Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9275

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-05-2013
Datum publicatie
02-05-2013
Zaaknummer
16/661040-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 64-jarige man uit Zeist is donderdag door de rechtbank Midden-Nederland in Utrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk omdat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een 13-jarige jongen. Na zijn gevangenisstraf moet de man een verplichte behandeling ondergaan in een instelling voor psychiatrische hulp.

De verdachte was een goede huisvriend van de ouders van de jongen. Hij trad samen met de vader van het slachtoffer op als clownsduo. De ouders van het slachtoffer waren in de veronderstelling dat het slachtoffer bij de verdachte een veilig tweede thuis had en dat de man een goede oppas was. De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij het slachtoffer heeft meegenomen voor een reis naar Tsjechië, terwijl hij daarvoor de jongen al minimaal eenmaal seksueel had misbruikt.

De rechtbank heeft een lagere gevangenisstraf opgelegd dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank van oordeel is dat de ontuchtige handelingen in een kortere periode zijn gepleegd. Ook heeft de rechtbank meegewogen dat de man enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is.

De man mag geen contact hebben met de familie van het slachtoffer en geen clownactiviteiten verrichten of zich bezighouden met ander vrijwilligerswerk waar kinderen bij betrokken zijn. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijke deel van de straf een proeftijd van tien jaar verbonden. Dit betekent dat de man verplicht is zich binnen die tien jaar te houden aan de voorschriften van de reclassering en hij niet opnieuw strafbare feiten mag plegen. Doet hij dit wel, dan kan het zo zijn dat hij ook de acht maanden voorwaardelijk opgelegde straf nog moet uitzitten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661040-13 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 2 mei 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1948],

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuwegein,

Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 april 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw, mr. W.J. de Vries-Mulder, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

meermalen ontucht heeft gepleegd met een jongen onder de 16 jaar

en/of

meermalen ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Voor wat betreft het plegen van ontucht met de minderjarige [benadeelde] in [woonplaats]heeft de officier van justitie de periode 30 november 2011 tot en met 25 november 2012 gehanteerd. Voor wat betreft het plegen van ontucht met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [benadeelde] in Tsjechië heeft de officier van justitie de periode 15 juli tot en met 31 juli 2012 als periode gehanteerd.

De handeling ‘het geven van een klap op de billen van [benadeelde]’, kan volgens de officier van justitie niet als ontuchtig worden aangemerkt, zodat verdachte in de visie van de officier van justitie van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet tegen een bewezenverklaring van het ten laste gelegde verzet, behalve voor zover het de periode betreft. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zich in het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevindt op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte ook vóór mei 2012 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [benadeelde].

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen aan hem ten laste is gelegd op de wijze als hierna onder bewezenverklaring vermeld. De rechtbank baseert zich hierbij op de navolgende bewijsmiddelen. Omdat het hier een bekennende verdachte betreft, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd tijdens de terechtzitting van

18 april 2013;

- de aangifte van [Naam], de moeder van [benadeelde];

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het studioverhoor van [benadeelde].

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, vastgesteld kan worden dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de minderjarige [benadeelde] in [woonplaats] in de periode 1 mei 2012 tot en met 25 november 2012. Het dossier biedt onvoldoende concrete aanknopingspunten om tot een langere periode te komen. Voor wat betreft de ontuchtige handelingen die verdachte heeft gepleegd in Tsjechië, kan worden vastgesteld dat hij deze heeft gepleegd met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige in de periode juli 2012.

De rechtbank is van oordeel dat het geven van een klap op de billen van een minderjarige een ongepaste handeling betreft, doch dat een dergelijke handeling in dit geval niet als ontuchtig kan worden aangemerkt in de zin van het Wetboek van Strafrecht. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal de rechtbank verdachte daarom vrijspreken.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op meer tijdstippen in de periode van 1 mei 2012 tot en met 25 november 2012

te [woonplaats], met [benadeelde], geboren op [1999], die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

bestaande in het meermalen ontuchtig onverhoeds

-betasten van de penis van die [benadeelde] en het aftrekken van die [benadeelde]

en

-in de mond nemen van de penis van die [benadeelde] en het pijpen van die

[benadeelde];

en

op meer tijdstippen in juli 2012 in Tsjechië, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn

zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [benadeelde], geboren op 6 april

1999, immers heeft hij, verdachte, meermalen

-de penis van die [benadeelde] betast en die [benadeelde] afgetrokken en

-de penis van die [benadeelde] in de mond genomen en die [benadeelde] gepijpt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

en

ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de stukken van het dossier bevindt zich een pro justitia rapportage d.d. 11 maart 2013 opgemaakt door drs. L. Vermeulen, GZ-psycholoog.

