdoening in een min of meer gelijksoortige zaak en op het feit dat verdachte graag zijn medewerking wil verlenen aan een klinische behandeling en dat een dergelijke behandeling ook zal betekenen dat verdachte voor langere tijd van zijn vrijheid beroofd zal zijn.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van vele jaren schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van zijn stiefdochter. Het is in het kader van deze strafzaak onduidelijk gebleven wanneer het misbruik is gestart, maar vastgesteld kan worden dat het misbruik is gestart op zeer jonge leeftijd van het slachtoffer en minimaal vijf jaar heeft voortgeduurd. Dit misbruik bestond onder meer uit het seksueel binnendringen van het lichaam van zijn stiefdochter.

Verdachtes stiefdochter was reeds op jonge leeftijd mede aan verdachtes zorg toevertrouwd. Verdachte heeft dit vertrouwen op zeer grove wijze beschaamd. Hij heeft zijn stiefdochter telkens gebruikt enkel en alleen ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Daarbij is verdachte zeer manipulatief te werk gegaan. Verdachte creëerde immers een sfeer waarbij het slachtoffer zich schuldig voelde en zij het met verdachte goed kon maken door middel van seks. Ook bood hij het jonge slachtoffer diensten/goederen aan in ruil voor seks. Kwalijk is ook dat het misbruik zeer regelmatig plaats vond en uiteindelijk pas is gestopt op het moment dat het slachtoffer begon te praten met haar toenmalige vriendje over hetgeen in de afgelopen jaren allemaal met haar gebeurd was.

Het behoeft geen betoog dat de handelwijze van verdachte als uiterst verwerpelijk moet worden gekwalificeerd en dat dit alles een grote schadelijke invloed op zijn stiefdochter heeft gehad. Tekenend voor het hiervoor al genoemde beschaamde vertrouwen in haar stiefvader is het gegeven dat het slachtoffer aanvankelijk in haar kinderlijke onschuld zelfs dacht dat het normaal was dat vaders dergelijke handelingen bij hun dochters verrichten. Met zijn handelen heeft verdachte vooral een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik van jonge minderjarigen bij hen tot ernstige psychische schade kan leiden. Dat heeft niet alleen te maken met geschonden vertrouwen naar volwassenen, maar zeker ook met een verstoring van de eigen seksuele ontwikkeling. Uit de door de voorzitter voorgelezen slachtofferverklaring is gebleken dat het slachtoffer inmiddels die te verwachten grote nadelige gevolgen van het misbruik door verdachte heeft ondervonden. Dat de maatschappij met gevoelens van afschuw en verontwaardiging reageert op het plegen van seksuele handelingen met zulke jonge slachtoffers geeft te meer aan hoe afkeurenswaardig seksueel misbruik van kinderen wordt geacht.

Dat verdachte het slachtoffer slechts zag als een object ten behoeve van zijn eigen lustbevrediging blijkt ook uit het feit dat verdachte (heimelijk) afbeeldingen en films van haar heeft gemaakt die gekwalificeerd kunnen worden als kinderpornografisch materiaal. Voorts heeft verdachte zich naast het vervaardigen van voornoemd kinderpornografisch materiaal schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van andere afbeeldingen en films met kinderporno. Hoewel verdachte de op deze afbeeldingen en films zichtbare kinderen niet zelf heeft misbruikt is het wel een feit dat achter ieder kinderpornografisch bestand misbruik van een kind schuil gaat. Door deze bestanden te verzamelen en in bezit te hebben, heeft verdachte bijgedragen aan de voortduring van het misbruiken van kinderen voor het maken van kinderpornografisch materiaal. Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Naast enerzijds de hiervoor genoemde ernstige feiten en omstandigheden, dient de rechtbank bij de strafmaat anderzijds ook rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Blijkens het uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 21 december 2012 is verdachte niet eerder met justitie in aanraking gekomen en dient hij als first-offender beschouwd te worden. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte uiteindelijk openheid van zaken heeft gegeven en dat hij ter terechtzitting heeft uitgesproken het belang van een behandeling van zijn problemen in te zien.

In het hiervoor aangehaalde rapport van drs. L.R. Sutorius is weergegeven dat indien verdachte niet behandeld wordt voor zijn psychische problemen de kans op terugval en het daaruit voortvloeiende recidiverisico groot is. Om het recidiverisico te verminderen lijkt een klinische behandeling in een forensische setting, zoals de dr. Van de Hoevenkliniek te Utecht, op dit moment de meeste beïnvloedingsmogelijkheden te bieden. Verdere verdiepingsdiagnostiek op het gebied van neuropsychologie zou dan tevens overwogen moeten worden. De psycholoog geeft in overweging om bij een deels voorwaardelijke straf staf de bijzondere voorwaarden op te nemen dat verdachte wordt aangemeld voor een klinische behandeling bij een instelling voor forensische psychiatrie en dat verdachte zich richt naar de aanwijzingen van de reclassering. De psycholoog lijkt het tevens raadzaam om aan verdachte een contactverbod met aangeefster op te leggen. Verdachte heeft zowel tegenover deze psycholoog als later ter terechtzitting te kennen gegeven bereid te zijn om een klinische behandeling te ondergaan en om zich te houden aan een contactverbod met het slachtoffer.

