Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7307

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
16-04-2013
Zaaknummer
07.660394-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het in vereniging beroven van een toen vijftienjarig meisje in haar woning. Uit de verklaring van het meisje volgt dat verdachte een beduidend mindere rol heeft vervuld dat de medeverdachte. Bovendien heeft verdachte spijt betuigd tijdens en na de beroving. De rechtbank acht het door verdachte geuite berouw oprecht.

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 07.660394-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1993] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans verblijvende P.I. Almere, Huis van Bewaring Almere Binnen.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft laatstelijk plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 2 april 2013 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.W.A. Offermanns, advocaat te Zeewolde.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.S. Ludwig en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 september 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen onder andere

- één of meerdere (gouden) ketting(en) en/of armband(en) en/of

- één of meerdere (8) horloge(s) (merk Breitling en/of Casio en/of Seiko) en/of

- een laptop (merk Sony) en/of

- een eigendomsakte van onroerend goed in Suriname en/of

- een iPad (kleur wit) en/of

- een pinpas (ABN AMRO) en/of

- een mobiele telefoon (merk Blackberry) en/of

- één of meerdere paar schoenen (merk Lanvin en/of Nike en/of Jordan en/of

- een geldbedrag van 5000 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer ] en/of [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer ] (leeftijd vijftien jaar), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 11 september 2012 in de gemeente Almere met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer ] (leeftijd vijftien jaar) heeft gedwongen tot de afgifte van onder andere een portemonnee en/of een geldbedrag (te weten 17 euro) en/of een pinpas (ABN AMRO) met bijgehorende pincode, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer ] en/of [benadeelde 1 ] en/of [benadeelde 2], , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, hij verdachte en/of zijn mededader(s):

- bij de woning van [slachtoffer ] (gelegen aan de [adres]) heeft/hebben aangebeld en/of

- die [slachtoffer ] (nadat zij de voordeur had geopend) naar achteren heeft/hebben geduwd en/of

- die woning heeft/hebben betreden en/of

- om die [slachtoffer ] heen is/zijn gaan staan en/of

- een mobiele telefoon (merk Blackberry) (uit de hand(en)) van die [slachtoffer ] heeft/hebben afgepakt en/of

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd of er geld of goud of een kluis in de woning aanwezig was en/of

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd of zij de kluis wilde openen en/of

- de kluis heeft/hebben geopend en/of de inhoud uit de kluis heeft/hebben gehaald en/of

- voornoemde woning heeft/hebben doorzocht en/of

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd haar portemonnee en/of bankpasjes te pakken en/of aan hem/hen te geven en/of

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd haar pincode te zeggen en/of

- de huistelefoon en/of de stroomvoorziening heeft/hebben afgesloten.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Op dinsdag 11 september 2012 omstreeks 14.30 uur verneemt verbalisant [verbalisant] dat er een woningoverval heeft plaatsgevonden en dat de meldster zich bevindt op de [adres] te [woonplaats]. Ter plaatse verklaart meldster, te weten de vijftienjarige [slachtoffer ], dat zij door twee jongens in haar woning aan de [adres] te [woonplaats] is overvallen.

Later diezelfde dag doet [slachtoffer ] aangifte en verklaart zij uitgebreid en gedetailleerd over de overval. [benadeelde 1 ], de vader van [slachtoffer ], doet eveneens aangifte en verklaart welke goederen zijn weggenomen uit de woning.

Nader onderzoek heeft geleid tot de aanhouding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]. Beide verdachten hebben een bekennende verklaring afgelegd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de verklaringen van [slachtoffer ] en [benadeelde 1 ] en de bekennende verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1].

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank omtrent een eventuele bewezenverklaring, met uitzondering van het weggenomen geldbedrag van vijfduizend euro en het gebruikte geweld. Verdachte had geen zicht op hetgeen door de medeverdachte uit de kluis is weggenomen en aangeefster [slachtoffer ] verklaarde niets over het geldbedrag. Enkel aangeefster [slachtoffer ] heeft verklaard dat zij is geduwd.