Genoemde deskundige komt op grond van haar onderzoek met betrekking tot de persoon van de verdachte tot de conclusie dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk pedofilie van het niet-exclusieve type en misbruik van alcohol. Er is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven met ontwijkende, narcistische en afhankelijke kenmerken. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde - voor zover bewezen - en verdachtes gedragskeuzes werden hierdoor gedeeltelijk beïnvloed. De aanwezige seksuele deviatie van verdachte en zijn gerichtheid op jonge jongens speelden een rol in het contact met zijn 13-jarige buurjongen [benadeelde]. Zijn persoonlijkheidsproblematiek heeft tevens een rol gespeeld in het vergoelijken van zijn gedrag, het vermijden van gesprekken hierover en het idee dat het seksuele contact voor deze jongen gewenst was. Het alcoholgebruik van verdachte heeft hooguit een luxerende rol gehad.

In geval van een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, heeft de deskundige gelet op het voorgaande als advies gegeven verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies.

Gelet op het voorgaande kan het bewezen verklaarde in enigszins verminderde mate aan verdachte worden toegerekend, zodat hij, zij het in enigszins verminderde mate, strafbaar is voor zijn daden.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 10 jaren, met de volgende bijzondere voorwaarden:

- een klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden of zoveel korter als de instelling dat in overleg met de reclassering op zijn plaats acht;

- een contactverbod met de familie [benadeelde];

- een verbod clownsactiviteiten voor kinderen te verrichten, dan wel het uitvoeren van ander vrijwilligerswerk waarbij kinderen zijn betrokken.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het noodzakelijk is dat verdachte zo snel mogelijk wordt behandeld voor zijn problematiek. Het IFZ heeft laten weten dat een indicatie is afgegeven voor een opname bij FPA Heiloo en dat er op dit moment geen wachtlijst is voor een opname. Er is alleen nog een onherroepelijk vonnis nodig waarin forensische klinische hulp als bijzondere voorwaarde is opgenomen. De raadsvrouw heeft daarom verzocht het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zo kort mogelijk te laten duren. Indien verdachte nog langer in detentie moet blijven, is het onzeker wanneer hij opgenomen kan worden. Hij zal de tijd tussen zijn detentie en de klinische opname dan mogelijk op andere wijze moeten overbruggen. Bovendien valt de detentie verdachte heel zwaar en heeft zijn gezondheid er zwaar onder te lijden. Aangezien tijdens de klinische opname veel van verdachte zal worden verwacht, zal die tijd ook een onderdeel vormen van de straf.

De raadsvrouw heeft zich verzet tegen de oplegging van een proeftijd van 10 jaren. Een proeftijd van 5 jaren is in haar visie toereikend. Tijdens zijn behandeling zal verdachte leren omgaan met situaties met kinderen, hetgeen een voldoende waarborg vormt om recidive te voorkomen. De verdediging heeft zich niet verzet tegen het contactverbod met de familie [benadeelde] en het verbod clownsactiviteiten en ander vrijwilligerswerk met kinderen te verrichten.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte was een goede huisvriend van de familie [benadeelde], hij trad samen met de vader van [benadeelde] op als clownsduo en hij heeft van het vertrouwen dat hij bij de familie heeft verworven ernstig misbruik gemaakt door met de minderjarige [benadeelde] meermalen ontuchtige handelingen te plegen. [benadeelde] is vanwege zijn autisme een kwetsbare jongen en zijn ouders waren in de veronderstelling dat [benadeelde] bij verdachte een veilig tweede thuis had en dat verdachte een goede oppas was voor [benadeelde] en zijn jongere broertje. De ogenschijnlijke veiligheid die verdachte bood, bleek echter schijn. Door het seksueel misbruik heeft verdachte bij de minderjarige [benadeelde] diepe sporen achter gelaten en heeft hij [benadeelde] mogelijk ernstig geschaad in zijn seksuele ontwikkeling. De kijk van [benadeelde] en zijn ouders op mensen in hun omgeving is door zijn handelen bovendien in ernstige mate aangetast en het zal moeilijk voor hen zijn anderen opnieuw volledig te vertrouwen