Namens Reclassering Nederland heeft M. van der Graaf een rapport d.d. 30 januari 2013 opgesteld. Hierin wordt aangeven dat de reclassering zich aansluit bij het hiervoor door de psycholoog weergegeven advies tot een klinische behandeling, een contactverbod met aangeefster en een meldingsgebod. De reclassering verzoekt deze voorwaarden te koppelen aan een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank overweegt dat, gelet op de ernst van de feiten en het hierop gestelde strafmaximum, in zaken waarin feiten als de onderhavige aan de orde zijn niet met een andere straf kan worden volstaan dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Verder vindt de rechtbank het van het grootste belang dat recidive voor de toekomst wordt voorkomen. Ook dient de rechtbank rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en ten slotte met de straffen die worden opgelegd in vergelijkbare gevallen. Al deze omstandigheden afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden. Om recidive in de toekomst te voorkomen en te bewerkstelligen dat verdachte zich daadwerkelijk klinisch zal laten behandeling zal de rechtbank van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk opleggen. Aan dit voorwaardelijke deel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde voorwaarden koppelen, waaronder zoals hiervoor als is weergegeven een klinische behandeling en een contactverbod. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte in de toekomst wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, zal de rechtbank in dit geval een langere proeftijd dan gebruikelijk, namelijk een proeftijd van 3 jaar vaststellen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer] en de schadevergoedingsmaatregel

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de schadevordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade is immaterieel van aard en vindt haar oorzaak in de lange periode van het plaatsgevonden seksuele misbruik. De rechtbank zal gelet op hetgeen zij eerder in dit vonnis heeft overwogen over de op dit moment vaststaande duur van het misbruik uitgaan van een periode van juli 2003 tot en met januari 2009. Deze schade is dus periodiek oplopend geleden. Aangezien partijen over en weer geen (concrete) omstandigheden hebben aangevoerd die meebrengen dat de wijze waarop de schade in deze periode is opgelopen een ander dan lineair verband heeft met de tijd, is de meest redelijke benadering dat de ingangsdatum van de wettelijke rente wordt gesteld op de datum halverwege de gehele periode waarin het misbruik heeft plaatsgevonden. De peildatum wordt daarom vastgesteld op 1 april 2006.

De volgende vraag is welk schadebedrag het slachtoffer heeft geleden. Onder verwijzing naar een aantal in de smartengeld gids 2012 vermelde vergelijkbare zaken, heeft het slachtoffer een bedrag van € 11.500,00 gevorderd en geïndexeerd naar 2013 in verband met opgetreden geldontwaarding. De rechtbank is met de benadeelde partij van mening dat de genoemde zaken in de smartengeld gids vergelijkbaar zijn. Voor een indexering naar de huidige tijd is echter geen plaats. Daarvoor is redengevend dat bij de begroting van de schade moet worden gekeken naar het moment waarop de schade is geleden respectievelijk opeisbaar is geworden. Dit is - zoals overwogen - 1 april 2006. Mocht de toen geleden schade worden geïndexeerd naar de huidige tijd alsmede de wettelijke rente worden toegewezen vanaf die datum tot en met de dag der algehele voldoening, dan wordt de plaatsgevonden geldontwaarding twee maal gecompenseerd. Daarvoor is geen wettelijke grondslag. Om die reden zal de geleden immateriële schade worden toegewezen voor een bedrag van

€ 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2006 tot en met de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van het slachtoffer wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 38v, 57, 240b, 244, 245, 249 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 5 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

en

ontucht plegen met aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Feit 2: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

en

ontucht plegen met aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Feit 3: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken vervaardigen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 4: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (VIER) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (ZES) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (DRIE) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft. Daartoe moet de veroordeelde zich na een schriftelijke oproep melden bij Reclassering Nederland aan het Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet hij zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als deze instelling dit gedurende deze perioden nodig acht.

2. Veroordeelde moet zich op basis van de door het NIFP-IFZ af te geven indicatiestelling laten opnemen in een forensische behandelsetting, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. Deze klinische behandeling zal een maximale duur hebben van 18 maanden of zoveel korter als de (geneesheer-)directeur en de reclassering dit nodig achten.

3. Veroordeelde mag op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], geboren op [1992].

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 10.000,00 (zegge tienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2006 tot en met de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 10.000,00 (zegge tienduizend euro) te betalen,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2006 tot en met de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 85 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Bender, voorzitter, mrs. H.A. Brouwer en J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 mei 2013.

