Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8152

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
22-04-2013
Zaaknummer
850575 UC EXPL 13-798
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop tweedehands auto, non-conformiteit, art. 7:17 BW, onjuiste kilometerstand, tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 850575 UC EXPL 13-798 MEH 4215

Vonnis van 17 april 2013

in de zaak tussen

[eiser],

wonend te [woonplaats],

verder te noemen: [eiser],

eiser,

gemachtigde: mr. H.D.W. Hoekstra-Krosenbrink,

en

[gedaagde],

h.o.d.n. [naam],

wonend te [woonplaats],

verder te noemen: [gedaagde ],

gedaagde,

procederend in persoon.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 februari 2013;

- het proces-verbaal van comparitie van 9 april 2013.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1. Op 22 december 2009 heeft [eiser] van [gedaagde ] een Chrysler Grand Voyager 3.3 se automaat gekocht voor een prijs van € 4.600,-. In de advertentie vermeldt [gedaagde ] een kilometerstand van 259.200. In de koopovereenkomst wordt een kilometrage genoemd van 260.500. De koopovereenkomst vermeldt verder “Aan u verkocht, zoals gezien, gereden en akkoord bevonden”.

2.2. In zijn e-mail van 3 augustus 2012 aan [gedaagde ] schrijft [eiser]:

“In december 2009 heb ik bij uw bedrijf een Chrysler (…) gekocht (…).

De kilometer teller stond toen op 260.500km. Nu staat deze op ruim 350.000km. Helaas begint de auto steeds grotere mankementen te vertonen en nu ook een lekke koppakking.

Bij informeren naar een inruilprijs bij een autodealer bleek dat de kilometerstand ruim 100.000km was omlaag gezet door een vorige eigenaar.

Dit betekent dus dat de auto bij aankoop al veel verder heen was dan 260.500km en dus veel minder waard.”

2.3. Uit de NAP-gegevens blijkt dat de kilometerstand op 4 januari 2007 290.115 bedroeg en op 5 juni 2007 197.130. Dit is een verschil van 92.985 km.

2.4. In haar brief van 18 december 2012 aan [gedaagde ] doet mr. Hoekstra-Krosenbrink, de raadsvrouwe van [eiser], het voorstel dat [gedaagde ] een bedrag van € 5.100,- betaalt.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter bij uitvoerbaar verklaard vonnis:

- primair voor recht verklaart dat sprake is van non-conformiteit;

- subsidiair voor recht verklaart dat sprake is onrechtmatig handelen/toerekenbaar tekort komen aan de zijde van [gedaagde ];

- meer subsidiair voor recht verklaart dat sprake is dwaling;

- [gedaagde ] in alle gevallen veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 5.100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2012, de buitengerechtelijke incassokosten van € 630,- en de kosten van het geding.

Het bedrag van € 5.100,- is opgebouwd uit een bedrag van € 2.600,- en van € 2.500,-. Volgens [eiser] blijkt uit telefonisch door de ANWB gegeven informatie dat een soortgelijke Chrysler met 92.985 km meer op de teller in december 2009

€ 2.600,- minder waard geweest zou zijn.

Het bedrag van € 2.500,- is de schade, bestaande uit reparatiekosten, die [eiser] toerekent aan de extra kilometers die de auto heeft gereden.

3.2. [gedaagde ] voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tijdens de comparitie is met de raadsvrouwe van [eiser] besproken dat de vordering tot betaling zal worden beoordeeld op de primaire grondslag, namelijk non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

4.2. Op grond van lid 1 van dat artikel moet de afgeleverde (gekochte) zaak – in dit geval de Chrysler – aan de overeenkomst voldoen. Uit lid 2 volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst voldoet als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Het is vaste jurisprudentie dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel essentieel is voor de koper – en stilzwijgend gegarandeerd wordt – en dat bij een aanmerkelijke afwijking daarvan de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (zie onder meer rechtbank Utrecht 17 november 2010, LJN: BO6379 en 30 maart 2011, LJN: BP9445).

Wanneer een professionele verkoper zoals [gedaagde ] niet wil instaan voor essentiële kenmerken van de auto, dan zal hij dat expliciet en ondubbelzinnig moeten bedingen (zie rechtbank Den Haag 4 juni 2008, PRG 2008, 191).

Het verweer van [gedaagde ] dat hij geen garantie heeft gegeven en dat [eiser] de auto heeft geaccepteerd met de weergegeven kilometerstand (zie r.o. 2.1), faalt alleen al hierom.

4.3. Volgens [gedaagde ] waren de LED-lampjes van de kilometerteller kapot, zodat hij een nieuwe kilometerteller in de Chrysler heeft gemonteerd. Volgens hem beschikt hij niet over de technische middelen om de stand van de kilometerteller op de juiste kilometerstand te zetten. Hierdoor stond de nieuwe kilometerteller op de feitelijk onjuiste kilometerstand van 197.130 in plaats van 290.115.

[gedaagde ] stelt zich op het standpunt dat hij [eiser] in kennis heeft gesteld van de “trendbreuk” in de kilometerstand. Hij voert daartoe aan dat hij de auto naar De Bilt heeft gebracht waar een met [eiser] bevriende garagist de auto heeft onderzocht. Toen deze garagist een proefrit ging maken, heeft hij [eiser] meegedeeld dat hij een nieuwe kilometerteller in de Chrysler heeft gedaan en heeft hij hem de NAP-gegevens samen met de kentekenbewijzen getoond, aldus [gedaagde ]. [eiser] wist dus dat de auto meer kilometers had gereden dan op de kilometerteller was vermeld.