Het oordeel van de rechtbank

De verschillende aangevers en/of verdachten hebben allen op verschillende wijze de aanwezige personen ten tijde van de ten laste gelegde feiten aangeduid. De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van de aangevers en de verklaringen van de verdachten duidelijk blijkt omtrent welke personen is verklaard. De rechtbank zal vervolgens telkens de personen aanduiden met de volledige initialen en achternaam.

Uit de verklaring van aangeefster [slachtoffer ] leidt de rechtbank het volgende af.

Op 11 september 2012 omstreeks 13.30 uur loopt aangeefster (geboren [1997]) van de bushalte naar haar woning aan de [adres] te [woonplaats]. Enige tijd nadat aangeefster de woning betreedt wordt er aangebeld. Medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte staan voor de deur. Nadat aangeefster de deur opent duwt medeverdachte [medeverdachte 1] haar naar achteren en betreden beide verdachten de woning. Vervolgens sluit verdachte de voordeur. Medeverdachte [medeverdachte 1] pakt de mobiele telefoon (merk Blackberry) van aangeefster af. Medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte staan in de hal om aangeefster heen. Aangeefster is zo bang dat zij in haar broek plast. Medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt aangeefster of er geld of goud of een kluis in de woning aanwezig is. Vervolgens is gevraagd of aangeefster de kluis wil openen. Dit lukt haar niet en vervolgens opent medeverdachte [medeverdachte 1] de kluis en haalt hij de inhoud uit de kluis. In de kluis bevonden zich onder meer gouden kettingen en een eigendomsakte van een stuk grond in Suriname. Medeverdachte [medeverdachte 1] is in de slaapkamer van aangeefsters moeder en loopt vervolgens naar de slaapkamer van aangeefsters broertje en pakt daar een sporttas. Medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt vervolgens wat er in de schooltas van aangeefster zit. Aangeefster verklaart dat er zeventien euro in haar tas zit. Aangeefster moet haar portemonnee uit haar tas halen en wordt gevraagd om haar bankpasjes. Aangeefster geeft een bankpas (ABN AMRO) af en vermeldt – op vraag van medeverdachte [medeverdachte 1] – de bijbehorende pincode. Medeverdachte [medeverdachte 1] doet vervolgens iets in de meterkast. Aangeefster kan hierna niet met de huistelefoon telefoneren.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan het ten laste gelegde. Beiden ontkennen dat aangeefster is geduwd. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar en geloofwaardig. Niet aannemelijk is dat zij op dit punt een verklaring heeft afgelegd die in strijd is met de waarheid. Daarbij komt dat uit een op een op 3 oktober 2012 onder [medeverdachte 2] inbeslaggenomen en door medeverdachte [medeverdachte 1] gebruikte SD kaart 2GB aangetroffen voicenote blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 11 september 2012 om 14.28 uur zegt: “(…)Ik heb die chickie geduwd dit dat. (…)” . .

De rechtbank merkt – wellicht ten overvloede – op dat de feitelijkheden, te weten het betreden van de woning, het om aangeefster heen staan en het afpakken van aangeefsters telefoon, in dit geval van zodanige aard zijn dat deze een bedreigende situatie voor aangeefster hebben opgeleverd. Temeer nu aangeefster bij het betreden van de woning door medeverdachte [medeverdachte 1] is geduwd.

Uit de verklaring van aangever [slachtoffer ] blijkt dat onder meer de volgende goederen uit de woning zijn weggenomen:, meerdere (gouden) kettingen en armbanden, acht horloges van de merken Breitling, Casio en Seiko, een laptop (merk Sony), een eigendomsakte van onroerend goed in Suriname, een witte iPad, meerdere paar schoenen (merken Lanvin, Nike en Jordan) en een geldbedrag van 5000 euro.

De rechtbank acht de verklaring van aangever met betrekking tot de hoogte van het weggenomen geldbedrag betrouwbaar en geloofwaardig. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan deze verklaring van aangever [slachtoffer ]. Reeds op 12 september 2012, te weten een dag na het ten laste gelegde, heeft aangever verklaard dat het geldbedrag is weggenomen en hij heeft dit bedrag ook opgegeven aan de inboedelverzekering. Dat aangeefster [slachtoffer ] niet verklaart over het weggenomen geldbedrag van 5000 euro doet aan voorgaande overweging niets af.