Mr. P. Bender is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15

december 1999 tot en met 14 december 2004 te Soest, althans in het

arrondissement Utrecht, met [slachtoffer], geboren op [1992], die toen

de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd

die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen

van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, (telkens)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

- zich door die [slachtoffer] laten betasten en/of likken aan zijn ontblote penis en/of

- de vagina en/of clitoris en/of de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of

gestreeld en/of gelikt

art 244 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15

december 1999 tot en met 14 december 2004 te Soest, althans in het

arrondissement Utrecht, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind

en/of aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer],

geboren op [1992], bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte,

(meermalen)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of geduwd en/of

- zijn penis en/of lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] aan zijn ontblote penis heeft laten likken en/of

- de vagina en/of clitoris en/of de borst(en) van die [slachtoffer] heeft betast en/of

gestreeld en/of gelikt

- over de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] is klaargekomen

art Wetboek van Strafrecht

Feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15

december 2004 tot en met 14 december 2008 te Soest, althans in het

arrondissement Utrecht, met [slachtoffer], geboren op [1992], die de

leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt, buiten

echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede

hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft

hij, verdachte, (telkens)

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of

- zijn penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd

art 245 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15

december 2004 tot en met 31 januari 2009 te Soest, althans in het

arrondissement Utrecht, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind

en/of aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer],

geboren op [1992], bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte,

(meermalen)

- zijn penis in en/of tegen de vagina en/of anus van die [slachtoffer] heeft gebracht

en/of geduwd en/of

- zijn penis en/of lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] aan zijn ontblote penis heeft laten likken en/of

- de vagina en/of clitoris en/of de borst(en) van die [slachtoffer] heeft betast en/of

gestreeld en/of gelikt en/of

- met een vibrator en/of dildo de vagina en/of clitoris en/of de borst(en) van

die [slachtoffer] heeft betast en/of gestreeld en/of

- zich door die [slachtoffer] heeft laten betasten en/of penetreren met een vibrator

en/of dildo aan en/of in zijn anus en/of

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot

en met januari 2009 te Soest, in elk geval in Nederland, één of meermalen een

(groot) aantal afbeelding(en), te weten ongeveer 3 foto's en/of 231 film(s)

en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende een afbeelding(en) heeft

vervaardigd en/of in bezit heeft gehad

terwijl op die afbeelding(en) één of meer afbeeldingen van seksuele

gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon [slachtoffer] die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden onder andere uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) (een dildo en/of een vibrator) en/of

de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken en/of likken van de geslachtsdelen van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met (een)

vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met (een) vinger(s)/hand)

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van (een) persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een erotisch getinte)

houding(en) (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (terwijl op dat

lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat de hierboven omschreven

afbeeldingen/filmfragmenten ter voorkoming van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

voorbeelden van genoemde afbeeldingen/filmfragmenten op de terechtzitting

aanwezig hebben en desgewenst aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de

terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal verleend worden op afspraak

met de officier van justitie

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Feit 4

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot

en met 29 oktober 2012 te Soest en/of in Nederland, één of meermalen een

(groot) aantal afbeelding(en), te weten ongeveer 29 foto's en/of 15 film(s)

en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende een afbeelding(en)

heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of

(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 29 oktober 2012) heeft aangeboden

en/of verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk

en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden onder andere uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) (een dildo en/of een vibrator) en/of

de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken en/of likken van de geslachtsdelen van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met (een)

vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (ander) persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met (een) vinger(s)/hand)

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van (een) persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een erotisch getinte)

houding(en) (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (terwijl op dat

lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat de hierboven omschreven

afbeeldingen/filmfragmenten ter voorkoming van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

voorbeelden van genoemde afbeeldingen/filmfragmenten op de terechtzitting

aanwezig hebben en desgewenst aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de

terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal verleend worden op afspraak

met de officier van justitie

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

Feit 5

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2010

tot en met 29 oktober 2012 te Soest en/of in Nederland,

(groot) aantal afbeelding(en), te weten ongeveer 91 foto's en/of 1 film(s)

en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende een afbeelding(en)

heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of

ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad

terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn

waarbij mens en een dier is/ zijn betrokken of schijnbaar is/ zijn betrokken,

het door een dier (een paard en/of hond) oraal en/of vaginaal en/of anaal (met

de mond/tong) penetreren van het lichaam van een volwassen vrouw(en) en/of

het door een volwassen vrouw(en) likken en/of in de mond nemen en/of betasten

en/of aanraken van de geslachtsdelen van een dier (een paard en/of hond)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat de hierboven omschreven

afbeeldingen/filmfragmenten ter voorkoming van strafbare feiten en verdere

verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier zijn gevoegd en

ook niet in afschrift zullen worden verstrekt. De officier van justitie zal

voorbeelden van genoemde afbeeldingen/filmfragmenten op de terechtzitting

aanwezig hebben en desgewenst aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de

terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal verleend worden op afspraak

met de officier van justitie

art 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 254a lid 2 Wetboek van Strafrecht