4.4. [eiser] heeft tijdens de comparitie toegelicht dat de onjuiste kilometerstand pas bleek toen een garagist bij wie hij de Chrysler wilde inruilen, hem op 3 augustus 2012 daarop wees. Hij stelt [gedaagde ] dezelfde avond nog daarover een mail te hebben gestuurd (zie r.o. 2.2). Volgens [eiser] hij op 6 augustus 2012 zelf NAP-gegevens opgevraagd (zie r.o. 2.3); deze gegevens bevestigden wat de garagist had verteld.

Volgens [eiser] had hij in eerste instantie zelf een proefrit in Nijmegen met de Chrysler gemaakt. Omdat hij weinig verstand van auto’s heeft, heeft hij een bevriende garagist in Langbroek bereid gevonden de auto te keuren. [gedaagde ] heeft de Chrysler naar Langbroek gereden. [eiser] erkent dat hij met [gedaagde ] heeft gesproken en een bakje koffie heeft gedronken toen de garagist met de auto een proefrit reed, maar betwist dat [gedaagde ] hem heeft verteld van de onjuiste kilometerstand. Hij werd pas met dit verweer bekend toen hij de conclusie van antwoord van [gedaagde ] las, aldus [eiser].

4.5. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ligt het op de weg van [eiser] feiten en omstandigheden te stellen en, bij voldoende betwisting, te bewijzen dat [gedaagde ] hem een non-conforme auto heeft verkocht, dat wil zeggen een auto die aanzienlijk meer kilometers heeft gereden dan hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

4.6. Zowel advertentie als de koopovereenkomst, die beide door [gedaagde ] zijn opgesteld, vermeldt een kilometerstand die aanmerkelijk lager is dan volgens NAP-gegevens het geval is. De advertentie en koopovereenkomst ondersteunen [eiser]’ stelling dat hij mocht verwachten dat de Chrysler op het moment van de verkoop 260.500 km had gereden en niet 92.985 meer.

Het verweer van [gedaagde ] op dit punt is niet overtuigend. Hij voert namelijk aan dat het in de branche (de tussenhandel) gebruikelijk is de afgelezen tellerstand te vermelden, omdat de geschiedenis van de auto in het algemeen niet bekend is. Alleen als de tellerstand door middel van NAP-gegevens wordt bevestigd, wordt in de advertentie achter de kilometerstand het NAP-logo vermeld. Dat laatste is hier niet gebeurd.

[gedaagde ] gaat er evenwel aan voorbij dat hij de geschiedenis van de Chrysler wel degelijk kent. Immers heeft hij verklaard dat hij een nieuwe kilometerteller in de auto heeft ingebouwd en dat hij de beschikking had over de NAP-gegevens. Hij was alleen niet in staat de kilometerteller op de juiste kilometerstand te zetten. Bovendien heeft hij verklaard dat hij de auto privé heeft gereden.

4.7. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat op voorhand bewezen is dat [gedaagde ] [eiser] een auto heeft verkocht die aanzienlijk meer kilometers heeft gereden dan hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Hier staat tegenover dat [gedaagde ] concreet heeft aangevoerd dat hij [eiser] in kennis heeft gesteld van de onjuiste kilometerstand. Hierom zal de kantonrechter [gedaagde ] toelaten tot het leveren van tegenbewijs, in die zin dat hij in de gelegenheid zal worden gesteld het door [eiser] geleverde bewijs te ontzenuwen.

4.8. Als [gedaagde ] het bewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, moet hij deze afzonderlijk bij akte (dus schriftelijk) in het geding brengen. Hiertoe kan [gedaagde ] een brief aan de griffie van de rechtbank sturen. Deze brief dient uiterlijk 15 mei 2013 te zijn ontvangen (zie hierna onder 5.2).

Als hij het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, dient hij dit in de akte (brief) te vermelden en de verhinderdata op te geven van alle partijen en van de op te roepen getuigen in de periode van juni tot en met september 2013. De kantonrechter zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor bepalen.

Voor het geval [gedaagde ] getuigen wil laten horen, gaat de kantonrechter ervan uit dat bij het tijdstip van oproeping van de getuigen rekening wordt gehouden met de te verwachten duur van het verhoor per getuige. Daarbij kan als leidraad worden aangehouden dat het verhoor van een getuige die niet partij is, ten minste 60 minuten pleegt te duren, en dat van een getuige die ook partij is, ten minste 90 minuten. Als [gedaagde ] verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren dan de hiervoor vermelde duur, moet dat in de te nemen akte worden vermeld.

Partijen moeten bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig zijn. Als een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.

4.9. Gelet op hetgeen partijen tijdens de zitting hebben meegedeeld, geeft de kantonrechter partijen uitdrukkelijk in overweging nogmaals met elkaar in overleg te treden om te bezien of (op een of meer punten) alsnog overeenstemming kan worden bereikt.

4.10. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. laat [gedaagde ] toe te bewijzen dat hij [eiser] bij de koop van de Chrysler Voyager in kennis heeft gesteld van de werkelijke kilometerstand,

5.2. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 15 mei 2013 om [gedaagde ] in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke manier hij bewijs wil leveren,

5.3. bepaalt dat [gedaagde ], als hij (mede) bewijs wil leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, die stukken op die rolzitting in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat, als [gedaagde ] bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, hij op die rolzitting:

- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven;

- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun (eventuele) advocaten/gemachtigden en de getuigen in de periode van juni tot en met september 2013 verhinderd zijn; bij de opgave dient [gedaagde ] ten minste vijftien (15) dagdelen vrij te laten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden,

5.5. bepaalt dat:

- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend;

- als [gedaagde ] geen gebruik maakt van de mogelijkheid verhinderdata op te geven, de rechter eenzijdig een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer mogelijk is;

- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, als bij de opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen zijn vrijgelaten,

5.6. bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 17 april 2013.