Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9990

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
13-05-2013
Zaaknummer
835116 UC EXPL 12-15557 MEH 4215
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Totstandkoming reisovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zijn verweer dat geen overeenkomst tot stand is gekomen, in onvoldoende mate heeft onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 835116 UC EXPL 12-15557 MEH 4215

Vonnis van 8 mei 2013

in de zaak tussen

de naamloze vennootschap

Tui Nederland N.V.,

m.h.o.d.n. Arke en Holland International,

gevestigd te Rijswijk,

verder te noemen: Arke,

eiseres,

gemachtigde: Nedland Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

en

[gedaagde],

wonend te [woonplaats]

verder te noemen: [gedaagde],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. De procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief van Arke van 30 januari 2013 ten behoeve van de comparitie;

- de brief van Arke van 5 april 2013 ten behoeve van de comparitie;

- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2013.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1. Op 27 april 2012 heeft [gedaagde] een bezoek gebracht aan de vestiging van Arke op het Bisonspoor in Maarssen.

2.2. Op dezelfde dag stuurt Arke een bewijs van voorlopige inschrijving en een reisspecificatie voor een reis naar het hotel ‘Les Jardins De La Koutoubia’ in Marrakech aan [gedaagde]. De reisdeelnemers zijn [gedaagde] en [A]. De heenreis zou plaatsvinden op 17 juni 2012 en de terugreis op 24 juni 2012. De reisspecificatie vermeldt verder onder meer:

“Het hotel is op aanvraag.

Een aanvraag is bindend.

Hartelijk dank voor uw reservering.”

Het bewijs van voorlopige inschrijving vermeldt dat [gedaagde] een aanbetaling van € 150,- heeft verricht en dat hij nog een bedrag van € 2.540,50 moet betalen. Verder staat er onder meer:

“Wij behouden ons het recht voor om bij niet tijdige betaling de reis te annuleren waarbij annuleringskosten volgens ANVR voorwaarden in rekening zullen worden gebracht.”

In artikel 9 lid 1 van de ANVR-voorwaarden staat:

“Indien een overeenkomst wordt geannuleerd, is de reiziger naast eventueel verschuldigde reserveringskosten de volgende annuleringskosten verschuldigd:

(…)

- bij annulering vanaf de 42ste dag (inclusief) tot de 28ste dag (exclusief) vóór de vertrekdag: 35% van de reissom;”

2.3. In haar brief van 7 mei 2012 aan [gedaagde] schrijft Arke:

“Op 27 april 2012 heeft u bij ons een reis geboekt naar Marrakech, vertrek 17 juni.

De hotelreservering hebben wij toen voor u op aanvraag geplaatst daar wij deze niet meer direct uit voorraad boekbaar hadden. De voorwaarden voor de aanvraag zijn met u besproken en tevens vermeld op uw bevestiging, welke u voor akkoord hebt getekend.

Heden 7 mei 2012 hebben wij, op uw verzoek, navraag gedaan omtrent de mogelijkheden om de boeking te wijzigen. Daar het echter om een boeking ging met extra aangevraagde accommodatie hebben wij doorgekregen dat we de boeking niet kosteloos kunnen wijzigen.

Deze aanvraag is op 3 mei jl akkoord gekomen en dat hebben wij aan u doorgegeven.

Een wijziging betekent annulering van de bestaande boeking en een nieuwe boeking maken.

De kosten voor het annuleren van de bestaande boeking bedragen op dit moment volgens ANVR voorwaarden 35% van de reissom, te weten € 940,80.

U heeft telefonisch aangegeven dat u de boeking wenst te annuleren.

(…)

Voor de duidelijkheid kan annuleren van uw bestaande boeking alleen tegen de eerder genoemde annuleringskosten.

De aanbetaling van 150 euro zal hierin uiteraard verrekend worden.

Dit betekent concreet dat u bij annulering dan het verschil € 790.80 dient bij te betalen (…).

Graag vernemen wij uiterlijk maandag 14 mei 2012 van u wat de bedoeling is, indien wij op deze datum niets van u hebben vernomen, zien wij ons genoodzaakt om de boeking alsnog te annuleren en de annuleringskosten aan u door te belasten.”

2.4. Bij factuur van 15 mei 2012 brengt Arke de annuleringskosten van € 790,80 aan [gedaagde] in rekening. Deze kosten heeft hij niet betaald.

3. Het geschil

3.1. Arke vordert dat de kantonrechter [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 947,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 790,80 vanaf de dagvaarding en de kosten van het geding.

Het bedrag van € 947,78 is opgebouwd uit de hoofdsom van € 790,80, incassokosten van € 150,- en wettelijke rente tot de dagvaarding van € 6,98.

3.2. De vordering van Arke is gebaseerd op nakoming van de op 27 april 2012 tot stand gekomen overeenkomst met [gedaagde].

[gedaagde] voert verweer en betwist dat hij een overeenkomst met Arke is aangegaan.

3.3. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Partijen twisten over de vraag of tussen hen een reisovereenkomst tot stand is gekomen. Uit hetgeen zij ter gelegenheid van de comparitie hebben toegelicht, leidt de kantonrechter het volgende af.