Verdachte heeft aan [benadeelde] laten weten dat het grote gevolgen zou hebben als hij naar buiten toe over de seksuele handelingen zou praten. De vriendschap tussen verdachte en de ouders van [benadeelde] zou voorbij zijn en verdachte zou naar de gevangenis moeten. Verdachte heeft [benadeelde] daarmee voor een groot dilemma geplaatst en een verantwoordelijkheid bij hem neergelegd die een minderjarige niet behoort te dragen. Zelf heeft verdachte niet de verantwoordelijkheid durven nemen ermee naar buiten te komen, ook niet nadat de politie hem benaderde in verband met de recente beschuldiging door een zwager dat hij seksueel misbruikt zou zijn door verdachte. De rechtbank neemt verdachte het voorgaande zeer kwalijk.

Bijzonder kwalijk neemt de rechtbank verdachte ook dat hij [benadeelde] heeft meegenomen naar Tsjechië, terwijl hij hem daarvoor al ten minste eenmaal seksueel had misbruikt. Verdachte heeft [benadeelde] daar gebracht in een situatie waarin hij totaal aan hem was overgeleverd. Hij was ver weg van zijn ouders, sprak de plaatselijke taal niet en kon zich niet zelfstandig verplaatsen. Verdachte moet zich er op voorhand van bewust zijn geweest dat dit een prachtige gelegenheid was om zijn ontuchtige daden te herhalen. Alhoewel het voor een kwetsbare jongen als [benadeelde] extra moeilijk is zich te weren tegen een volwassene, heeft hij zich in Tsjechië wel expliciet verzet tegen de handelingen van verdachte. Verdachte heeft dat verzet echter genegeerd. [benadeelde] moet zich op dat moment heel eenzaam en machteloos hebben gevoeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaand aan de reis niet de intentie had [benadeelde] in Tsjechië te gaan misbruiken. Ook heeft verdachte bij herhaling te kennen gegeven dat hij geen (seksuele) gevoelens had bij het plegen van de ontuchte handelingen. Deze houding onderstreept het beperkte ziektebesef van verdachte. Typerend acht de rechtbank voor het beperkte ziektebesef van verdachte ook dat hij zijn handelingen probeert goed te praten, door te doen voorkomen alsof [benadeelde] achter de handelingen stond en hiervan genoot. Ondanks de schade die verdachte zelf heeft opgelopen doordat hij, naar hij stelt, op jonge leeftijd is misbruikt door zijn vader, neef en broer, bleek verdachte niet in staat te zijn zich tijdens zijn handelingen te verplaatsen in de positie van [benadeelde]. Hij gebruikt zijn eigen achtergrond daarentegen als oorzaak van zijn handelingen en hij heeft de neiging de schuld buiten zichzelf te leggen.

De deskundige heeft in haar rapportage ook uiteengezet dat betrokkene de neiging heeft zijn problemen te ontkennen en te vermijden en dat hij beperkt is in zijn mogelijkheden zich te verplaatsen in de perspectieven van en consequenties voor een ander. Deze factoren zijn van invloed op de kans op recidive, welke door de deskundige wordt ingeschat als matig op korte termijn tot hoog op lange termijn. Voor de kans op recidive acht de rechtbank ook van belang dat verdachte zelf heeft aangegeven zijn eigen zoon seksueel te hebben misbruikt toen deze 13 jaar oud was. Hij is daarvoor echter nooit strafrechtelijk vervolgd en zijn justitiële documentatie maakt ook voor het overige geen melding van eerdere strafrechtelijke veroordelingen.