Gelet op voorgaande overwegingen acht de rechtbank het eerste cumulatief/alternatief en het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 11 september 2012 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen onder andere

- (gouden) kettingen en armbanden en

- (8) horloges (merk Breitling en Casio en Seiko) en

- een laptop (merk Sony) en

- een eigendomsakte van onroerend goed in Suriname en

- een iPad (kleur wit) en

- een mobiele telefoon (merk Blackberry) en

- meerdere paar schoenen (merk Lanvin en Nike en Jordan) en

- een geldbedrag van 5000 euro,

toebehorende aan [slachtoffer ] en/of [slachtoffer ] en/of [benadeelde 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer ] (leeftijd vijftien jaar), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

hij op 11 september 2012 in de gemeente Almere met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer ] (leeftijd vijftien jaar) heeft gedwongen tot de afgifte van onder andere een geldbedrag (te weten 17 euro) en een pinpas (ABN AMRO), toebehorende aan [slachtoffer ]

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, hij verdachte en/of zijn mededader:

- bij de woning van [slachtoffer ] (gelegen aan de [adres]) heeft/hebben aangebeld en

- die [slachtoffer ] (nadat zij de voordeur had geopend) naar achteren heeft/hebben geduwd en

- die woning heeft/hebben betreden en

- om die [slachtoffer ] heen is/zijn gaan staan en

- een mobiele telefoon (merk Blackberry) van die [slachtoffer ] heeft/hebben afgepakt en

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd of er geld of goud of een kluis in de woning aanwezig was en

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd of zij de kluis wilde openen en

- de kluis heeft/hebben geopend en/of de inhoud uit de kluis heeft/hebben gehaald en

- voornoemde woning heeft/hebben doorzocht en

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd haar portemonnee en bankpasjes te pakken en/of aan hem/hen te geven en

- aan die [slachtoffer ] heeft/hebben gevraagd haar pincode te zeggen en

- de stroomvoorziening heeft/hebben afgesloten.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Eerste cumulatief/alternatief.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Tweede cumulatief/alternatief.

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van een op te leggen straf bepleit een gevangenisstraf op te leggen die de duur van het reeds door verdachte ondergane voorarrest niet te boven gaat, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf om de oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden mogelijk te maken. De raadsman ziet voorts ruimte tot oplegging van een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft met de medeverdachte een vijftienjarig meisje in haar woning beroofd. Verdachte heeft zijn eigen financiële motieven voorop laten staan en geen enkel oog gehad voor de ellende die hij bij de slachtoffers teweeg bracht. Voor de nog jeugdige aangeefster moet het delict een zeer beangstigende ervaring zijn geweest. Bij haar heeft de overval in haar eigen woning, zo blijkt uit de door haar opgestelde schriftelijke slachtofferverklaring, niet alleen op het moment zelf, maar ook nadien, veel angstgevoelens teweeggebracht. In het algemeen zorgen overvallen voor maatschappelijke gevoelens van onrust en onveiligheid.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de het Landelijk Overleg van de Voorzitters van de Strafsectoren (LOVS) als vertrekpunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, te weten 36 maanden. De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de relatief geringe hoeveelheid geweld die verdachte en zijn medeverdachte hebben gebruikt. De rechtbank houdt voorts rekening met de rolverdeling tussen de verdachte en zijn medeverdachte. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat verdachte bij het bewezen verklaarde een beduidend mindere rol heeft gehad dan de medeverdachte.

Daarbij komt dat verdachte tijdens het delict spijt heeft betuigd jegens aangeefster en haar nadien, voordat hij als verdachte was aangemerkt, eveneens zijn excuses heeft aangeboden. De rechtbank acht het door verdachte geuite berouw oprecht.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met een op verdachtes naam gesteld uittreksel justitiële documentatie d.d. 12 maart 2013, waaruit blijkt dat hij niet eerder wegens een misdrijf is veroordeeld.