4.2. Arke stelt dat [gedaagde] tijdens zijn bezoek op 27 april 2012 concreet heeft aangegeven in welke periode hij een suite in Les Jardins De La Koutoubia in Marrakech wilde boeken; volgens Arke heeft hij gesproken met haar medewerkster [medewerkster] Het was volgens Arke niet duidelijk of de suite in het hotel in deze periode beschikbaar was, zodat Arke naar de beschikbaarheid zou informeren. Om deze reden heeft zij een bewijs van voorlopige inschrijving gestuurd en is in de reisspecificatie vermeld dat het hotel op aanvraag is (zie r.o. 2.2). Toen bleek dat de suite beschikbaar was, heeft [medewerker] op 2 mei 2012 op de voicemail van [gedaagde] ingesproken dat de reis definitief was, aldus Arke. Ter onderbouwing hiervan verwijst Arke naar een screendump van haar zogenaamde Contact Map, een geautomatiseerd mutatieoverzicht van handelingen van haar medewerkers. De kantonrechter leidt hieruit af dat de beschikbaarheid van de hotelkamer een ontbindende voorwaarde is in de overeenkomst tussen Arke en haar klant.

Ter onderbouwing van haar stelling dat een overeenkomst tot stand is gekomen, wijst Arke er verder op dat [gedaagde] het bewijs van voorlopige inschrijving waarop staat dat een aanvraag bindend is, heeft ondertekend en ook een aanbetaling van € 150,- heeft gedaan. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar een uitdraai uit haar betalingendossier en naar een schermafdruk van het onderdeel kasmutaties van het computerprogramma ‘Garda Centraal’.

4.3. Volgens [gedaagde] heeft hij de Arkevestiging alleen bezocht om informatie te krijgen over reismogelijkheden. Tijdens het gesprek met [medewerkster] heeft hij meegedeeld dat hij de accommodatie wel zag zitten, maar dat hij een definitieve reisdatum nog niet kon geven. De reden hiervoor is dat hij een familiebedrijf runt en vakanties op elkaar afgestemd moeten worden, aldus [gedaagde]. Hij stelt dat hij heeft meegedeeld dat de reisdatum pas bevestigd kon worden na overleg met onder meer zijn vriendin, [A]. Bovendien was het volgens [gedaagde] op 27 april 2012 niet duidelijk of de accommodatie die op de website van Arke stond en waarin hij interesse had, wel via Arke geboekt kon worden.

[gedaagde] stelt dat hij enkele dagen later – toen hij met zijn moeder in de auto zat – tot zijn verbazing werd opgebeld door Arke met de mededeling dat de reis definitief was.

Hij betwist dat hij € 150,- heeft aanbetaald. Ook betwist hij de echtheid van de handtekening op het bewijs van voorlopige inschrijving.

4.4. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de concrete stellingen van Arke in onvoldoende mate heeft weersproken en overweegt daartoe als volgt.

Het is denkbaar dat [gedaagde] in de Arkevestiging informatie heeft opgevraagd, zoals hij aanvoert, en dat Arke dit verzoek om informatie ten onrechte heeft begrepen als het boeken van een reis. Het ligt dan ook in de rede dat Arke vervolgens bij Les Jardins De La Koutoubia heeft geïnformeerd naar de beschikbaarheid van de suite en dat zij [gedaagde] het bewijs van voorlopige inschrijving samen met de reisspecificatie heeft gestuurd en hem heeft gebeld toen bleek dat de suite beschikbaar was.

Het is echter niet bepaald aannemelijk dat een medewerker van Arke in het systeem invoert dat [gedaagde] € 150,- heeft aanbetaald, terwijl hij dat niet heeft gedaan. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat iemand bij Arke de handtekening van [gedaagde] op het bewijs van voorlopige inschrijving namaakt, zoals [gedaagde] stelt. Dit geldt temeer omdat tijdens de zitting is gebleken dat de handtekening op dit bewijs van voorlopige inschrijving gelijkenis vertoont met de handtekening van [gedaagde] op zijn tijdens de zitting getoonde legitimatiebewijs, terwijl hij niet heeft gesteld dat hij dit legitimatiebewijs op 27 april 2012 aan een medewerker van Arke heeft laten zien.

4.5. Gelet op deze omstandigheden in hun onderlinge samenhang bezien had [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter niet kunnen volstaan met het enkel ontkennen van Arkes stellingen, maar had het op zijn weg gelegen zijn verweer nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door een verklaring van zijn moeder in het geding te brengen die kennelijk aanwezig is geweest tijdens het telefoongesprek waarbij [gedaagde] volgens eigen zeggen verrast werd door de mededeling dat de reis definitief was (zie r.o. 4.3).

Verder wijst de kantonrechter erop dat de handelwijze van [gedaagde] evenmin overeenstemt met zijn verweer. Immers, als er geen overeenkomst tot stand was gekomen, had het voor de hand gelegen dat [gedaagde] had gereageerd op de brief van Arke van 7 mei 2012 (zie r.o. 2.3). Dit heeft hij nagelaten.

4.6. Gelet hierop zal het verweer van [gedaagde] als onvoldoende onderbouwd worden verworpen. Dit oordeel leidt ertoe dat in rechte vaststaat dat de door Arke gestelde overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen, zodat laatstgenoemde gehouden is de resterende annuleringskosten van € 790,80 aan Arke te betalen.

Rente, incasso- en proceskosten

4.7. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente. De kantonrechter stelt evenwel vast dat Arke niet duidelijk heeft gemaakt per wanneer zij wettelijke rente vordert. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zal dan ook worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, zijnde 17 september 2012.

4.8. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten zal – mede gelet op de door de kantonrechter gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II – worden afgewezen. Arke heeft niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Arke vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.9. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Arke worden begroot op:

- dagvaarding € 83,17

- vast recht 437,00

- salaris gemachtigde 200,00 (2 punten × tarief € 100,00)

Totaal € 720,17

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] aan Arke te betalen een bedrag van € 790,80, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 17 september 2012 tot de voldoening,

5.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Arke, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,17, waarin begrepen € 200,00 aan salaris gemachtigde,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2013.