In het voordeel van de verdachte zal de rechtbank rekening houden met het advies van de deskundige om verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De deskundige heeft aangegeven dat een klinische behandeling in een in seksuele problematiek gespecialiseerde instelling nodig is om zicht te krijgen op verdachtes belevingen, de cognities en gevoelens die zijn gedrag sturen, en om daarmee de kans op recidive te verkleinen. De reclassering heeft in haar rapport d.d. 11 april 2013 geadviseerd een dergelijke behandeling binnen een klinische setting op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf. Ook heeft de reclassering vermeld dat het IFZ heeft laten weten dat een indicatie is afgegeven voor een opname bij de FPA Heiloo.

De rechtbank zal dit advies volgen. De rechtbank is echter van oordeel dat het bewezen verklaarde dermate ernstig is, dat verdachte, alvorens met de behandeling te starten, nog enige tijd in detentie moet doorbrengen. Zij acht een gevangenisstraf met een onvoorwaardelijk deel van na te melden duur onder de onderhavige omstandigheden passend en geboden. De rechtbank komt tot een kortere gevangenisstraf dan dat de officier van justitie heeft geëist, omdat zij een korte periode bewezen heeft verklaard. Tevens zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden, conform de eis van de officier van justitie, een contactverbod met de familie [benadeelde] opleggen, alsmede een verbod clownsactiviteiten voor kinderen te verrichten, dan wel ander vrijwilligerswerk waarbij kinderen zijn betrokken. De rechtbank zal, eveneens conform de eis van de officier van justitie, aan de voorwaardelijke veroordeling een proeftijd van tien jaren verbinden. De rechtbank acht een proeftijd van deze duur noodzakelijk. Het feit waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt, betreft een misdrijf dat gericht is tegen of een gevaar vormt voor de onaantastbaarheid van het lichaam en er moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat verdachte zich wederom aan een dergelijk misdrijf schuldig zal maken. De rechtbank heeft daarbij gelet op het hardnekkige ziektebeeld van verdachte dat zich niet alleen nu met [benadeelde], maar ook jaren geleden met zijn zoon heeft geopenbaard. Juist op de lange termijn wordt het recidiverisico hoog ingeschat door de deskundige en het is daarom van belang dat verdachte gedurende een zeer lange periode druk zal voelen zich van het plegen van ontuchtige handelingen te weerhouden. Voorts ziet de rechtbank aanleiding de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

9. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [benadeelde], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.050,-- (duizend en vijftig euro), te weten € 1.000,-- aan immateriële schade en € 50,-- aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 36, 57, 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

en

ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 8 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 10 (tien) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wet boek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- Veroordeelde moet gedurende een periode van maximaal 12 maanden verblijven in een instelling voor forensisch psychiatrische hulp, die met name is gespecialiseerd in seksuele problematiek, te weten de FPA te Heiloo of een soortgelijke instelling, en moet zich houden aan het (dag-) programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.

Andere voorwaarden het gedrag betreffende:

- Verdachte mag op geen enkele wijze contact hebben met de familie [benadeelde].

- Verdachte mag geen clownsactiviteiten verrichten en zich ook niet bezighouden met ander vrijwilligerswerk waarbij kinderen betrokken zijn.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toe tot € 1.050,-- (zegge duizend en vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van het moment van het ontstaan van de schade.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 1.050,-- (zegge duizend en vijftig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van het moment van het ontstaan van de schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. S. Wijna en E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 mei 2013.

Mr. Wijna is niet in staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2011

tot en met 25 november 2012 te[woonplaats], althans in het arrondissement Utrecht

en/of in Tsjechië,

met [benadeelde], geboren op [1999], die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in

het (meermalen) ontuchtig (onverhoeds)

-betasten van de penis van die [benadeelde] en/of het aftrekken van die [benadeelde]

en/of

-in de mond nemen van de penis van die [benadeelde] en/of het pijpen van die

[benadeelde] en/of

-geven van een klap op de billen van die [benadeelde];

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2011

tot en met 25 november 2012 te [woonplaats], althans in het arrondissement Utrecht

en/of in Tsjechië,

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige [benadeelde], geboren op [1999], immers heeft

hij, verdachte, (meermalen)

-de penis van die [benadeelde] betast en/of die [benadeelde] afgetrokken en/of

-de penis van die [benadeelde] in de mond genomen en/of het pijpen van die

[benadeelde] en/of

-een klap gegeven op de billen van die [benadeelde].