In het nadeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de wettelijke strafverzwarende omstandigheid genoemd in artikel 312, tweede lid, sub 2, van het Wetboek van Strafrecht, te weten dat het feit is begaan door twee of meer verenigde personen.

Gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht brengt de rechtbank bij het opleggen van de hierna te melden straf in rekening de straf die de verdachte bij strafbeschikking d.d. 11 september 2012 ter zake van overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is opgelegd.

Uit een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 28 maart 2013, opgesteld door H. van Olst, reclasseringswerker van de Reclassering Nederland, blijkt het volgende. Bij verdachte zijn de gebieden rond financiën en werk criminogene factoren. Verdachte heeft schulden en geen vast inkomen door een gebrek aan betaald werk en dit zorgde ervoor dat hij structureel geld tekort kwam ten tijde van het delict. De factor vrienden en kennissen hebben ook meegespeeld. Het probleemoplossend vermogen is onvoldoende gebleken. Verdachte heeft zich onvoldoende kritisch opgesteld ten opzichte van zichzelf en zijn mededader. Opvallend is voorts dat verdachte twee jaar een zwervend bestaand leidde. Met uitzondering van de financiën heeft verdachte geen begeleiding bij zijn problemen. Geconcludeerd is dat het recidiverisico aanwezig blijkt zolang er op tal van praktische gebieden problemen bestaan en verdachte geen inzicht heeft in de gemakkelijke wijze waarop hij zich in het delict heeft laten betrekken. Verdachte is gemotiveerd voor hulpverlening. Het recidiverisico is ingeschat als laag gemiddeld. Geadviseerd is om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en deelname aan de cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en de arbeidsvaardigheden training (ARVA).

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. De rechtbank zal een deel van de vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te begaan, alsmede om de oplegging van bijzondere voorwaarden (zoals geadviseerd) mogelijk te maken.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk passend en geboden.

9 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting hebben respectievelijk [slachtoffer ] (daartoe vertegenwoordigd door [benadeelde 1 ]) en [benadeelde 1 ] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van respectievelijk € 800,00 en € 16.795,68.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen – hoofdelijk – van een bedrag van € 800,00 aan [slachtoffer ] en € 16.795,68 aan [slachtoffer ] met toepassing van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer ].

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer ] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de reiskosten en de immateriële schade. Ten aanzien van het overige heeft de raadsman bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dit een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Onvoldoende is onderbouwd hoe de – in bijlage 4 – vastgestelde bedragen tot stand zijn gekomen en of deze bedragen door deskundigen zijn vastgesteld. Daarnaast zijn niet van alle goederen bonnen aanwezig en is er geen rekening gehouden met de afschrijving.

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer ].

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer ] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 800,00, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

[benadeelde 1 ].

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [benadeelde 1 ] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 16.795,68, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en de juistheid van de door de verzekeraar (Avero Achmea) vastgestelde waarde van de weggenomen sieraden.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte gedurende de proeftijd van 2 jaar de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich binnen 5 werkdagen nadat hij in vrijheid is gesteld zal melden bij de Reclassering Nederland (Toezichtunit Amsterdam, Wibautstraat 12, 1091 GM) en zich vervolgens zal melden, zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal deelnemen aan een gedragsinterventie bestaande uit een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en een arbeidsvaardigheden training (ARVA), waarbij de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventies door of namens de instelling aan de verdachte zullen worden gegeven;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen

[slachtoffer ]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer ], wonende te Almere, van een bedrag van

€ 800,00 (zegge: achthonderd euro) terzake van immateriële schade, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 11 september 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 800,00 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer ] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer ] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer ], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

[benadeelde 1 ]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1 ], wonende te Almere, van een bedrag van

€ 16.795,68 (zegge: zestienduizend zevenhonderd en vijfennegentig euro en achtenzestig cent), waarvan € 300,00 aan immateriële schade, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten op 11 september 2012, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 16.795,68 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1 ] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 118 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1 ] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1 ], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mr. Z.J. Oosting en mr. H. Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2013.